
De klok tikt richting kwart over tien. Het is rustig in De Lege Knip. Alleen het zachte gerommel van de koffiemachine doorbreekt de stilte. Jannus zit al aan de leestafel, zijn bril op het puntje van zijn neus, en zijn vingers grijpen naar de krant alsof die hem iets nieuws kan leren. En verdomd — dat doet die krant vandaag.
“Rattenoverlast loopt uit de hand in Den Bosch — het is dweilen met de kraan open”, luidt de kop.
Jannus (mompelend):
“Daar is ze weer. Wilma Netten. Vangt ratten met meer moed dan drie wethouders bij elkaar.”
Trees komt binnen, jas nog open, wangen rozig van de wind.
Trees:
“Heb je het gelezen? Wilma staat weer in de krant hè? Die vrouw durft gewoon met blote handen een rioolklem bij te stellen. In Den Bosch zijn ze de controle kwijt, maar zij niet.”
Jannus:
“Ze schrijft geen rapporten, ze vangt ratten. Wilma. De enige die je midden in de nacht kunt bellen als je achter het behang gegil hoort.”
Syl (komt erbij zitten):
“Ze heeft laatst nog in haar eentje het hele binnenterrein van de oude margarinefabriek aangepakt. Met een hoofdlampje op. Alsof ze meedeed aan een oorlogsfilm.”
Hafida (droog, al breiend):
“Wat een man niet durft, doet Wilma in haar ochtendjas.”
Meneer Van Aalst (komt aanschuifelen, pet scheef op zijn hoofd):
“Vroeger had je er in elke wijk wel eentje als Wilma. Nu zitten ze op kantoor met spreadsheets over ratten. Dat noemden we vroeger gewoon… poespas.”
Trees:
“Ze zeiden op radio Brabant dat de gemeente al 140.000 euro had uitgegeven aan ‘bestrijdingsstrategie’. Maar als je Wilma een buskaart en een thermoskan geeft, is het in drie dagen stil in de steegjes.”
Jannus (geamuseerd):
“Als Den Haag haar aanstelt als coördinator Ongeziene Zaken, is het land binnen een week schoon. Van ratten én slap beleid.”
Er valt een stilte. Alleen het tikken van Hafida’s breinaalden klinkt nog even door. Dan schraapt Syl haar keel.
Syl:
“Eigenlijk… zouden we haar moeten uitnodigen. Voor een ochtendje in De Lege Knip. Een lezing van Wilma Netten. ‘Overleven tussen ratten en regeltjes’.”
Jannus (lacht):
“En daarna demonstratief een putdeksel lichten. Voor het publiek.”
Trees:
“En wie weet, leert ze de wethouder van Wonen gelijk hoe je een kraan dichtdraait als het lekt.”
Meneer Van Aalst:
“Of hoe je met je voeten in de modder nog altijd rechtop kunt blijven staan.”
Ze lachen allemaal even. Dan schenkt Jannus zichzelf nog een kop koffie in, legt de krant neer alsof hij een hoofdstuk afgesloten heeft, en zegt met zachte, bijna bewonderende stem:
Jannus:
“Wilma Netten. Geen ambtenaar, geen politicus… maar de enige met echte grip op de stad.”
Plaats een reactie