No. 64 Een keuken in de Lege Knip


Het schoolgebouw waarin De Lege Knip nu al bijna een jaar gevestigd was, had een lange geschiedenis. Waar ooit zes lokalen gevuld waren met kinderen die schreven op lei of later met balpen in kromme schriften, was nu een wereld ontstaan van tweedehandsboeken, oude meubelen, koffiegeur en verhalen. Het voormalige gymnastieklokaal fungeerde als opslag voor grotere stukken, de oude lerarenkamer deed dienst als vrijwilligersruimte, en het kantoor van de hoofdonderwijzer was inmiddels het domein van Trees en Jannus.

Sinds kort hadden ze ontdekt dat er boven op zolder nog een overloop met vier kamers was. Eén daarvan was opgeknapt en ingericht als tijdelijke woonruimte voor Roy, die hier langzaam weer grip kreeg op zijn leven. De andere kamers wachtten nog op een bestemming, misschien ooit logeerkamers, of kleine werkruimtes voor vrijwilligers die zich meer wilden inzetten.

Het succes van De Lege Knip was duidelijk. Steeds meer mensen wisten hun weg naar de winkel te vinden, niet alleen om te snuffelen tussen de boeken of om een antiek servies te bewonderen in het kleine museumhoekje, maar ook om te blijven hangen aan de leestafels. Daar stonden altijd potten met verse koffie en thee klaar, geserveerd in mismatched kopjes die zelf ooit ingebracht waren. Het was meer geworden dan een kringloop: het was ook een ontmoetingsplek.

Op een dinsdagmiddag, terwijl de regen zachtjes tikte tegen de hoge ramen van het oude handenarbeidlokaal, kwam Barteld met een nieuw idee. Hij zette zijn bril recht, schoof zijn stoel dichter naar de tafel en zei:
“Luister, we hebben hier ruimte zat, en mensen die blijven hangen tot laat in de middag. Maar op een gegeven moment gaan ze allemaal weer naar huis, vaak alleen, om daar een bord eten op te warmen. Wat nou als we in dit lokaal een kleine keuken maken? Gewoon iets eenvoudigs: soep, stamppot, misschien een ovenschotel. Voor een vaste lage prijs, speciaal voor vaste bezoekers.”

Trees keek verrast. “Dat zou mooi zijn, Barteld, maar weet je wel hoeveel regels daaraan vastzitten? Je hebt horecapapieren nodig, vergunningen, hygiëne-eisen… Straks krijgen we ruzie met de cafés en restaurants in het dorp.”

“Dat klopt,” zei Barteld, “maar we hoeven het niet groot te maken. Geen restaurant, geen concurrentie. Gewoon een buurthuis-idee. Een plek waar je voor een paar euro warm kunt eten zonder gedoe.”

De discussie ging die middag nog door en bereikte uiteindelijk zelfs de burgemeester. Een week later zaten Trees, Jannus en Barteld in het oude hoofdonderwijzerskantoor tegenover haar en een ambtenaar van de gemeente.

De burgemeester leunde met haar ellebogen op het bureau en zei: “Ik begrijp het idee, en eerlijk gezegd past het mooi bij wat De Lege Knip de afgelopen tijd heeft laten zien. Jullie vervullen een sociale functie die we nergens anders hebben. Maar officieel moet er een horeca-bestemming op het pand zitten, en die hebben jullie niet. Wat wel kan, is een proefproject: kleinschalig, met iemand die de benodigde papieren bezit. Als jullie die persoon kunnen vinden, kan ik zorgen voor een tijdelijke ontheffing.”

Het was even stil. Trees knikte langzaam. “Dus eigenlijk zeggen jullie: het kan, maar op heel kleine schaal en alleen met de juiste persoon erbij.”

De ambtenaar vulde aan: “Precies. Denk aan een daghap, één gerecht, hooguit drie keer per week. Dat is beheersbaar en drukt geen stempel op de horeca in de buurt. En voor de rest moet het vooral in lijn blijven met wat jullie al doen: mensen samenbrengen.”

Na afloop liepen ze door de lege gangen terug. De zon scheen schuin door de hoge ramen, en het stof danste in de lichtbundels. Jannus zei: “Weet je, dit gebouw heeft kinderen zien leren schrijven, gymmen, handenarbeid doen. Het heeft altijd in het teken gestaan van opvoeding en gemeenschap. Als er straks soep wordt geserveerd in het oude handenarbeidlokaal, dan is dat geen breuk met het verleden. Dan is het gewoon de volgende bladzijde.”

Trees glimlachte en zei:
“Als we hier gewoon een paar kaarten ophangen dat we op zoek zijn naar iemand met papieren voor de kleine keuken? Zonder poeha, gewoon intern.”

Jannus knikte bedachtzaam. “Dat lijkt me wel verstandig. Geen ruchtbaarheid, geen beloftes. Pas als er iemand komt die de papieren heeft en er zin in heeft, dan zien we verder. En dan mag hij ook zelf aangeven met welk materiaal hij wil werken.”

En zo gebeurde het. Trees schreef enkele zinnen op een stuk stevig papier en hing de kaartjes op bij de leestafels en bij de ingang, naast de prikborden waar ook vrijwilligersdiensten en buurtactiviteiten stonden aangekondigd. Er werd verder geen woord meer aan vuil gemaakt. Het bleef een open mogelijkheid, niet meer dan dat.

Een paar dagen later echter, toen de middagzon warm door de oude schoolramen viel, stapte er iemand binnen die getipt was door Alijda. Hij stelde zich voor als Adriaan. Een man van tegen de zeventig, keurig gekleed, maar met een ontspannen uitstraling. Zijn ogen fonkelden jonger dan zijn leeftijd deed vermoeden.

“Ik ben gepensioneerd,” zei hij met een glimlach, “en ik heb eigenlijk alle tijd van de wereld. In mijn werkende leven heb ik veel in keukens gestaan, en ja, de papieren heb ik nog altijd.”

Trees en Jannus namen hem mee naar het voormalige handenarbeidlokaal. De geur van hout en verf hing er nog in de muren, maar het was niet moeilijk om zich voor te stellen hoe hier straks een kleine keuken zou kunnen ontstaan. Adriaan keek rond, kneep zijn ogen samen alsof hij de ruimte in zijn hoofd al begon in te richten, en knikte toen tevreden.

“Dit kan wat worden,” zei hij. “Geen restaurant natuurlijk, maar een eenvoudige, huiselijke keuken. Een plaats waar soep en stamppot de mensen aan tafel brengen.”

Een half uur lang praatten ze over mogelijkheden, kosten en beperkingen. Adriaan stelde voor om een plan op papier te zetten, met een overzicht van wat nodig zou zijn en hoe het kleinschalig kon worden aangepakt.

De ruimte van het oude handenarbeidlokaal bleek verrassend groot. De hoge ramen lieten veel licht binnen en de stevige werktafels stonden er nog altijd, met diepe krassen en brandplekken die herinnerden aan tientallen jaren knutselwerk. Adriaan liep er langzaam omheen, streek met zijn hand langs het hout en knikte tevreden.

“Deze tafels zijn robuust genoeg,” zei hij. “Ze kunnen prima dienstdoen als werkbanken. Geen reden om hier dure roestvrijstalen meubels neer te zetten.”

Omdat er geen gasaansluiting meer aanwezig was, moest alles elektrisch gebeuren. Adriaan zette de eerste punten op zijn lijst:een fornuis,  een contactgrill, een friteuse, enkele degelijke messen en een paar goede snijplanken. Voor het schoonmaken dacht hij aan een eenvoudige vaatwasser, of anders een degelijk aanrecht met wasbak, dweilen, vaatdoeken en schoonmaakmateriaal.

“Hou het eenvoudig,” zei hij beslist. “We hoeven hier geen restaurant na te bootsen. Het gaat om een kleine warme hap, betaalbaar en huiselijk. Soep, een dagschotel, soms wat friet. Dingen die mensen kennen en waar ze warm van worden.”

Trees bladerde intussen in een oud kasboek van De Lege Knip en wees: “We hebben nog wel een voorraad glazen, bestek en enkele pannen in de opslag. En ik weet bijna zeker dat er in de kelder nog koffiekannen en schalen staan.”

Adriaan glimlachte. “Kijk, dat scheelt alweer. Hergebruiken wat er al is — dat past precies bij de geest van deze plek.”

Toch was het duidelijk dat er een investering nodig zou zijn. Adriaan beloofde thuis een berekening te maken van de kosten voor de nieuwe apparaten en het nodige schoonmaakmateriaal. Daarmee zouden Trees en Jannus vervolgens naar de gemeente moeten stappen. Want zoals de afspraken luidden, moest de gemeente in alle gevallen garant staan voor dit soort investeringen.

“Geen grote stapels formulieren, hoop ik,” mompelde Jannus.

Trees lachte. “Je weet hoe het werkt, Jannus. Eerst papier, dan pas soep.”

En terwijl Adriaan zijn notities in zijn keurig leren mapje stopte, keek hij nog eens tevreden om zich heen. “Ik zie het al voor me. Binnen een korte tijd kan dit lokaal de geur van versgebakken broodjes en warme stamppot ademen.”

Toen hij even later vertrok, bleef Trees in de deuropening staan. “Zie je wel, Jannus,” zei ze zacht, “soms hoef je alleen maar een kaart op te hangen.”

Een week later was het handenarbeidlokaal nauwelijks meer te herkennen. Waar vroeger kinderen met lijmpistolen en houtzaagjes werkstukken maakten, stond nu een rij elektrische apparaten te zoemen. De oude werktafels waren stevig opgepoetst en dienstbaar geworden als werkbladen. Het bestek en serviesgoed was uit de opslag van De Lege Knip gehaald, door Trees en een paar vrijwilligers zorgvuldig afgewassen en glimmend neergezet in de kasten.

Jannus had met zijn bekende neus voor koopjes ergens een tweedehands combinatie van vriezer en koelkast op de kop getikt. Daarmee kon er eindelijk gekoeld worden, en dus kon er voor het eerst écht proefgedraaid worden in de nieuwe semi-professionele keuken.

En zoals altijd in De Lege Knip: als er iets nieuws te beleven viel, waren de vaste bezoekers er als de kippen bij. Het rook al snel naar gebakken ui en vers brood.

Adriaan, die als vanzelfsprekend de leiding nam, kreeg die dagen hulp van Roy. Voor hem was alles nieuw: een snijplank vasthouden, groenten in gelijke stukjes hakken, of een pan goed heet laten worden.

Toen er een uitsmijter op het menu verscheen, fronste Roy zijn wenkbrauwen. “Maar meneer Adriaan, hoe komen ze nou aan die naam? Het is toch gewoon een paar plakjes brood met wat ham en een eitje erop?”

Adriaan zette de spatel neer, keek Roy met een glimlach aan en begon uit te leggen:
“Hoewel sommigen denken dat het iets te maken heeft met eieren smijten, is het waarschijnlijker dat de naam verwijst naar het moment waarop het gerecht werd geserveerd: aan het eind van de avond, vlak voor sluitingstijd. Een uitsmijter was dus eigenlijk het laatste stevige hapje, iets waarmee je de avond ‘uitsmeedt’. Vandaar ook de andere betekenis van het woord: het slotstuk van een bijeenkomst. Met zo’n uitsmijter achter de kiezen kon je er weer tegenaan.”

Roy knikte nadenkend, terwijl hij voorzichtig een eitje boven de pan brak. “Dus eigenlijk is het meer een afsluiter dan een ontbijt.”

“Precies,” zei Adriaan. “En als je het goed bakt, wordt het een klein feestje op een bord.”

Trees, die vanuit de deuropening stond te kijken, kon haar glimlach niet onderdrukken. Het was alsof De Lege Knip weer een nieuw hoofdstuk had gekregen: een keuken waar niet alleen eten bereid werd, maar ook verhalen, herinneringen en kleine stukjes geschiedenis werden doorgegeven.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “No. 64 Een keuken in de Lege Knip”

  1. Harry Avatar
    Harry

    Keuken verhaal, mensen die ideeën hebben, en terug iets opzetten, wat een mooi verhaal. Sjiek ik zag het ZO VOOR MIJ ..hoe het er aan toe ging. Prachtig , nog effe en ik rook de verse broodjes, en de heerlijke uien hhmmmmmm 🤗👍🙏

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Harry Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder