De Vorst en het Verlaten Hok


De vrieskou was begin januari genadeloos binnengevallen. Na een paar nachten van -3°C was de grond bevroren tot een harde, grijze plaat en de weersverwachting beloofde weinig goeds; de vorstperiode zou voorlopig aanhouden. In De Lege Knip hielden ze de kachel hoog, maar buiten, aan de rand van het dorp, voltrok zich een stil drama.

Het was vroeg in de ochtend toen er bij de lokale politie een melding binnenkwam. Een bewoner had bij het inspecteren van zijn erf een vreemde ontdekking gedaan. In een leegstaand, tochtig kippenhok was een vrouw getraceerd.

Toen de agenten ter plaatse kwamen, vonden ze haar in een hoekje: helemaal verkleumd, in elkaar geknield, de armen strak om het lichaam geslagen om de laatste restjes warmte vast te houden. Ze was bijna onzichtbaar in de schaduw van het hok, een hoopje menselijke ellende in de bijtende kou.

De agenten benaderden haar uiterst voorzichtig. Pas na herhaaldelijk zachtjes toespreken reageerde ze; ze was lichtelijk aanspreekbaar, maar haar stem was niet meer dan een schor gefluister en haar blik stond wezenloos. Met dekens en ondersteuning werd ze naar de patrouillewagen geleid en meegenomen naar het bureau.

Op het bureau heerste echter handelingsverlegenheid. In dit rustige dorp had men nog niet vaak te maken gehad met dergelijke gevallen van extreme verwaarlozing en dakloosheid in de winter. Terwijl de vrouw met warme thee en dekens werd opgevangen, grepen de dienstdoende agenten naar de telefoon. Ze belden naar collega’s in andere regio’s en grotere steden om advies: wat was de beste procedure? Moest ze naar de crisisopvang, een ziekenhuis, of was er een sociaal vangnet in de buurt dat dit kon opvangen?

Terwijl de vrieskou buiten de ruiten van het bureau met ijzige vingers besloeg, werd binnen een medisch onderzoek gestart. De dienstdoende agenten hadden inmiddels een arts laten komen om haar lichamelijke gesteldheid te controleren. De diagnose was helder: lichte onderkoeling en ernstige uitputting, maar ze was stabiel genoeg om niet direct naar het ziekenhuis te hoeven.

Naarmate de warmte van de kachel en de thee hun werk deden, begon het pantser van stilte rondom de vrouw langzaam te smelten. De verhalen kwamen los, hortend en stotend, als ijsschotsen die in de lente openbreken.

Ze vertelde over de neerwaartse spiraal waar ze in terecht was gekomen. Een vechtscheiding had haar niet alleen emotioneel, maar ook financieel geruïneerd. Zonder werk en zonder een sociaal vangnet was ze de grip op haar leven verloren. Het meest pijnlijke detail sneed door de harten van de aanwezige agenten: ze had een dochter van veertien jaar. Het meisje woonde bij haar ex-man, omdat zij haar geen veilig onderdak meer kon bieden. De schaamte daarover was blijkbaar zo groot geweest, dat ze liever in een bevroren kippenhok kroop dan dat ze om hulp vroeg.

Het nieuws bereikte het politiebureau dat er op dit moment in de regio simpelweg geen bedden vrij waren in de officiële crisisopvang. “Alles zit vol door de aanhoudende vorst,” luidde het nuchtere antwoord van de grote stad.

De burgemeester, die nog steeds de smaak van de snert van de Zusters in haar gedachten had, nam een besluit. Ze belde niet naar een opvangcentrum, maar naar het bekende nummer van De Lege Knip.

“Jannus,” zei ze kortaf maar met een trilling in haar stem, “we hebben hier een vrouw. Een moeder zonder dak, verkleumd tot op het bot. De officiële wegen lopen dood in de bureaucratie. Hebben jullie… hebben jullie een plek waar ze mens kan zijn in plaats van een dossiernummer?”

In de winkel viel het stil toen Jannus het verhaal deelde met de rest. Piet de Vries legde zijn hamer neer. De ‘slooplijn’ op de muur leek ineens minder belangrijk dan de noodzaak van nu.

Zuster Josephine begon direct in de voorraadkasten te rommelen. “We hebben boven de winkel nog die kleine kamer waar we de administratie doen,Waar eerder Roy een periode heeft verbleven ” zei ze kordaat. “Er staat nog een bedbank. Het is er warm, en er is genoeg kleding in de winkel om haar een heel nieuw leven aan te trekken.”

Trees knikte vastberaden. “Laat ze haar maar brengen. Geen vragen, geen formulieren. Alleen een warm bed en rust. Harrie kan wel roepen dat ‘regeren vooruitzien’ is, maar soms is ‘omzien’ het enige wat telt.”

Wordt vervolgd

https://willemzijlstrasverhalen.blog


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “De Vorst en het Verlaten Hok”

  1. Rianne Avatar

    Ik dacht meteen bij het lezen… ze kan beslist terecht bij De Lege Knip. Maar hoeveel zullen er in mijn eigen stad niet zijn, die in een soortgelijke situatie zitten. Ik zie ze wel eens lopen… een uitzichtloos bestaan. Het moest niet mogen in zo’n klein rijk landje als wij zijn. En dan voor 129 miljoen even de lucht injagen.

    Geliked door 1 persoon

  2. Karel Avatar

    ja Rianne zei het al , miljoenen de lucht in knallen
    terwijl er mensen creperen , ongekend en in en in triest

    Geliked door 1 persoon

  3. Suskeblogt Avatar

    Hier ook veel daklozen. Het wordt er niet beter op voor die mensen.

    Geliked door 1 persoon

  4. ymarleen Avatar

    Doen wat je moet doen. Voorbeeldig geschreven en zo als altijd een warm verhaal.

    Geliked door 1 persoon

  5. bertjens Avatar

    Actueel onderwerp!

    Geliked door 1 persoon

  6. Hans Avatar

    De Lege Knip, een warme en veilige plek voor vele.
    Maar dakloos zijn is een, maar in de winter is het natuurlijk een hel.
    Hulp bieden is mooi, maar eigenlijk mag het nooit voorkomen. Hans

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Karel Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder