Een Onvolwaardig Fiat


Het was nog diep in de schemering toen op het Slot het eerste lichtknopje omging. Harrie was met uiterste voorzichtigheid uit bed gestapt; naast hem lag Trees zachtjes te ronken, een teken van een innerlijke rust die hijzelf op dit moment ontbeerde. Met zijn kleren over de arm sloop hij naar de overloop. Aanvankelijk wilde hij zich daar omkleedden, maar hij bedacht zich. Hij trok een oude tuinbroek en een dikke trui uit de overloopkast—kleding die geen geluid maakte en waarin hij kon opgaan in de schaduwen.

Op sokken daalde hij de trap af. Hij kende elke tree, wist precies waar hij zijn voet moest plaatsen om de krakende plekken te vermijden die het huis rijk was. Beneden in de keuken dronk hij gehaast een glas melk, stapte in het achterportaal in zijn veldschoenen en verdween geruisloos naar de garage.

Het was bijna zijn dagelijkse ritueel geworden: de ronde rond het landgoed. Bij de hoofdpoort liet hij de lichtstraal van zijn zaklantaarn centimeter voor centimeter over de vochtige grond glijden. Hij zocht naar onregelmatigheden, naar het bewijs van ongenode gasten. Zijn oog viel op een spoor, maar hij ontspande direct; de rechte looplijn van een hond, zonder menselijke voetstappen ernaast. Waarschijnlijk een zwerver of een ree dat door het struikgewas was geschoten. Niet verontrustend.

Hij reed door naar de achterzijde van het veld, waar de poort diep in het bos verscholen lag. Hij liet de auto op afstand staan en naderde te voet, omgeven door een ijzige, nachtelijke stilte.

Op het moment dat hij zijn lantaarn aanklikte om de grond bij de poort te inspecteren, gebeurde het. Vanuit het niets flitsten een paar felle breedstralers aan. Harrie bevroor, zijn hart bonzend in zijn keel. Het licht was verblindend, een witte muur die hem volledig isoleerde in het duister. In die eerste seconde van paniek schoot het door hem heen: Ze hadden me zo neer kunnen schieten.

Hij wachtte op een schreeuw, op het geluid van naderende stappen of het portier van een auto, maar het bleef doodstil. Geen mens kwam tevoorschijn. Ondanks de adrenaline die door zijn lijf gierde, dwong Harrie zichzelf om zijn inspectie af te maken. Pas toen de lampen na een tijdje automatisch doofden en opnieuw aansprongen bij zijn kleinste beweging, begreep hij het.

Hij draaide zich om en liep terug het bos in, terwijl de lampen zijn rug in een felle gloed zetten. Nu hij wist waar hij moest kijken, zag hij de palen met de breedstralers. Maar er was meer. Verdekt opgesteld op vier strategische punten zag hij infraroodcamera’s hangen.

Hoelang hangen die er al? vroeg hij zich af.

De vorige keren dat hij hier overdag was geweest, was er niets gebeurd. Het zat hem eerst niet lekker, maar toen viel het kwartje. De inspecteurs hadden zijn waarschuwingen serieus genomen. Hij had hen voldoende angst ingeboezemd over de waarde van de goederen en de reputatie van ‘Meneer de Groot’. Ze wilden geen enkel risico nemen.

De vorige keren was hij hier steeds bij daglicht geweest; de sensoren reageerden blijkbaar alleen op de contrasten van de schemering. Zijn gemoedsrust keerde in één klap terug. Dit was het volwaardige fiat waar hij op gehoopt had. Hier kwam niemand meer binnen zonder dat de curator—of Harrie zelf—het wist. Het landgoed was eindelijk een onneembare vesting geworden.

Harrie kon een wrange glimlach niet onderdrukken terwijl hij terug naar de auto liep. Het schaamrood stond hem nog op de kaken. De camera’s hadden hem natuurlijk allang geregistreerd, elke keer dat hij er met zijn zaklamp had rondgeslopen. Waarschijnlijk hadden de bewakers of de curator hartelijk gelachen om die “bezorgde meneer De Groot”.

De woorden van Frits schoten weer door zijn hoofd: “Harrie, je maakt je onnodig bezorgd.” Had Frits dan toch gelijk gehad? Was zijn wantrouwen doorgeslagen in paranoia? “Ach,” mompelde hij tegen zichzelf terwijl hij de motor startte, “liever een keer te veel gecontroleerd dan een keer te weinig. Ze weten nu in elk geval dat ik bovenop de zaak zit.”

Thuis op het Slot was de serene rust van de vroege ochtend verruild voor de gezellige bedrijvigheid van het ontbijt. Trees stond al in de keuken en keek hem met een opgeheven wenkbrauw aan toen hij in zijn tuinbroek binnenstapte.

“Zo Harrie, en dat gaat er stiekem tussenuit? Wat voor geheimzinnige zaken haal je nu weer uit, of zit je nog wat dwars?”

Harrie zuchtte diep en nam plaats aan de tafel. “Trees, ik moet je gelijk geven. Ik heb me met mijn argwaan vanmorgen behoorlijk belachelijk gemaakt.” Hij vertelde haar eerlijk over de breedstralers, de schrik van zijn leven en de ontdekking van de infraroodcamera’s.

Trees barstte in lachen uit, een geluid dat de laatste spanning uit de kamer verdreef. “Harrie! Misschien kom je straks wel in de krant als verdacht figuur die ongevraagd het landgoed inspecteert!”

“Dan hadden ze dat al eerder moeten doen,” verdedigde Harrie zich met een grijns. “Alleen nu, in de schemering, sloegen die lichten pas aan. Overdag zagen ze me natuurlijk allang lopen, maar vonden ze me blijkbaar ongevaarlijk genoeg.”

 “Goedemorgen Trees en Harrie!” Lotte kwam met veel kabaal de keuken binnenstuiteren. “Mijn moeder komt zo, maar ze wilde eerst haar haar wassen. Ze gaat voor een andere look!”

Harrie keek verrast op. “Een andere look? Ik ben benieuwd.”

“Ja, maar dat komt door mij hoor,” zei Lotte trots. “Ik heb haar een beetje opgejut. Met dat mooie haar van haar kan ze veel meer doen dan ze nu doet.”

“Lotte, je moeder is geen twintig meer,” wierp Harrie voorzichtig tegen, denkend aan de Sally die hij kende.

“Dat kan wel zijn, maar ik heb haar foto’s van modellen laten zien. Ze kan het hebben!”

Op dat moment stapte Sally de kamer binnen. Harrie en Trees keken verwachtingsvol, maar tot hun verbazing zat haar haar nog bijna hetzelfde als de laatste tijd. Sally zag hun vragende blikken en lachte verontschuldigend.

“Het is nog niet gelukt, Lotte. Het is lastiger dan het op die foto’s lijkt. Maar wanneer ik meer tijd neem, kom ik er wel mee klaar.”

De sfeer aan tafel was lichter dan in tijden. De fysieke training, de bokslessen en nu zelfs de aandacht voor haar uiterlijk lieten zien dat Sally langzaam de regie over haar eigen leven terugnam. Harrie kon met een gerust hart vertrekken; het fort werd bewaakt door camera’s, en de bewoners werden sterker per dag.

Pas laat in de middag, wanneer Harrie op de terugweg is van een laatste zakelijke afspraak, vult de zoemer van zijn carkit de auto. Hij klikt de verbinding open. “Met Harrie de Groot.”

“Ja, meneer De Groot. U spreekt met Velde van Rechercheteam Brabant Delicten. U bent vanmorgen gedetecteerd bij een achteringang van het Landgoed De Jong.”

Harrie staart naar het display. Een onbekend nummer, een rechercheteam waar hij nog nooit van heeft gehoord. Hij recht zijn rug. “Meneer Velde, ik kan u zeggen dat uw woorden kloppen,” antwoordt hij formeel, terwijl hij probeert in te schatten hoe groot het probleem is.

“En bent u ook geschrokken? De beelden geven dat namelijk heel duidelijk aan.”

Harrie slikt. De herinnering aan de verblindende lampen zit nog vers in zijn geheugen. “Ja, dat kunt u wel zeggen. Maar voor het doel waarvoor ik daar was, werkte het overtuigend. Ik besefte ter plekke dat ik veel te bezorgd was over de beveiliging van het terrein. Mijn excuses daarvoor, meneer Velde.”

Dan barst er aan de andere kant van de lijn een lachsalvo los dat zo hard door de autospeakers dondert dat Harrie er bijna van schrikt. Hij stuurt de auto de berm in en zet hem stil. De herkenning slaat in als een bom. Hij is bij de neus genomen.

“Verdomme Frits! Dat jij me dit flikt! Hoe kom jij erbij om die beelden te bekijken?”

“Harrie,” klinkt de stem van Frits nu, nog steeds nagniffelend. “Zoals afgesproken zou ik vandaag bij de inspectie langsgaan. De twee rechercheurs hebben me de beelden laten zien. Een prachtig schouwspel, Harrie. Maar ik begrijp dat je onderweg bent, want je hebt je mail en WhatsApp zeker nog niet bekeken?”

“Nee Frits, ik ben over een half uur thuis. Is er belangrijk nieuws dan?”

“Harrie, niet naar de bekende weg vragen. Bel me vanavond maar, oké? Dan bekijk ik de beelden in de tussentijd nog een paar keer. Het is uitstekend voor mijn humeur.”

“Barst, Frits! Tot vanavond.”

De spanning in de auto van Harrie was bijna tastbaar op de terugweg. De sfeer bij de Chinees was een scherp contrast met de onrust in zijn hoofd. Terwijl de meiden, Lotte en Lisa, de basis legden voor een nieuwe vriendschap en de babi pangang op tafel kwam, zat Harrie in een andere wereld. De nuchtere opmerking van Trees tegen Lisa sloeg de spijker op zijn kop: Harrie was er wel, maar zijn geest dwaalde over het landgoed en de digitale postbussen.

Het was een bijzonder gezelschap in het restaurant. Trees genoot ervan om te zien hoe Lisa en Lotte elkaar gevonden hadden. Twee jonge vrouwen die, ondanks hun verschillende achtergronden, duidelijk dezelfde taal spraken. Zelfs de goedbedoelde ‘verzoeknummers’ van Piet konden hun gesprek niet doorbreken. Ze zaten in een eigen cocon, een teken dat de volgende generatie op het Slot ook zijn plek begon te vinden.

Harrie daarentegen was de stille kracht aan het hoofd van de tafel. De opmerking van Lisa sneed hout:

“Pa, wat ben je weer stil, je hebt ons uitgenodigd en je laat iedereen praten…”

Trees’ verdediging was liefdevol maar duidelijk: ze kende haar Harrie. Ze wist dat de ‘Meneer de Groot’ die de inspectie op scherp had gezet, nu even moest dealen met de gevolgen van zijn eigen voortvarendheid.

Eenmaal terug op het Slot kon Harrie de schijn niet langer ophouden. Hij trok zich terug in het heiligdom van zijn kantoor. De computer startte traag op in zijn beleving, de cursor knipperde uitdagend. Maar de oogst was mager:

  • De Mail: “Morgen ontvangt u een aangetekende brief.”
  • De WhatsApp: “Morgen ontvangt u een aangetekende brief.”

Geen details, geen namen van de jachtkliek, geen bevestiging van de curator over de sleutels. Alleen de aankondiging van een bureaucratisch document.

De frustratie moest eruit. Frits, die duidelijk genoot van Harrie’s ‘uitglijer’ bij de camera’s, bleef nuchter onder het nieuws.

Harrie: “Verdomd, nu weet ik het nog niet!” Frits: “Ik weet ook niet meer dan dat, Harrie. Maar aangetekend? Dat kan alleen de curator zijn. Ga slapen, man.”

De laatste plaagstoot van Frits over de camerabeelden was de druppel. Harrie was ‘leeg’. De dag die begon in de vroege schemering met een tuinbroek en een zaklantaarn, eindigde met een onbevredigende digitale melding.

Harrie sloot zijn computer af. De “Verdomme” nagalmend in de lege kamer. Hij wist dat hij morgenochtend de postbode niet mocht missen, maar de onzekerheid knaagde. Was het de officiële toestemming (het fiat) om de administratie door te spitten? Of was het een formele waarschuwing vanwege zijn eigen gedrag bij de poorten?

Eén ding was zeker: de volgende dag zou cruciaal worden voor het dossier van Sally’s vader en de vervlogen jagers.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Een Onvolwaardig Fiat”

  1. bertjens Avatar

    Die Harrie, toch een dingetje waaraan hij niet had gedacht. 🙂

    Geliked door 1 persoon

  2. logbankje Avatar

    Harrie, is aan het nachtbraken, maar als hij op een vaste tijd zijn rondje maakt is dat voor een indringer wel helder.
    Nou infraroodcamera’s hebben geen extra licht nodig, was het toch een indringer?
    Zouden de woorden van Frits waar zijn?
    Nu de post afwachten. Hans

    Geliked door 1 persoon

  3. logbankje Avatar

    Harrie, is aan het nachtbraken, maar als hij op een vaste tijd zijn rondje maakt is dat voor een indringer wel helder. Nou infraroodcamera’s hebben geen extra licht nodig, was het toch een indringer? Zouden de woorden van Frits waar zijn? Nu de post afwachten. Hans

    Geliked door 1 persoon

  4. Karel Avatar

    lachen en lekker eten zijn beiden goed voor het gemoed

    Geliked door 1 persoon

  5. ymarleen Avatar

    Handige Harry vindt misschien wel de ophelderde oplossing.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder