
In de week die volgde op de arrestatie van Robert van der Velde en meneer de Bruin, gonsde het niet alleen in het dorp van de geruchten, maar trilde de hele regio op haar grondvesten. Wat begon als een fluistercampagne in de lokale supermarkt, groeide al snel uit tot een media-offensief. De regionale pers dook bovenop het verhaal van de ‘Adviesgroep West’ die door de FIOD van zijn voetstuk was gestoten.
De krantenkoppen lieten weinig aan de verbeelding over. Er werd uitgebreid verslag gedaan van de schimmige activiteiten en de complexe webben die Van der Velde had gesponnen. De Bruin werd in de artikelen consequent aangeduid als de ‘trouwe handlanger’, de man die in de schaduw de administratieve rompslomp van Roberts dubieuze handel en wandel had gefaciliteerd.
Opvallend genoeg werd Robert van der Velde door de media neergezet als een recidivist. Justitiebronnen lieten doorschemeren dat de man in het verleden al vaker met de arm der wet in aanraking was gekomen wegens diverse financiële malversaties. Het beeld van de succesvolle ondernemer brokkelde in razend tempo af; wat overbleef was het portret van een gladde fraudeur die jarenlang een zeepbel in stand had gehouden.
De politie en de recherche hadden echter één cruciaal detail strikt buiten de publiciteit gehouden: de namen van Sally en Lotte. In geen enkel persbericht of nieuwsitem werd gerept over de ex-vrouw of de dochter. Terwijl de regionale media smulden van de details over de witwaspraktijken, bleven de twee vrouwen in de officiële berichtgeving onzichtbaar. Deze stilte was een bewuste strategie van Van Dooren en Harrie; hoe minder de buitenwereld wist van hun bestaan, hoe groter de kans dat ze onder de radar van de woedende schuldeisers zouden blijven.
Terwijl de kranten in de dorpswinkel over de toonbank vlogen, bleef het Slot een eiland van geheimhouding in een zee van speculatie.
De volgende ochtend hing er een kille mist rond de etalage van De Lege Knip. Binnen brandde het licht in de werkplaats al, waar de geur van sterke koffie streed met de vertrouwde lucht van oud hout en boenwas. Jannus en Piet zaten aan de werkbank, die voor de gelegenheid dienst deed als ontbijttafel. Tussen de hamers en schroevendraaiers lag de dikke regiekrant van die ochtend uitgespreid.
Piet tikte met een vuile vingernagel tegen de voorpagina. De kop was vetgedrukt: ” schokt regio: Directeur Financieel Adviesbureau ingerekend.” Daaronder stond een korrelige foto van de villa, met politielinten die wapperden in de wind.
“Kijk ze eens gaan,” bromde Piet, terwijl hij een slok uit zijn mok nam. “Ze noemen hem een ‘meester-oplichter’. Geen woord over wat hij die vrouwen heeft aangedaan. Het gaat alleen maar over de centen, de malversaties en die handlanger De Bruin.”
Jannus las mee over Piets schouder, zijn voorhoofd diep gefronsd. “Gelukkig maar, Piet. Geen woord over Sally of Lotte. De recherche houdt de kaken op elkaar. Hoe minder die ‘zakenpartners’ van hem weten waar de vrouwen zijn, hoe veiliger het is.” Hij schoof de krant opzij en keek naar de grote witte bestelbus die al voor de deur stond te ronken. “Maar de rust hier in het dorp is wel voorbij. Iedereen zal wel weer een mening hebben.”
Piet vouwde de krant met een resoluut gebaar dicht. “Laat ze maar praten. Wij hebben werk te doen. Heb je de extra dekens en het inpakfolie achterin de bus gelegd? Ik wil niet dat die studentenspullen van Lotte beschadigen, en ik wil al helemaal niet dat we daar urenlang voor de deur staan te dralen.”
Jannus knikte en pakte zijn jas. “Alles staat klaar. Gereedschapskist mee voor het geval we wat uit elkaar moeten schroeven. We rijden naar dat studentenhuis, laden de boel in en zijn weg voordat de buren zelfs maar de krant uit de bus hebben gehaald. Harrie was heel duidelijk: snelheid en discretie.”
Er hing een ongebruikelijke ernst over de twee mannen. Normaal gesproken gingen de grappen over en weer tijdens een klus, maar vandaag voelde het als een militaire operatie. Terwijl Piet de laatste hand legde aan het camerasysteem van de winkel — een back-up die hij op zijn telefoon kon uitlezen — controleerde Jannus nog één keer of de achterdeur van de bus goed in het slot viel.
“Piet,” zei Jannus terwijl hij zijn hand op de deurklink van de winkel legde. “Als we daar iemand zien rondhangen die er niet hoort… niet de held uithangen. Direct Harrie bellen.”
Piet gaf een kort knikje en klopte op de zware zaklamp in zijn zijzak. “Maak je niet druk, Jannus. Lotte krijgt haar spullen, en wij krijgen haar veilig op het Slot. Laten we gaan.”
Met een laatste blik op de krant, waar het naam van Rv.d. V stond, stapten ze de mistige ochtend in. De missie om de sporen van de familie Van der Velde uit te wissen, was officieel begonnen.
Op het Slot was de ochtend grijs en stil. Terwijl Harrie al vroeg was vertrokken en de mannen de bus hadden gepakt, zaten Sally en Lotte aan de grote eikenhouten tafel in de woonkeuken. Trees had de krant, die vroeg was bezorgd, tactvol op het aanrecht laten liggen, maar de nieuwsgierigheid en de angst wonnen het van de voorzichtigheid.
Het was Lotte die de krant pakte. De vette letters van de kop over de ‘Directeur Adviesgroep West’ leken van het papier af te springen. Ze begon hardop te lezen, haar stem eerst nog stevig, maar gaandeweg steeds zachter en onzekerder.
“Er staat hier dat hij al jaren bekend was bij justitie,” fluisterde ze, terwijl ze de krant naar haar moeder doorschoof. “Vóórdat hij jou ontmoette, mam. Financiële malversaties in het zuiden van het land, een spoor van faillissementen onder valse namen…”
Sally staarde naar de foto van de villa. Het huis dat haar gevangenis was geweest, werd nu door de pers omschreven als het ‘zenuwcentrum van een witwasmachine’. Ze las over de Adviesgroep West, een lege huls waar Robert zich achter verschool. Geen woord over zijn passie voor vastgoed, geen woord over de ‘belangrijke zakenreizen’ die hij altijd als excuus gebruikte. Het waren simpelweg vluchten naar andere schuilplaatsen.
“Hij bestond helemaal niet,” zei Sally schor. Ze legde haar hand op de krant, precies over de plek waar Roberts zijn initialen stonden. “De man met wie ik trouwde, de vader die jij dacht te hebben… het was een rol die hij speelde. Een zorgvuldig opgebouwde façade om toegang te krijgen tot jouw erfenis en een respectabel gezicht te hebben voor de buitenwereld.”
Lotte keek naar haar eigen handen. “Alles was een leugen. Mijn studie, de cadeaus, de verhalen over zijn succes. Ik ben de dochter van een schim, mam.”
De realisatie was pijnlijk maar ook bevrijdend. De angst die ze altijd voor hem hadden gevoeld, begon te veranderen in een diepe minachting. Hij was geen almachtige tiran; hij was een opgejaagde fraudeur die hen als menselijk schild had gebruikt.
Trees, die op de achtergrond de thee had ingeschonken, legde een hand op Sally’s schouder. “Het voelt alsof er iets sterft, nietwaar? Maar het is de leugen die sterft. Wat hier aan tafel zit, dat is echt. Lotte de Jong en Sally de Jong. De rest is oud papier.”
Sally knikte langzaam en vouwde de krant met een krachtig gebaar dubbel, zodat de tekening van het gezicht van Robert niet meer zichtbaar was. “Je hebt gelijk, Trees. Hij heeft de naam Van der Velde besmeurd tot er niets meer van over is. Het wordt tijd dat we onze eigen naam weer gaan schoonmaken.”
Terwijl de vrouwen op het Slot de bittere waarheid in de krant verwerkten, reed Harrie in alle vroegte naar een onopvallend kantoorgebouw in de Randstad. Hij had Trees alleen verteld dat hij “zaken te regelen had”, om geen onnodige onrust te zaaien bij Sally en Lotte. Het risico dat de bureaucratie hun veiligheid zou inhalen, was te groot om hen nu mee te belasten.
In een kleine spreekkamer zonder ramen wachtte Van Dooren hem op. Er stonden twee bekers automaatkoffie op tafel en een stapel dossiers die nog dikker leek dan de dag ervoor.
“Meneer De Groot, goed dat u er bent,” begon Van Dooren direct. “Ik heb de ernst van de situatie gisteravond nogmaals intern besproken. We hebben bewijs gevonden dat Roberts schuldeisers specifiek zoeken naar activa op naam van ‘Van der Velde’. Het feit dat Lotte die naam draagt, maakt haar juridisch en fysiek kwetsbaar.”
Harrie leunde voorover. “U zei dat u er alles aan wilde doen om de naamswijziging naar De Jong te bespoedigen. Hoe gaan we dat doen? Normaal gesproken duren dit soort procedures maanden, zo niet jaren.”
Van Dooren knikte. “Normaal gesproken wel. Maar we trekken de kaart van de getuigenbescherming en acute dreiging. Ik heb contact gelegd met de officier van justitie. Omdat Robert van der Velde haar naam heeft misbruikt in zijn frauduleuze constructies — we hebben documenten waarin hij Sally en Lotte als ‘mede-eigenaars’ opvoert zonder haar medeweten — kunnen we spreken van identiteitsmisbruik.”
Hij schoof een document naar Harrie. “Ik ga een verzoek indienen voor een administratieve spoedprocedure. We koppelen de naamswijziging aan het strafdossier van Robert. Als we kunnen aantonen dat de naam ‘Van der Velde’ een direct gevaar vormt voor haar veiligheid, kan de officier een tijdelijke, maar onmiddellijk geldende beschikking afgeven.”
“Maar,” waarschuwde Van Dooren, “Lotte moet zelf ook een verklaring tekenen. En ze moet begrijpen dat als de naam eenmaal gewijzigd is in de Basisregistratie Personen (BRP), de oude Lotte van der Velde voor de overheid ophoudt te bestaan. Diploma’s, bankrekeningen, haar inschrijving bij de universiteit; alles moet worden omgezet.”
Harrie keek naar de papieren. “Dat zal ze met liefde doen. Alles om die man uit haar leven te wissen. Wanneer kunnen we de eerste handtekening zetten?”
“Als het aan mij ligt: vandaag,” zei Van Dooren vastberaden. “Ik wil dat ze veilig is voordat die ‘investeerders’ doorhebben dat het geld echt weg is.”
Onderwijl Harrie in de kille spreekkamer van Van Dooren de juridische fundamenten voor hun nieuwe leven legde, draaide de witte bestelbus van de kringloop de straat van het studentenhuis in. Toen Jannus de witte bestelbus voor de deur van het studentenhuis parkeerde, was de straat nagenoeg uitgestorven. De weinige studenten die nog binnen waren, sliepen waarschijnlijk nog of zaten in de collegebanken. Jannus en Piet konden zich volledig focussen op hun eigen tempo.
“Geen kip op straat,” fluisterde Piet terwijl hij de achterdeuren opende. “Laten we zorgen dat het zo blijft.”
Binnen in het appartement werkten ze als een geoliede machine. De instructies van Harrie waren duidelijk: snelheid was alles. Terwijl Jannus de zware dozen met boeken en de gitaar naar de bus tilde, liep Piet de kamer door om de laatste persoonlijke spullen in kratten te verzamelen. Er werd niet gepraat, alleen gehandeld.
Precies binnen het half uur was de kamer volledig kaal. De gordijnen bleven hangen, maar alles wat Lotte tot ‘Lotte’ maakte, stond nu veilig achter de vergrendelde deuren van de bestelbus. Jannus draaide de sleutel in het slot van het appartement om en liet deze, zoals afgesproken, achter in de brievenbus van de huisbaas.
Hoewel er niemand te zien was die hen volgde, hielden de mannen zich strikt aan het plan van Harrie. Jannus stuurde de bus niet direct maar met een omweg door de polder. Hij wilde elk risico uitsluiten dat iemand hen toevallig zou herkennen of hun route zou kunnen voorspellen.
Toen de bus de vertrouwde oprijlaan van het Slot opdraaide, liep Trees toevallig voor het Slot langs. De ontlading was voelbaar toen de laadklep openging. “Kijk eens aan,” zei Piet met een zeldzame glimlach terwijl hij de eerste doos aan Lotte overhandigde. “Je hele hebben en houden, ongeschonden en wel.”
Lotte pakte de doos aan en keek even naar de oprijlaan achter de bus. De stilte daar gaf haar voor het eerst in dagen een gevoel van echte rust. Geen camera’s, geen pottenkijkers, alleen de vertrouwde gezichten van de mensen die haar nu beschermden.
De belangrijkste zaken — laptop, studieboeken en persoonlijke administratie — werden in stevige kratten uitgeladen. De kleding was met kledinghangers en al in grote zakken gelegd. Kleine meubels die Lotte dierbaar waren, warden in folie gewikkeld en de laatste restjes, een gitaar en een paar dozen met herinneringen, werden uit de bus geschoven.
Lotte kwam de hal in gelopen. Ze keek naar de dozen met haar spullen. Het was vreemd om haar hele leven in de Slothal te zien liggen, maar het gaf haar ook een onbeschrijflijk gevoel van rust. De kamer in de stad bestond niet meer. De naam Van der Velde werd langzaam maar zeker gewist uit de fysieke wereld.
Een aantal urenlater, kwam de auto van Harrie de oprit oprijden. Hij stapte uit met een leren tas onder zijn arm en een uitdrukking op zijn gezicht die het midden hield tussen ernst en opluchting.
Geef een reactie op Hans Reactie annuleren