“Vlinders bij Middernacht”


Serie : Date 4

De zwoele klanken van de jaren zeventig en tachtig hadden Trees volledig ingepakt. Ze lag heerlijk languit op de bank, en de gedachten aan de knappe Harrie werden steeds vager, vermengd met de warmte van de lasagne en de muziek. Onbewust dreef ze in slaap.

Het was de slag van middernacht die haar ruw wakker maakte. De taperecorder speelde nog zachtjes, maar de betovering was verbroken. Met een zucht sloot ze alles af en kroop in bed. Daar weigerde de slaap te komen. De rustige, sluimerende gedachten veranderden in een storm van onrust; het ‘malen’ begon.

Ze lag roerloos en voelde de tijd door haar vingers glippen. Haar hoofd begon aan een onverbiddelijke reconstructie van het verleden: de lichte, jeugdige liefde voor Harrie, de afwijzing van zijn ouders, en de pijn die ze toen had gevoeld over haar afkomst. Die pijn had ze jarenlang weggestopt onder lagen van nuchterheid en werk. Daarop volgde de herinnering aan haar andere liefde—die haar wel had geaccepteerd, maar haar vervolgens op een andere manier had teleurgesteld, waardoor het vertrouwen in relaties definitief was beschadigd.

En nu was hij terug. Diezelfde Harrie, en alles stond weer op het spel. Wat was zijn dochter? Hoe was zijn leven na het overlijden van zijn vrouw? En belangrijker: was zij nog steeds ‘niet goed genoeg’ voor de man van de villa achter het bos?

Wat duurde deze nacht lang. De uren waren stroperig en zwaar, de onzekerheid over het verloop van de date met Harrie maakte haar maag misselijk. Het was alsof ze de zenuwen van een zestienjarig meisje voelde, vermengd met de angst van een volwassen vrouw die wist hoe pijnlijk een deceptie kon zijn.

Eindelijk, met een zucht van verlichting en uitputting, brak de zondagochtend aan. De vraag was nu niet wie haar had gezien, maar wie ze zou zijn voor hem.

De zondagochtend was aangebroken, en de zware slaap van de bank had plaatsgemaakt voor de ijle, vermoeide onrust van haar bed. Trees stond op en keek met een mengeling van angst en opwinding haar kledingkast in.

Haar twijfel sloeg direct toe. De keuze was niet zo groot. Ze ging bijna nooit uit, en wat ze droeg, moest in de eerste plaats functioneel zijn, bestand tegen een dag schuiven met tafels en afstoffen van vazen in de Lege Knip. Voor vergaderingen ging ze altijd netjes, in een donkere broek of rok, maar nu moest ze er iets meer uitdagend uit komen te zien.

“Uitdagend,” mompelde ze spottend tegen haar spiegelbeeld. “Alsof ik weet hoe dat moet na al die jaren van gebreide vesten en praktische jassen.”

Ze trok een diepe zucht. Een broek, dat was makkelijk, maar te alledaags. Een rok of jurk? Ze bekeek de weinige opties: te veel bloemetjes, te stijf, of te zwaar. Ze moest iets vinden dat elegantie uitstraalde zonder te schreeuwen dat ze uren voor de spiegel had gestaan. Ze wilde Harrie laten zien dat de vrouw van toen er nog was, maar dan sterker, met de nuchtere trots van de Lege Knip.

Uiteindelijk trok ze uit de achterste hoek van de kast een dieppaarse, wollen jurk tevoorschijn die ze ooit voor een prikje uit een chicdere kringloop had gehaald en maar zelden had gedragen. De kleur stond goed bij haar warme haren en de pasvorm was klassiek en flatterend. Ze combineerde het met een paar nette laarzen en een simpele zilveren ketting.

“Goed,” zei ze tegen de spiegel, “Uitdagend misschien niet. Maar in elk geval onvergetelijk.” Met de kledingkeuze vastgelegd, kreeg de zenuwachtigheid weer de overhand. Ze was klaar.

De dieppaarse jurk was gekozen. Ze bekeek zichzelf kritisch in de spiegel. De jurk zat goed, maar was misschien te kuis. Ze trok haar schouders een beetje naar achteren. Hmm. Ze besloot dat haar decolleté wel iets zichtbaar mocht zijn – een kleine, vrouwelijke hint van de vrouw onder de wollen stof. Om het geheel echter niet te schreeuwerig te maken, pakte ze een prachtige, bijpassende sjaal, ook een vondst uit het verleden, en drapeerde deze subtiel over haar halslijn.

Ze knikte goedkeurend naar haar spiegelbeeld. “Zo,” dacht ze. “Met deze sjaal eroverheen is het voor mij netjes genoeg.” Het was de perfecte balans tussen de praktische Trees van de Lege Knip en de jeugdige, romantische vrouw die Harrie zich herinnerde. De twijfel was weg, vervangen door een gezonde dosis anticipatie. Ze was klaar.

De zon scheen aarzelend op deze zondagmiddag, en Trees was stipt op tijd bij het afgesproken café. Het was een klassieke zaak met donkerhouten lambrisering en zachte jazzmuziek op de achtergrond. Ze koos een tafeltje bij het raam, waar ze Harrie kon zien aankomen zonder zelf al te veel in het oog te lopen. Haar dieppaarse jurk voelde goed, de sjaal bood precies de juiste dekking.

Ze voelde de zenuwen van de slapeloze nacht nog in haar maag kriebelen, alsof ze echt weer zestien was.

Precies op de afgesproken tijd arriveerde hij. Harrie de Groot. Hij droeg geen strak driedelig pak zoals bij de Lege Knip, maar een stijlvolle, lichtgrijze trui en een nette broek. Zijn haar was grijzer bij de slapen, maar zijn lach was nog precies zo ontwapenend als ze zich herinnerde.

Toen hij Trees zag, lichtte zijn gezicht op. Hij liep direct naar haar tafel.

“Trees,” zei hij, zijn stem warmer dan het zonnige schijnsel dat door het raam viel. Hij omhelsde haar kort, maar hartelijk. “Je bent precies zoals ik me herinnerde, maar dan mooier.”

Trees lachte, opgelucht door zijn directe en warme compliment. “Harrie,” antwoordde ze, haar nuchterheid snel herpakt. “Jij ook. Alleen de jas is wat duurder, vermoed ik.”

Ze gingen zitten. De ober kwam langs en Trees bestelde een sterke koffie. Harrie vroeg om thee.

“Vertel eens,” begon Harrie, leunend over de tafel, de formele afstand nu volledig verdwenen. “Waar zijn we gebleven? Waren we nog op het punt dat ik met mijn ziel onder mijn arm thuiskwam na jouw resolute afwijzing?”

Trees glimlachte, de pijn van toen was nu slechts een vage herinnering, vervangen door dankbaarheid voor haar eigen jeugdige trots. “We waren bij het punt,” zei ze zacht, “waar ik moest beslissen of ik mijn hart liet breken door jou, of door je ouders. Ik koos voor de minste weerstand.”

“En je hebt de juiste keuze gemaakt,” zei Harrie, zijn blik ernstig. “Mijn leven is heel anders gelopen dan ik had verwacht. Maar ik ben ongelooflijk blij dat ik nu de tijd kan nemen om te horen hoe het jou vergaan is. Vertel me alles over de Lege Knip.”

Harrie’s verzoek om haar levensverhaal te vertellen was de opening die Trees nodig had. Ze begon bij de jaren na de middelbare school, haar stem verzacht door de herinnering aan de jaren van opbouw. Ze vertelde dat ze in de plaatselijke bibliotheek was gaan werken en hoe ze, door haar organisatorische talent, doorgroeide tot leidinggevende. Ze had het toen heel goed voor elkaar; een stabiel, overzichtelijk leven dat de onzekerheid van haar jeugd compenseerde.

Toen het over haar liefdesleven ging, werd ze wat behoedzamer, maar eerlijk. Ze had vriendjes gehad, zeker, maar “altijd was er iets geweest wat me tegenstond,” legde ze uit. Te oppervlakkig, te snel of te weinig humor. En toen was er die ene serieuze relatie, de man met wie ze écht verder wilde. Ze haalde even adem. “Die bedroog me. Dat was het moment dat ik dacht: klaar met de sprookjes.”

De grote verandering kwam door de politiek, lachte ze bitter. De bibliotheek werd opgeheven wegens bezuinigingen. Maar het lot bracht haar naar de Lege Knip. Ze mocht daar de leiding overnemen en ze had het er geweldig naar haar zin. Het was het tegenovergestelde van de stille, geordende bibliotheek: een plek van sociale chaos, rommel, en vooral heel veel verhalen.

Ze begon te vertellen over haar ‘partner in crime’: Jannus. “Hij is er zo ingerold,” vertelde ze, haar stem vol genegenheid. “Hij was als dakloze binnengestroomd. Kwam voor de warmte en is nooit meer weggegaan.” Nu was hij al lange tijd haar medeleidinggevende. Ze sprak met trots over de kwaliteiten van Jannus, hoe hij met zijn pen meer voor het dorp betekende dan tien raadsleden.

En toen, met een bijna achteloze nonchalance die alleen Trees kon tentoonspreiden, gooide ze het eruit. Ze leunde voorover, met een kleine, verstandhoudende glimlach. “Het is een schat, Harrie. Maar hij heeft één minpuntje, wat me de laatste tijd nogal heeft vermaakt: hij heeft een klein, heel klein, vleugje jaloezie.” Ze liet de opmerking even hangen, wetende dat ze Harrie daarmee direct de onuitgesproken complexiteit van haar relatie met Jannus gaf.

Die opmerking over de jaloezie was de exacte aanleiding die Harrie zocht. Zijn thee stond onaangeroerd, zijn aandacht volledig bij Trees.

Harrie leunde iets achterover en de charmante glimlach op zijn gezicht werd een tikje onderzoekend. “Jaloezie? Dat klinkt als… een partner, Trees. Of op zijn minst iemand met meer dan alleen een zakelijke interesse in jou. Dat is nogal een zwaar woord om te gebruiken voor een ‘mede leidinggevende’ die toevallig dakloos was.”

Trees lachte. Ze had geweten dat ze deze bal zou moeten terugspelen. “Je hebt gelijk,” zei ze. “Maar we zijn niet getrouwd, Harrie. Dat is het simpele antwoord.” Ze werd even serieus. “Jannus en ik zijn de beste collega’s, we zijn elkaars familie hier in de Knip. We hebben te veel aan elkaar om het risico van een relatie te nemen.” Ze liet haar blik over de rand van haar koffiemok glijden. “En bovendien,” voegde ze er zacht aan toe, “na wat er in het verleden is gebeurd, sta ik niet te springen om het soort liefde dat je hele fundament onder je vandaan trekt. Wat ik met Jannus heb, is stabiel. Meer dan dat zal het nooit worden.”

Harrie knikte, een schaduw trok over zijn gezicht, alsof hij het gewicht van haar woorden begreep. Hij zag de angst in haar ogen, de angst die deels voortkwam uit de teleurstelling van hun eigen jeugd. Hij voelde zich aangemoedigd, maar ook nederig.

“Dus die onrust die hij had bij het ophalen van die wasmachine, en dat hij jou moest helpen tillen…” Harrie lachte kort. “Dat was puur mannelijke, territoriumdrift, denk je? Niet de wanhoop van een man die zijn vrouw kwijtraakt?”

“Territoriumdrift, en vooral vrees dat ik iets stiekem deed,” bevestigde Trees. “Hij schrijft sinds kort verhalen, Harrie. En ik gaf hem een mysterie in de nacht, en vervolgens een grens. Hij dacht dat hij een primeur had, maar nu weet hij dat ik mijn geheimen voor mezelf houd. Maar nee, geen wanhoop van een man die zijn vrouw kwijtraakt. Dat laatste woord is nooit gevallen.”

De lucht was geklaard. Harrie glimlachte breed, alsof hij zojuist een grote horde had genomen. Hij pakte zijn beker thee. “Dat is goed om te horen, Trees. Want dan kan ik nu zonder schuldgevoel zeggen dat ik, met de beste bedoelingen, dat territorium wel eens wil komen verkennen.”

Trees nam de controle over het gesprek terug en Harrie accepteerde de verschuiving in focus onmiddellijk.

“Harrie, je bent altijd welkom, maar ik heb nu al veel over een deel van mijn leven verteld,” zei Trees. Ze keek hem aan, nu was het zijn beurt om zich bloot te geven. “Hoe is het jouw verder vergaan? Getrouwd, een dochter gekregen, en verder?”

Harrie’s glimlach verzachtte en zijn blik werd plechtig. “Je hebt gelijk, Trees,” zei hij. “Ik heb je nu de helft van de tijd laten praten over die jaloerse schrijver. Tijd voor mijn deel van de saaie geschiedenis.” Hij nam een slok thee, alsof hij zich moest voorbereiden.

“Ja, ik ben getrouwd geweest. Kort nadat wij uit elkaar gingen, heb ik mijn vrouw, Elise, ontmoet. We waren heel verschillend, maar zij was de stabiliteit die ik toen nodig had, vooral met de druk van mijn familie. Ze was prachtig, een kunstenares.” Zijn ogen werden zacht van weemoed. “We kregen een dochter, Lisa. Dat is de reden waarom ik bij jou in de Lege Knip stond, natuurlijk. Ze is begin twintig en net op zichzelf gaan wonen. Ze wilde de wasmachine direct hebben, wat haar vader dan maar regelt, ook al is het zondag.”

Harrie’s blik dwaalde even af, alsof hij in een leegte keek. Hij zuchtte diep. “Elise is vier jaar geleden overleden. Onverwacht. Dat was… dat was een klap.”

Hij voegde de details toe die hun geschiedenis weer raakten. “We woonden op het slot van mijn ouders, dat ik van hen geërfd heb. Mijn werk laat het nu toe dat ik wat vaker thuis ben, maar ik reis veel in het buitenland en ook dat begint me te veel te worden.”

Harrie keek Trees direct aan, de kwetsbaarheid nu duidelijk in zijn ogen. “Ik ben een weduwnaar, Trees. Een vader, en de helft van de tijd breng ik door met het proberen te onthouden hoe ik nu alleen moet zijn. Daarom was het zien van jou, van de week, zo’n ongelooflijke verrassing. Het voelde als een geschenk uit een vergeten, makkelijker verleden.”

Trees luisterde aandachtig. De villa, het ‘slot’ waar ze als meisje even binnen mocht kijken, bleek dus ook de plek van zijn verlies. Ze zag in zijn ogen dezelfde vermoeidheid die zij soms voelde na een lange week in de Lege Knip. De kloof tussen de ‘man van het slot’ en de ‘vrouw van de kringloop’ leek plots veel kleiner dan ze altijd had gedacht.

“Wat vreselijk, Harrie,” zei ze zacht, zonder de gebruikelijke nuchterheid van de Lege Knip. “Zo’n klap verwerk je nooit echt, denk ik. Je leert ermee leven.” Ze schoof haar hand uit over de tafel. “Ik weet ook hoe dat voelt, om alleen te zijn en te moeten herstarten. Alleen heb ik geen slot geërfd.”

Trees glimlachte even, een lichte, herkenbare glimlach die de melancholie doorbrak. Ze had nu zijn pijn gezien, en het maakte hem menselijk.

Trees schoof haar hand uit over de tafel, een simpele geste van steun. Harrie liet de aanraking toe, zijn hand bleef stil liggen op het donkere tafelblad, als een anker. Hij reageerde verder niet, maar knikte langzaam. Het was een stil teken dat hij haar woorden begreep en de empathie waardeerde, maar dat hij op dat moment niet in staat was om meer dan dat te ontvangen. De internationaal reizende zakenman, de weduwnaar, bleek in zijn verdriet en kwetsbaarheid even gereserveerd.

Trees trok haar hand terug, de boodschap was overgekomen. Ze wist dat ze de druk moest wegnemen. Ze besloot de focus te verleggen naar de plek die hen in hun jeugd verdeelde en nu Harrie’s ankerpunt was: het ‘slot’.

“En hoe is dat, Harrie?” vroeg ze, haar stem weer nuchter, maar nu met een zacht, begripvol randje. “Wonen in dat… in dat slot? In mijn herinnering was het altijd zo’n afgesloten, kille plek, vol regels. Is het nu jouw thuis, of is het nog steeds het huis van je ouders?”

Ze gaf hem de kans om over de plek te praten, de plek die symbool stond voor alles wat hen uit elkaar had gedreven, maar die hij nu in zijn eentje moest dragen.

Harrie glimlachte kort, een vleugje weemoed in zijn ogen. Hij begreep dat Trees met de vraag over het slot indirect vroeg naar het verleden, naar de reden van haar afwijzing.

“Trees,” begon hij, “er is door de jaren natuurlijk veel veranderd. Zeker op het slot.” Hij nam een moment om zijn gedachten te ordenen. “Mijn dochter, Lisa, is ook heel anders opgevoed dan wij in onze tijd. En ook Elise kwam uit een heel ander milieu; echt uit een kunstenaarsfamilie. En dat werd toen geaccepteerd.”

Harrie keek haar nu indringend aan, alsof hij eindelijk een oude schuld wilde inlossen door openheid. “Dat was waarschijnlijk ook wel een reactie op het feit dat ik na onze breuk erg puberaal had gedaan, een periode waarin mijn ouders toentertijd geen idee hadden hoe ze mij moesten aanpakken.” Hij haalde zijn schouders op. “Toen ik vanwege de studie op kamers kon wonen, was ik vertrokken. Dat was mijn manier van een statement maken. En pas toen ik weg was, is de rust met mijn ouders weer genormaliseerd en begon de acceptatie van nieuwe normen – en dus ook van Elise.”

Hij liet de stilte vallen. Het was een indirecte, maar pijnlijke bevestiging: de afwijzing van Trees had de katalysator moeten zijn voor zijn jeugdige rebellie, maar het had alleen maar Trees pijn gedaan. Nu, decennia later, zat hij tegenover haar, de weduwnaar die eindelijk de volledige context van die afwijzing gaf.

De middag was inmiddels verstreken. De zachte jazzmuziek en de sterke koffie hadden plaatsgemaakt voor een diepere, meer intieme stilte. Harrie keek naar buiten, waar de schemer al voorbij was.

“Zullen we ergens een hapje gaan eten, Trees?” stelde hij voor. “Ik ken een goed restaurant een paar dorpen verderop. Dan hebben we ook wat meer privacy om verder te praten, zonder dat de ober de hele tijd mee kan luisteren.”

Trees stemde in. Harrie rekende af en samen liepen ze naar zijn auto. De hoffelijkheid liet Harrie duidelijk blijken; hij opende de deur van de wagen voor haar alsof ze een vorstelijke gast was.

Toen Trees eenmaal zat, keek ze om zich heen. Het leer glom, het dashboard was vlekkeloos, en de auto rook zo fris alsof hij net van de band was gerold. “Dit lijkt en ruikt wel een nieuwe auto, Harrie?” merkte ze op.

Harrie startte de motor met een zacht gebrom. “Ik heb deze al een jaar, hoor,” antwoordde hij trots. “Maar ik onderhoud hem wel heel goed.” Hij keek even in de achteruitkijkspiegel. “Trees, wanneer ik voor zaken onderweg ben, wil ik dat ik er goed uitzie, maar mijn auto ook. Ik vertegenwoordig een goede zaak en daar mag niets aan mankeren. Ik denk dat ik dat wel van mijn ouders heb meegekregen en ben daar ook wel dankbaar voor.”

Trees keek toen toch wel wat bedenkelijk. Ze zag de trots in zijn ogen, de automatische link tussen uiterlijk vertoon, succes en de dankbaarheid jegens zijn ouders. De emotionele kwetsbaarheid van zojuist was prachtig, maar dit onwrikbare, geïnternaliseerde klassenbewustzijn bleef haar ongemakkelijk in de weg staan. De man van de kringloop, Jannus, zou hier nooit over hebben nagedacht.

De auto van Harrie gleed geruisloos de parkeerplaats op van een chic, rustiek restaurant. Binnen werden ze direct verwelkomd door een gerant die Harrie met een lichte buiging aansprak: “Goedenavond, meneer de Groot. Had u gereserveerd of anders?”

Harrie, vol zelfvertrouwen, zei dat hij geen reservering had, maar vroeg of het mogelijk was om in de hoek te zitten waar het rustig en afgezonderd was. De gerant knikte, duidelijk gewend aan de voorkeuren van meneer de Groot, en begeleidde hen zonder enige moeite naar een perfecte, discrete tafel.

Terwijl ze hun jassen afgaven, merkte Trees met een licht opgetrokken wenkbrauw op: “Jij komt hier wel vaker, het lijkt bijna alsof je kind aan huis bent.” De vraag klonk neutraal, maar de bedenkelijkheid over zijn uiterlijke schijn lag er nog onder.

Harrie lachte even, nu zonder enige pretentie. “Ja, de laatste tijd wel vaak,” bevestigde hij. “Wanneer ik van mijn reizen thuiskom, heb ik niet altijd zin om iets voor mezelf klaar te maken, de keuken op het slot is wel groot, maar qua voorraad nogal… leeg. En dan is het hier altijd goed.”

Zijn antwoord was een onverwachte blik in zijn eenzaamheid. De man die met zijn perfecte auto de schijn van succes ophield, at hier vaak alleen omdat hij geen zin had om in zijn lege, keuken te koken. Het plaatste Harrie opnieuw in het midden van de tweedeling: de gepolijste buitenkant van de zakenman en de kwetsbare, eenzame binnenkant van de weduwnaar.

De gerant kwam naar hun tafel met twee menu’s, maar Harrie wees ze vriendelijk af. “We weten wat we willen, Trees en ik,” zei hij met een glimlach, alsof ze dit al jaren samen deden. “Voor Trees, de gegrilde zeebaars met seizoensgroenten, en voor mij de sukade met truffelpuree.”

Trees keek verrast op. “Wacht even, ik heb het menu nog niet eens gezien!”

Harrie keek haar liefdevol aan. “Ik heb jou net twintig jaar lang proberen te vertellen wat ik je wilde geven. Ik durfde het menu wel voor je te kiezen.” De woorden waren licht, maar de ondertoon was ernstig; hij had niet alleen het menu gekozen, maar ook de intentie van de avond.

Trees legde haar hand op zijn arm, deze keer niet in het luchtledige. “Ik hoop dat die zeebaars net zo goed is als jij je mij herinnert, Harrie. Dat zou dan behoorlijk perfect zijn.” Ze lachte, maar haar ogen waren serieus. “Jij mag de wijn kiezen. Zorg je dan wel voor iets dat past bij mijn ‘terrilie-drive’?”

Harrie lachte hardop. De grap over de jaloezie van Jannus had de spanning doorbroken. Hij riep de gerant terug en koos met kennis van zaken een fles rood, en besloot: “Territoriumdrift? Daar past een stevige, maar elegante Bordeaux bij. Complex, maar met een lange afdronk. Net als onze geschiedenis.”

De Bordeaux was ingeschonken en zijn complexe geur vulde de ruimte. Trees had Harrie laten praten over de wijn, maar de bedenkelijkheid die in de auto was ontstaan, liet haar niet los.

Ze wachtte tot de ober zich had teruggetrokken en zette haar glas neer. Ze keek Harrie aan, haar ogen waren vastberaden en serieus.

“Harrie,” begon ze, haar stem helder ondanks de zwoele sfeer. “Ik vind het vandaag onderhoudend. Sterker nog, ik denk dat we na twintig jaar heel goed bijgesproken hebben. Het is bijna alsof er geen dag voorbij is gegaan.”

Ze liet een bewuste stilte vallen. Harrie’s glimlach, die door de wijn nog breder was geworden, verdween langzaam.

“Maar…” ging Trees verder, haar blik was nu vragend en uitdagend tegelijk. “Ik heb vandaag de man van de perfecte auto gezien, de man die ‘een goede zaak vertegenwoordigt’, en de man die nog steeds op dat ‘slot’ woont—de plek waar onze jeugdige verliefdheid faalde door de eisen van je ouders.”

Ze leunde iets naar voren over de discrete tafel. “Mijn grote vraag is, Harrie: Is deze Trees, de vrouw die de leiding heeft over de Lege Knip en haar meubels uit de tweedehandszaak haalt, de vrouw die je zoekt voor een nostalgische avond? Of ben je echt op zoek naar een herstart? En zo ja, ben je bereid om de perfecte schijn die je van je ouders hebt meegekregen, los te laten om te kijken of wij nog steeds in elkaars leven passen?”

Harrie legde zijn hand rustig op de arm van Trees, een troostende en eerlijke aanraking die de spanning brak.

“Beste Trees,” begon hij, zijn stem zacht maar vastberaden. “Laat ik je eerst herhalen wat ik al eerder heb gezegd: het was verrassend je deze week in de Kringloop tegen te komen en ik ben daar oprecht blij mee. Laten we realistisch zijn: onze jeugdliefde is al jaren geleden verleden tijd. Ben ik nog dezelfde jongen? En ben jij nog dat lieve meisje waar ik toen smoorverliefd op was?” Hij schudde zijn hoofd. “De jaren doen mensen veranderen, ook in gewoontes en in de bagage die we meedragen.”

“Maar om nu te zeggen wat ik zou willen…” Hij kneep even in haar arm. “Ja, dat zou ik wel weten, en ik hoop jij ook wel.”

Trees zag hem aan, haar ogen vol onzekerheid. ‘Wat zegt hij nu?’ dacht ze. “Goed, vertel maar,” drong ze aan. “Want ik ben benieuwd.”

Harrie wachtte een moment. “Ik begrijp heel goed wat je bedoelt,” vervolgde hij, knikkend naar haar eerdere opmerking over de schijn en het ‘slot’. “Je bent nog net als vroeger recht door zee en zonder omwegen. Wat we kunnen doen, en daar doelde ik op, is om eerst eens als vrienden elkaar weer leren kennen. Echt leren kennen, Trees.”

“Ik hoop dat jij dat ook voorstaat,” zei hij, “en dat we niet als een stel jongelingen van stapel gaan, waarvan we later spijt zouden krijgen.” Hij keek haar aan, zijn blik ernstig. “Maar ik zou het erg op prijs stellen als we die kans samen aangrijpen. En als ik te dicht bij kom, wil ik wel dat je me dat zegt, wanneer jij niet zover bent, want je weet nooit wat bepaalde gevoelens doen met mensen.”

Van deze woorden begon Trees zichtbaar te blozen; de warmte steeg op in haar hals en wangen, een onverwachte reactie na al die jaren van nuchterheid.

“Harrie,” zei ze, haar stem iets zachter en opener dan voorheen. “Dat lijkt me een heel goed idee. Je moet weten: afgelopen nacht heb ik bijna niet geslapen. Ik heb me zenuwachtig gemaakt, ik heb me honderd zaken afgevraagd, en ja, ik heb ook even vlinders gevoeld.” Ze lachte kort, opgelucht. “Wat ben ik nu blij dat we zo vertrouwd hebben kunnen praten.”

Ze knikte. De ‘vrienden eerst’ strategie was precies wat haar rationele brein nodig had. “Maar we zullen rustig aan moeten doen, Harrie, want onze levens zien er heel verschillend uit. Wanneer we beiden in elkaars doen en laten kunnen inleven, moet dat wel goed komen.”

Ze legde een hand op het tafelkleed, haar blik vastberaden. “Alleen,” voegde ze er aan toe, met een knipoog naar hun verleden, “dat zal soms wel eens om een oplossing vragen. En dan moeten we niet te snel de kop in de nek gaan gooien, Harrie. We moeten praten, niet vluchten.”

Haar acceptatie was een belofte en een waarschuwing in één. Ze was bereid de stap te zetten, maar Harrie moest weten dat haar hart niet lichtvaardig te winnen was, en dat de kloof tussen het slot en de kringloop er nog steeds was, al was ze nu bereid om er een brug over te bouwen.

Na het achteraf toch zeer uitgebreide diner dat Harrie had laten voorschotelen—de zeebaars en de sukade waren van uitzonderlijke kwaliteit—was de avond snel later geworden. Ze hadden gepraat, gelachen en de stilte was comfortabel geworden.

Trees merkte op dat Harrie, nadat de Bordeaux was ingeschonken, al snel van de wijn was overgestapt naar water. Het was een subtiel, maar typisch detail. Ze registreerde het met een lichte glimlach: Geen risico’s. Geen gevaarlijke hoeveelheden alcohol waardoor hij impulsief zou worden, of waardoor hij de perfecte schijn van de zakenman zou verliezen. Het bevestigde haar beeld: Harrie was emotioneel open, maar hij was en bleef de man met de volledige controle.

Toen ze hun laatste slok koffie namen, was het al diep in de avond. Harrie knikte naar haar.

“Ik denk dat dit een prachtige eerste stap was, Trees,” zei hij. “Zullen we gaan? Ik breng je naar huis.”

Ze liepen samen naar zijn perfect schone, perfect glimmende auto. De reis terug was stil, maar de stilte was nu gevuld met belofte, niet met spanning.

Trees, die de onuitgesproken twijfel in Harrie’s ogen voelde over haar ware leven, nam een onverwacht besluit. “Harrie,” zei ze. “Om je toch meer vertrouwen te geven, en te laten zien wie ik ben, wil ik je mijn nederige stulp laten zien.” Ze glimlachte. “Geen grote luxe, maar een gezellige woning die hoofdzakelijk is ingericht met de inventaris van de Lege Knip.”

Harrie had even getwijfeld—was dit niet te snel na zijn ‘vrienden eerst’-voorstel?—maar de nieuwsgierigheid overwon het.

Binnen liet Trees hem haar woning zien. Hij liep langs de Qom, langs de tweedehands boekenkast en de knusse fauteuils. Harrie was even stil, maar zijn gezicht klaarde op. “Maar Trees, je woont hier prachtig!” zei hij oprecht. “En ik houd wel van deze vorm van inrichting. Ik denk dat onze smaak toch wel overeenkomen.” De oude klassebarrières waren op dat moment irrelevant geworden.

Trees bedankte hem, opgelucht en geraakt. Ze zette voor ieder nog een koffie, en ze praatten verder. Ze raakten nauwelijks uitgepraat. Harrie zag op de klok en doorbrak het moment. “Trees, Lieve Trees,” zei hij, en hij hield zich niet in om het te zeggen. “Bedankt voor deze geweldige dag en het fantastische gezelschap. Het is nu echt tijd om naar huis te gaan, want morgen is het al vroeg dag.”

Trees ging naast hem staan en hielp hem in zijn jas. Ze kon het niet laten. Ze gaf hem geen hand; in plaats daarvan trok ze hem zachtjes in een omhelzing. Ze wilde zijn lichaam even tegen het hare voelen. Harrie ging volledig met haar mee. De controle was even losgelaten, de ‘no risks’-regel was verbroken, en ze mochten elkaars lippen voelen. Een zachte, beloftevolle kus.

Toen ze Harrie had uitgezwaaid, keek ze op haar horloge. Het was al tegen enen. Een half uur later lag ze languit op bed, haar wangen gloeiend van opwinding en vermoeidheid. Maar ook nu was het in slaap raken een probleem. De vlinders waren nu met honderden.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op ““Vlinders bij Middernacht””

  1. ymarleen Avatar

    Het wordt steeds maar interessanter, maar ook langer.

    Geliked door 1 persoon

  2. bertjens Avatar

    Nog veel om te overdenken!

    Geliked door 1 persoon

  3. Hans Avatar

    Heerlijk wegdromen naar het verleden, muziek is tijdloos.
    Als je gaat malen, kun je beter opstaan.
    Opeens is functioneel niet meer voldoende.
    Harrie, ik hoop dat het niet de Harrie is die ik heb gekend, dan was functioneel voldoende geweest. Hans

    Geliked door 1 persoon

    1. wzijlstra10 Avatar

      We zullen het wel zien!

      Like

  4. Karel Avatar

    prachtig Willem

    Geliked door 1 persoon

  5. Rianne Avatar

    Boeiend en ontroerend tegelijk Willem.

    Geliked door 1 persoon

  6. TaaltuinZuid Avatar

    Mooi beschreven weer!

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder