
Stemmen met tegenzin
In De Lege Knip rook het die ochtend naar filterkoffie en versgesmeerde boterhammen. De radio speelde zachtjes een jazzdeuntje, maar werd al snel overstemd door het geluid van schuivende stoelen en politiek gemopper.
“Zo,” zei Trees terwijl ze haar jas over de kapstok hing, “daar gaan we weer.”
Jannus keek op vanachter de leestafel, waar de krant openlag op een pagina vol koppen in kapitalen. “Wilders heeft ‘m weer getrokken. De stekker.”
“Die man heeft meer stekkers dan een verlengblok,” bromde Trees. “En telkens als hij eruit trekt, zitten wij in het donker.”
“En wie mag het licht weer aandoen?” zuchtte Jannus. “Niet hij. Nee, de rest mag de rommel opruimen. Regeren is blijkbaar iets voor de anderen.”
Trees liep naar de koffieautomaat, schonk twee bekers in, en liet zich op de stoel naast Jannus zakken. “Weer verkiezingen. En weer stemmen met samengeknepen billen. Niet omdat je ergens in gelooft, maar omdat je iets wilt voorkomen.”
“Stemmen tegen in plaats van voor,” zei Jannus. “Dat is tegenwoordig zo’n beetje de samenvatting van onze democratie.”
Trees knikte. “Die club van Wilders? Mij niet gezien. Te veel geblaf en te weinig hond.”
“En Omtzigt?” vroeg Jannus. “Twintig zetels uit het niets de vorige keer. Maar nu…”
“Nu zwijgt-ie te veel. Te veel mist, te weinig richting,” zei Trees. “En die VVD? Die hebben hun kruid al lang verschoten. Weet je nog wie daar de afgelopen vijftien jaar níét minister is geweest?”
Jannus schudde zijn hoofd. “En dan hebben we nog de Plop-coalitie op links. Alsof ze denken dat we kabouterdromen moeten stemmen.”
“Ze bedoelen het goed, dat geloof ik wel,” zei Trees. “Maar je kunt geen land besturen met idealen alleen. Daar heb je lef voor nodig. En rekensommen die kloppen.”
Ze zaten een moment stil, luisterend naar het gepruttel van de koffieautomaat.
“Dus,” zei Jannus uiteindelijk. “Wat wordt het dan?”
Trees trok haar schouders op. “De minst slechte keus. En hopen dat die ons niet opnieuw naar de stembus stuurt.”
Jannus knikte langzaam. “Of zoals mijn grootmoeder zei: als het niet vooruitgaat, stem dan tenminste op iemand die het niet achteruit trekt.”
— Een nieuw hoofdstuk voor een oude strijd.
Hoofdstuk: De Wankelende Kieswijzer
Jannus nam een slok van zijn inmiddels lauwe koffie en tikte met zijn pen op de krant alsof hij hoopte dat er vanzelf een zinnig antwoord uit zou komen.
“Die club van de democraten,” begon hij, “hebben jarenlang het milieu als heilige graal gepresenteerd. Alles moest duurzamer, groener, elektrischer — maar Nederland had gelukkig in de gaten dat we op die manier regelrecht failliet zouden gaan.”
Trees hief haar wenkbrauwen. “Nou, en Boltenbal blijft ondertussen in elk praatprogramma vriendelijk commentaar leveren, alsof zijn partij nog altijd het moreel kompas van de natie is. Terwijl dat in het verleden toch vooral de club van achterklap en compromissen in achterkamertjes was.”
“Zeker,” knikte Jannus, “maar zo snerend, zo op de man… Alsof hij eerder wil uitdelen dan overtuigen.” Jannus knikte. “Precies. “En die felle Groninger bonenstaak van de socialen,” zei Trees, “die heeft wel karakter, hoor.” Maar zo snerend, zo op de man… of vrouw, dat het soms lijkt alsof ze eerder vecht dan overtuigt.”
Trees leunde achterover. “Heb jij dan nog geloof in klein rechts? Die partijen met het woord ‘vrijheid’ in hun naam, maar die vooral bezig zijn met grenzen, regels en slogans?”
Jannus grijnsde vermoeid. “Dat zijn vaak de mensen die roepen dat Nederland terug moet naar vroeger, maar vergeten erbij te zeggen welk vroeger ze bedoelen. 1953? 1880? Of vorige week dinsdag?”
Trees keek naar buiten, waar een stel fietsers tegen de wind in hun weg zocht. “Ik wil gewoon iemand die niet liegt, niet schreeuwt, en begrijpt dat mensen méér zijn dan kiezers. Maar ik geloof dat die kandidaat al lang naar België is geëmigreerd.”
Jannus zuchtte. “Dan stemmen we weer met tegenzin. Maar wél bewust.”
— Tussen hoop en hoofdpijn: de weg naar het stemhokje.
Jannus blies zachtjes tegen zijn lepel. “Weet je wat ook raar is? Bij de vorige verkiezingen kreeg die club van Omtzigt meteen twintig zetels. Patsboem. Terwijl-ie eigenlijk nog bezig was met z’n fundamenten.”
Trees knikte bedachtzaam. “Hij werd als een baksteen in het zwembad gegooid. Geen tijd om te wennen, geen kans om te bouwen. En dan verwachten mensen wél dat je meteen olympisch gaat zwemmen.”
“Precies,” zei Jannus. “En iedereen kijkt toe: ‘Toe maar, red het land maar even.’ Terwijl je eigenlijk iemand de kans moet geven om eerst een badpak aan te trekken.”
Trees lachte zacht. “Hij wilde een rustige start, zei hij. Maar Nederland dacht: rustig? We hebben je al ingehuurd, beste man. Nu hup, leveren.”
“En dan nog die media,” vervolgde Jannus. “Bij alles wat hij níet deed werd harder gejuicht of gefoeterd dan bij wat hij wél probeerde.”
“Een soort publieke opvoeding door middel van spotlicht,” zei Trees. “Geen opbouw, geen luwte. En dat voor iemand die altijd al last had van de zwaarte van het dossier.”
“Voor de leeuwen gegooid,” herhaalde Jannus. “En de leeuwen hadden honger. En Twitter.”
Trees zuchtte. “Misschien moeten we voortaan ook maar verkiezingsstress-gidsen uitdelen in De Knip. Een soort EHBO-kit voor mensen die het even niet meer weten.”
Jannus glimlachte. “Met een stemadvies in potlood: ‘Kies rustig. Bouw langzaam. En neem een thermoskan koffie mee naar het stemhokje.’”
Titel: De koffietafelverkiezingen
De klok tikt richting half elf. De leestafel van De Lege Knip is bezet: Trees, Jannus, meneer Van Aalst met zijn vergeelde pet, Hafida met haar breiwerk, en Syl met haar onafscheidelijke thermoskan. Op tafel ligt een krant, open op de pagina met verkiezingsnieuws.
Jannus (nipt van zijn koffie):
“Ze zeggen dat Wilders de stekker eruit trok om de controle te houden. Nou, ik weet niet wat voor stopcontact hij bedoelde, maar ik voel vooral kortsluiting.”
Trees:
“En dan nog zeggen dat hij verantwoordelijkheid wil nemen. Vorige keer trok hij zich terug uit de formatie, nu uit het hele kabinet. Alsof-ie vooral goed is in verdwijnen zodra het lastig wordt.”
Meneer Van Aalst (met grommende stem):
“Ze spelen met het land alsof het een kaartenhuis is. En wij maar blazen om het overeind te houden.”
Syl (glimlacht zuur):
“En dan die Omtzigt. Twintig zetels, en meteen moest-ie een landsplan uit z’n mouw toveren. Kon amper wennen aan z’n nieuwe jasje, of hij zat al in het diepe.”
Hafida (zonder op te kijken van haar breiwerk):
“Dat krijg je als mensen massaal iemand kiezen die nog geen partijstructuur heeft. Geen wortels, geen schaduw. Alleen maar verwachting.”
Trees:
“Voor de leeuwen gegooid, zeg ik je. En de media zat op de voorste rij met popcorn.”
Jannus:
“Alsof je een kleuterklas vraagt een flatgebouw te bouwen. Geen geduld, alleen deadline.”
Syl:
“En dan die bonestaak van de socialen, hoe heet hij ook alweer… Nou, karakter heeft-ie, maar hij bijt wel meteen. En altijd zo… vermanend.”
Meneer Van Aalst:
“En die democraten met hun windmolens en warmtepompen? Als het aan hun lag zaten we nu met z’n allen met een wollen deken en een kruik te vergaderen.”
Trees (grinnikend):
“Nou, als ze dan maar niet aan die kruik draaien alsof het beleid is.”
Hafida:
“Wie je ook stemt, het blijft altijd kiezen tussen wie je het minst wantrouwt.”
Jannus: (neemt een slok koffie, zucht diep):
“Ik denk dat het allemaal pestkoppen zijn en altijd tegendraads naar de ander zijn. Ze spreken over links en rechts, maar ze beloven allemaal vooruitgang… maar ondertussen lopen ze vooral elkaar voor de voeten met plannen die niet verder reiken dan hun eigen schaduw.”
Geef een reactie op ZijalleenisZij Reactie annuleren