
De zon hing laag boven het dak van het oude pand. Een scheefgezakte dakpan wiebelde licht in de wind, alsof hij ook niet goed wist wat hem te wachten stond. Binnen, tussen de muffe geur van oud karton en vergeelde boekomslagen, heerste een stilte die niet gewoon was. Geen gerommel van binnengebrachte spullen, geen blije stemmen van schatzoekers. Alleen Trees en Jannus.
De Lege Knip ging verhuizen.
Het pand was onveilig verklaard, de toestroom van bezoekers was te groot geworden, en het gebouw, ooit ruim genoeg voor een handjevol vaste klanten, barstte nu uit zijn voegen. Het gemeentebestuur had na overleg een nieuwe locatie gevonden: moderner, groter, met een betere ligging. Een vooruitgang, dat wist iedereen.
Maar het deed pijn.
Trees stond bij het raam dat altijd een beetje kleefde als je het opende. Ze keek naar buiten, waar de eerste verhuisdozen opgestapeld stonden. Op het raam zat nog een vergeeld briefje dat ooit door een kind was opgehangen: “Vandaag boeken 3 voor 1 euro!” Ze liet haar vinger langs het tape glijden.
“Zal ik dit meenemen?” vroeg Jannus.
Trees haalde haar schouders op. “Nee… Laat maar. Dat hoort bij hier.”
Ze hadden samen de kasten leeggehaald. De oude boekenplanken afgenomen met een doek. Elk boek dat ze aanraakten leek iets te fluisteren. De geschiedenis van De Lege Knip zat niet in de muren, maar in de herinneringen. In het eerste boek dat Jannus verkocht. In de vrouw die ooit haar laatste euro besteedde aan een kookboek voor haar kind. In de man die zwijgend naast Trees ging zitten omdat hij nergens anders welkom was.
Bij de koffie in de keuken – het apparaat bromde als altijd drie keer voor hij startte – zei Trees zacht:
“Gek hè. We wisten dat het eraan zat te komen. Maar nu het zo ver is…”
Jannus knikte. “Het is net alsof we afscheid nemen van iets dat meer was dan een gebouw.”
Hij dacht aan zijn eerste dag, aan het krakkemikkige tafeltje waar hij zijn leestips ophing. Aan die jongen die een boek kreeg omdat hij het echt nodig had. Aan de prikborden, de versleten kleedjes, de vergane linoleumvloer. Allemaal dingen die op geen inventarislijst stonden, maar die De Lege Knip tot een thuis maakten.
Op de laatste dag kwamen er veel mensen langs. Sommigen met bloemen, anderen met appeltaart. Niemand wilde iets kopen — ze wilden gewoon even zijn. Een mevrouw van tachtig bracht een boek terug dat ze drie jaar geleden had “geleend” en nooit meer had kunnen loslaten.
“Het hoort hier,” zei ze, met vochtige ogen.
Tegen het einde van de middag liep Jannus alleen nog een laatste ronde. De kasten waren leeg, de tafels schoon. Hij boog zich voorover, pakte van de vloer een vergeeld naamkaartje:
Vraag Jannus om een leestip
Hij stak het in zijn binnenzak.
Buiten stond Trees te wachten, met haar jas dichtgeknoopt en haar hand al op de sleutel. Ze keek nog één keer naar binnen.
“Zullen we gaan?”
Jannus keek opzij. “Ja. Laten we dit hoofdstuk sluiten.”
Maar diep vanbinnen wist hij — ze begonnen aan een nieuw boek. Het eerste hoofdstuk moest nog geschreven worden. En ook daar zouden mensen komen, op zoek naar iets dat ze misschien niet eens wisten dat ze nodig hadden. Een boek, een gesprek, een beetje hoop.
Toch: het afscheid deed pijn.
Zoals dat hoort bij een plek die ooit meer werd dan alleen vier muren met spullen.
Geef een reactie op wzijlstra10 Reactie annuleren