No. 66 Nieuwsgierigheid in de Lege Knip


Het was inmiddels al middag toen Jannus even pauze nam en bij Trees aan tafel schoof. De anderen waren nog druk bezig met hun werkzaamheden. Roy zat in de bibliotheek en had van Trees de opdracht gekregen de oudere boeken van de jongere te scheiden.

Trees keek Jannus schuin aan en vroeg:
“Wat was dat vanmorgen eigenlijk, met die twee vrouwen waar je zo lang mee hebt staan praten?”

Jannus glimlachte, keek haar een moment recht in de ogen en barstte toen in lachen uit.
“Trees, wat ben jij toch nieuwsgierig!”

Zijn lach bulderde zo luid dat iedereen in de Lege Knip even opkeek.

Trees trok een wenkbrauw op en zei:
“Volgens mij was dat een moeder met haar dochter, toch?”

“Ja,” knikte Jannus, “maar het is weer een triest verhaal. De dochter is net zestien en zwanger geraakt. Ze weten eerlijk gezegd niet eens precies wie de vader is. Haar ouders hebben een groot huis, en nu willen ze op de bovenverdieping een paar kamers voor haar inrichten. Ze kwamen hier kijken of er bruikbare meubels te vinden waren.”

Trees keek hem doordringend aan.
“En? Zijn ze geslaagd?”

Jannus dacht even na.
“Er is keuze genoeg bij ons, maar het meisje zat er helemaal doorheen. Ze was op alles tegen. En dat kan ik me ook wel voorstellen, want het is voor haar natuurlijk een moeilijke en verwarrende situatie.”

Op dat moment voegde Roy zich bij hen. Hij had duidelijk een deel van het gesprek opgevangen.
“Dat meisje met haar moeder van vanmorgen… die wonen vlak bij mijn ouders, in een grote villa. Van haar heb ik gehoord dat ze vaak met andere jongens optrekt. Ze zijn hier inderdaad lang geweest, maar zijn uiteindelijk zonder iets vertrokken.”

Jannus keek hem serieus aan.
“Roy, het gedrag van dat meisje is niet iets waar wij over hoeven te oordelen. Dat is háár leven, daar praten we hier niet verder over.”

Roy bloosde en wendde zijn blik af.
“Sorry, Jannus. Ik begrijp wat je bedoelt.”

Trees knipoogde naar Jannus, zo van: hij vat het goed op. Daarna richtte ze zich op Roy en stelde een vraag waarvan ze wist dat die misschien lastig kon zijn.

“Roy… weet jij eigenlijk hoe het met je ouders gaat? Of heb je nog iets van hen gehoord?”

Roy keek haar even aan, aarzelde en knikte toen langzaam.
“Ik heb ze niet gesproken, maar wel geappt. Ze weten al vanaf het begin dat ik hier ben, en ze zijn ook nieuwsgierig naar hoe het hier is. Ze willen graag dat we weer gaan praten, maar… ik denk dat ik daar zelf nog niet helemaal klaar voor ben.”

Jannus knikte begrijpend.
“Ik snap dat je er zo in staat. Maar er is ook een andere mogelijkheid. We zouden je ouders hier kunnen ontvangen. Dit is voor jou een veilige plek, en er is altijd iemand van ons in de buurt om je te steunen.”

Roy keek van Jannus naar Trees en terug. Zijn gezicht stond ernstig, maar er lag ook iets zachts in zijn blik.
“Ik heb daar al wel aan gedacht,” zei hij zacht, “en het lijkt me ergens ook wel een goede oplossing. Alleen… ik twijfel nog. Misschien is het nog te vroeg.”

Jannus boog zich iets naar hem toe.
“En stel,” zei hij rustig, “stel dat je ouders, of zelfs maar één van hen, hier nu plotseling binnen zouden stappen… hoe zou je dan reageren?”

Roy haalde zijn schouders op, alsof hij het zelf niet helemaal wist.
“Dat zou ik niet weten,” zei hij na een korte stilte. “Het hangt natuurlijk ook af van hoe zij naar míj reageren. Ik denk dat ik zelf nogal afwachtend zou zijn… en zeker niet meteen het voortouw neem.”

Trees boog zich iets naar hem toe en legde haar hand kort op zijn arm. “Afwachtend is niet verkeerd, Roy. Soms is het beter om eerst te kijken wat er gebeurt. Maar vergeet niet: je ouders zullen óók onzeker zijn. Misschien hopen ze dat jíj de eerste stap zet.”

Jannus knikte bedachtzaam. “Je hoeft geen grootse woorden te hebben, jongen. Soms is een simpel ‘hallo, fijn dat je er bent’ al genoeg om de muur te breken. En weet je—” hij glimlachte zacht, “—je bent hier niet alleen. Als het spannend wordt, staan Trees en ik gewoon naast je.”

Roy keek van de één naar de ander, en voor het eerst brak er een klein, aarzelend glimlachje door.

Jannus herinnerde zich het gesprek dat hij eerder met Trees had gevoerd. Ze hadden samen al eens stilgestaan bij de vraag of er een moment zou komen om ook met Roy’s ouders te praten. Zijn eerste ingeving was geweest om gewoon te bellen, maar Trees had toen beslist haar hoofd geschud. “Niet zonder dat Roy het weet,” had ze gezegd. “Dat voelt niet eerlijk. Het moet oprecht zijn, en in overleg.”

Nu keek Jannus Roy recht aan.
“Maar Roy,” begon hij rustig, “wat zou jij er van vinden als ik het initiatief neem? Dat ík contact met je ouders opneem, en eventueel een afspraak met ze maak? Niet achter je rug om, maar juist mét jouw toestemming.”

Roy schoof wat ongemakkelijk op zijn stoel. Hij dacht even na, kneep zijn ogen half dicht, alsof hij de woorden moest proeven voordat hij antwoord gaf. Trees keek hem afwachtend aan, zonder te duwen, met die zachte blik die ze speciaal voor dit soort momenten leek te bewaren.

Roy liet zijn hoofd wat zakken en sprak met een zachte, bijna gebroken stem:
“…Ik weet niet of ik het aan kan. Mijn schuldgevoel naar mijn ouders toe groeit met de dag. Wat heb ik hen aangedaan… maar ook mezelf.”

Er viel een stilte. Trees legde haar hand even op de tafel, alsof ze hem onzichtbaar steun wilde geven.

Toen boog Jannus iets naar voren. Zijn stem klonk warm, maar ook beslist:
“Roy, ik denk dat als jij niet wilt dat dat schuldgevoel verder groeit, je nu een kans hebt. Sta open voor het verhaal dat jíj je ouders wilt vertellen. Wacht je te lang, dan wordt de drempel alleen maar hoger… en je beslissing steeds moeilijker. Maar—” hij keek hem nadrukkelijk aan, “het blijft jouw keuze.”

Het duurde enkele lange minuten, waarin alleen het zachte geritsel uit de bibliotheek te horen was, voor Roy eindelijk weer in de richting van Jannus keek. Zijn ogen waren onrustig, maar zijn stem vastberaden:
“…Ik denk dat je wel gelijk hebt. Uitstel maakt het alleen maar zwaarder. Dus zal ik—zoals ze zeggen—‘de koe bij de horens vatten’ en de confrontatie aangaan.”

Trees knikte bedachtzaam, een warme blik in haar ogen. “Goed zo, Roy. Maar laat Jannus je ouders maar uitnodigen. Dan kan hij ook uitleggen hoe het hier gaat en hoe jij je plek gevonden hebt.” Ze zweeg even, alsof ze haar woorden zorgvuldig afwoog, en voegde er toen aan toe: “Ik ga er bovendien vanuit dat je ouders ook nog wel contact hebben met Saskia, de inspecteur van politie. Die zal hen ongetwijfeld al geïnformeerd hebben, of nog steeds bijpraten.”

Diezelfde middag pakte Jannus de telefoon en belde met de moeder van Roy. Hij vertelde in grote lijnen het hele verhaal. Zij bevestigde dat ze inderdaad al een aantal keren contact had gehad met inspecteur Saskia van de politie, die haar op de hoogte hield zodra er iets bijzonders speelde.

Terwijl het gesprek gaande was, kwam ook de vader van Roy thuis. Hij nam de telefoon over en voegde zich in het gesprek. Zijn stem klonk vastberaden maar ook opgelucht.
Hij zei dat hij blij was met de opvang die Roy in de Lege Knip had gevonden, en herinnerde eraan dat hij zelf al eens met zijn zoon had geappt. Vervolgens sprak hij open over de oorzaak van de problemen die ontstaan waren.

“Roy heeft in die periode fouten gemaakt,” erkende hij eerlijk. “Maar wij moeten ook toegeven dat we hem toen niet goed hebben opgevangen. Het huis is nu rustiger, maar toch… vaak verlangen we ernaar hem weer thuis te hebben. Alleen, natuurlijk, als hij dat zelf wil.”

De woorden bleven even in de lucht hangen, en Jannus voelde de oprechtheid erdoorheen. Hij regelde met hen een afspraak om binnenkort langs te komen in de Lege Knip — een eerste, voorzichtige stap naar een mogelijk weerzien.

Toen Jannus het telefoongesprek had beëindigd, keek hij even naar Trees. Zij knikte alleen maar, alsof ze wilde zeggen: dit was nodig. Daarna zochten ze Roy op in de bibliotheek.

“Roy,” begon Jannus rustig, “ik heb je ouders gesproken. Ze willen binnenkort hierheen komen. Niet om jou onder druk te zetten, maar gewoon om jou weer eens te zien.”

Roy bleef stil, zijn vingers gleden gedachteloos langs de ruggen van de boeken. Trees legde haar hand kort op zijn arm. “Je hoeft niet bang te zijn, jongen. Dit is jouw terrein. Jij bepaalt hoe dichtbij ze mogen komen.”

Roy zuchtte diep. “Ik ben zenuwachtig… maar misschien is dit wel de beste plek. Hier voel ik me veilig.”

“Precies,” zei Jannus. “En wij zijn er ook bij.”

De middag dat Roy’s ouders zouden komen, hing er een bijzondere spanning in de Lege Knip. De ruimte was stiller dan anders, alsof iedereen onbewust de adem inhield.

Roy zat wat onrustig in de bibliotheekhoek. Hij stond telkens op, liep naar het raam en ging weer zitten. Jannus merkte het op en zei kalm: “Adem maar rustig, jongen. Dit is jouw moment. En onthoud: wij blijven erbij.”

Niet veel later klonk de buitendeur. De stemmen van een man en vrouw vulden de hal. Roy verstijfde. Trees legde zacht een hand op zijn schouder. “Kom maar, ze komen niet als rechters, ze komen als ouders.”

Toen de ouders binnenkwamen, bleven ze eerst even staan. Het was alsof tijd en woorden hen alle drie tegelijk ontglipten. Pas toen stapte de moeder voorzichtig naar voren, haar ogen vochtig. “Dag Roy…” zei ze zacht.

Roy slikte hoorbaar en antwoordde aarzelend: “Hoi mam… pap…”

Jannus liep direct naar de ouders van Roy en stelde zich rustig voor. Vervolgens begeleidde hij hen naar de plek waar Trees en Roy stonden. Terwijl Trees de moeder de hand schudde, stapte Roy’s vader naar voren en sloot zijn zoon stevig in de armen. “Zeg maar even niets,” fluisterde hij.

Daarna was de moeder aan de beurt. Met tranen in haar ogen viel ze snikkend om Roy’s hals, en hij liet haar begaan. Roy’s vader wendde zich intussen tot Trees, maar had moeite zijn emoties te verbergen bij het zien van de ontlading tussen vrouw en zoon.

“Goed,” zei Jannus na een korte stilte, “laten we naar het kantoor gaan. Daar kunnen we in alle rust verder praten.” Hij liep voor en wees de weg.

Eenmaal zittend keek hij de kring rond en stelde voor: “Als iedereen het goed vindt, laat Roy dan beginnen. Hij kan vertellen wat hij kwijt wil.” Roy’s moeder knikte instemmend, terwijl zijn vader aarzelde en wilde toevoegen dat hij ook graag iets zou zeggen. Maar voordat er een discussie kon ontstaan, zei Trees beslist: “Laten we dat aan de twee mannen zelf overlaten.”

Roy haalde diep adem, keek zijn ouders aan, en begon als eerste te spreken.

Roy keek even naar de tafel, zijn handen in elkaar gevouwen, en zocht naar de juiste woorden. “Ik weet eigenlijk niet goed waar ik moet beginnen,” zei hij zacht. “Wat ik jullie heb aangedaan, laat me niet los. Ik heb fouten gemaakt, domme keuzes, en ik weet dat ik jullie daarmee verdriet heb gedaan. Maar ik voelde me toen zo gevangen, alsof ik nergens meer terecht kon… en daarom ben ik hier terechtgekomen.”

Hij keek even op, zijn ogen vochtig. “Ik schaam me voor hoe ik weg ben gegaan, zonder echt te praten. Het schuldgevoel dat ik sindsdien met me meedraag… dat groeit elke dag. Ik wil niet langer doen alsof er niets gebeurd is. Ik wil het jullie gewoon zeggen, recht in de ogen: het spijt me.”

Hij zweeg even en keek afwachtend naar zijn ouders, alsof hij niet wist of er stilte of een storm zou volgen.

Roy’s vader wil wat zeggen, maar komt niet uit zijn woorden. Hij brengt alleen een enkel woord uit:
“Sorry.”

Het blijft stil, totdat Roy’s moeder voorzichtig begint:
“Roy, wij zijn zó blij dat we elkaar weer kunnen zien en elkaar in de ogen kunnen kijken. We weten allemaal wat er in het verleden is misgegaan. Jij had het moeilijk op school en door je gedrag, dat niemand leek te begrijpen, hebben we je in de steek gelaten. We konden je niet meer bereiken. Achteraf beseffen we dat wij ook fouten hebben gemaakt, door je niet op de juiste manier op te vangen. Je vader en ik zijn ons daar heel bewust van. Ik hoop dat je ons dat kunt vergeven, want we willen niets liever dan onze band opnieuw opbouwen.”

Roy’s vader sluit zich, inmiddels wat rustiger, aan:
“Je moeder heeft het goed gezegd. Ik had het niet beter kunnen verwoorden. Ik hoop dat we binnenkort weer eens als gezin iets samen kunnen doen, zoals vroeger.”

Trees knipoogt naar Roy’s moeder en wenkt zacht: ‘Ga maar’.
Moeder staat op, Roy ook. Ze lopen naar elkaar toe en omhelzen elkaar. De emoties slaan door; vijf paar ogen vullen zich met tranen. Ook vader komt snikkend dichterbij. Hij zegt niets, maar in zijn blik ligt alles besloten.

Na een korte stilte en een diepe zucht begint Roy:
“Wat heb ik tegen dit moment aangehikt. Jannus en Trees hebben mij ervan overtuigd dat ik dit contact niet langer mocht uitstellen, omdat het anders alleen maar moeilijker zou worden. Ik wil jullie bedanken dat jullie mij zo weer in jullie armen sluiten. De komende weken wil ik hier nog blijven wonen om mijn proefperiode goed af te maken, maar reken er maar op dat ik elke week bij jullie langs kom. Wat er daarna gebeurt, dat zien we samen wel.

En nu wil ik jullie mijn nieuwe kamer laten zien — de plek die ze hier in De Lege Knip speciaal voor mij hebben gemaakt.”

Gezamenlijk lopen ze naar de bovenverdieping, om Roy’s kamer te bekijken.

Roy loopt voorop de trap op, zijn ouders en de anderen achter hem aan. Hij opent de deur naar de bovenverdieping en wijst trots naar binnen.
“Dit is dus mijn kamer,” zegt hij, terwijl hij zijn ouders met een mengeling van spanning en trots aankijkt.

De kamer is eenvoudig, maar warm ingericht. Een bed met een frisse sprei, een bureau met wat schoolspullen en een klein boekenrekje dat Trees voor hem heeft neergezet. Aan de muur hangt een poster die Jannus ergens had gevonden en die Roy meteen had willen houden.

Zijn moeder legt een hand op haar mond.
“Roy… dit is echt jóuw plek,” fluistert ze. Haar ogen dwalen langs de zorgvuldig ingerichte hoekjes, en ze lijkt zichtbaar opgelucht dat haar zoon niet meer dolend maar verankerd is.

Zijn vader knikt, slikt even en legt een hand op Roy’s schouder.
“Je hebt hier niet alleen een kamer, maar ook een begin van iets nieuws. Ik ben er trots op.”

Trees staat iets op de achtergrond, maar haar blik straalt. Ze ziet hoe Roy, die hier zo onzeker binnenkwam, nu stevig naast zijn ouders staat. Jannus, die naast haar staat, fluistert zacht:
“Dit is precies waar we het voor doen.”

Even is er stilte in de kamer, maar het is een stilte die niet drukt, maar draagt. Dan draait Roy zich naar zijn ouders toe en zegt:
“Misschien is dit niet ons oude thuis… maar hier voel ik voor het eerst weer dat ik een thuis héb. En dat ik jullie daarin ook mee kan nemen.”

Zijn moeder slaat haar armen om hem heen, zijn vader sluit zich aan, en zelfs Trees en Jannus voelen zich op dat moment deel van dat nieuwe begin.

En zo staat het vijftal, in een kleine kamer boven de kringloop, bij elkaar — niet langer verdeeld door verwijten en stiltes, maar verbonden door woorden, tranen en de eerste echte stap naar herstel.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “No. 66 Nieuwsgierigheid in de Lege Knip”

  1. ymarleen Avatar

    Deze Roy is goed terechtgekomen.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder