Suikerbrood en Kerstboomverbranding


De ochtend van 2 januari 2026 begon zoals een nieuwe start hoort te beginnen: met de geur van verse koffie en de ijzige kou die door de kieren van de grote magazijndeuren naar binnen sloop. De warme gloed van de Nieuwjaarsmiddag, waar Gerda en Jannus de eenzaamheid uit de harten van de gasten hadden verdreven, trilde nog na in de muren van De Lege Knip. Maar vandaag was de tijd van praten voorbij; de tijd van daden was aangebroken.

Om klokslag acht uur zwaaide de deur open en stapte Piet de Vries binnen. Hij droeg geen gereedschapskist, maar vijf grote, geurige dozen onder zijn arm. “Nieuw jaar, nieuwe energie!” riep hij met zijn zware stem. “En in Friesland weten we dat je een zware klus niet begint op een lege maag.”

Hij stalde de dozen uit op de grote ronde tafel in de praathoek. De geur van gesmolten suiker en kaneel vulde direct de ruimte. Het waren echte Friese suikerbroden, nog plakkerig van de siroop. Een voor een druppelden de spelers binnen: Herman en Trees, nog nagenietend van hun vrije dag, Dilan met een frisse blik, en de Zusters, die hun gebeden voor die ochtend al hadden gedaan.

Zelfs Jannus en Gerda waren er vroeg. Harrie had zijn chique overjas verruild voor een steviger exemplaar en legde een rol grote blauwdrukken naast de broden neer.

Terwijl Piet dikke sneden suikerbrood afsneed, schoof Meneer van Aalst aan. Hij keek naar de tekeningen en toen naar de groep. “Ik hoorde de discussies op de 30e nog in mijn hoofd,” zei hij, terwijl hij een hap nam. “Dat CPB in Den Haag mag dan roepen dat we rijker worden, maar als ik hier naar deze tafel kijk, zie ik de echte rijkdom. We gaan dit gebouw misschien verbouwen, maar we moeten oppassen dat we de ziel niet wegslopen.”

Jannus knikte ernstig. “Dat is precies wat we gaan doen, Meneer van Aalst. We gaan niet alleen muren verzetten voor meer omzet. We gaan ruimte maken voor die mensen die we op nieuwjaarsdag zagen. Meer plek voor de praathoek, een betere werkplaats voor Piet, en een bibliotheek waar de Zusters de rust kunnen bewaren.”

Harrie rolde de tekening volledig uit. Met een dikke rode stift trok hij een lijn dwars door de oude scheidingswand van het magazijn. “Dit is de ‘slooplijn’,” zei hij vastberaden. “Hierachter creëren we de nieuwe ontmoetingsruimte. Gerda heeft de begroting sluitend gekregen, ondanks de inflatie waar we het over hadden. We hebben scherp ingekocht, maar niet op de kwaliteit van de gemeenschap.”

Zuster Justina keek naar de rode lijn en toen naar Jannus. “Het doet me denken aan het verhaal van Sietse over de kerstbomen van ’64. Het was een tijd waarin burgerparticipatie nog bestond uit messcherpe messen en doorgesneden brandslangen. Sietse herinnerde de groep eraan hoe een vreedzame wedstrijd—wie bouwt de hoogste stapel bomen—ontaardde in pure anarchie. De brandweer begon de menigte in de vrieskou nat te spuiten, waarop de buurtbewoners terugsloegen door de slangen lek te steken. Het eindigde pas toen de ‘hermandad’ met de lange lat en knuppels het plein schoonveegde.

Voor Zuster Justina was dit verhaal meer dan alleen een oude anekdote; het was een spiegel voor het heden. Terwijl ze nu in de winkel naar die strakke, rode slooplijn van Harrie keek, zag ze de parallel:

“Het verhaal van ’64?” herhaalde ze zachtjes, terwijl ze haar blik van de tekening naar Jannus verschoof. “Ja, Jannus, daar op dat plein werd afgebroken uit rebellie en woede. Er werd gevochten tegen het water en de knuppels. Maar kijk nu naar deze lijn… Wij gaan ook afbreken, maar niet om de boel te vernielen. We slopen deze muur om de kou van de eenzaamheid buiten te sluiten. Waar zij toen slangen doorsneden om hun gelijk te halen, snijden wij nu door de muren heen om ruimte te maken voor elkaar.”

Ze glimlachte even naar de stofwolk die uit het magazijn kwam drijven. “Laten we alleen hopen dat de enige ‘hermandad’ die we dit jaar over de vloer krijgen, de mensen zijn die komen helpen opbouwen.”

Jannus knikte zwijgend. De echo van Sietse’s zwarte sneeuw uit ’64 gaf de eerste klappen van de sloophamer op deze tweede januari een diepere betekenis.

Dilan lachte en hief haar beker koffie. “Op een jaar waarin we muren afbreken en bruggen bouwen!”

“En op het suikerbrood van Piet!” voegde Berend eraan toe, terwijl hij met een volle mond de eerste sloophamer uit het rek dacht te kunnen pakken.

Dit historische fragment, dat Sietse zo levendig oprakelde in de praathoek, vormt nu een eigen hoofdstuk in de kroniek van De Lege Knip. Het verbindt het woelige verleden van het dorp met de rustige vastberadenheid van het heden.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Suikerbrood en Kerstboomverbranding”

  1. Karel Avatar

    mogge Willem
    ja kerstbomen bij elkaar struinen , knokpartijtjes tussen buurten , wij Tuindorp-Nieuwendam tegen Blauwe zand , Buiksloot en Floradorp , de laatste nu weer in het nieuws 🙂 , andere tijden

    geniet de dag

    Geliked door 1 persoon

  2. Rianne Avatar

    Met Suikerbrood een nieuw jaar beginnen, en zo nieuwe plannen smeden voor De Lege Knip. Mooier kan het jaar niet beginnen.

    Geliked door 1 persoon

  3. bertjens Avatar

    Lekker, dat brood. Hier noemen ze het klontjesmik. (kluntjes… 🙂 )

    Geliked door 1 persoon

  4. Hans Avatar

    Suikerbrood, in de Zaanstreek een traditie rond oud en nieuw.
    Een nieuwe ontmoetingsruimte, zou het een verbetering zijn?
    In De legeknip is het nieuwe jaar al positief begonnen. Hans

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder