
De oude Lege Knip was leeg. Niet zomaar leeg zoals na sluitingstijd, maar een echoënd, kaal, onherkenbaar soort leeg. De rekken waren weg, de boekenkasten ontmanteld, de geur van oud papier opgetild door de tocht van de openstaande deur. Alles was overgebracht naar de nieuwe locatie aan de rand van het dorp.
Het was een logistiek wonder geweest. De burgemeester had, op eigen initiatief, een beroep gedaan op een paar gemeentewerkers – en zelfs een groep vrijwilligers van de voetbalvereniging – om te helpen sjouwen. De muren van het nieuwe pand waren fris geschilderd in zachte kleuren, de plafonds strak gewit, en de verlichting sprong aan in helder, energiezuinig LED-licht. Een gemeentelijke coördinator had de inrichting van meubels en indeling van de ruimte tot in detail geregeld. Maar alles met letters, inkt, papier en ziel – daar bemoeiden alleen Trees en Jannus zich mee.
Boek na boek werd door hun handen gehaald. Jannus liep op blote voeten door stapels kartonnen dozen, terwijl Trees met een scherp oog rubrieken maakte, plakte, sorteerde. Een halve bibliotheek kreeg vorm in een kringloopcentrum. Het rook naar ambitie en nieuwe kansen.
Toen alles min of meer stond, ging er een stofzuiger over de vloer, een vaatdoek over de toonbank en een oude, vertrouwde theepot op het aanrecht. De officiële opening zou morgen zijn, en de laatste discussie moest nog gevoerd worden: Wie zou het lint doorknippen?
Jannus dacht aan de burgemeester. “Iemand van onszelf,” zei hij, “iemand die hier al stond toen we nog tussen de schimmel en de koude muren zaten.”
Maar Trees had andere plannen. “Wat dacht je van Tommy Wieringa?” fluisterde ze, ogen vol pretlichtjes.
“Tommy? Jij bent gewoon verliefd op z’n zinnen,” mopperde Jannus. “Dat is geen idee, dat is verering.”
Toch namen ze contact op met Wieringa’s uitgeverij. Toen het honorarium in beeld kwam, waren ze er binnen 30 seconden uit. Jannus zei het als eerste:
“De burgemeester dus.”
Die reageerde verheugd. Hij beloofde iets extra’s: een officiële koetstocht door het dorp, met paarden, bloemen en een gemeentelijke wimpel.
En zo geschiedde.
Op de dag van de opening stonden mensen rijen dik langs de Dorpsstraat. De paardenhoeven klikten op het asfalt terwijl de koets voorbijreed. Jannus zat met stijve rug en blinkend overhemd naast Trees, die een permanentje had laten zetten en eruitzag als een kruising tussen een jazzdiva en een bibliothecaresse. De burgemeester zat tegenover hen, in vol ornaat met ambtsketen en al, zichtbaar trots op zijn dorp.
De koets stopte voor het nieuwe pand. Er hingen ballonnen aan de regenpijp, iemand had het logo van De Lege Knip met krijt op de stoep getekend.
En toen — met een knik van Trees en een bescheiden buiging van Jannus — knipte de burgemeester het lint door. Er werd geapplaudisseerd, iemand huilde zachtjes, en de eerste bezoeker liep meteen naar binnen om bij het boekenhoekje van Jannus te vragen:
“Heb je iets voor iemand die net opnieuw begint?”
Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren