
Wanneer Jannus op zaterdag tegen de avond op zijn vertrouwde fiets naar huis reed, hing er een zachte nevel over de velden. De dag in de Lege Knip had hem voldaan, maar de avondplannen waren nog een open vraag. Hij twijfelde: lekker thuis blijven met een goed boek, of de gezelligheid opzoeken bij zijn maten in het plaatselijke café?
Hij wist dat als hij naar het café zou gaan, het vast laat zou worden. En als zijn vrienden weer met een van hun ‘bijzondere ideeën’ zouden komen om iets te ondernemen, wilde hij geen spelbreker zijn. Bovendien had hij voor de zondag al een afspraak met Gerda gemaakt, een afspraak die hij absoluut niet wilde missen. Met haar wilde hij iets belangrijks regelen in de Lege Knip – iets waar zijn hart vol van was.
Maar thuis de avond doorbrengen was ook zeker geen probleem. Sterker nog, in de Knip had hij die middag een oud boek gevonden. De geel geworden pagina’s en de titel over ‘sociale hervormingen’ hadden zijn nieuwsgierigheid gewekt. Het was een onderwerp dat hem na aan het hart lag, en hij had het voorzichtig in zijn fietstas gestopt.
Bij huis aangekomen, zette hij de fiets zorgvuldig in de berging. Met zijn tas vol spullen, inclusief zijn nieuwe vondst, liep hij naar zijn huisdeur. Binnen zette hij, als een vaste routine, eerst een eenvoudige maaltijd in de magnetron en pakte een pan soep uit de koelkast – een van de meest vaste werkzaamheden wanneer hij thuiskwam.
Na het verorberen van zijn ‘diner’, zoals je het kon noemen, pakte hij een douche. Dit keer een lange, onder een stroom van aangenaam, niet te warm water. “Wanneer ik een badkuip had gehad, zou ik die nu pakken,” dacht hij, terwijl de stralen over zijn vermoeide lichaam stroomden. De dagelijkse beslommeringen werden weggespoeld, en een gevoel van rust daalde over hem neer.
Aangekleed kwam hij in de kamer en zette de verwarming een slag hoger, zodat het een paar minuten later aangenaam en behaaglijk werd. De beslissing was gevallen. Het boek won het deze avond. Een zaterdagavond van stille contemplatie en de belofte van nieuwe kennis, in afwachting van de afspraak met Gerda de volgende dag.
Om niet te veel afgeleid te worden, zette Jannus zachtjes de radio aan, en lichte, instrumentale achtergrondmuziek vulde de aangenaam verwarmde ruimte. Ooit, in een impulsieve bui van technologische ambitie, had Jannus een compleet dolby stereosysteem met surround sound aangeschaft, maar vanavond volstond de simpele radio. De zachte melodieën waren precies goed om zijn gedachten te laten dwalen, maar hielden hem tegelijkertijd gefocust op de tekst van het oude, interessante boek.
Hij nestelde zich in zijn favoriete stoel, de verwarming snorde zachtjes, en met het boek over ‘sociale hervormingen’ op schoot, begon hij te lezen. De avond was nu officieel gereserveerd voor rust, reflectie, en de intellectuele honger naar ideeën die hij misschien kon toepassen in zijn werk bij de Lege Knip.
Het boek dat Jannus in handen had, bleek een intrigerende vondst: ‘De vrouw en haar meid’ van Caroline Hanken. De titel sprak hem meteen aan. Het ging over de vrouwen die eeuwenlang het hart van het huishouden vormden. Samen hielden ze de boel binnenshuis draaiende, maar het boek weerspiegelde ook hoe de sociale relaties, genderrollen en klassenverschillen zich door de tijd heen ontwikkelden.
Jannus las met stijgende interesse over de dynamiek tussen de meid en de vrouw des huizes; een intieme, maar tegelijkertijd zeer ongelijke relatie. Hij zag parallellen met hoe de samenleving nu nog steeds verdeeld was, zij het op subtielere manieren. Het boek gaf hem stof tot nadenken, vooral met zijn werk in de Lege Knip, waar allerlei soorten mensen bij elkaar kwamen. Hij begon te zien hoe sommige van de ‘sociale hervormingen’ waar Hanken over schreef, nog steeds niet voltooid waren in hun eigen dorp.
Terwijl de zachte muziek door de kamer zweefde, voelde Jannus de connectie tussen het verleden in het boek en de plannen die hij had met Gerda voor de Knip. De kringloopwinkel was immers een plek waar oude structuren en nieuwe kansen elkaar raakten. Net toen Jannus een hoofdstuk uit had en de inzichten over sociale verhoudingen nog in zijn hoofd rond zongen, trilde zijn mobiel zachtjes. Een app-bericht was binnengekomen.
Hij keek op zijn horloge – het was al later dan hij dacht – en keek wie de afzender was. Hij begon meteen te lachen toen hij de naam zag. Het was Gerda.
Hij opende de boodschap en las: “Jannus, heb jij tijd om mij te ontvangen? Ik ben alleen en verveel me. Nu dacht ik, wanneer jij je ook verveelt, kunnen we ook samen zijn.”
Zijn hart maakte een sprongetje. De afspraak stond gepland voor morgen, maar nu was de verrassing en de warmte van haar aanwezigheid al binnen handbereik.
Jannus appte meteen terug: “Gerda, ik verveel me niet, maar ik zou het erg leuk vinden als je zou komen.”
Het snelle antwoord kwam onmiddellijk: “Ik stap in de auto en ben er zo, ik weet je te vinden.”
Jannus legde het boek snel opzij. De avond was op een onverwachte en zeer aangename manier omgeslagen. Hij liep naar de keuken om alvast twee glazen klaar te zetten. De thema’s van ‘De vrouw en haar meid’ verdwenen naar de achtergrond; de focus lag nu volledig op de komst van Gerda en de plannen die ze samen voor de Knip zouden kunnen bespreken.
Haastig liep Jannus eerst de kamer en de keuken na. Staat alles wel netjes opgeruimd? Hij pakte zijn bord en bestek van het aanrecht en stopte ze snel in de vaatwasser. Daarna haalde hij een doek over het aanrecht, alsof de aanblik van een schone keuken een prelude was op de helderheid van hun gesprek.
Toen hij tevreden was met de orde, ging hij weer zitten. De twee glazen die hij even eerder zo enthousiast had klaargezet, plaatste hij toch weer terug in de kast. “Ik weet niet wat ze wil drinken,” mompelde hij tegen zichzelf. “Misschien wijn, of toch bier? Ik zie het wel.” Hij wilde niets forceren, zelfs niet een drankje.
Tien minuten later ging de bel.
Jannus stond op, zijn hart klopte lichtjes in zijn borst, en hij liep naar de deur om Gerda binnen te laten. Toen hij de deur opendeed, zag hij een prachtig, mooi lachend gezicht, omlijst door de koele avondlucht. Haar verschijning kwam aan als een kleine orkaan van charme, waardoor zijn ogen even moesten knipperen.
“Kom binnen, Gerda,” zei hij, zijn stem warmer dan de verwarming.
Gerda stapte naar binnen, haar wangen lichtrood van de kou, haar lach nog even sprankelend als bij binnenkomst. “Jannus, wat fijn om hier te zijn. Ik kon de zondag niet afwachten!”
“Ik ben blij dat je er bent. Ga zitten,” zei Jannus, wijzend naar zijn fauteuil. “Wat wil je drinken? Thee, koffie, of een glas wijn misschien?”
“Doe maar een glas rode wijn, als je dat hebt. Ik heb trouwens een nieuwtje dat ik niet kon bewaren tot morgen,” zei Gerda, terwijl ze haar jas uittrok. Jannus nam haar jas aan en bracht hem naar de kapstok.
Jannus haalde de wijn tevoorschijn en schonk twee glazen in. “Een nieuwtje? Vertel op. Je bent de beste afleiding die ik me kon wensen van mijn zware lectuur van vanavond.”
Gerda ging zitten en nam een slok van haar wijn. Haar ogen glinsterden. “Het zijn de Lions. Je weet wel, die club waar Harrie lid van is en die altijd geld inzamelt voor goede doelen. Ze organiseren binnen een paar weken een grote veiling in het dorp,.” Jannus keek haar vragend aan. “Een veiling? Dat doen ze wel vaker, wat is het nieuwtje dan?”
“Dit is anders, denk ik,” vervolgde Gerda, leunend naar voren. “Ze veilen een aantal bijzondere kavels, niet alleen de gebruikelijke ‘dinerbonnen’. Ze veilen een paar stukken kunst uit de nalatenschap van een rijke oud-dorpsgenoot, en ze hebben een aantal zeer zeldzame boeken. Het nieuwtje is dat de Lions de Lege Knip willen benaderen! Ze willen de veiling daar houden, omdat het een ‘neutrale en publieke ontmoetingsplek’ is.” Jannus was verrast. Dit was een enorme kans voor de Knip, maar ook een flinke organisatorische uitdaging. “Dat is inderdaad een nieuwtje, Gerda. En een grote eer voor de Knip,” zei Jannus, terwijl hij de implicaties overwoog. De veiling zou veel mensen trekken, waaronder ongetwijfeld Trees en Harrie zelf.
“En dat is nog niet alles,” ging Gerda verder, haar stem gedempt door opwinding. “Ze hebben gevraagd of de opbrengst van de boeken- en kunstkavels ten goede mag komen aan een lokaal maatschappelijk initiatief. Ze zoeken nog een goed doel. Ik dacht meteen aan… nou ja, aan jou en de Knip.”
Dit sloot perfect aan bij zijn eigen idealen en zijn boek over sociale hervormingen. Zijn geplande gesprek met Gerda over de toekomst van de Knip had plotseling een zeer concrete aanleiding gekregen.
“Nou, Gerda, dit is een mooie binnenkomer,” zei Jannus, terwijl hij zijn glas neerzette, direct overgaand op de praktische kant van de zaak. “Maar waar komt deze informatie vandaan? Ik heb zelf niets vernomen, en volgens mij Trees ook niet, want dan had ze dat wel verteld.”
Gerda bleef met een stralende lach op haar gezicht zitten, duidelijk genietend van haar rol als nieuwsbrenger.
“Tja, dat is het leuke eraan,” begon ze, haar stem vol pret. “Het komt van de bron zelf. Ik ben vanavond even op bezoek geweest bij een oud-collega van me, wiens man in het bestuur van de Lions zit. Ze waren net aan het brainstormen over de veilinglocatie en het goede doel.”
Ze nam een slok wijn. “Ze waren het er unaniem over eens dat de Lege Knip ideaal is vanwege die neutrale uitstraling. Ze hadden Trees nog niet formeel benaderd omdat ze pas net definitief over de locatie hadden besloten. Ik heb gewoon een klein beetje vooruitgelopen op de zaken, omdat ik zo enthousiast ben over de kansen voor de Knip!”
Jannus knikte. Dat verklaarde waarom Trees nog niets wist en het maakte Gerda’s verhaal geloofwaardig. Bovendien was de suggestie van een lokaal maatschappelijk initiatief een gouden kans.
“Je bent een snelle hoor,” lachte Jannus. “Maar het is fantastisch nieuws. Het geeft ons een uitstekende gelegenheid om te praten over wat we nog meer met de Knip zouden kunnen doen, naast het verkopen van spullen, zeker nu we zo in de schijnwerpers komen te staan.”
Gerda keek hem aandachtig aan. “Wat bedoel je precies met ‘wat jullie nog meer zouden kunnen doen’?”
Jannus pakte zijn notitieblok erbij, de opwinding van zijn nieuwe ideeën zichtbaar in zijn ogen. Hij had de visie van het boek over sociale hervormingen meteen vertaald naar de praktijk van de Lege Knip.
“Denk aan de maatschappelijke rol, Gerda,” begon hij enthousiast. “De Lions zoekt een goed doel, en de Knip is al een ontmoetingsplek. Dit is onze kans om dat te formaliseren. Ik zat net nog in een boek te lezen over sociale hervormingen. We zouden de Knip kunnen inzetten als… nou, als een echt sociaal centrum voor het dorp. Met een klein budget kunnen we bijvoorbeeld workshops opzetten, of een koffiehoek inrichten waar mensen met een kleine portemonnee gratis terechtkunnen. Waar de opbrengst van die veiling perfect bij past, als startkapitaal.”
Gerda onderbrak hem met een lichte glimlach, maar ook met een dosis gezond realisme.
“Ho, Ho,” zei Gerda met een glimlach. “Niet te hard van stapel lopen, Jannus. Eerst maar eens afwachten wat het allemaal opbrengt. En we moeten natuurlijk ook overleggen met Trees. Zij is de mede-eigenaar.”
Gerda nam nog een slok van haar wijn. “Bovendien,” voegde ze eraan toe, met een knipoog, “moeten we ervoor zorgen dat we het beste plan hebben voordat de Lions ons benaderen. Een mooi verhaal over ‘sociale hervormingen’ verkoopt goed.”
Jannus knikte. Gerda had gelijk. Enthousiasme was goed, maar strategie was beter. De Lions vertegenwoordigde de elite van het dorp; hun plan moest perfect zijn. En Trees moest aan boord zijn, niet verrast worden.
“Goed punt,” zei Jannus, terwijl hij zijn notitieblok opende. “Laten we dan eerst de basis op papier zetten. Wat zijn twee of drie concrete, haalbare initiatieven die we binnen de Knip kunnen starten, waarvoor we de opbrengst van die veiling nodig hebben? Zodat we Trees en de Lions een duidelijk visie kunnen presenteren.”
Gerda schoof dichterbij. “Ik denk aan iets met vaardigheden. De Knip is perfect voor het opknappen van meubels, toch? En iets met eten. Dat trekt altijd mensen.”
Samen, in de warme gloed van de zaterdagavond en met de zachte muziek op de achtergrond, begonnen ze hun ideeën te bundelen, de plotselinge kans die de Lions hen bood tot in detail uit te werken.
Toen de glazen leeg waren, vroeg Jannus of hij nog een keer zou bijvullen. Terwijl hij dat deed, wierp Gerda een blik op het boek dat Jannus had laten liggen: ‘De vrouw en haar meid’. De tekst trok duidelijk haar aandacht.
“Ik ben net door het eerste hoofdstuk heen, en het pakte meteen,” zei Jannus terwijl hij de wijn opnieuw inschonk.
Gerda las de tekst van het boekverslag op de achterflap en vroeg: “Jannus, wanneer je het boek uit hebt, mag ik het dan van je lenen?”
Jannus keek even naar Gerda met een vragende uitdrukking op zijn gezicht: ben jij geïnteresseerd in deze materie? “Ja, natuurlijk,” antwoordde hij. “Maar ik wist niet dat dit soort boeken jou interesseerden.”
Gerda lachte. “Jannus, luister,” zei ze. “Ik weet in die paar weken dat wij elkaar kennen meer van jou, dan jij van mij. Dus zul je nog veel werk aan me hebben om mij te leren kennen.”
De opmerking was speels, maar er zat een duidelijke hint in van de complexiteit die achter haar lachende façade schuilde. Ze was niet alleen de enthousiaste kracht achter het idee van de Knip, maar ook een vrouw met diepgang en een verborgen interesse in sociale structuren. Het was een uitnodiging aan Jannus om, net als zij, verder te kijken dan de oppervlakte.
De lichte, uitdagende opmerking van Gerda over het feit dat ze elkaar nog moesten leren kennen, hing even in de lucht. Jannus voelde de warmte van de uitdaging en de verbinding die daardoor ontstond. Ze was een vrouw met diepgang en een verborgen interesse in sociale structuren, en dat maakte haar mening over zijn ideeën des te waardevoller. Het was een uitnodiging aan Jannus om, net als zij, verder te kijken dan de oppervlakte.
Jannus glimlachte. “Dat geloof ik meteen, Gerda. En ik neem de uitdaging graag aan.” Hij tikte met zijn notitieblok. “Maar voor nu laten we de diepere materie van onszelf even wachten en ons richten op de maatschappelijke materie van de Knip. Je had het over twee of drie concrete, haalbare initiatieven die we de Lions kunnen voorstellen, om die opbrengst van de veiling veilig te stellen.”
Gerda knikte. Ze vond het idee goed en zag de strategische waarde ervan. “Juist. Focus. We moeten het Trees zo makkelijk mogelijk maken om ‘ja’ te zeggen, en de Lions zo moeilijk mogelijk om ‘nee’ te zeggen.”
Ze zette haar glas neer en leunde over de tafel, vastbesloten. “Initiatief één: Een herstelwerkplaats. De kringloop heeft de ruimte en de spullen. We bieden mensen zonder werk de kans om meubels en apparaten op te knappen, en zo vaardigheden en zelfvertrouwen te herwinnen. De verkoop daarvan komt deels ten goede aan henzelf.”
“Perfect,” zei Jannus, tevreden met het eerste punt, terwijl hij de aantekeningen over de herstelwerkplaats maakte. “En nummer twee? Geen voedsel, dat is inderdaad de afdeling van de voedselbank, dat willen we gescheiden houden.”
Gerda knikte, haar blik gefixeerd op de hoek van de kamer, denkend aan de maatschappelijke behoeften in het dorp.
“We hebben het gehad over spullen een tweede leven geven,” begon Gerda. “Maar hoe zit het met mensen? Kijk eens om je heen, hoeveel mensen vallen buiten de boot door al die digitalisering? De overheid, de banken… alles gaat online. Initiatief twee moet iets zijn wat mensen verbindt én hen helpt in de moderne maatschappij: Digitale Inclusie. Een soort ‘Digi-Hulp Hoek’.”
Jannus leunde naar voren, enthousiast. “Leg uit.”
“Met de opbrengst zouden we een kleine, aparte hoek kunnen inrichten in de Knip, een plek waar iedereen laagdrempelig binnen kan stappen. Hier kunnen we gratis workshops aanbieden aan ouderen, of mensen die moeite hebben met het digitale. Denk aan: hoe gebruik je DigiD? Hoe verstuur je een e-mail? De Knip heeft de reputatie van toegankelijkheid, dat is perfect daarvoor. We kunnen er een paar computers neerzetten, misschien gedoneerd door lokale bedrijven.”
Jannus sloeg zachtjes met zijn pen op het notitieblok. “Gerda, dit is ijzersterk. Het is schaalbaar, het sluit aan bij de rol van de Knip als ontmoetingsplek, én het helpt kwetsbare groepen in het dorp. Met deze twee initiatieven – Herstelwerkplaats en Digitale Inclusie – hebben we een duidelijk, maatschappelijk verhaal voor de Lions én voor Trees.”
“Goed,” zei Jannus, terwijl hij zijn notitieblok dichtklapte en de pen neerlegde. “En nu leggen we de Knip op de plank.”
Hij keek Gerda warm aan. “Het is weekend, en dus sluiten we af. We hebben twee fantastische ideeën bedacht, maar dat is werk voor maandag, met Trees erbij.”
Hij stond op en reikte haar zijn hand, een uitnodiging om mee te bewegen. “Waar heb je zin in, Gerda? Een wandeling door het dorp? De lucht is helder en het is rustig op straat. Of liever iets anders?”
Gerda lachte. Ze had genoten van de strategische brainstorm, maar was duidelijk toe aan ontspanning. Ze nam zijn hand.
“Een wandeling klinkt heerlijk, Jannus,” zei Gerda, haar ogen glinsterend van verwachting. “Even de hoofden leegmaken van herstelwerkplaatsen en Digi-Hulp Hoeken.”
Ze liet zijn hand los om haar jas weer aan te trekken. “En jij kunt me wat meer vertellen over jezelf, nu ik toch de uitdaging heb aangenomen om je te leren kennen.”
Ze liepen samen naar de deur. Net voordat Jannus zijn jas aantrok, keek Gerda hem aan met een blik die zowel nieuwsgierig als uitdagend was.
“En wie is… Peter?” vroeg Gerda, haar stem laag en onderzoekend. “Je hebt hem een paar keer genoemd, maar ik heb hem nog nooit gezien. Is hij een oude vriend? Een familielid? En speelt hij een rol in al die sociale hervormingsidealen van jou?”
Gerda had in de afgelopen weken de nodige namen opgevangen – Trees, Peter, en een paar keer Harrie – en nu ze de kans kreeg, wilde ze de puzzelstukjes op hun plaats leggen.
Jannus, die zich had voorbereid op vragen over zijn ambities voor de Knip, moest nu ineens dieper graven in zijn persoonlijke netwerk. Hij legde uit wie Peter was—een oude, loyale vriend, net zo’n denker als hij, een man op wie hij altijd kon rekenen—en welke rol hij speelde in zijn leven.
En onder de wandeling kwamen velen de revue voorbij. Jannus vertelde Gerda over de relatie met Trees, die hij al sinds jongs af aan kende, en de nieuwe vriendschap van haar met Harrie, die hij nog steeds met een gezonde dosis wantrouwen bekeek. Ze spraken over de vaste krachten en de trouwe vrijwilligers van de Lege Knip, de soms noodzakelijke connectie met de burgemeester, en de plannen voor de komende weken met de kerst en Oud en Nieuw.
Toen ze al een heel eind door het dorp gelopen hadden en bij het plaatselijke café langsliepen, zag Jannus een paar bekende figuren aan de toog zitten.
“Daar moeten we maar niet naar binnen,” fluisterde hij tegen Gerda.
Gerda keek naar binnen, maar herkende verder niemand. “Waarom wil je niet naar binnen?” vroeg ze.
“Daar zitten Trees en Harrie,” antwoordde Jannus. “En dan gaat het geheid weer over de Lege Knip. Maandag beginnen we wel weer met het werk, maar we hebben het nu wel over mij gehad en over de mensen om mij heen. Ik kreeg vanavond tussen neus en lippen door een verwijt, dat ik niet veel van jou weet, maar daar hebben we ook niet veel mogelijkheden voor gehad. Zeker niet onder het linedansen.”
Hij stopte even, draaide zich naar Gerda toe en keek haar met een open blik aan.
“Dus nu ben jij aan de beurt. Vertel eens, wie is deze Gerda? Wat voor werk doet ze graag, en uit wat voor een familie komt ze? Broers, zussen?”.
“Dus nu ben jij aan de beurt. Vertel eens, wie is deze Gerda? Wat voor werk doet ze graag, en uit wat voor een familie komt ze? Broers, zussen?” vroeg Jannus.
Gerda begon te vertellen. Ze sprak over haar jeugd, haar loopbaan—die verrassende connectie met sociale thema’s—en de dynamiek met haar familie. Ze viel wel eens stil, zocht naar de juiste woorden, maar het was Jannus die meteen met een vervolgvraag klaarstond, nieuwsgierig en doortastend.
“Jannus, jij lijkt wel een journalist,” zei Gerda lachend, met een vleugje verwijt in haar stem. “Die gaat ook maar door met doorvragen!”
“Ga maar door,” vroeg hij, meteen verontschuldigend. “Ik zal me inhouden. Ik wil gewoon alles weten.”
De wandeling duurde langer dan gepland. Het gesprek voelde eerlijk en intiem, een complete tegenhanger van de strategische Knip-plannen van eerder die avond. Ze waren nog niet uitgesproken over Gerda’s leven toen ze weer voor de deur van Jannus stonden. De koude nachtlucht had plaatsgemaakt voor een comfortabele warmte tussen hen.
Binnen in huis, nadat ze hun jassen hadden uitgetrokken en in de woonkamer waren gaan staan, was de sfeer geladen met onuitgesproken gevoelens. Jannus wist dat dit het moment was, nu de maskers waren afgevallen.
Hij nam Gerda’s handen vast, zijn duimen streelden zachtjes over haar knokkels. Zijn blik zocht de hare, vol ernst en tederheid.
“Gerda, wat denk jij van onze relatie?” vroeg hij, zijn stem zacht maar vastberaden. “We zijn begonnen als dansmaatjes, en de passen die we samen zetten zijn sindsdien alleen maar dichterbij gekomen. Ik voel de aarzeling en de warmte als we elkaar aanraken. Wat willen we naar de toekomst toe? We zijn ook geen twintig meer, en ik kan je zeggen: mijn gevoelens zijn… diep en goed. Ik voel me thuis bij jou.”
Gerda keek hem diep in de ogen, de woorden van Jannus raakten haar recht in het hart. Het was precies de directheid en de tederheid waar ze op gehoopt had. De stilte tussen hen sprak boekdelen.
Ze zuchtte zacht, een zucht van verlichting en vastberadenheid tegelijk.
“Jannus,” begon Gerda, haar stem een fluistering. “Je hebt me vanavond laten zien dat je niet alleen een denker bent over sociale structuren, maar ook een man met een ongelooflijk warm hart. Sinds we elkaar ontmoet hebben, voel ik een diepe connectie. Het is meer dan dansen, meer dan de Lege Knip.”
Ze bracht haar andere hand naar de zijne, sloot haar ogen heel even, en opende ze weer. “Wat ik wil voor de toekomst is… dit. Meer van dit. Meer van deze eerlijkheid. Meer van deze warmte. We zijn inderdaad geen twintig meer, en we weten allebei wat we willen.”
Gerda liet haar handen uit de zijne glijden en legde ze om zijn nek. Met een zachte, maar besliste beweging trok ze hem naar zich toe.
“Ik voel me ook thuis bij jou, Jannus.”
Ze kusten elkaar. Een kus die niet haastig was, maar gevuld met alle opgebouwde spanning en het vertrouwen van de afgelopen weken, verzegeld door de openhartigheid van hun gesprek die avond.
Gerda’s handen lagen om zijn nek, de kus was diep en vol. Toen ze elkaar loslieten, was de lucht tussen hen anders, lichter en tegelijkertijd bezwaard met het gewicht van een nieuw begin. Jannus en Gerda keken elkaar aan, de woorden waren niet nodig; hun ogen spraken voor hen.
Die zaterdagavond reed ze niet meer naar huis. De uren die volgden waren gevuld met de zachte, aarzelende ontdekking van elkaar, de stilte van een gedeeld vertrouwen.
Toen het ochtend werd – de zondag – doorbrak Gerda de stilte.
“Goed,” zei ze, haar stem warm en een beetje slaperig. “Nu we deze belangrijke zaak geregeld hebben, kunnen we onze hersens… even helemaal uitzetten.”
Jannus glimlachte, trok haar dichterbij en gaf haar een kus op haar voorhoofd. “Je bent me voor. Vandaag is de dag van rust, Gerda. Alleen wij. De rest van de wereld – en al haar goede doelen – wacht wel tot maandag.”
De rest van de zondag was een bubbel van ontspanning en zachtheid. Ze genoten van een lange, gezamenlijke brunch, lazen wat in elkaars boeken, en later in de middag reden ze richting de linedance cursus.
De sfeer op de dansvloer was anders dan de vorige keer. Ze dansten zij aan zij met de groep, maar hun ogen zochten elkaar voortdurend op. De plichtmatige aanrakingen van het linedansen voelden nu geladen met hun nieuwe, gedeelde geheim. Niemand anders leek het te merken; ze waren voor de buitenwereld nog steeds gewoon danspartners. Jannus en Gerda genoten van de eenvoud van elkaars nabijheid, de comfortabele stilte tussen de muziek door, en de wetenschap dat ze nu samen waren.
De nieuwe week zou een hoop werk brengen – de Lege Knip, Trees, de Lions – maar de zondag was hun veilige, romantische haven. Ze keerden laat in de avond, moe maar gelukkig, terug naar Jannus’ huis.
Geef een reactie op Walt’s Reactie annuleren