No. 11 Het Wonder van de Gemeente


Sinds de publicatie van het artikel in het literair tijdschrift, en de daaropvolgende reportage in de plaatselijke courant, liep het storm bij De Lege Knip. Waar eerst vooral vaste klanten rondsnuffelden tussen tweedehands kopjes, versleten LP’s en vergeelde boeken, kwamen er nu ook mensen van buiten de wijk. Mensen met nette jassen, leren tassen, en nieuwsgierige blikken.

Ze kwamen “voor die Jannus” of “om Trees eens in het echt te zien.”

Trees lachte erom. “Ik had nooit gedacht dat een stukje in de krant zó veel los zou maken,” zei ze tegen Jannus terwijl ze de derde doos boeken van de week binnenreed. “We hebben gewoon te weinig ruimte, Jan.”

De voorraad puilde uit. Er stonden dozen onder tafels, op tafels, en zelfs in de wc lag een stapel paperbacks waarvan niemand nog wist of ze verkocht of weggegooid moesten worden.

“Dan maar een soort doolhof maken,” zei Jannus. “Wie echt wil lezen, vindt z’n weg wel.”

Een week later kwam er een telefoontje van het gemeentehuis. De burgemeester wilde langskomen. Niet voor een officieel werkbezoek, maar uit interesse. Ze had over de literaire vondsten gelezen, over de samenwerking tussen De Lege Knip en het gemeentelijk traject. En over Jannus.

“Ze wil je ontmoeten,” zei Trees.

Jannus trok zijn netste overhemd aan — hetzelfde dat hij ooit uit het plastic haalde voor zijn intakegesprek — en poetste zijn schoenen. Hij was zenuwachtig. Niet omdat hij onder de indruk was van een burgemeester, maar omdat hij zichzelf ineens in de rol van “voorbeeldburger” zag gedrukt.

De burgemeester kwam op een regenachtige woensdagmiddag. Niet in een dienstauto, maar op de fiets.

Binnen was het drukker dan normaal. Kinderen op zoek naar speelgoed, een oudere vrouw die een pan uitprobeerde, en iemand die — alsof het in scène was gezet — het krantenartikel over Jannus hardop stond voor te lezen.

Toen de burgemeester binnenkwam, keek Jannus op vanachter zijn boekentafel.

“Meneer Van der Leegte, neem ik aan?” zei ze, met een warme glimlach.

“Zegt u maar Jannus,” antwoordde hij.

Ze schudden elkaar de hand. Haar greep was stevig. Oprecht.

Ze liepen een rondje. Trees legde uit hoe het allemaal werkte, wat de winkel voor de wijk betekende. Jannus vertelde over zijn taken — van leestips geven tot digitaliseren op het gemeentehuis — en hoe hij zijn draai had gevonden.

“U werkt hier én bij ons,” zei de burgemeester terwijl ze in het krappe kantoortje achterin stonden. “Ik wist niet dat we zo’n veelzijdige kracht in huis hadden.”

“U bent mijn werkgever én klant,” grijnsde Jannus. “Of misschien moet ik zeggen: ambassadeur.”

Ze lachte. “U denkt als een wethouder.”

Na afloop bleef het gesprek nog lang hangen. De burgemeester vertrok met een paar boeken én een hoofd vol ideeën.

Twee dagen later werd Jannus gebeld. Of hij beschikbaar was voor een interview in de gemeentelijke nieuwsbrief. Daarna kwam er een uitnodiging voor een debatavond over participatie en burgerkracht.

Het begon langzaam tot hem door te dringen: hij, Jannus van der Leegte, was niet langer alleen de man die boeken sorteerde. Hij was een gezicht geworden van iets groters.

Maar toen hij die avond met een boek op schoot zat — iets van Marga Minco — en zijn koffie koud was geworden, dacht hij vooral aan één ding:

“Als ik morgen maar weer gewoon m’n hoekje heb in De Lege Knip. Want dat is waar ik echt van betekenis ben.”

Meer willen lezen van deze serie: https://willemzijlstrasverhalen.blog/


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “No. 11 Het Wonder van de Gemeente”

  1. bertjens Avatar

    Jannus heeft het gemáákt. Zonder kapsones!

    Like

Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder