No. 41 ‘De Opgezette Waarheid’


De hoek werd ingericht op een woensdagochtend, in alle stilte.

Op een houten dressoir, ooit eigendom van een vergeten dominee, stonden ze ineens: een das, een steenmarter, een briluil en een fazant met verstoorde blik. Allen op keurige plankjes, voorzien van kleine naamkaartjes in sierlijke letters, geschreven door Justina’s bibberige hand.

Boven de tafel hing een bord:
“Tijdelijke Expositie – Het Opgezette Verleden”

Trees had er lang over getwijfeld. Ze vond het idee zowel gruwelijk als fascinerend.
“Het zijn net mensen die niets meer zeggen maar nog wél bekeken willen worden,” had ze gefluisterd toen ze de briluil stofvrij poetste met een zachte kwast.

Jannus zag er een diepere laag in:
“Misschien zijn we allemaal een beetje opgezet. In houding, in façade. Een herinnering die ergens tussen leven en verhaal hangt.”

De eerste bezoekers reageerden wisselend. Sommigen lachten nerveus. Anderen doken meteen in hun jeugdherinneringen aan grootvaders vitrine. Een enkeling schrok zichtbaar terug.

Maar op vrijdagmiddag kwam het omslagpunt.

Een jonge vrouw met een leren jas, piercing in haar neus en een linnen tas met ‘Dier = geen ding’ erop, maakte een foto, fronste diep en zei tegen haar vriend:
“Walgelijk. Waarom wordt dit niet gecanceld?”

De maandag daarop verscheen een opiniestuk in het lokale dagblad:
“Kringloop of Dierenkerkhof? Waarom De Lege Knip de grens over gaat.”

En toen kwamen de protestgroepen.
Niet met fakkels, maar met flyers.
Niet met geweld, maar met morele ernst en herbruikbare pennen.

Aan de stoep verschenen mensen met borden:

  • “Geen kunst van kadavers!”
  • “Respect voor wat leeft – ook wat dood is!”
  • “Wat volgt? Een menselijke urnenhoek?”

Trees bleef opmerkelijk kalm.
Ze had pesterijen overleefd. Verlies. Onbegrip.
Een das op een plankje kon haar niet meer uit het lood slaan.

“Laat ze komen,” zei ze.
“Laten we praten. Niet preken.”

En zo gebeurde het dat De Lege Knip — midden tussen meubels, boeken en geborduurde wandspreuken — een serie gespreksavonden startte:

‘Wat zetten wij op?’ — gesprekken over herinnering, verzet, ethiek en erfgoed.

De briluil bleef staan.
Iemand gaf hem de naam Koos, naar de man uit Breedvelds roman.
“Want die keek ook zo naar de wereld,” zei een oude vrouw. “Vanuit stilte. En toch indringend.”

Jannus begon er een essay over te schrijven:
“De opgezeten mens: over fixatie, framing en verzet tegen het vergeten.”

En niemand had verwacht dat het stilste hoekje van de kringloopwinkel zou uitgroeien tot de luidste plaats van gesprek.

‘Opgezet, maar niet vergeten’

De hoek groeide langzaam.

Het begon met de spreeuw van Trees’ herinnering, of liever: een andere spreeuw, van een oude jager uit Norg, die hem jaren geleden had laten opzetten omdat hij ‘zo mooi landde’. Hij schonk het dier met de woorden:

“Ik geloof niet meer in vasthouden, maar ik geloof nog wel in kijken.”

Zuster Justina plaatste er een handgeschreven bordje bij:
“Vastgelegd voor wie het niet meer zag komen.”

Langzaamaan kwamen er meer stukken binnen. Geen nieuwe donaties, maar vergeten objecten uit de opslagruimte, zolders van overleden mensen, onverwacht uit koffers en dozen opgedoken.

Een konijn met een missend oortje.
Een eekhoorn op een stronk, stoffig maar fier.
Een vis, op een plank, met een blik alsof hij zich er nog steeds niet bij neer kon leggen.

Bezoekers begonnen er anders te lopen. Eerst voorzichtig, alsof ze een kapel betraden. Dan wat losser, nieuwsgieriger. Kinderen wezen met zachte vingers. Ouderen zwegen.

Er ontstonden gesprekken.

Een vrouw met een oranje regenjas vertelde over de papegaai van haar moeder die ooit is opgezet nadat hij stierf op kerstavond.
“Hij zei ‘hou je kop’ tot aan zijn laatste adem,” glimlachte ze. “Daarna was het stil, en dát was pas raar.”

Een man uit Appelscha bracht geen dier mee, maar een houten sokkel met lege pootafdrukken erop.
“De kat liep weg voor we ‘m konden laten opzetten. Maar dit is hoe ik me haar herinner: als afdruk.”

Trees noteerde in haar schrift:

“Soms is wat ontbreekt net zo zichtbaar als wat bewaard is.”

Op een zaterdagmiddag zat Jannus achter de balie en keek naar de das.
“Zou het opzetten van herinneringen niet net zoiets zijn als het opzetten van dieren?” vroeg hij hardop. “Je kiest hoe je het presenteert. Je kiest de houding. De uitdrukking. Maar het blijft stil.”

Trees knikte.
“En soms is die stilte genoeg. Soms spreekt het meer dan al onze woorden.”

Ze zette een nieuw bordje neer, dit keer voor de vitrine waarin een kleine muis onder een stolp stond.
“Ooit stilgezet. Nu gezien.”

Langzaamaan werd de taxidermiehoek een plek van overweging, geen expositie. Een tussenruimte. Waar mensen kwamen om te kijken, en bleven om te voelen.

Sommigen legden er briefjes neer.
Korte zinnen.
Wensen.
Een tekening van een hond met vleugels.
Een ingelijste foto van een kanarie, met daaronder:

“Ik liet je los. Maar je bleef in de kamer hangen.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “No. 41 ‘De Opgezette Waarheid’”

  1. ymarleen Avatar

    Die laatste zin is zo diepzinnig en mooi.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder