november slachtmaand en nog meer


Het was bijna eind november, die bijzondere, dwarrelende maand waarin de dagen korter worden en de mensen langer nadenken. De drukste feesten waren alweer achter de rug, maar de echo ervan hing nog zachtjes in de lucht.

Eind oktober had Halloween even aangewaaid — een feest dat Trees nog wel grappig vond, maar waar Jannus weinig mee had. “Te commercieel,” bromde hij, “en niet écht iets voor óns publiek.” En dus bleef het bij een paar vergeten pompoenen achter de koffiehoek.

Elf november daarentegen, dát voelde altijd als een bijzondere dag. In het zuiden wisten ze wel raad met de opening van het Carnaval: 11-11, het gekkengetal, het nummer dat volgens de volksnumerologie altijd een beetje wiebelig aanvoelt. Maar in De Lege Knip stond die dag vooral in het teken van een ander soort licht.

Voor Sint Maarten had het team een middag lang lampionnen gemaakt — kleurrijk, scheef, vol plakresten en glitter die overal bleef achterblijven. Ze brachten ze naar de kinderen van de openbare basisschool, juist naar die klassen waar een beetje extra aandacht welkom was. En toen ze de vrolijk knipperende lichtjes zagen verdwijnen in kleine handjes, wist iedereen: dáár was het feest bedoeld.

Een week later arriveerde Sinterklaas in de Heerensloot, niet per stoomboot, maar per speedboot — een idee van de wethouder die iets “moderners” wilde. De burgemeester stond hem op de kade op te wachten, terwijl een paar medewerkers van De Lege Knip in het fanfarekorps hun beste muzikale tonen lieten horen. Het hele dorp stond te lachen, te zwaaien, te zingen. Zelfs Jannus had even geglimlacht — iets wat in november al een klein wonder genoemd mocht worden.

En alsof november nog niet genoeg verrassingen had, kwam toen 29 november in zicht: Sint Pannekoek.

Trees kende het feest nog van familie; een flard jeugdherinnering, ergens uit een keuken die rook naar bloem en zoet beslag. Ooit had ze het zelf eens meegemaakt: op Sint Pannekoek bakte de vrouw des huizes een toren van pannenkoeken, hoger dan praktisch verantwoord was, en wanneer de man ’s avonds thuiskwam, stond iedereen hem op te wachten met een pannenkoek op het hoofd.
En dan riepen ze in koor, alsof het de normaalste zaak van de wereld was:

“Een vrolijke en gezegende Sint Pannekoek!”

Harrie had er meteen een mening over toen Trees het voorstelde.

“Da’s toch nie hygiënisch?” zei hij, met een gezicht alsof hij een citroen had doorgeslikt.

Trees glimlachte alleen maar. “Dat vonden ze vroeger niet zo’n probleem, Harrie. En soms moet je tradities niet te schoon willen houden.”

“Nou…,” mompelde Harrie, “als ze maar niet van mijn voorraad meel pakken.”

Maar hij wist zelf ook wel dat er op 29 november tóch pannenkoeken uit zijn keuken zouden komen — al was het maar omdat Trees hem zo aankeek dat weigeren geen optie was.

En zo kreeg november, tussen regen, lampionnen, speedboten en pannenkoekengekte, zijn eigen, wonderlijke kleur in De Lege Knip.

En zo gleed de maand verder, langzaam, als een blad dat net niet durfde te vallen.
Eind november heeft altijd iets aarzelends — alsof het jaar zelf nog één keer diep ademhaalt voor het donker echt begint.

Tot het die donderdagavond werd…
De avond waarop De Lege Knip opnieuw zou veranderen in een plek waar meningen zouden botsen, waar zuchten als damp uit warme koppen koffie zouden opstijgen, en waar lege stoelen soms meer zouden zeggen dan de volle.

Het was Trees geweest die eerder die week in de koffieruimte zei:
“Vergeet niet, november héét niet voor niks de Slachtmaand. Dat klinkt luguber, maar vroeger was het gewoon noodzaak.”

Natuurlijk had Henrie meteen gereageerd:
“Slachtmaand… klinkt alsof je beter binnen kunt blijven.”

Trees had gelachen. “Nee joh. Het was een praktische maand. Vroeger was er nog geen koelkast, hè. Als de koude viel, dan begon men met het slachten van vee dat de winter toch niet zou overleven. Het vlees kon in de kou worden bewaard. November was dus eigenlijk de maand van vooruitkijken, van voorraad aanleggen.”

Rob — die altijd interesse had in geschiedenis — vulde haar aan.
“Ze noemden het ook wel Windmaand. Of Nebelting, in oude Germaanse termen. De maand van mist en wind. De maand waarin de natuur zich terugtrekt.”

“En van de doden,” zei Carolijn zacht. “Allerzielen, All Saints… in sommige streken noemden ze november zelfs de Zielmaand. Omdat men geloofde dat de sluiers tussen werelden dunner waren.”

“Nou lekker dan,” bromde Dylan. “Wind, mist, slachten en zielen. Geen wonder dat de politiek elk jaar in november ontploft.”

Trees tikte met haar theelepel tegen haar mok.
“Ach, ik vind het een maand van waarheid. Je kunt niks meer verstoppen in november. Niet in de natuur, en niet in jezelf. Alles valt van de bomen, alles wordt kaal. Je ziet de vormen weer.”

Eddy knikte bedachtzaam.
“Misschien is het daarom de perfecte maand voor zo’n discussieavond.”

Trees glimlachte.
“Precies. November is eerlijk. Soms hard, soms koud, maar eerlijk. En eerlijkheid… dat kunnen we hier in De Lege Knip wel gebruiken.”

Buiten floot de wind tegen de afgekeurde schoolramen. Binnen voelde iedereen dat de avond die zou komen anders zou worden dan de vorige.

In een hoek zat Jannus, verdiept in een dik boek dat al weken op de leestafel lag. Hij keek pas op toen hij Trees’ woorden hoorde. Zijn leesbril zakte een beetje van zijn neus, en er lag iets onrustigs in zijn blik.

“Mensen…” begon hij langzaam.
“Ik betwijfel of november wel zo eerlijk is.”

Het was alsof iemand een lucifer afstreek in een donkere kamer: alle hoofden draaiden naar hem toe.
Trees trok één wenkbrauw op.
Rob zette zijn mok neer.
Eddy stopte halverwege een boterkoek.

Dylan vroeg als eerste:
“Hoezo, Jannus? Wat heeft november jou misdaan?”

Jannus haalde diep adem.
“Vroeger,” zei hij, “heb ik een trauma opgelopen. De laatste weken van november, en de eerste van december… ik kan het nog ruiken, nog horen.”

Carolijn schoof haar stoel iets dichter bij.
“Vertel maar, Jannus. Je bent veilig hier.”

Hij knikte, slikte, en begon.

 “Ik was acht. Misschien negen. Een klein ventje met een veel te grote sjaal en een nog grotere fantasie. En toen… toen begon die man.”

“Welke man?” vroeg Henrie.

Jannus keek hem recht aan.
“Die rooie Klaas.”

Er viel een stilte.
Iedereen wist wie hij bedoelde.

“Sinterklaas?” fluisterde Rob.

“Die ja,” zei Jannus. “Maar dan de versie die je liever niet in een vriendelijke kinderfilm ziet.”

Hij ging rechtop zitten, alsof hij zich opnieuw moest sterken om het allemaal te vertellen.

“Bij ons in de straat hadden de grote jongens — je weet wel, die van het verkeerde soort humor — mij wijsgemaakt dat als je stout was, je niet zomaar een tik kreeg of een roe. Nee. Dan ging je de zak in. De zak naar Spanje. En dat Spanje… dat was geen warm vakantieoord met sinaasappelbomen. In mijn hoofd was het een eindeloze zandvlakte vol schreeuwende mannen op paarden.”

“Dat is ook zo,” mompelde Henrie droog.
Trees schopte hem zachtjes tegen zijn enkel.

“Dus,” vervolgde Jannus, “daar liep ik dan. Eind november. Bibberend, maar niet van de kou. Elke avond hoorde ik geluiden op het dak. Hoefjes, zo zeiden ze. De schimmel. En zware stappen. En ik dacht: ze komen voor mij. Omdat ik mijn zus haar tekenblok had gepakt. Omdat ik een keer tegen de meester had gezegd dat zijn snor scheef stond. En omdat ik — en dat was het ergste — mijn spruitjes had verstopt achter de stofzuiger.”

Rob lachte zacht.
“Jannus… spruitjes achter de stofzuiger?”

“Erg hè,” zuchtte hij. “Ik had alles gedaan om het verdiend te hebben.”

Hij keek de kring rond en vervolgde met een fluisterstem die bijna plechtig klonk:

“En toen… toen kwam die avond. 29 november. Ik lag in bed. En ik hoorde het: Sschhhrrrrr… sssshhhrrrrr… zoals een zak die over dakpannen schuurt. Ik heb de dekens over mijn hoofd getrokken en gedacht: dit is het. Ze gooien me zo op hun rug, hup, zak in, en weg ben ik.”

“Maar dat was die boomtak!” riep Trees.

“Dat wist ik toen niet!” zei Jannus dramatisch. “Ik heb de hele nacht wakker gelegen. En de volgende ochtend… lag er een chocoladeletter op mijn schoen.”

Eddy grijnsde.
“Dat klinkt niet als een traumatische afloop.”

“Jawel!” zei Jannus, zichtbaar aangedaan. “Want toen wist ik: ze hebben mij nog in de gaten. Ze hebben me wéér laten schrikken, en mij wéér laten hopen dat ik braaf genoeg ben. Dat is psychologisch, Eddy. Pure manipulatie!”

Henrie stak twee handen in de lucht.
“Maar je bent niet meegenomen naar Spanje?”

“Nee,” zei Jannus. “Maar dat komt doordat ik mezelf de rest van de week heb gedragen als een heilige. Ik heb zelfs mijn zus geholpen met huiswerk. Huiswerk! Dat zegt genoeg.”

Iedereen zweeg even.

Dan zei Trees zachtjes:
“Dus daarom heb jij het nooit zo op met die Sinterklaastijd.”

“Klopt,” zei Jannus. “Voor mij is november geen eerlijke maand. Het is de maand van stress. De maand van de zak. De maand dat mannen op daken lopen waar ze niks te zoeken hebben.”

Carolijn stond op, liep naar hem toe en legde een hand op zijn schouder.
“Nou Jannus… als ze je nu nog naar Spanje wilden sturen, dan hadden ze allang aan Trees’ balie gestaan.”

“En Trees had ze de les gelezen,” zei Dylan.

“En ik had ze met de bezem weggejaagd,” zei Henrie.

“En Rob had een rapport geschreven over misstanden,” plaagde Eddy.

Trees glimlachte.
“Zie je wel, Jannus? Nu ben je veilig. En november… tja. Misschien niet eerlijk. Maar hier in De Lege Knip is het in elk geval warm.”

Jannus snoof.
“Dat is waar. Maar ik blijf alert hoor. Vooral op die zakken achterin het magazijn.”

“Dat zijn vuilniszakken!” riep Trees lachend. “Voor het oud papier!”

“Nou,” zei Jannus, “dat dacht ik vroeger ook…”

En de kring lachte — warm, zacht, en precies luid genoeg om Jannus’ oude angst langzaam los te weken.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “november slachtmaand en nog meer”

  1. Karel Avatar

    prachtig Willem
    waar haal je het vandaan 🙂
    11 november en 5 december die dagen geven mij mooie herinneringen
    de rest gaat langs me heen , van Sint Pannekoek nooit eerder gehoord , klinkt als een lekkere dag 😋

    rustige avond groet

    Geliked door 1 persoon

  2. Hans Avatar

    Zal het door de meteorologische winter komen alle feesten bijna in een maand proppen.
    Warm eten smaakt nu wel beter. Hans

    Geliked door 1 persoon

  3. wzijlstra10 Avatar

    Kinderlijke fantasieën denk ik.

    Geliked door 1 persoon

  4. wzijlstra10 Avatar

    Natuurlijk de kortre dagen vragen meer huiselijkheid en warmte. Dan is warm eten heel belangrijk.

    Like

  5. Rianne Avatar

    Van een Sint Pannenkoek heb ik nog nooit gehoord, maar Jannes begrijp ik helemaal. Een nare ervaring met een soortgelijk iets in mijn jeugd, zal mij eeuwig bijblijven… En altijd zal er die vraag zijn… was het nu echt of heb ik het gedroomd of verbeeld 🤔

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Hans Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder