No. 10 Jannus en de Zachtste Revolutie


Het begon op een donderdag. Buiten waaide de wind de bladeren tegen de ruiten, alsof de herfst zelf iets kwijt wilde. Binnen, in De Lege Knip, hing de geur van papier, thee met citroen en iets wat leek op verwachting. Jannus had net de boekenwagen geleegd — een routineus karwei, gedragen door jarenlange toewijding — toen Trees naar hem toe kwam met een krant in haar hand die ze vasthield alsof het porselein betrof.

Ze zei niets. Ze hield het hem gewoon voor. Op de voorpagina, midden onder het logo van de Tilburgse Courant, stond:

 “Waar Boeken Leven: De Onverwachte Schatkamer van de Binnenstad”

Een kleurenfoto toonde hem, Jannus, zijn bril iets afgezakt en een boek in de hand, gevangen in een blik alsof hij zojuist de eerste zin van de wereld herontdekt had. Naast hem, als anker in een wereld van papier, stond Trees: haar blik helder, haar hand steunend op de toonbank die al drie keer geschuurd en opnieuw gelakt was.

Jannus schraapte zijn keel. “Ze hebben me bij naam genoemd,” zei hij zacht. “En jou ook.”

Trees glimlachte. “En de winkel. In één adem.”

Wat Stil Begint, Weergalmt het Langst

De dagen erna gebeurde er iets wat niemand had kunnen voorzien. Niet met bombarie of fanfare — maar met zachte voetstappen, onverwachte stemmen en de geur van jaszakken vol vergeelde boeken.

Oude bekenden kwamen langs “voor de gezelligheid”. Vreemden belden aan met vragen over vergeten schrijvers. Kinderen liepen nieuwsgierig naar de leeshoek waar Trees spontaan begon voor te lezen uit een bundel waarvan niemand dacht dat die nog zou boeien. Een vrouw uit Breda bracht drie dozen poëzie, inclusief een vergeeld exemplaar van Onder de pijnbomen, waarin met potlood stond: “Voor wie tussen regels leest.”

De telefoon ging vaker. De thee raakte op. Iemand vroeg of hij vrijwilligerswerk mocht doen, “alleen al om tussen deze boeken te mogen ademen.” Een ander wilde een interview met Jannus, die beleefd maar stellig weigerde. “De boeken zijn het verhaal,” zei hij. “Ik ben slechts de bladwijzer.”

Een Gemeenschap Vindt Zichzelf Terug

Wat begon als aandacht, groeide uit tot verbondenheid. De bibliotheek nam contact op om een samenwerkingshoek op te zetten: Literaire Schatten van Eigen Grond. Scholen stuurden leerlingen op excursie naar De Lege Knip, waar ze met handschoenen aan oude boeken mochten vasthouden alsof het relikwieën betrof. En in de boekenkasten thuis gingen mensen weer kijken: wat stond er eigenlijk, al die jaren?

De gemeente stuurde een cultuurambtenaar. “We overwegen een stadswandeling,” zei hij, “rond verborgen literaire plekken.” Jannus knikte. Trees knikte. Maar wat hen het meest raakte, was een meisje van tien dat op een middag, na lang zoeken tussen de planken, fluisterde: “Ik denk dat dit boek op mij heeft gewacht.”

Slotzin in Stilte

’s Avonds, na sluitingstijd, zat Jannus in de hoek bij het raam. Buiten tikte de regen tegen het glas. Binnen klonk het tikken van de klok, het geluid van een winkel die ademt, zelfs als niemand kijkt. Hij sloeg zijn notitieboekje open, haalde een potlood uit zijn borstzak en schreef:

“Soms hoor je geschiedenis niet terugkomen. Soms ruikt ze. Naar drukinkt, thee, en stilte die eindelijk durft te spreken.”

En heel even, in die laatste adem van de dag, leek het alsof de boeken terugkeken.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “No. 10 Jannus en de Zachtste Revolutie”

  1. bertjens Avatar

    Onverwachtse wending, en een paar mooie slotzinnen.
    Prachtig.

    Geliked door 1 persoon

  2. ymarleen Avatar

    Stilte, die durft spreken …🕊

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder