
De zaterdagavond dat Harrie en Trees in het plaatselijke café hadden gezeten, was voor Trees een cruciaal moment geweest. Ze had de beslissing genomen om het roddelcircuit in het dorp maar op gang te brengen. Ze wilde het niet stiekem houden en dan continu moeten oppassen dat iemand hen niet zou zien.
Dit was al een hele stap, omdat veel in het dorp altijd gedacht hadden dat er een romantische band tussen Jannus en haar zou bestaan. Maar nu het verhaal van Jannus en een vriendin in de linedance sign (het linedance gerucht) al rond was gegaan, kon dit er nog wel achteraan, vond ze.
Een uur later waren ze weer in de woning van Trees en trok ze een fles wijn open die ze ooit eens van een goede relatie van de Knip had gehad.
“Harrie, deze wijn ligt hier al een tijdje, ik weet niet hoe het smaakt,” zei Trees, terwijl ze de fles liet zien.
Harrie bekeek de fles aandachtig. “Deze wijn kan wel een tijdje liggen, als je hem maar af en toe draait.” Hij schonk een heel klein scheutje in beide glazen. Nog voordat ze proostten, rook hij aan de geur en nam een nip. Hij proefde, en proefde, en slikte het toen door. “En nu mag jij een oordeel geven, Trees.”
Trees nam het glas, rook ook aan de inhoud en vulde haar mond met een half slokje. Ze spoelde langzaam het vloeibare vocht naar binnen. “Ik proef wel iets van fruit, maar ik vind hem wel wat zuur.”
Harrie gaf haar gelijk. “Deze wijn heeft een vleugje framboos, hij is iets aan de zure kant, maar is best wel te drinken.” Zo dacht Trees: de test is afgelegd.
De avond werd al pratend doorgebracht en soms pakten ze elkaar bij de hand. Harrie sprak over zijn huwelijk, over de geboorte van Lisa en het opgroeien van haar, waarvan hij toch wel een deel gemist had en daar nu nog wel eens spijt van heeft. Op het eind van de avond was er, zonder er direct naar te vragen, veel over het privéleven van Harrie de revue gepasseerd.
Toen het bijna half een was en Harrie op zijn horloge zag, zei hij dat hij maar eens richting huis moest gaan. Samen stonden ze op.
Trees vroeg: “En heb je morgen ook plannen?”
“Ja, ik wilde je morgen verrassen, maar dan zouden we al vroeg weg moeten,” antwoordde Harrie.
Trees keek hem aan en dacht: kunnen we dan iets later weg of zou je liever hier blijven slapen?
“Trees, je moet geen slapende honden wakker maken,” zei Harrie, met een twinkeling in zijn ogen, “want dan is het antwoord wel heel gemakkelijk.”
“Dan blijf je hier maar slapen, Harrie,” zei Trees resoluut.
Harrie schrok aan de ene kant, maar aan de andere kant gaf ze hem wel een opening van vertrouwen. “Ik ga wel op deze bank slapen,” stelde Harrie voor, maar Trees had duidelijk een ander idee.
“Harrie, ik heb getwijfeld, zoals ik heb verteld, maar ik heb nu het gevoel dat ik je vertrouw, en ook dat moet je zien te delen. Dus ik nodig je uit om naast mij te komen liggen, je mag voor deze keer mijn tandenborstel gebruiken”
De volgende morgen ging de wekker om zeven uur af. Trees kreunde zachtjes: “Nu al, ik lig net.” Toen ze zich omdraaide, zag ze een lachende Harrie naast haar liggen.
“Goed geslapen, meisje?” vroeg hij met een zwoele stem.
Trees was in haar slaap even vergeten dat ze een bijslaper had. Bij het besef kroop ze naar hem toe en fluisterde hem zachtjes in het oor: “Ik ben even heel ver weg geweest en ben weer helemaal terug.”
De omhelzing was tussen hen niet eerder zo hevig geweest, en er werden andere woorden gebruikt dan hun eigen namen, woorden die hun diepe en verse verbondenheid uitdrukten.
Eindelijk had de liefde dan toch toegeslagen, en een half uur later kwamen ze samen, stralend en verkwikt, de douche uit.
Deze nacht had onverwacht veel verandering teweeggebracht. Van de twee spraakzame, bedachtzame mensen waren ze even veranderd in een zwaan-kleef-aan koppel. De aandacht voor elkaars doen en laten, elk gebaar en elke aanraking, had even alle focus opgeslokt.
De verrassing voor de zondag werd wel veel later dan gepland. Het was al na tienen dat ze in de auto stapten. Pas een paar uur later reden ze naar Keulen. De wereld van Harrie en Trees was plotseling niet alleen hun dorp, maar de wijde, romantische wereld geworden.
Na de intieme, onverwachte nacht en de late start reden Trees en Harrie uiteindelijk Keulen binnen. De stad, gehuld in de vroege schemering van een winterse middag, gloeide van de duizenden lichtjes. Dit was Harrie’s verrassing: ze zouden zich onderdompelen in de kerstmagie op de beroemde Kerstmarkt en de drukke, historische stad ervaren.
Harrie parkeerde de auto en samen liepen ze, nog steeds hand in hand en dicht bij elkaar, richting de Dom. Zodra ze de markt naderden, werden ze opgenomen in de zoete, kruidige geur van glühwein, geroosterde amandelen en dennenhout.
Trees’ ogen straalden. Ze had even de Lege Knip, de Lions Club en alle overpeinzingen over haar verleden en zijn geheimen vergeten. Dit was puur, onbezonnen plezier.
“Wauw, Harrie,” zei ze, haar adem dampend in de koude lucht. “Dit is prachtig. Dit is precies wat ik nodig had.”
Harrie lachte, oprecht blij om haar zo te zien. “En jij dacht dat de oude Harrie alleen maar kon praten over financiële verslaggeving, hè?”
Ze liepen langs kraampjes vol met handgemaakte kerstversieringen en houtsnijwerk. Ze deelden een reuzen-currywurst en dronken de eerste beker warme, kruidige glühwein. Harrie, de man van het Slot, leek zich net zo thuis te voelen tussen de drukte en de geuren als Trees, de vrouw van de kringloopwinkel.
“Kijk Trees,” zei Harrie, terwijl hij haar meetrok naar een stand met sieraden. “Ik wil je iets geven. Een aandenken aan onze eerste, officiële ontsnapping.”
Hij koos een delicate zilveren hanger in de vorm van een klein klavertje vier. Trees’ hart smolt. Het was geen groots, overdadig geschenk, maar een teken van geluk en een nieuw begin.
Terwijl ze de hanger bij de Dom omdeed, leken de duizenden bezoekers om hen heen te verdwijnen. Voor dat ene moment waren ze alleen, omringd door het geluid van kerstmuziek en het rinkelen van glazen.
“Weet je, Harrie,” zei Trees, terwijl ze haar hoofd tegen zijn arm vlijde. “Dit is de nieuwe Harrie. De Harrie die ik wil leren kennen.”
Toch, zelfs in de warmte van de Kerstmarkt, konden ze de drukke, moderne stad niet negeren. Midden in het gejoel en de gezelligheid, ving Harrie’s oog iets op. Een bekend gezicht. Iemand die hij kende uit een heel ander, veel formeler circuit. Een man in een te dure jas die gehaast langs de stand met kaarsen liep, een telefoontje afwerend.
Harrie verstijfde even. Hij kneep onbewust in Trees’ hand. “Trees, we moeten even doorlopen, nu.”
Trees, die zijn plotselinge verandering in gedrag opmerkte, volgde zijn blik.
Trees voelde meteen de onrust door Harrie’s lichaam trekken toen hij haar hand zo stevig kneep. Ze volgde zijn blik naar de man die snel door de menigte liep, zijn gezicht weggedraaid van de vrolijkheid van de markt, druk in gesprek met een smartphone.
“Harrie, wat is er?” vroeg Trees zachtjes, bezorgd.
Harrie trok haar mee, weg van de kraam met de sieraden en de dikste mensenmassa, richting een rustiger hoekje bij een stand met kerststallen. Hij leunde naar haar toe, zijn stem gedempt en geconcentreerd, totaal anders dan de ontspannen man van zojuist.
“Die man,” fluisterde Harrie, terwijl hij discreet over zijn schouder keek, “dat is Eduard. Eduard was de Chief Legal Officer bij het investeringsfonds waar ik jarenlang de raad van bestuur adviseerde.”
Trees keek hem aan, haar ogen groot. De rust van de nacht en de gezelligheid van de ochtend ebden weg. Dit was een direct contact met de wereld die Harrie juist had proberen te ontvluchten.
“Eduard is… nou ja, hij is niet echt mijn favoriete persoon,” vervolgde Harrie, zijn hand wreef over zijn nek. “Hij was erg nauw betrokken bij de laatste, grote overname in Londen, het project dat uiteindelijk mijn ontslag betekende. Er waren destijds wat discussies over de juridische structuur van die deal. Eduard neigde naar… zeg maar, agressieve methoden om de winst te maximaliseren.”
Harrie keek haar aan met een blik die zei: ik ben hier niet trots op.
“Ik heb het bedrijf verlaten om zo ver mogelijk van dat soort praktijken weg te zijn. Ik wil nu geen herhaling van die gesprekken. Ik wil geen contact met die kant van mijn verleden, zeker niet nu. Laten we alsjeblieft even doorlopen, verder de stad in. Ik wil niet dat hij mij ziet en me dwingt om over die oude zaken te praten. Dat is het laatste wat ik wil op jouw verrassingsdag.”
Trees knikte, haar hart klopte nu sneller. Dit was precies de onzekerheid waar ze bang voor was: de onzichtbare connecties die zijn verleden nog steeds met zich meedroeg. Ze wist dat Harrie haar probeerde te beschermen, maar ze voelde de druk van zijn onrust.
“Oké,” zei Trees, terwijl ze zijn hand stevig vasthield. “Laten we gaan. Weg van hier.”
“Laten we dat dan maar doen,” zei Trees, terwijl ze Harrie stevig meenam in de tegenovergestelde richting van waar Eduard was verdwenen. De drukte van de Kerstmarkt voelde nu beklemmend in plaats van gezellig.
Harrie ontspande iets toen ze de hoofdmarkt achter zich lieten en zich een weg baanden door de smallere straten, richting de Dom en de omliggende wijken.
“Weet je wat,” zei Harrie, die zijn onrust wilde verdrijven. “Ik ken hier een geweldige Weinstube, een plek die al generaties bestaat. Weg van de toeristen, pure Duitse gezelligheid. Dat is precies wat we nu nodig hebben.”
Al snel zaten ze in een donkere, houten Weinstube, waar de geur van oude wijn en hartige gerechten hing. Ze bestelden twee glazen Riesling, en Harrie begon met een lichte stem over de schoonheid van de architectuur in de oude stad. Hij probeerde het contact met Eduard te bagatelliseren.
“Het is gewoon dat ik de rust wil houden, Trees,” legde Harrie uit, terwijl hij aan zijn wijn nipte. “Ik ben niet meer die havik van de City. Ik wil geen herinneringen. Ik wil alleen jou.”
Trees nam zijn hand over de tafel. Zijn verklaring was plausibel; waarom zou je contact willen met de mensen van een periode die je ongelukkig maakte? Toch bleef er een kleine, koude knoop in haar maag zitten. Het was de eerste keer dat Harrie over zijn werk sprak als iets met ‘agressieve methoden’.
De middag verstreek met meer Riesling, lichte gesprekken over hun gedeelde jeugd en de toekomst, en de belofte van meer verrassingen. Tegen de tijd dat de zon onderging en de straten van Keulen in een sfeervol, donkerblauw waren gehuld, besloten ze dat het tijd was om terug te keren naar hun eigen, veilige omgeving.
Ze stapten in de auto, de Kerstmarkt inmiddels een zee van fonkelende lichtjes achter hen latend. Trees had een prachtig weekend gehad, maar de korte, koude aanraking met Harrie’s ‘andere’ leven had een waarschuwing achtergelaten.
De rit terug naar het dorp was stil maar comfortabel. De Riesling en de gezelligheid van de Weinstube hadden de spanning van de ontmoeting met Eduard verzacht. Harrie reed rustig, zijn hand soms op Trees’ knie, terwijl ze de flitsende lichten van de snelweg in zich opnamen.
Toen ze uiteindelijk bij Trees’ woning aankwamen, was het al laat en donker. De Lege Knip en het hele dorp lagen in een rustige, zondagse sluimer.
Ze stapten uit, de stilte van het dorp was een schril contrast met de drukte van Keulen. Ze liepen naar de voordeur en Harrie haalde de sleutels uit Trees’ hand om de deur voor haar te openen.
In de hal, met het zachte licht van een schemerlamp, keken ze elkaar aan.
“Dit was de mooiste verrassing die ik in lange tijd heb gehad, Harrie,” zei Trees, haar stem warm en oprecht. “Dank je wel. Ik heb het echt nodig gehad om even weg te zijn.”
Harrie’s ogen straalden. “Ik ook, Trees. Het was perfect. Alles aan Keulen, de Kerstmarkt, de wijn… en jou. Het was heerlijk om even zo onbezorgd met je te kunnen zijn.”
Hij wist dat de ontmoeting met Eduard even een rimpel in de vijver had veroorzaakt, maar Trees had het laten rusten, en hij was haar dankbaar. De deur van zijn professionele leven was gesloten.
Harrie trok Trees zachtjes naar zich toe voor een innige, lange omhelzing. Hij rook nog steeds naar de koude lucht en de glühwein, en het was een vertrouwde, geruststellende geur.
“Dan ga ik nu maar naar huis,” zei Harrie, terwijl hij een stap achteruitdeed, de wekker van de ochtend nog vers in het geheugen. “Ik moet me morgen weer melden bij de Kringloop. Al is het werk daar minder interessant dan bij jou blijven.”
Trees glimlachte, een zachtmoedige glimlach vol belofte. “Ga maar. Maar bel me zodra je thuis bent. En Harrie…”
Ze legde haar hand op zijn wang. “Dank je voor het delen. Alles.” Ze doelde zowel op zijn zorgen over Eduard als op zijn levensverhaal.
“Graag gedaan, Trees. Goede nacht.”
Harrie gaf haar nog een laatste, tedere kus en liep de trap af naar zijn auto. Trees bleef in de deuropening staan totdat ze het geluid van zijn motor in de verte hoorde verdwijnen, met een gevoel van diepe, maar complexe tevredenheid.
Geef een reactie op logbankje Reactie annuleren