
Het was een zaterdagmiddag waarop de zon zich liet zien alsof ze op afspraak was. In De Lege Knip rook het naar oude boeken, versgezette koffie en een net geopende doos met wollen truien. Jannus was bezig met het uitlijnen van een rij kandelaars, Trees sorteerde ansichtkaarten op thema — “religie, landschap, onbekende familie.”
Toen kwam Barbara binnen. Haar jas was felrood, haar blik vastberaden, en onder haar arm zat Gucci. Een Chihuahua van nauwelijks twee kilo, maar met de blik van een generaal. Haar ogen scanden de ruimte alsof ze de inventaris wilde controleren.
“Zij heet Gucci,” zei Barbara trots. “Klein van formaat, groot van verhalen, maar zij is soms wat opstandig na dat Prada haar broertje een paar jaar geleden is overleden.”
Trees keek op van de kaarten. “Was Prada ook een Chihuahua?”
Barbara knikte. “Maar met een andere ziel. Hij was meer contemplatief. Gucci is… strategisch.”
Gucci keek rond alsof ze het gesprek volgde. Ze snuffelde aan een stapel sjaals, draaide zich om, en ging zitten op een stoel die eigenlijk niet voor honden bedoeld was.
Jannus kwam erbij staan. “We hebben geen afdeling voor rouwverwerking bij huisdieren, maar we hebben wel een doos met porseleinen hondjes.”
Barbara glimlachte. “Ik zoek geen vervanging. Ik zoek een plek waar Gucci even mag zijn wie ze is. Zonder oordeel.”
Harrie, die tot dan toe stil was geweest, zei: “Dan zit je hier goed. Wij oordelen alleen over broodroosters en lampenkappen.”
Barbara ging zitten. Gucci sprong op haar schoot en keek naar Trees alsof ze haar wilde inschatten.
“Ze mist Prada nog steeds,” zei Barbara zacht. “Ze zoekt hem in geuren, in geluiden, soms zelfs in dromen. En ik? Ik probeer haar niet te troosten, maar te volgen.”
Trees knikte. “Rouw is geen proces. Het is een landschap. En soms moet je gewoon samen verdwalen.”
Er viel een stilte. Niet ongemakkelijk, maar geladen. Gucci zuchtte — een klein, bijna menselijk geluid.
Dan sprong hij ineens uit Barbara’s armen en trippelde over het linoleum alsof hij de eigenaar was van de kringloop. Hij blafte naar een porseleinen clown — iedereen lachte.
“Hij denkt dat hij de wereld bewaakt,” zei Trees.
“En misschien doet hij dat ook,” voegde zuster Justina toe, terwijl ze haar boeken neerzette.
Gucci had een eigenaardige gewoonte: hij koos altijd een object uit om te verdedigen. Die dag was het de grote porseleinen clown. Hij ging er pal voor zitten, borst vooruit, oren gespitst. Een jonge bezoeker met paarse lippen maakte een foto en zei: “Hij is de influencer van De Lege Knip.” Iedereen grinnikte.
Maar toen kwam er een oude man binnen, langzaam, met een wandelstok. Hij keek naar Gucci en fluisterde: “Mijn vrouw had ook zo’n hondje. Hij lag bij haar voeten toen ze stierf. Sindsdien hoor ik hem soms nog blaffen in mijn dromen.”
De lach verstomde. Gucci keek op, alsof hij het begreep, en kroop zachtjes tegen de man aan. De man glimlachte door zijn tranen heen.
“Hij bewaakt niet alleen spullen,” zei hij. “Hij bewaakt herinneringen.”
Trees schonk koffie in en zette een kopje naast de automaat. De burgemeester kwam binnen, nat van de regen, en zag Gucci zitten.
“Hij is klein,” zei ze, “maar hij vult de hele kamer.”
Trees knikte. “Zoals herinneringen dat doen.”
En Jannus hing er een kaartje bij: “Gucci – blaft bij leugens, troost bij verlies.”
Iedereen lachte weer, maar met vochtige ogen. Want in De Lege Knip was Gucci niet zomaar een hondje. Hij was een spiegel van het leven: klein, brutaal, trouw — en soms precies op tijd om een traan te verzachten met een lach.
Geef een reactie op Hans Reactie annuleren