
In de paar dagen na kerst hing er een merkwaardige rust over De Lege Knip. De deuren waren op 27 en 28 december bewust gesloten gehouden — een zeldzaamheid die bijna voelde als een experiment. Het briefje op de deur, in Trees’ ronde handschrift, luidde: “Even dicht. Even ademhalen.”
Binnen was het donker, de stoelen stonden keurig op hun plek, en de geur van koffie was eindelijk eens niet aanwezig. Maar die stilte was bedrieglijk. Want terwijl het gebouw sliep, leefde het hart van De Lege Knip ergens anders.
Trees had haar kantoor omgetoverd tot een soort winterse commandokamer. De kerstboom stond nog te glimmen in de hoek, maar de tafel was inmiddels bezet door notitieblokken, pennen, een schaal met overgebleven kerstkransjes en een thermoskan die al drie keer was bijgevuld.
Jannus zat naast haar, zijn nieuwe partner Gerda tegenover hem, en naast Trees zat haar nieuwe liefde, die met een zekere rustige vanzelfsprekendheid zijn plek in de groep had gevonden. Het voelde alsof de kring groter was geworden — niet alleen in aantal, maar ook in mogelijkheden.
De eerste uren gingen op aan luchtige verhalen. Over hoe Gerda bij haar familie was blijven hangen tot diep in de nacht. Over hoe Trees’ nieuwe partner een poging had gedaan om een kalkoen te fileren — en hoe dat eindigde in een noodgreep met gourmetpannetjes. Over hoe Jannus zich had voorgenomen om “dit jaar eens níet te veel te eten”, maar dat voornemen al op Eerste Kerstdag had opgegeven.
Er werd gelachen, er werd geplaagd, en er werd met warme nieuwsgierigheid geluisterd. Maar onder die gezelligheid lag iets anders: een gevoel dat het nieuwe jaar meer zou vragen dan alleen goede voornemens.
“Nu we toch compleet zijn,” zei Trees op een gegeven moment, “kunnen we het ook eens hebben over volgend jaar.”
Gerda en Trees’ partner — beiden met een financieel-economische achtergrond — keken elkaar aan en knikten. “Er is veel mogelijk,” zei Gerda, “maar dan moeten we wel weten wat jullie willen.”
En toen kwam het los.
Jannus schoof een schets naar het midden van de tafel. “De lokalen,” zei hij. “Die wanden ertussen… het werkt niet. Je ziet niets. Je hoort niets. Je voelt niets van elkaar.”
Trees knikte. “Het is alsof iedereen in zijn eigen doosje zit. Terwijl het idee juist was dat het één geheel zou zijn.”
Maar er waren uitzonderingen.
De fietsenreparatieplaats moest afgesloten blijven — olie, gereedschap, lawaai.
Het electronicareparatiecentrum van Piet had ook een eigen plek nodig.
Het naaiatelier, met zijn stoffen, spelden en rust, verdiende eveneens een afgeschermde ruimte.
“Maar de rest,” zei Trees, “zou open moeten kunnen. Licht. Ruimte. Overzicht.”
Gerda keek naar de schets. “Dan moet er een bouwkundig bureau komen kijken. Dit kun je niet op gevoel doen.”
“Maar het gevoel zegt wel dat het klopt,” zei Jannus.
Het gesprek verschoof van muren naar mensen. Van indeling naar beleid. Van praktische wensen naar dromen.
“De burgemeester staat open voor samenwerking,” zei Trees. “Maar de raad… tja, die moet je meenemen.”
“Dat kan,” zei Trees’ partner. “Als je duidelijk maakt dat dit niet alleen een gebouw is, maar een sociale motor.”
“En dat is het,” zei Jannus. “Dat wás het al. Maar het kan meer zijn.”
Toen de avond viel, gingen de gesprekken over in plannen voor oud en nieuw. Geen groot feest — dat paste niet bij De Lege Knip. Maar wel iets warms, iets kleins, iets dat het dorp zou voelen.
“En daarna,” zei Trees, terwijl ze haar mok neerzette, “beginnen we opnieuw. Met ruimte. Met overzicht. Met een plan.”
Gerda glimlachte. “Met een begroting die klopt.”
Jannus keek naar de schetsen, naar de mensen om hem heen, naar de warmte van de kamer. “En met een verhaal,” zei hij. “Want dat is wat we hier maken.”
Toen ze later die avond de jassen aantrokken en de kou instapten, voelde het alsof er iets in beweging was gezet. Niet luid. Niet dwingend. Maar stevig.
De Lege Knip was even dicht. Maar het nieuwe jaar stond al te kloppen. En binnen, in de woonkamer van Trees, was de kiem gelegd voor iets dat groter was dan een verbouwing — het was een nieuw hoofdstuk.
Plaats een reactie