Een Onrustige Dageraad


Het zal omstreeks zes uur in de ochtend zijn geweest toen Trees met een ruk rechtop in bed ging zitten. “Verdomme Harrie, houd eens op met dat gewoel! Je houdt me de hele nacht al uit mijn slaap.” Harrie mompelde wat onverstaanbaars, draaide zich met een lome zwaai om en ging onverstoorbaar verder met zijn rusteloze slaap alsof er niets aan de hand was.

Nog geen drie minuten later draaide hij zich echter weer terug op zijn rug en zette een partij gesnurk in die zo luid was, dat Trees in een reflex haar kussen greep. Ze drukte het boven op Harrie’s gezicht om het geluid te dempen, maar het had geen enkel effect; het ronkende kabaal ging dwars door de veren heen.

Er zat voor Trees nog maar één ding op: uit bed stappen. Maar op het moment dat zij het laken terugsloeg, trok Harrie het kussen van zijn gezicht. Hij bleef precies zo liggen, wijdbeens op zijn rug, terwijl het gesnurk overging in een soort melodieus geneurie. Trees, die eigenlijk boos wilde zijn, schoot onbedaarlijk in de lach.

“Harrie, wat doe je dat toch weer aandoenlijk,” proestte ze. Ze boog over hem heen en plantte een volle, luidruchtige smakkerd op zijn mond.

“Wha… wha… wat is er aan de hand, Trees?” stamelde Harrie, die met grote ogen wakker schrok.

Trees gaf hem er nog een stevige pakkerd overheen. “Je houdt me verdorie de hele nacht wakker met dat gesnurk van je. Na een paar voorzichtige pogingen dacht ik dat ik maar eens diplomatisch moest optreden met dat kussen, en zie daar: het had effect.”

Harrie staarde haar aan met een blik van: waar heb je het in hemelsnaam over? “Hoe laat is het?”

Trees wierp een blik op de wekker. “Kwart over zes.”

“Dat is veel te vroeg,” bromde hij, terwijl hij probeerde de slaap weer te vatten. “Trees, ik geloof dat ik heel ver weg ben geweest in mijn slaap.”

Trees ging weer naast hem liggen en trok de dekens tot onder haar kin. “Vertel op, Harrie. Wat heb je vannacht allemaal uitgevreten in dat hoofd van je?”

Harrie staarde naar het plafond van de slaapkamer op het Slot. “Ik kan het je niet precies vertellen, Trees… maar ik moet van hot naar haar geslingerd zijn in mijn droom.”

Harrie’s onderbewustzijn is duidelijk aan het overwerken. De combinatie van de camerabeelden van Frits, de “vervlogen jagers” en de mysterieuze aangetekende brief van de curator die vandaag moet komen, zorgt voor een mentale storm. Hij is fysiek op het Slot, maar in zijn dromen is hij waarschijnlijk al bezig de archieven van Sally’s vader binnen te stormen.

“Laten we er nog een uurtje zonder geknor aan toevoegen Harrie” en draait Trees nog een keer naar zijn mond toe”Harrie sloot zijn ogen en brabbelde “je bent een schat” en viel al snel weer in slaap. Trees volgde maar kwam daarna ook in een diepe slaap terecht.

Ander half uur later was het de wekker van Trees de stoorzender, die hen wakker deed worden. Onder de douche spoelde Harrie het laatste restje van zijn onrustige dromen en de “schaduwen van het landgoed” van zich af. Het warme water hielp hem zijn gedachten te ordenen voor de dag die komen ging. De aangetekende brief zou vandaag vallen, en hij moest scherp zijn. Trees, die zich bij hem voegde, merkte dat de spanning in zijn schouders eindelijk wat was weggeëbd.

Beneden was de sfeer bijna huiselijk te noemen. De tafel was gedekt, de geur van verse koffie vulde de ruimte, en Sally, Lotte, Trees en Harrie namen hun vertrouwde plekken in. Lotte, nog vol energie van de avond ervoor, doorbrak de ochtendstilte met haar kenmerkende enthousiasme.

“Dat was gisteravond wel heel bijzonder, vond ik,” begon ze, terwijl ze een dikke laag jam op haar beschuit smeerde. “Ik heb zo gelachen om die kale Chinees met zijn tonsuur-kapsel en zijn goocheltrucs. Hoe hij die muntjes achter het oor van die man vandaan toverde… en hij  keek alsof hij water zag branden!”

Harrie glimlachte om haar verhaal. Het was precies de afleiding die de groep nodig had. Terwijl Lotte de ene na de andere anekdote over de avond ophaalde, hield Harrie met één oog de oprit in de gaten. De vrolijkheid van Lotte en de herwonnen kracht van Sally vormden een scherp contrast met de zakelijke strijd die hij voerde.

Ondanks de gezelligheid aan tafel, wist iedereen dat dit de stilte voor de storm was. De postbode kon elk moment de oprit oprijden met de brief die alles zou kunnen veranderen: het fiat voor de administratie, de toegang tot het verleden, of misschien wel de eerste stap naar de definitieve afrekening met de kliek van Robert.

Terwijl Lotte nog een keer nadeed hoe de Chinees zijn wenkbrauwen op en neer bewoog bij een truc, hoorden ze buiten het grind knarsen. Het was niet het zware geluid van de auto van een bezoeker, maar het lichte, herkenbare elektrische gezoem van de postbezorger.

Harrie legde zijn mes neer. Het gesprek aan tafel viel in één klap stil.

“Daar zul je hem hebben,” zei Trees zacht.

Harrie stond op, liep naar de gang en trok de zware voordeur open nog voordat de postbode had kunnen aanbellen. De jonge man met het oranje hesje schrok even van de snelheid waarmee hij werd begroet.

“Meneer De Groot? Aangetekend,” sprak de bezorger kortaf terwijl hij zijn handscanner tevoorschijn haalde. Harrie zette met een vaste hand zijn handtekening op het digitale schermpje en nam de stevige, witte envelop aan. Het stempel van het advocatenkantoor van de curator was onmiskenbaar.

Hij liep terug naar de ontbijttafel, de envelop in zijn hand wegend alsof hij aan het gewicht kon voelen of het goed of slecht nieuws was. Lotte en Sally keken hem met grote ogen aan.

“En?” vroeg Sally met een ingehouden stem.

Harrie nam weer plaats, pakte een schoon briefmes en schoof het voorzichtig onder de flap. Hij haalde de papieren eruit, streek ze glad op het witte tafelkleed en begon te lezen. Zijn ogen schoten over de regels. Na een halve minuut, die voor de dames aan tafel wel een uur leek te duren, ontspanden zijn schouders en verscheen er een korte, droge lach op zijn gezicht.

“Het is het fiat,” zei hij, en hij keek Sally recht in de ogen aan. “Het is het volledige, volwaardige fiat. De curator geeft toestemming voor de inventarisatie van de administratie in de studeerkamer. Maar er is meer: hij heeft de beelden van de recherche gezien en geconcludeerd dat de beveiliging ‘afdoende’ is. We mogen vanaf morgen officieel aan de slag met het archief.”

Hij legde de brief neer. “Ik kan morgen met een gerust hart naar het congres gaan en  kunnen jullie, samen met Jannus en Dorus, alle ordenen en de kisten met alles van Sally haar vader te maken heeft hier om mijn kantoor neerzetten en over een paar dagen moet het landhuis een grote schoonmaakbeurt krijgen, alvorens de meubelen weer geplaatst kunnen worden.”

De sfeer aan tafel sloeg om van spanning naar een soort strijdbare vrolijkheid. Het was niet langer alleen een kwestie van afwachten; de weg naar de administratie van Sally’s vader lag open. De ‘vervlogen jagers’ konden zich niet langer verschuilen achter gesloten deuren.

(wordt vervolgd)


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Een Onrustige Dageraad”

  1. bertjens Avatar

    Diepe zucht….👌

    Geliked door 1 persoon

  2. logbankje Avatar

    Harrie is onrustig in bed, wat speelt er in zijn hoofd af.
    Trees is wel gek met hem, dat is wel positief.
    Een goed ontbijt is een goede start van de dag.
    Papieren als die in orde zijn kan men los gaan. Hans

    Geliked door 1 persoon

  3. Karel Avatar

    ja een heel diepe zucht , maar denk dat er nog meer komen

    Geliked door 1 persoon

  4. Rianne Avatar

    Wacht op wat komen gaat…

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op bertjens Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder