No.32 Het verticale halve zadeldak


Een schuine blik op wonen

De zon prikte voorzichtig door het bewolkte raam van De Lege Knip toen Trees haar sjaal herschikte en een vergeten boek terug op de juiste stapel legde. Jannus kwam binnen, licht hijgend, twee bekers koffie in zijn handen en een gevouwen krant onder zijn arm.

“Heb je het gezien?” vroeg hij, terwijl hij de beker op de toonbank zette en de krant opensloeg. “Nieuwe sociale huurwoningen hier in het dorp. Ontworpen door Bedaux De Brouwer Architecten.”

Trees pakte haar bril en tuurde naar de foto. Donker baksteen, een keurig heggetje en… dat dak.

“Verticaal half dak,” las Jannus voor. “Geen puntje, geen pannetje — een statement.”

Trees fronste. “Een wat?”

“Een architectonisch gebaar,” zei Jannus alsof hij het zelf had bedacht. “Alsof het huis zegt: kijk mij eens anders zijn.”

Ze kneep haar ogen tot spleetjes. “Het lijkt meer alsof het huis halverwege het bouwen gestopt is. Alsof de aannemer riep: ‘Laat maar, jongens, we zetten het zo wel op Funda.’”

“Maar toch,” zei Jannus, terwijl hij de foto omdraaide, “het is bijzonder. Geen standaard dak. Een halve driehoek rechtop. Alsof het huis op z’n kant is gelegd.”

Trees nam een slok koffie. “Ja, bijzonder. En al die ruimte onder dat schuine dak? Verloren. Weggegooid. Geen zolder, geen opslag, niks. Alleen maar lucht die je niet kunt bewonen.”

“Misschien is het juist de bedoeling,” mompelde Jannus. “Een beetje ademruimte boven je hoofd. Geen plafond, maar een principe.”

Trees tikte met haar nagel op de krant. “Mooi, hoor. Maar probeer daar je was eens op te hangen. Of een logeerkamer van te maken. Deze huizen zijn als een modecollectie: fotogeniek, maar niet praktisch.”

“Volgens de architect heeft iedereen recht op schoonheid,” verdedigde Jannus. “Ook huurders.”

“Ja, ja,” zei Trees. “Maar recht op bergruimte lijkt me ook geen overbodige luxe.”

Ze stond op en liep naar het raam. Buiten liep een klant voorbij met een tuinstoel onder zijn arm. Een gewone stoel. Geen design, geen statement. Gewoon praktisch.

“Dit zijn Pope-huisjes,” zei ze ineens.

Jannus keek op. “Wat bedoel je?”

“Ze zien er strak uit, een beetje priesterlijk haast. Maar binnen heb je geen biechtstoel, geen ruimte voor geheimen. Alleen zichtlijnen en kale hoeken. Het is wonen als een powerpointpresentatie: helder, maar leeg.”

Jannus lachte zachtjes. “Of als een boek met alleen hoofdstuktitels. Geen verhaal.”

Trees grijnsde. “Of als een dichterswoning waar geen woorden weerkaatsen. Alleen echo’s van de architect.”

Ze gingen weer zitten. De koffie was inmiddels lauw.

“Weet je wat het is,” zei Trees terwijl ze de krant vouwde, “je moet niet wonen in een gebaar. Je moet wonen in een zin. Met komma’s, haakjes, soms een spelfout.”

“En een berging,” voegde Jannus toe.

Trees knikte plechtig. “Vooral dat.”

Het was al laat in de avond toen Trees haar jas dichtritste en Jannus op de hoek van de straat tegenkwam. De lucht was helder, de maan hing scheef boven de stad — alsof hij het onderwerp van hun gesprek ook wat schuin bekeek.

“Daar zijn ze,” zei Jannus, terwijl hij zijn hand uitstak in de richting van de bewuste straat. Een rij nieuwbouwhuizen doemde op, keurig belicht door straatlantaarns. De verticale daken tekenden zich af als streng opgeheven vingers.

“Ze lijken je iets te willen verbieden,” fluisterde Trees.

“Of corrigeren,” mompelde Jannus. “Alsof je bij binnenkomst moet beloven nooit iets horizontaals te denken.”

Een voordeur ging open. Een man van een jaar of zestig kwam naar buiten met een vuilniszak.

“Mooi hè, die huizen,” begon Jannus vriendelijk.

De man draaide zich om en keek op naar het dak alsof hij het zelf pas net zag. “Mooi? Mwah. Je kunt er niks mee.”

“Niks?” vroeg Trees.

“Nou ja,” zuchtte de man, “het ziet er strak uit op de folder. Maar vanbinnen? Het is één grote loze ruimte bovenin. Je hoort de regen van drie straten verder, en je kunt er niet eens fatsoenlijk een boekenkast tegenaan zetten.”

Een vrouw van verderop kwam erbij staan. “En probeer daar maar eens een gordijn op maat te vinden,” zei ze. “Alles is schuin. Zelfs de logica.”

Trees keek naar Jannus. “Zou jij die architect willen opvoeden?”

Hij knikte ernstig. “Ik heb er al een lesbrief voor geschreven. ‘Wonen voor mensen: een gids voor verdwalen in je eigen ontwerp.’

De man lachte. “Nou, stuur hem maar door. En zet er meteen bij dat mijn zolder een meditatiehut is geworden. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat ik er niks anders kwijt kon.”

“Ze noemen het een statement,” zei Trees.

“Ja,” zei de vrouw. “Een statement dat we blijkbaar te veel opslagruimte hadden.”

“Misschien willen ze ons leren loslaten,” grapte Jannus.

De man keek hem strak aan. “Dan mogen ze zelf m’n kerstspullen wel komen wegbrengen. Over drie trappen. Met hun statement onder de arm.”

Een derde bewoner stak zijn hoofd uit het raam: “Ben je weer over dat dak bezig, Hans?”

“Ja,” riep Hans terug. “En deze keer met getuigen!”

Trees glimlachte. “We maken een bundel,” zei ze. “Met bewonersverhalen. ‘Schuin Gezien: Wonen met een Gebaar’.”

“Of: ‘Daken die denken dat ze kunst zijn’,” zei de vrouw.

“Of: ‘Help, mijn dak begrijpt me niet’,” voegde Jannus toe.

Lachend liepen Trees en Jannus even later verder. Achter hen klonken stemmen door de straat. Bewoners die elkaar onder dat strenge dak eindelijk eens écht spraken.

“Ik stuur die lesbrief morgen op,” zei Jannus.

“En we drukken ‘m af in de Knip,” zei Trees vastberaden. “Tussen de boeken over architectuur en de folders van de Woonbond.”

“Misschien,” zei Jannus, “misschien redt het nog een toekomstig huis van de hellingshoek des absurds.”

“Of van een zolder die alleen maar over zichzelf nadenkt,” lachte Trees.

“Een huis moet je omarmen, niet opvoeden.” zei Trees, terwijl ze nog één keer omkeek naar het strakke dak.
“En een dak,” voegde Jannus zacht toe, “moet geen houding aannemen, maar beschutting geven.”
Ze liepen zwijgend verder. Soms zegt schuin genoeg.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “No.32 Het verticale halve zadeldak”

  1. ZijalleenisZij Avatar

    Zolders zijn een geschenk, geweldig , je vindt er dingen van onschatbare waarde…..en ze ruiken zo lekker, naar…..oud…..😄

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder