
Midden in de nacht lag Trees te woelen, de lakens klam van het zweet. De discussie met Jannus van die donderdagavond over de uitbreidingsplannen van de gemeente, hoewel ze zich staande had gehouden, had diepe sporen nagelaten; ze voelde dat er iets bleef knagen.
In haar slaap dreef ze af naar het Slot—de residentie die Harrie de Groot van zijn ouders had geërfd en waar hij nu eenzaam woonde na het overlijden van zijn vrouw en het vertrek van zijn dochter naar het dorp. De droom ging echter over die ene avond, jaren geleden, toen Harrie haar meenam naar een groots feest.
Het Slot kolkte van het leven, maar op een ongemakkelijke manier. Trees zag de mannen in hun gestreken driedelige pakken en de vrouwen in lange jurken, zwaar opgemaakt en behangen met sieraden – kettingen, oorbellen en ringen die als fonkelende trofeeën glansden. Trees had zich altijd al een vreemde gevoeld, alsof ze door een glazen wand naar een wereld keek die niet de hare was. Harrie had haar toen beschermd, haar zachtjes door de zalen geleid, langs de trap die zich als een theatrale decoratie omhoog wrong in de hal.
De droom bracht haar terug naar die kamers, het diner met eindeloze gangen, en de drankjes aangereikt door zwijgende lakeien. Alles was te veel: te rijk, te glad, te stil. Toen sloeg de sfeer om: in haar onderbewuste zag ze alle gasten omdraaien. Ze keken haar aan met grote ogen, glimmend van oordeel.
In paniek vluchtte ze samen met Harrie naar buiten, de tuin in, richting het vijverbrugje. Ze dachten even vrij te zijn onder het maanlicht. Maar toen vielen ze achterover, splátsj, in het koude water.
Trees schrok wakker, haar hart bonkend. Haar lichaam was drijfnat van het zweet. De echo van het Slot, de blikken, de val—alles was nog even tastbaar als het kussen onder haar hoofd.
En ze had Harrie weer ontmoet, wel op een toevallige manier, maar nu hadden ze elkaar de kans gegeven om op volwassen manier de liefde weer een kans te geven. En zo gingen haar gedachten de hele nacht door. Het voelde wel goed, dat samenzijn, het rekening met elkaar houden, maar ook het elkaar vrij laten als er zaken belangrijker zijn. Maar toch, het verschil in afkomst bleef een issue, nog steeds het grote Slot waar Harrie woonde, en wie waren Harrie zijn vrienden en zijn familie? Lisa, Harrie’s dochter, was een leuke meid waar ze zeker wel een klik mee leek te hebben, maar de vragen bleven door haar gedachten zweven. En als ze dacht dat ze nu maar weer eens moest proberen te slapen, lukte het weer niet. Het was inmiddels al drie uur geweest.
Als ze uit bed stapt, loopt Trees naar de keuken en zet een kop thee. Aan tafel met een klein schemerlampje aan wacht ze tot de thee is gezet. De krant leest ze nog een keer door en probeert een kruiswoordpuzzel op te lossen. Even de gedachten verzetten, denkt ze.
Maar nee, de vragen van de puzzel worden volledig overruled door haar eigen vragen over Harrie. De thee smaakt dit keer ook niet en ze voelt zich beroerd. Dan denkt Trees: houd op, onderneem actie verdomme. Ze hoopt dat ze weet wat ze wil gaan doen.
In de komende weken wil ze weten wie Harrie zijn familie en wie zijn vrienden zijn. Ook wil ze precies weten waar hij werkt, want als dat is waar ze bang voor is, moet ze dat weten. Harrie weet wie haar belangrijke mensen om haar heen zijn. Hij wist vanuit de schooltijd uit welk nest ze kwam, en nu wil ze dat ook van hem weten. Punt uit.
Met die vastberaden beslissing—de noodzaak om duidelijkheid te scheppen over Harrie’s ware wereld—kroop Trees het bed weer in. De onrust van de afgelopen uren was als sneeuw voor de zon verdwenen. De blikken van de chique feestgangers, het ongemak in het Slot, de dreiging van de vijver—het alles verdween nu naar de achtergrond.
De wetenschap dat ze nu een concrete actie had besloten, bracht onmiddellijke rust. Er was een plan; ze zou niet langer zweten op haar lakens over het onbekende.
Het duurde dan ook maar even of Trees vatte de slaap, een diepe, zekere slaap, wachtend op de dag waarop ze haar nieuwe onderzoek zou starten.
Geef een reactie op meninggever Reactie annuleren