
De deur was nog maar net dichtgevallen achter de twee bezoekers, toen de oudste van hen — een man met een rustige uitstraling en een stem die meteen de aandacht trok — zijn blik liet dwalen door de ruimte. Hij keek naar de kaarsen op de vensterbank, de mand met kerstballen die Dilan had klaargezet, en de scheefhangende lamp boven de leestafel die Peter al weken wilde rechtzetten.
Hij draaide zich naar Trees en Jannus, die hem net hartelijk hadden begroet.
“Onze excuses dat we onaangekondigd zijn,” begon de man. “Mijn naam is Van der Kooi. Samen met mijn collega hier vertegenwoordig ik de Lions-serviceclub van de regio.”
Zijn collega, Jansen met een actieve blik, knikte kort. “Wij zijn een vrijwilligersorganisatie die zich inzet voor maatschappelijke projecten, groot en klein. Onze doelstelling is eenvoudig: waar we kunnen helpen, doen we dat — met handen, middelen en hart.”
Van der Kooi nam het weer over, zijn blik zacht maar onderzoekend. “We hebben de afgelopen tijd met grote interesse De Lege Knip gevolgd. Niet alleen als locatie, maar als plek waar het dorp samenkomt. Waar verhalen leven, waar mensen elkaar vinden. Dat raakte ons.”
Hij zette een stap naar voren. “Daarom zijn we hier met een voorstel. We willen onze kerstactie dit jaar hier organiseren. In De Lege Knip.”
Er viel een korte stilte. Dilan keek op van haar papieren, Peter legde zijn gereedschap neer, en zelfs Petra, die net was binnengekomen, bleef staan bij de kachel.
Trees knikte langzaam. “Dat klinkt interessant. Wat voor actie denken jullie aan, meneer Van der Kooi?”
“Een kerstmarkt,” zei Van der Kooi. “Met kraampjes, muziek, glühwein, een wensboom. En een lichtjesroute door het dorp die hier eindigt. We willen een plek creëren waar de hele gemeenschap elkaar in de aanloop naar Kerst kan ontmoeten.”
Jannus trok zijn wenkbrauw op. “Dat klinkt als iets wat het dorp goed kan gebruiken. Maar wat is de rol van de Knip?”
“De opbrengst,” zei Van der Kooi duidelijk, “willen we volledig gebruiken om De Lege Knip op te knappen. Nieuwe stoelen, betere verlichting, misschien zelfs een geluidsinstallatie voor bijeenkomsten. We willen iets terugdoen voor deze plek die zoveel waarde heeft.”
Dilan schoof haar papieren opzij. “En wie regelt de kraampjes? Wij, of de Lions?”
“Daar willen we samen met jullie naar kijken,” zei Van der Kooi. “We willen dat het dorpsgevoel centraal staat. Geen commercie, maar verbondenheid. De Knip als het hart van de actie.”
Trees keek naar de ruimte, naar de stoelen die Peter ooit had gerepareerd, naar de kaarsen die zacht flakkerden. “Dan maken we van De Lege Knip niet alleen een plek van herinnering, maar ook van verwachting.”
Van der Kooi glimlachte. “Precies dat. Wat denken jullie? Is De Lege Knip bereid om samen met ons in het kerstlicht te gaan staan?”
Trees en Jannus wisselden een blik van stille triomf. Dit was het moment waarop ze hadden gehoopt, waarvoor Gerda’s contact en hun weekendoverleg zo cruciaal waren geweest. Het was geen verrassing, maar een bevestiging van hun strategie.
“Dat klinkt niet alleen goed, meneer Van der Kooi,” zei Jannus resoluut, terwijl hij zich naar voren boog. “Wij zien dat wel zitten. De Knip wordt niet alleen opgeknapt, maar wordt ook het centrum van een prachtige, maatschappelijke kerstactie. Dat is precies de missie die we hier nastreven.”
Trees knikte ter bevestiging. “Het is een fantastisch en genereus aanbod, en we zijn zeer vereerd dat jullie aan ons denken.”
Jannus vervolgde, waarbij hij meteen de kans greep om hun eigen sociale agenda te verankeren in het Lions-plan. “Maar nu we het hebben over het dorpsgevoel en het helpen van de gemeenschap, hebben jullie ook aan de medewerking van de Voedselbank gedacht? Dat past wat ons betreft heel goed in het totale plaatje. De kerstmarkt zou dan niet alleen een lichtjesroute en een gezellige ontmoetingsplek zijn, maar ook direct iets betekenen voor de mensen die het het hardst nodig hebben in het dorp.”
Van der Kooi en zijn collega keken elkaar aan, duidelijk onder de indruk van de snelheid en de diepgang van de reactie.
“Dat is een uitstekend idee,” zei Van der Kooi. “Een kerstactie met een direct maatschappelijk doel. Dat versterkt onze boodschap. Hoe zien jullie dat voor je, de Voedselbank erbij betrekken?”
“Eens even rustig aan,” zei Trees, haar handen in de zij. Hoewel ze het prachtig vond, wilde ze de controle behouden. “Eerst maar eens horen of ze daar ook interesse in hebben. Maar,” voegde ze er meteen aan toe met een knipoog naar Jannus, “ik weet bijna zeker dat ze het zien zitten. Dit is een kans.”
Ze richtte zich weer tot Van der Kooi en zijn collega van de Lions. “Het punt is dit: als de Voedselbank aan de actie meedoet, kunnen zij bij hun leveranciers ook actie laten ondernemen.”
Trees liep een klein stukje door de ruimte, de ogen van de Lions-leden volgend. “De Voedselbank heeft een enorm netwerk van lokale supermarkten, groothandels en producenten die hen regelmatig steunen. Als we dit kerstinitiatief groter trekken en het een gezamenlijk project maken, wordt de publiciteit en de inbreng misschien wel veel groter dan alleen wij met z’n allen.”
Jannus vulde aan: “We zouden een specifieke kraam kunnen inrichten waar mensen direct lang houdbare producten of financiële donaties voor de Voedselbank kunnen inleveren. Of we kunnen een ‘Wensenlijst’ van de Voedselbank ophangen naast de kerstwensboom, zodat bezoekers heel gericht kunnen doneren.”
De collega van Van der Kooi, die tot nu toe stil was, keek opgewonden. “Dat is strategisch heel slim. Dan kunnen we als Lions niet alleen de Knip helpen met de opknapbeurt, maar geven we de actie ook een directe, tastbare maatschappelijke functie op het gebied van voedselhulp. Twee vliegen in één klap.”
Van der Kooi knikte instemmend. “Goed. We zullen dit intern bespreken en jullie toestemming geven om contact op te nemen met de lokale Voedselbank. Dit versterkt ons voorstel enorm. Nu terug naar de planning. Kunnen jullie ons een idee geven van jullie beschikbare mankracht en de gewenste tijdlijn?”
Trees had de Lions-leden betrapt. Ze waren zo enthousiast over het idee dat ze de cruciale vraag over de praktische uitvoering nog niet hadden beantwoord.
“Dat denken we wel, dat we dit kunnen organiseren,” zei Trees, met haar handen in de zij. Haar toon was nu meer zakelijk. “Maar wat is de inzet van jullie kant betreffende manschappen en organisatie? Want daar hebben we nog geen concrete plannen over gehoord.”
Ze vervolgde, haar blik vastberaden: “Het is immers jullie kerstactie die hier plaatsvindt. Dus, wanneer jullie het hele plan – de logistiek, de vergunningen, de inzet van jullie Lions-vrijwilligers – kant en klaar op tafel neer leggen, kunnen wij gaan zien waar we wie van het Knip-team het beste kunnen inzetten als ondersteuning en als het gezicht van De Knip. Wij zorgen dan voor de sfeer, de catering en de koppeling met het dorp.”
Van der Kooi en zijn collega Jansen keken elkaar even vreemd aan. Trees had hen klem gezet. De Lions Club was gewend om projecten te initiëren, maar verwachtte vaak dat de lokale partner de organisatie op zich nam.
“Dat is een terechte vraag, mevrouw Trees,” zei Van der Kooi. Hij leek even te moeten schakelen van visionair naar projectmanager. “De Lions neemt de hoofdorganisatie op zich: de vergunningen, de coördinatie met de gemeente voor de lichtjesroute, en het regelen van de basisfaciliteiten zoals beveiliging en eventuele stroomvoorzieningen.”
Jansen nam het over: “Wij zullen een vast team van tien Lions-leden beschikbaar stellen voor de opbouw en de dag van de markt. Zij nemen het zware werk op zich. Van de Knip verwachten wij dat jullie de lokale contacten leggen, de kraamhouders uit het dorp werven, de koppeling met de Voedselbank regelen en zorgen voor de bemensing van de Glühwein- en koffiekramen. Is dat een werkbare verdeling?”
Trees knikte tevreden. “Dat klinkt als een eerlijk partnerschap. Dat betekent dat we de hulp van Piet hard nodig zullen hebben om de plannen te concretiseren. Hij is onze beste man voor planning en detail.”
Van der Kooi glimlachte. “Perfect. Dan rest ons nog één vraag. We kregen de tip over jullie van een lid van een andere Lions. Een dame, we meenden dat ze Gerda heette? Ze vertelde ons met zoveel passie over jullie werk. Wie is zij precies?”
Jannus glimlachte breed toen de naam van Gerda viel. Het was de perfecte gelegenheid om haar officieel te introduceren bij de Lions, zonder meteen hun prille relatie in de schijnwerpers te zetten.
“Gerda is onze… onze adviseur en steunpilaar,” antwoordde Jannus, zijn ogen fonkelend. “Ze is formeel bij ons gekomen via de linedance-cursus die hier gehouden wordt, maar ze is sindsdien onmisbaar geworden. Ze heeft ons de afgelopen weken al enorm geholpen met het structureren van ideeën voor de toekomst van De Lege Knip.”
Hij vervolgde: “Gerda heeft een scherp oog voor maatschappelijke projecten. Ze heeft ons geholpen bij de uitwerking van twee initiatieven die we graag willen implementeren: de Herstelwerkplaats en het Digi-Hulp Hoekje. Ze gelooft sterk in de kracht van de Knip en heeft ons aangespoord om groots te denken over de financiering – en zie hier het resultaat. We hebben haar al gevraagd om als adviseur aan te sluiten bij het projectteam voor de kerstmarkt.”
Trees knikte krachtig. “Gerda is een strategische denker. Ze ziet kansen en kent de wegen. Jullie contact met haar bewijst dat zij de juiste neus heeft voor projecten die het verschil maken in de regio.”
Van der Kooi en Jansen keken elkaar tevreden aan. “Dat maakt het plaatje compleet,” zei Van der Kooi. “Een sterk lokaal team met visie en externe adviseurs die de Knip een warm hart toedragen. Dat is de basis voor succes.”
Geef een reactie op meninggever Reactie annuleren