Een maandag met een schaduw


Serie : Date 5

Terwijl de eerste zilveren vingers van de zon door haar gordijnen dansten, ontwaakte Trees met een zacht ontspannen glimlach. De herinnering aan Harrie, van de dag ervoor, lag als een warme deken om haar heen. Zachtjes strekte ze zich uit, haar hart nog gonzend van de hernieuwde verbinding.

Ze zette de radio aan, en precies om zeven uur, nadat de wereld even in het kort was samengevat, vulden de melancholische, maar oh zo romantische klanken van Herman van Veen de kamer. Zijn stem, doorleefd en teder, zong de woorden die haar ziel raakten:

“Ik houd van jou, met heel mijn hart en ziel, houd ik van jou. Langs de zon en maan tot aan het ochtendblauw, ik houd nog steeds van jou. Jij kent nu al mijn slimme streken, ik ken allang jouw heksenspel. Ik hoef niet meer om jou te smeken, jij kent mijn zwakke plaatsen wel.”

Trees zong zachtjes mee, elke zin een echo van haar eigen, ontluikende gevoelens. De tekst, zo herkenbaar, sprak van een diepe connectie, van elkaars imperfecties kennen en toch intens liefhebben. Het was alsof Herman van Veen speciaal voor haar had gezongen, een serenade aan een herontdekte liefde.

De morgen ontvouwde zich met een serene rust. Ze genoot van een eenvoudig ontbijt van romige yoghurt met knapperige muesli en de geurige warmte van twee koppen thee. Haar gedachten dwaalden moeiteloos terug naar gisteren, naar de lach van Harrie, de twinkeling in zijn ogen, de vanzelfsprekendheid van hun samenzijn. Het voelde als een zachte thuiskomst in een landschap dat ze jarenlang had gemist.

Een warme douche lonkte, figuurlijk en letterlijk een bad van welbehagen na de emotionele reis van gisteren. Onder de vallende waterstralen, die haar huid als een liefkozing omarmden, bleef het liedje van Herman van Veen als een zoete melodie in haar hoofd dansen. Het was geen herinnering aan verdriet, maar een symbool van hoop, van een hart dat weer durfde te bloeien, in de wetenschap dat liefde soms de meest onverwachte paden bewandelt, om uiteindelijk weer thuis te komen.

Terwijl Trees haar fiets van het slot haalde en de koele ochtendlucht inademde, flitste de gedachte aan Jannus door haar heen. Ze zag zijn zorgelijke blik voor zich, hoorde misschien al de vragen die hij zou kunnen stellen, doordrenkt met zijn gebruikelijke bezorgdheid en onverholen nieuwsgierigheid. Een lichte rimpel verscheen even tussen haar wenkbrauwen, maar verdween net zo snel weer. “Ach,” dacht ze, met een bijna achteloze moed, “laat het er maar op aankomen.”

Het was immers een gewone maandag. De week begon zoals elke andere week, met de vertrouwde routine die een anker sloeg in de stroom van haar leven. En hoewel haar hart nog zachtjes nagloeide van de warmte van gisteren, besloot ze deze nieuwe week te omarmen met een open geest. Zonder vooroordelen, zonder angst voor vragen, trapte ze in de pedalen en reed, onbevangen als altijd, richting de Lege Knip, klaar voor wat de dag haar ook zou brengen. De wind speelde met haar haren en veegde eventuele laatste restjes van onzekerheid weg, terwijl ze zich vol vertrouwen stortte op de dag.

Bij de Lege Knip was het nog stil, nog geen verlichting en dus wist ze dat ze als zo vaak de eerste weer was. Terwijl ze haar fiets in de stalling zet, hoort ze Jannus ook neuriënd aankomen. “zo te horen ben je goed gehumeurd Jannus” Jannus lacht en beaamt dat “Ik heb een goed weekend gehad Trees en in tijden niet zoveel gelachen, maar dat zal ik je nog wel eens vertellen, maar hoe was jouw weekend?”

Trees had zojuist de zware toegangsdeur van de Lege Knip geopend, en de muffe, maar vertrouwde geur van oude spullen en stof sloeg hen tegemoet. Terwijl ze het alarm uitschakelde en de hoofdschakelaar omzette, sprong het TL-licht aan. Het knipperde even protest tegen de vroege start, waarna het de hal baadt in een kille, maar verrassend warme gloed die de veelheid aan objecten direct deed leven.

“Maar vertel jij eerst eens,” vervolgde Trees, met diezelfde tevreden lach. Ze kon de nieuwsgierigheid in Jannus’ ogen zien, maar was vastbesloten niet direct haar kaarten op tafel te leggen. “Jouw ‘goed gehumeurd’ is vaak een teken dat je iets hebt uitgehaald.”

Jannus grijnsde, maar liet zich afleiden door de routine. Ze begonnen zonder een woord te wisselen aan de gebruikelijke maandagochtendrituelen: de kassa vullen met wisselgeld, en de koffiemachine, de onmisbare motor van de Lege Knip, vullen en aanzetten. Hun stilzwijgen was geen ongemak, maar de efficiëntie van een doorleefd partnerschap.

Al snel druppelden de anderen binnen: Peter en Herman, zuster Josephine en Dilan. De Knip kwam langzaam tot leven. Trees stelde voor dat de dames vandaag samen de ramen aan de buitenkant zouden gaan lappen—het weer van de afgelopen week had duidelijk zijn sporen nagelaten. Peter en Herman begonnen, net als altijd, met de stofzuiger om de vloer van de dagelijkse chaos te ontdoen.

Trees, gewapend met poetsmiddel en een lap, begon te schitteren aan een stapel koperwerk. Terwijl ze het doek over een doffe kandelaar wreef en het metaal weer goudkleurig werd, kwam ze onwillekeurig weer in de ban van het ochtendlied. Zachtjes, bijna onhoorbaar, begon ze de tonen van Herman van Veen’sIk houd van jou te neuriën, een zoete, persoonlijke herinnering aan de geladen dag van gisteren.

En toen, bij de boekenhoek, waar hij bezig was met het rangschikken van de nieuwe aanwinsten, ving Trees tot haar verrassing ook de lage, galmende tonen van een serenade in neuriën op. Het was Jannus. Hij neuriede ook een liedje, een vrolijke, bijna uitdagende melodie, alsof hij haar zachte gemurmel had opgevangen en er een muzikale weddenschap van wilde maken. De Lege Knip begon zo, tussen het koperpoetsen en boeken sorteren, aan de nieuwe week, gevuld met het onuitgesproken geheim van Trees en de luide, vrolijke opwinding van Jannus.

Onder de gloed van de TL-buizen en de geur van verse koffie zaten ze met z’n twaalven—de vaste kern en een paar vroege vogels van bezoekers—gezellig rond de tafels. Trees had in haar rol als koffiedame voor iedereen ingeschonken, waarna de gesprekken als vanzelf van start gingen, slingerend van de dorpsroddels naar de scherpste observaties.

Er was de onvermijdelijke discussie over de verkeersveiligheid: “Hoor je dat dan?” zei iemand. “Weer een vrouw van de fiets gereden, en die schurk is gewoon doorgereden!” Maar gelukkig was er redding. Piet, die met zijn neus altijd bovenop het lokale nieuws zat, wist te vertellen dat een oplettende burger het kenteken had genoteerd. “De politie heeft ‘m te pakken, en de dader is geverbaliseerd. Jammer genoeg ligt die vrouw in het ziekenhuis met een gebroken heup. Waarschijnlijk valt ze nu onder de categorie ‘Grootste Pechvogel van de Maand’!”

Maar de kroon op de bizarre weekendverhalen was toch wel voor Zuster Josephine. Ze vertelde met een mengeling van afschuw en lichte hilariteit over de mis in de kerk:

“Ik schrok me een hoedje! Je zag het gewoon aankomen, die arme misdienaar met zijn veel te lange toog. Dat ding sleepte over de grond alsof hij een dweil was! En jawel hoor, bij het aanreiken van de kelk en de schaal met hosties—vóór de consecratie, gelukkig—struikelde hij op z’n gezicht. De kelk stuiterde, en die hosties? Die vlogen in een prachtige parabolische boog dwars over de eerste drie rijen! Het was één en al commotie. Je hoorde een golf van ‘Ooh’ en ‘Aah’ door de kerk galmen. Terwijl iedereen lachte om het beeld van vliegende hosties, schonk Trees nog een kop koffie in.

Trees had het allemaal met een glimlach aangehoord, haar ogen zochten af en toe die van Jannus. Hij had haar blik opgevangen en lachte vrolijk terug, een speelse uitwisseling die hun onuitgesproken nieuwsgierigheid naar elkaar’s weekend verried.

Toen kwam Dilan met haar verhaal over zaterdagavond, wat zorgde voor een schril contrast met de religieuze en verkeersongelukken.

“Mijn zaterdagavond was… spectaculair, zal ik maar zeggen,” begon Dilan, met een dramatische zucht. Ze was naar een dancing geweest waar een lokaal bandje de hedendaagse hits speelde. Haar avond had een veelbelovende start gehad. “Ik dacht even dat ik beet had, hoor, met een superleuke jongen,” vertelde ze, haar ogen rollend. “Maar de flirt was binnen een uur al mislukt. Hij bleek de humor van een natte krant te hebben.”

Maar dat was niet het meest gedenkwaardige deel van de avond. Later op de avond veranderde de sfeer van flirterig in ronduit grimmig. “Toen begon het échte werk,” ging Dilan verder, haar stem gedempt van opwinding. Door een aantal mannen die duidelijk “te diep in hun glas hadden gekeken”, ontstond er een massale vechtpartij. “Het leek wel een scène uit een cowboyfilm, maar dan met discolicht,” zei ze.

De climax volgde snel: “De politie kwam binnenvallen alsof ze een bende wilde oprollen. Ik was net op tijd de deur uit,” bekende ze, met een hand aan haar borst. “Maar ik zag ze nog, met die knuppels, die luidruchtige jongens naar buiten jagen. Je snapt wel, daarna was het gedaan met de gezelligheid. Ik heb mijn flirt van die avond trouwens ook niet meer teruggezien. Die zal wel zijn weekend in een cel hebben doorgebracht, vrees ik.”

Jannus leunde achterover en lachte hartelijk. “Jullie hebben het over vechtpartijen en vliegende hosties, maar mijn weekend was een schril contrast, al begon het heel vertrouwd.”

Hij begon over de zaterdagavond. “Mijn weekend begon wél goed. Zaterdagavond was het heerlijk ouderwets gezellig in de stamkroeg. Je weet wel, waar vooral mannen van mijn leeftijd komen.” Hij wreef in zijn handen. “We hebben lekker gedobbeld, geklaverjast, maar het leukste vond ik het partijtje kastjebiljart.” Hij knipoogde. “Ik had in ieder geval een goedkope avond; ik heb meer gewonnen dan verloren!”

Maar toen kwam de onverwachte wending. “Maar zondag… toen was ik het meer dan kwijt,” zei hij, met een mengeling van trots en lichte schaamte. “Zaterdagavond waren er een paar die besloten hadden om zondag ergens in de Peel te gaan linedansen.”

Iedereen keek verbaasd op. Dilan sprak uit wat iedereen dacht: “Wát, jij bent gaan linedansen?!” Ze barstte in lachen uit. “Dan kun jij hier straks best een demonstratie geven voor de klanten!”

De hele groep schoot in de lach om het beeld van de stoere Jannus die de Texas Two-Step danst. Jannus wimpelde het lachend af. “Laten we dat nu maar niet doen,” zei hij, terwijl hij zijn rug rechtte. “Ik heb nog last van mijn spieren.”

Herman, de oudste van de groep, had een scherpe opmerking klaar: “Als je spierpijn hebt van dansen, dan heb je jezelf wel erg uitgesloofd… of moest je soms indruk maken?”

Jannus bloosde licht, maar bleef vaag. “Zullen we het daar maar niet over hebben,” zei hij, duidelijk de diepere details vermijdend. “Anders schrikken jullie nog van mijn verborgen talenten.” Hij keek even vluchtig naar Trees, en hun ogen ontmoetten elkaar in een gedeeld moment van geheime weekendavonturen.

Het verhaal van Trees bleef die ochtend in de lucht hangen, onverteld. De koffietijd liep ten einde, de mokken werden verzameld, en met een collectieve zucht hervatte iedereen zijn werkzaamheden. De drukte van de middag nam de plaats in van de ochtendroddels.

Pas aan het eind van de dag, toen de laatste bezoeker de Lege Knip had verlaten en de deur in het slot viel, bleven Trees en Jannus nog even napraten bij de balie. De stilte in het grote, volgestouwde pand gaf eindelijk ruimte voor een persoonlijk gesprek.

Jannus keek Trees serieus aan. “En nu wil ik weten hoe jouw weekend is geweest, Trees. Ik wilde het niet in de groep aanhalen, want de meesten weten niet of er iets aan de hand is, als überhaupt iets aan de hand is.”

Trees glimlachte dankbaar. “Dank je, Jannus. Ik houd het ook nog maar even rustig.” Ze leunde tegen de toonbank. “Het was zondag heel goed. Maar ik zit nog met heel veel vraagtekens. Wil ik nog wel een relatie? Wat gaat er allemaal veranderen in mijn leven? En vul dat soort vragen maar in.”

Ze zuchtte en vervolgde: “Maar laat ik je zeggen, omdat ik hem kende van heel vroeger, was het interessant om te horen hoe het de ander is vergaan. En nu hebben we besloten om het rustig aan te gaan proberen. We zullen elkaar regelmatig gaan zien.”

Jannus legde zijn hand op haar schouder, een gebaar van oprechte steun. “Ik hoop dat het jullie goed gaat. We hebben de leeftijd niet meer om aan kalverliefde te doen, en we gooien geen oude schoenen weg voor er nieuwe zijn.”

“Jannus, dank je,” zei Trees, haar ogen zacht. “We hebben het goed, althans dat denken we, maar wat weten we nog van de liefde?”

Jannus knikte begrijpend, zijn gedachten duidelijk bij zijn eigen avontuur. “Trees, daar heb ik gisteren ook aan gedacht, ja. Toen ik met iemand van mijn leeftijd na het dansen in gesprek raakte en we het over relaties kregen.”

Jannus haalde zijn hand van Trees’ schouder en keek even naar de grond, alsof hij de woorden moest ordenen.

“Kijk, dat linedansen zelf was al een belevenis,” begon hij, een lachje onderdrukkend. “Ik voelde me net een houten klaas. Maar na afloop, toen de spieren protesteerden, raakte ik aan de praat met een dame aan de bar. Ook eentje die daar was vanwege de gezelligheid, niet per se voor de moves.”

Hij leunde dichterbij, zijn stem nu zacht en vertrouwelijk. “Ze heet Gerda. We hadden het over van alles, maar al snel kwam het gesprek op… nou ja, op het alleen zijn. En hoe lastig het is om op onze leeftijd nog iemand te vinden die snapt hoe het leven is gelopen.”

“Ze is weduwe, en net als jij en Harrie hadden wij ook een klik. Geen denderend verliefde klik van de eerste seconde, maar meer een wederzijds begrip dat je zelden tegenkomt. Het ging erover dat we allebei de kunst van het delen een beetje verleerd zijn, maar dat het ook weer went, dat samen zijn.”

Jannus keek Trees aan, zijn ogen oprecht. “We hebben anderhalf uur gepraat, Trees. Over de kinderen, over de rekeningen, over het gemis. En ik moest denken aan wat jij nu met Harrie hebt. Het is toch gek? Dan ben je de zestig gepasseerd, en dan sta je weer met kriebels aan de bar.” Hij glimlachte breed.

“En?” vroeg Trees, die vol aandacht had geluisterd. “Heb je haar nummer gevraagd?”

Jannus knikte. “Ja. En we gaan volgende week samen naar een cabaretvoorstelling. Zonder linedansen.” Hij hief zijn handen in een gebaar van overgave. “Dus ja, Trees. Wat weten we nog van de liefde? Blijkbaar zijn we te oud om het te weten, maar niet te oud om het te proberen.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Een maandag met een schaduw”

  1. Bert Avatar
    Bert

    Weer mooi verschreven!!

    Geliked door 1 persoon

  2. Hans Avatar

    Herinneringen kunnen heel fijn zijn.
    Herman zong, vandaag ben ik zo vrolijk….
    Een gewone maandag, was vroeger vroeg opstaan en de hele dag wassen.
    Maar de huisvlijt is nog steeds aanwezig.
    Een vriendje van me is vandaag aangereden, over verkeersveiligheid gesproken.
    Nieuwe plannen zijn al weer gemaakt. Hans

    Geliked door 1 persoon

  3. Karel Avatar

    prachtig weer Willem
    heinneringen aan oude en begin van nieuwe relaties
    denk dat de oudjes onder de lezers er ook wel herinneringen aan hebben

    Geliked door 1 persoon

  4. meninggever Avatar

    Warme momenten op wat latere leeftijd. Kijk, dat is zoals het moet zijn of gaan. Lekker verhaal…

    Geliked door 1 persoon

  5. Rianne Avatar

    Ik heb er weer van genoten Willem😃

    Geliked door 1 persoon

  6. Rob Alberts Avatar

    Pas op vrijdagavond gelezen.

    Wat zal dit weekend brengen.

    Niewsgierige groet,

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Rob Alberts Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder