
Het was begin november en Karel, een oud-medewerker van het slachthuis in het dorp, liep met zijn ziel onder de arm door de straten. Deze ochtend werd hij weer herinnerd aan zijn vroegere werk aan de slachtlijn, een werk dat hij altijd met plezier deed. Hij had op alle afdelingen van het slachthuis gezeten en het was met trots dat men vaak zei: “Karel, jij bent multifunctioneel.” Dat maakte hem zelfs een beetje fier, dat hij zo veelzijdig was.
Maar alles veranderde toen er een nieuwe directie aantrad. De reorganisatie volgde elkaar in rap tempo op, als golven die over een strand rollen. Ook Karel werd geraakt door deze veranderingen. Hij kreeg een aanbod om eerder met pensioen te gaan. Aanvankelijk voelde hij hier geen behoefte aan; zijn trots en het geloof in zijn inzetbaarheid weerhielden hem ervan om zomaar te vertrekken. Maar toen hij dacht aan de aantrekkelijke oudedagsvoorziening die hij aangeboden kreeg, begon hij te twijfelen.
Hij nam de stap en ging zowel naar de vakbond als naar een accountant om advies in te winnen. De vakbond was enthousiast over het aanbod; ze drongen er bij hem op aan het meteen te accepteren, vooral omdat andere collega’s minder gunstige aanbiedingen kregen. De accountant had echter een ander verhaal. Hij vertelde Karel dat het bod niet verkeerd was, maar dat hij recht had op meer. Toen de accountant een brief naar het bedrijf stuurde, besloot Karel om het voortaan aan hem over te laten. Een paar weken later kwam er goed nieuws: het bod was bijgesteld en Karel zou per jaar bijna duizend euro extra op zijn pensioen krijgen.
Zo nam Karel afscheid van het bedrijf waar hij zoveel jaren had gewerkt, hoewel het voor hem meer aanvoelde als gedwongen vertrek dan als een keuze. Deze ochtend hoorde hij echter op de radio dat het wetsvoorstel van Eddy van Hijum, dat moest voorkomen dat bedrijven goedkopere buitenlandse arbeidsmigranten inhuurde, van tafel was geveegd door zijn opvolger. Karel voelde een steek van teleurstelling. Hij wist al lang dat hij en veel van zijn collega’s vervangen waren door deze goedkope arbeidskrachten.
Het nieuws op televisie sprak al jarenlang over de erbarmelijke woonomstandigheden van deze migranten, terwijl de bedrijven en de uitzendbranche grote winsten maakten aan de huisvesting van hun nieuwe medewerkers. De eerdere minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Eddy van Hijum had juist een halt willen toeroepen aan deze praktijken, en nu leek het alsof al zijn hoop vervloog.
Toen Karel even later De Lege Knip binnenliep, zag Jannus het meteen. Niet aan zijn jas, niet aan zijn tred, maar aan zijn gezicht. Er zat iets in zijn blik — een mengeling van vermoeidheid en iets wat leek op teleurstelling, maar dieper zat dan dat.
“Karel,” zei Jannus, “je komt niet voor een lampenkap, hè?”
Karel glimlachte flauwtjes. “Nee. Ik kom voor wat anders. Ik moet mijn frustratie kwijt en misschien wel voor een beetje gesprek.” Jannus knikte. “Dan ben je goed terecht.”
Ze gingen zitten aan het kleine tafeltje bij het raam, waar de zon probeerde door te breken maar bleef hangen in de vitrage. Harrie kwam erbij zitten, en Trees zette koffie neer zonder iets te vragen.
“Het was donderdagochtend,” begon Karel, alsof hij een verhaal vertelde dat hij zelf nog aan het begrijpen was. “Ik liep langs het slachthuis. De poort stond nog steeds scheef. Alsof die ook met pensioen is.”
Jannus luisterde aandachtig. Dit soort zinnen kende hij maar al te goed. Zinnen die niet alleen iets beschrijven, maar ook een stukje geschiedenis bewaren.
“Ik zag Theo,” ging Karel verder. “Van de technische dienst. We hebben staan praten over hoe het vroeger was en wat er allemaal veranderd is. In de slachterij en uitsnijderij was er altijd voldoende werk. We moesten vaak overwerken, maar waar het aan lag, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Steeds meer buitenlandse uitzendkrachten kwamen binnen en wij moesten ze eerst leren hoe wij gewend waren te werken, om daarna één voor één te zien hoe we eruit gewerkt werden. De oudere vaste medewerkers, zoals ik, werden als het ware uitgekocht, met aanbiedingen voor vervroegd pensioen.”
Karel haalde even diep adem, alsof hij de woorden zorgvuldig moest kiezen. “Zelf boden ze mij dat ook aan, maar ik ging daar niet mee akkoord. De vakbond waar ik om informatie vroeg, zei: ‘Dat moet je direct accepteren.’ Maar mijn accountant was het daar niet mee eens. Hij vond dat ik recht had op meer. Toen hij een stevige brief naar het bedrijf stuurde, met een aantal goede argumenten, kreeg ik een veel beter aanbod. En zo ging ik uiteindelijk akkoord.”
Hij keek Jannus aan, alsof hij de impact van zijn woorden wilde laten bezinken. “En we weten wat er daarna gebeurd is met onze arbeidsimmigranten,” ging Karel verder. “Die werden massaal door uitzendbureaus naar Nederland gehaald. Ze kregen werk met inbegrip van inwoning, maar bij ontslag waren ze ook meteen hun huisvesting kwijt. Het is schandalig hoeveel goud geld er door bedrijven en uitzendbureaus verdiend wordt. In Roosendaal werden er negen arbeidsimmigranten voor 450 euro per persoon, per maand, in één woning geplaatst. Een woning die daar ruim 4000 euro opbracht, terwijl het normaal niet meer dan 1200 euro zou hebben opgeleverd.”
Karel schudde zijn hoofd, zichtbaar gefrustreerd over de situatie. “Toen Eddy van Hijum Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werd, kwam hij al snel met wetsvoorstellen om aan deze praktijken een einde te maken. Het FNV was positief, maar het CNV was veel minder enthousiast. Het wetvoorstel lag klaar om ingediend te worden toen minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp opstapte. Uit solidariteit gingen vervolgens de hele NSC-ministers mee, en dus ook Eddy van Hijum.”
“En nu,” vervolgde Karel, terwijl hij zijn handen in zijn zakken stopte, “vanmorgen over de radio hoorde ik het nieuws. VVD-Minister Mariëlle Paul heeft zonder overleg met vakbonden of sociale partners het wetsvoorstel van haar voorganger Eddy van Hijum van tafel geveegd. Op LinkedIn suggereerde NSC-voorman Van Hijum dat dit een voorbeeld is van ‘de uitzendlobby @ work’Een van de grote VVD-sponsors . ‘Ik viel nog net niet van mijn stoel,’ vertelde hij aan de NRC. ‘We hebben het in de verkiezingscampagne wekenlang over arbeidsmigratie gehad, en een dag na de verkiezingen ligt deze brief in de bus. Heel merkwaardig.’”
Karel zuchtte en keek naar de grond. “Die verontwaardiging wordt breder gedeeld. Woensdagavond dienden Jimmy Dijk van de SP, Mariëtte Patijn van GroenLinks-PvdA, en Ilse Saris van NSC gezamenlijk Kamervragen in. Ze willen een debat zodra de nieuwe Tweede Kamer is geïnstalleerd. Maar hoe vaak hebben we dat niet gehoord? Het blijft bij woorden, terwijl de mensen hier dagelijks de prijs betalen.”
Er viel een stilte, terwijl Jannus en Karel samen de gevolgen van deze ontwikkelingen overwogen.
“De markt,” zei Jannus, “heeft geen herinneringen.”
Karel knikte. “Maar wij wel. En misschien is dat het enige wat we nog kunnen doen. Vertellen. Bewaren en Doorgeven. En misschien komt er nog een vervolg”
Trees schonk nog wat koffie in. Buiten reed een bus voorbij, vol mensen die ergens heen moesten. Binnen zat een man die nergens heen hoefde, maar wel iets te zeggen had.
En zo werd De Lege Knip die ochtend niet alleen een kringloopwinkel, maar een plek waar het verleden even mocht blijven staan. Niet als klacht, maar als herinnering. Niet als nostalgie, maar als waarheid.
Geef een reactie op Harry Reactie annuleren