
Op de dag dat Trees belde dat ze wat later zou komen, was Jannus al volledig op de hoogte. De laatste dagen had Trees hem continu bijgepraat, en hij had op zijn beurt Piet en Dylan erbij betrokken. De rust in de groep was echter schijn; iedereen wist dat Sally en haar dochter voor hun eigen veiligheid bij Harrie op het slot verbleven. Zusters Josephina en Justina waren op de hoogte, maar er was simpelweg geen tijd om uitgebreid te babbelen. De winkel was overspoeld met nieuwe spullen die gesorteerd, gepoetst en geprijsd moesten worden.
Meneer van Aalst had zich de afgelopen dagen gestort op de muziekafdeling. Vorige week had een grote groep uit een naburige gemeente de platenbakken flink overhoop gehaald. Er was veel verkocht, maar de chaos die ze achterlieten was groot. Om het werk wat aangenamer te maken, had hij een complete stereotoren van Piet gekregen. Zo kon hij de platen direct testen; exemplaren met een diepe kras verdwenen onverbiddelijk in de container.
Hoewel meneer Van Aalst bekendstond als een uiterst keurig geklede heer, klopte er in zijn borst een hart voor de Rock-’n-Roll. De Boogie-Woogie, oude Blues en rauwe, vernieuwde versies van dat genre waren zijn lust en zijn leven. Thuis was dat wel anders; zijn vrouw vond die muziek totaal niet bij hun stand passen. Zij hield vast aan het Nederlandse lied en de grootsheid van de opera.
Dylan, die met grote ogen naar de enthousiaste Van Aalst keek, kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. “U bent altijd zo netjes in het pak, meneer Van Aalst. Dat past in mijn hoofd totaal niet bij deze muziek.”
Met rode koontjes bekende Van Aalst: “Tja, Dylan, dat past niet bij de wensen van mijn vrouw. Zij ziet graag dat ik me altijd als een heer gedraag. Maar,” voegde hij er met een samenzweerderige blik aan toe, “als zij met haar zussen op stap is—en dat gebeurt vaker dan je denkt—dan kom ik los. Ik heb boven een koffer met kleren die speciaal voor optredens zijn. Ik heb zelfs een pruik die ik twaalf jaar geleden in een gekke bui heb gekocht. Op die momenten herkent niemand mij; dan ben ik incognito en voel ik me pas echt vrij.”
Dylan staarde hem verbijsterd aan. “Maar meneer Van Aalst… dan leef je toch eigenlijk maar een half leven? Dat houdt toch geen mens vol? Je hebt toch zeker wel een eigen mening?”
Meneer van Aalst bleef even doodstil staan, een zeldzaam moment waarop hij zijn kalmte leek te verliezen. Hij hield een stoffige elpee van Chuck Berry in zijn handen en staarde naar de hoes alsof daar het antwoord op geschreven stond.
“Een eigen mening hebben is één ding, Dylan,” zei hij uiteindelijk zacht, terwijl hij de plaat voorzichtig in de bak schoof. “Maar de vrede bewaren is een tweede. Mijn vrouw… ze houdt van de man die ik voor de buitenwereld ben. Die keurige heer geeft haar houvast.”
Hij rechtte zijn rug en streek zijn onberispelijke colbert glad, maar zijn ogen stonden minder streng dan normaal. “Je noemt het een half leven, en misschien heb je gelijk. Maar in die koffer op zolder en in de muziek die ik hier draai, zit mijn hele hart. Als ik die pruik opzet en de eerste gitaarriffs hoor, dan ben ik niet de ‘meneer’ die iedereen verwacht. Dan ben ik gewoon mezelf, zonder dat ik iemand teleurstel.”
Dylan schudde haar hoofd, nog steeds niet overtuigd. “Maar Piet, Jannus en de zusters… wij vinden die muziek juist prachtig. Hier hoeft u toch niet incognito te zijn? Bij ons kunt u toch gewoon die koffer openmaken?”
Van Aalst kreeg weer een kleur op zijn wangen, maar dit keer was het geen schaamte; er fonkelde iets van pret in zijn ogen. Hij keek schichtig om zich heen of zuster Josephina niet in de buurt was en boog zich toen naar Dylan toe.
“Weet je wat, Dylan? Als Trees er straks is en de rust is weergekeerd, dan neem ik die koffer een keer mee naar de winkel. Dan laten we de opera even voor wat het is en draaien we de volumeknop van die stereotoren van Piet eens flink naar rechts. Maar,” hij hief een vermanende vinger, “geen woord tegen mijn vrouw als ze ooit de winkel binnenstapt om naar een nieuwe vaas te zoeken.”
Op dat moment klonk de bel van de winkeldeur en stapte Jannus binnen. Hij merkte de serieuze sfeer tussen de twee direct op.
“Waarom hoor ik geen muziek, Van Aalst?” vroeg Jannus met een knipoog. “Een beetje leven in de brouwerij mag best hoor, zolang je maar geen ruzie krijgt met de buren of de politie.”
Van Aalst wist meteen waar hij aan toe was. De elpee die hij net in de hoes had geschoven, haalde hij er direct weer uit. Even later vulden de opzwepende klanken van Chuck Berry de ruimte van de kringloop.
Terwijl Jannus een paar dozen naar binnen bracht en langs Dylan liep, hield hij even in. “Wat was er met Van Aalst? Hij keek zo ernstig.”
Dylan twijfelde even of hij zijn mond moest houden, maar besloot het er toch op te wagen. “Nee, niets spectaculairs, hoor.”
Jannus keek haar onderzoekend aan. “Hadden jullie het over zijn muziekkeuze?”
Net als Van Aalst even daarvoor, kreeg Dylan nu ook een rode blos op zijn wangen. Zij kon het niet langer ontkennen. “Ja, Jannus, dat klopt… maar ik mag er eigenlijk niet over praten.”
Jannus schoot in de lach. “Hij bedoelt dat je het niet tegen zijn vrouw moet vertellen! Ik ben hem zelf een keer tegengekomen toen hij volledig vermomd was. Het is een geweldige vent als hij echt zichzelf kan zijn. Voor de lieve vrede laat hij thuis alles over zich heen gaan, maar hij is vaker op stap dan menigeen denkt. Je zou eens een avond met hem mee moeten gaan; je hebt gegarandeerd een topavond. En hij drinkt geen druppel, maar pas wel op: hij kan flirten als de beste!”
Dylan keek Jannus met grote ogen aan. “Flirten?” herhaalde ze, terwijl ze onbewust een lok haar achter haar oor stak. Als single vrouw kon ze zich nauwelijks voorstellen dat de stijve, altijd correcte meneer Van Aalst in staat was tot zoiets speels. “U maakt een grapje, Jannus. Hij is de beleefdheid zelve!”
Jannus zette een zware doos met boeken op de toonbank en leunde er breed grijnzend tegenaan. “Geloof me, Dylan. Zodra die stropdas afgaat en die pruik op zijn hoofd zit, verandert hij in een compleet ander mens. Hij heeft een charme die je niet achter die strijkplank-houding van hem zou zoeken. Hij danst de sterren van de hemel en weet precies hoe hij een dame een complimentje moet geven.”
Dylan keek door de deuropening naar de muziekafdeling, waar meneer Van Aalst op dat moment met zijn vingers op de maat van ‘Johnny B. Goode’ op een platenhoes trommelde. Hij zag er zo onschuldig uit in zijn nette gilet. Ze voelde een lichte kriebel van nieuwsgierigheid. Hoe zou het zijn om een avondje uit te gaan met deze ‘geheime’ versie van de man? Niet dat ze een oogje op hem had – hij was immers getrouwd en een stuk ouder – maar de transformatie fascineerde haar.
“Pas maar op,” grinnikte Jannus toen hij haar peinzende blik zag. “Voor je het weet sta je met hem te Boogie-Woogien in een of andere duistere bluesclub.”
Dylan lachte. “Nou, als hij echt zo goed kan dansen, dan is dat in ieder geval beter dan de meeste mannen van mijn eigen leeftijd.”
Op dat moment ging de bel van de winkel weer. De deur zwaaide open en Trees stapte gehaast naar binnen, haar wangen rood van de kou of de inspanning. Ze zag eruit alsof ze dringend nieuws had. “Jongens,” begon ze direct, terwijl ze haar sjaal afwikkelde, “ik ben er. Het spijt me dat ik zo laat ben, maar we hebben een situatie op het slot.”
De vrolijke sfeer over meneer Van Aalst en zijn flirtgedrag sloeg direct om. Jannus rechtte zijn rug en zelfs de muziek van Chuck Berry leek op de achtergrond plotseling serieuzer te klinken.
Dylan keek Jannus met grote ogen aan. “Flirten?” herhaalde ze, terwijl ze onbewust een lok haar achter haar oor stak. Als single vrouw kon ze zich nauwelijks voorstellen dat de stijve, altijd correcte meneer Van Aalst in staat was tot zoiets speels. “U maakt een grapje, Jannus. Hij is de beleefdheid zelve!”
Jannus zette een zware doos met boeken op de toonbank en leunde er breed grijnzend tegenaan. “Geloof me, Dylan. Zodra die stropdas afgaat en die pruik op zijn hoofd zit, verandert hij in een compleet ander mens. Hij heeft een charme die je niet achter die strijkplank-houding van hem zou zoeken. Hij danst de sterren van de hemel en weet precies hoe hij een dame een complimentje moet geven.”
Dylan keek door de deuropening naar de muziekafdeling, waar meneer Van Aalst op dat moment met zijn vingers op de maat van ‘Johnny B. Goode’ op een platenhoes trommelde. Hij zag er zo onschuldig uit in zijn nette gilet. Ze voelde een lichte kriebel van nieuwsgierigheid. Hoe zou het zijn om een avondje uit te gaan met deze ‘geheime’ versie van de man? Niet dat ze een oogje op hem had – hij was immers getrouwd en een stuk ouder – maar de transformatie fascineerde haar.
“Pas maar op,” grinnikte Jannus toen hij haar peinzende blik zag. “Voor je het weet sta je met hem te Boogie-Woogien in een of andere duistere bluesclub.”
Dylan lachte. “Nou, als hij echt zo goed kan dansen, dan is dat in ieder geval beter dan de meeste mannen van mijn eigen leeftijd.”
Trees stapte gehaast naar binnen, haar wangen rood van de inspanning, en wikkelde haar sjaal af. “Jongens, ik ben er! Het spijt me dat ik zo laat ben, maar ik bleef op het slot even hangen in een gesprek met Harrie en Sally. Alles is daar gelukkig rustig en onder controle, maar de tijd vloog gewoon voorbij.”
Jannus knikte opgelucht. “Goed om te horen dat het daar op rolletjes loopt. We maakten ons geen zorgen, maar je weet het nooit.”
Trees keek de winkel rond en spitste haar oren. De stem van Chuck Berry galmde door de ruimte. “Zo, meneer Van Aalst is blijkbaar in een goede bui vandaag! Wat een heerlijke muziek. Hebben jullie de hele muziekafdeling verbouwd terwijl ik weg was?”
Dylan moest glimlachen om de nuchtere binnenkomst van Trees. De eerdere onthulling van Jannus over het dubbelleven van Van Aalst zat nog steeds in haar hoofd. Ze keek naar Trees en toen weer even naar de muziekafdeling, waar de ‘keurige heer’ nog steeds onverstoorbaar platen stond te sorteren.
“We hebben ons inderdaad niet verveeld,” zei Dylan, terwijl ze probeerde haar nieuwsgierige blik naar Van Aalst te verbergen. “Jannus heeft me net even bijgepraat over… nou ja, over de verborgen talenten hier in de zaak.”
Trees lachte en hing haar jas aan de haak. “Oh, ben je daar nu al achter? Pas maar op, Dylan, deze winkel zit vol verrassingen. Maar laten we aan de slag gaan; Jannus zei dat er gisteren een enorme lading spullen is binnengekomen die nog gepoetst moet worden. Als we een beetje doorwerken, kunnen we straks met z’n allen koffie drinken.”
Plotseling klonk er een stem uit de andere hoek van het magazijn. Twee hoofden met een glimlach doken boven de dozen uit. “Goedemorgen, Trees!” riep zuster Josephina vrolijk. “Justina en ik zijn de hele ochtend al flink in de weer geweest. We zijn momenteel bezig met de allerlaatste zending.”
Justina knikte instemmend en veegde een pluisje van haar schort. “Ik denk dat we over tien minuten wel klaar zijn. En ik kan je vertellen: wij zijn dan ook zéér aan de koffie toe!”
Jannus keek verbaast naar de enorme berg werk die de zusters in stilte hadden verzet. “Nou, dat is nog eens aanpakken,” zei hij bewonderend. “Dan stel ik voor dat we de bonen alvast gaan malen. Meneer Van Aalst, als u die laatste plaat van Chuck Berry heeft gedraaid, komt u dan ook bij de groep?”
Van Aalst stak vanuit zijn muziekhoekje een duim omhoog, terwijl hij met een subtiele heupwieg—die alleen Dylan opviel—zijn laatste plaat in de bak schoof. De sfeer in de kringloop was opperbest; de nieuwe lading was bijna verwerkt en het ‘geheim’ van de keurige heer had de onderlinge band alleen maar sterker gemaakt.
De geur van verse koffie vulde de kleine kantine terwijl de groep rond de grote houten tafel neerstreek. Justina en Josephina zuchtten tevreden na hun harde werk, en Jannus en Trees wisselden de laatste nieuwtjes uit over de vorderingen op het slot.
Dylan zag haar kans schoon. Terwijl de anderen in een geanimeerd gesprek raakten over een antieke kast die binnenkort geleverd zou worden, schoof ze haar stoel onopvallend een stukje dichter naar meneer Van Aalst. De altijd zo beheerste heer zat daar met zijn pink keurig in de lucht terwijl hij van zijn koffie nipte.
Dylan boog zich naar hem toe. Haar stem was niet meer dan een fluistering, onhoorbaar voor de rest van de tafel. “Ik wil wel een keertje mee naar de bluesclub,” zei ze vastberaden.
Meneer Van Aalst verstijfde midden in zijn slok. Hij zette zijn kopje met een zachte tik neer op het schoteltje. Even bleef het stil. Dylan zag hoe hij zijn blik strak op de suikerpot gericht hield, terwijl zijn wangen langzaam maar zeker weer die karakteristieke dieprode kleur kregen.
Hij keek niet op, maar Dylan zag een kleine, bijna onzichtbare glimlach om zijn mondhoeken spelen. Hij kuchte even zachtjes en leunde toen ook een fractie haar kant op.
“Weet je waar je aan begint, kind?” fluisterde hij terug, zonder zijn blik van de tafel te halen. “Dat is een wereld van rook, zweet en muziek die door je botten snijdt. Geen plek voor keurige heren… of voor meisjes die bang zijn voor een beetje lawaai.”
Hij draaide zijn hoofd een klein slagje naar haar toe en zijn ogen twinkelden op een manier die ze nog nooit had gezien. Het was de blik van een man die de vrijheid had geproefd. “Als ik ga, dan ga ik incognito. Dat betekent dat jij mij daar ook niet aanspreekt als meneer Van Aalst.”
Dylan glimlachte ondeugend. Ze genoot van het feit dat ze de altijd zo beheerste man een beetje uit zijn evenwicht bracht. Ze leunde nog iets verder naar hem toe, haar stem nog zachter dan voorheen.
“Maak je geen zorgen,” fluisterde ze met een knipoog. “Ik kan wel tegen een stootje. En ik beloof dat ik je daar niet als ‘meneer’ zal aanspreken. Maar…” ze hield even in om zijn reactie te peilen, “…ik weet wel dat je eigenlijk Willy heet, hoor. Ook al is dat hier in de winkel nooit gebruikelijk om te zeggen.”
Meneer Van Aalst — of liever gezegd, Willy — keek haar nu recht aan. Het horen van zijn voornaam uit haar mond leek een laatste barrière te doorbreken. De stijve ‘meneer Van Aalst’ verdween voor een seconde naar de achtergrond en er verscheen een man met een zekere ondeugende flair.
“Willy,” herhaalde hij zachtjes, alsof hij zelf weer even aan de klank moest wennen. “Dat is lang geleden dat iemand me zo noemde zonder dat er direct een bevel of een klacht achteraan kwam.”
Hij rechtte zijn rug en nam weer een slok koffie, maar de verstandhouding tussen hen was definitief veranderd. “Goed dan, Dylan. We gaan een keer. Maar wees voorbereid: je zult je ogen uitkijken. En vergeet die keurige man die hier de platen sorteert; die blijft die avond gewoon thuis bij zijn vrouw en haar opera’s.”
“Wat zitten jullie daar toch te smoezen?” vroeg zuster Josephina ineens luid vanaf de andere kant van de tafel. Ze keek met een schuin oog van Dylan naar Van Aalst. “Het lijkt wel of jullie een staatsgeheim aan het bespreken zijn. Is de koffie niet lekker, meneer Van Aalst? Je hebt je kopje nog halfvol.”
Willy herpakte zich direct en zette zijn meest hoffelijke masker weer op. “De koffie is uitstekend, zuster. Dylan vroeg me enkel om advies over… een bepaald type klassieke muziek. Een technisch verhaal, ziet u.”
Jannus keek vanachter zijn eigen mok met een brede grijns naar het tweetal. Hij wist natuurlijk precies hoe laat het was.
Geef een reactie op Karel Reactie annuleren