
Sally stapte de kamer van de wethouder binnen, niet met een vragende blik, maar met een dik dossier onder haar arm. Marian zat er al, een tikkeltje nerveus, wetende dat Sally op het punt stond de boel op scherp te zetten.
“Wethouder,” begon Sally direct, terwijl ze het integrale plan van Harrie op tafel legde. “We kunnen wachten op de normale bureaucratische afhandeling van de waterschade, of we kunnen vandaag een besluit nemen dat de gemeente tienduizenden euro’s bespaart.”
De wethouder keek over zijn bril naar de cijfers. “Leg uit, Sally. Je weet dat mijn budgetten onder druk staan.”
Sally opende een grafiek die de kosten over de tijd liet zien. “Als u nu niet tekent voor de officiële verbouwing, gaat de verzekering van de gemeente alleen uitkeren voor herstel naar de oude staat — een gymzaalvloer die we over drie maanden weer moeten openbreken voor de theaterverbouwing. Dat is kapitaalvernietiging.”
Ze wees naar een rood gearceerd vlak in haar overzicht. “Door de schadeafhandeling en de verbouwing nu samen te voegen onder één aannemer, snijden we in de overheadkosten. Maar belangrijker nog: als de zaal door bureaucratie nog drie maanden langer dicht blijft, verliest de buurt haar ‘Third Place’. De kosten voor sociale interventies in deze wijk zullen dan veel hoger uitvallen dan de investering in deze vloer.”
Marian knikte instemmend. “Wethouder, ik heb de polis van de gemeente ernaast gelegd. Er zit een clausule in voor ‘noodzakelijke verbetering bij herstel’. Als we dit nu koppelen aan de herbestemming, kunnen we de claim van de waterschade gebruiken als de eerste aanbetaling voor de theaterbouwer. Het juridische pad is vrij, we hebben alleen uw politieke wil nodig.”
De wethouder bleef even stil. Hij keek naar de foto van de spuitende radiator die Sally als ‘bewijsstuk A’ bovenop het dossier had gelegd. Hij zag de ernst van de situatie, maar ook de professionaliteit waarmee het plan was opgesteld.
“Je hebt Harrie gesproken, nietwaar?” vroeg de wethouder met een glimlach. “Die man heeft een neus voor efficiëntie. Maar jij hebt de cijfers vertaald naar een verhaal waar ik de raad mee kan overtuigen.”
Hij pakte zijn pen. “Als ik nu teken, onder de voorwaarde dat de verzekeringsexpert van Westerveld schriftelijk bevestigt dat dit de meest efficiënte weg is, dan hebben jullie maandag die handtekening.”
Toen Sally de kamer uitliep, voelde ze een enorme last van haar schouders vallen. Ze had niet alleen de gymzaal gered, ze had de weg vrijgemaakt voor een snellere start van het theater dan ze ooit had durven dromen.
“We hebben ze,” fluisterde ze tegen Marian in de gang.
Marian kneep even in haar arm. “Nee Sally, jij hebt ze. Je hebt ze laten zien dat ‘niet doen’ duurder is dan ‘wel doen’. Dat is de enige taal die ze hier echt verstaan.”
De aannemer, een nuchtere man genaamd Bert die al dertig jaar in het vak zat, stond samen met Piet in de nog steeds klamme gymzaal. De industriële drogers hadden hun werk gedaan, maar de geur van nat hout hing er nog steeds. Terwijl ze de laatste resten van de oude, kromgetrokken parketvloer wegbraken, hield Bert plotseling zijn breekijzer stil.
“Wacht eens even, Piet,” zei Bert, terwijl hij met zijn zaklamp in de donkere hoek onder de funderingsbalk scheen. “Kijk daar eens, bij die ventilatieroosters die al jaren dichtgeschilderd zaten.”
Piet knielde naast hem neer. Waar de waterschade het ergst was geweest, was de stuclaag van de plinten losgekomen. Daaronder werd een dikke, zwarte laag zichtbaar die er al decennia moest zitten.
“Zwarte schimmel,” concludeerde Bert hoofdschuddend. “En niet zo’n klein beetje ook. Als die leiding niet was gesprongen, hadden we die nieuwe, dure theatervloer bovenop dit rottende nest gelegd. Binnen twee jaar had de hele zaal ongezond geroken en was je nieuwe hout aangetast. Dat hete water van de verwarming heeft de oude stuclaag losgeweekt, waardoor we dit nu overal zien.”
Piet krabde achter zijn oor en begon te grijnzen. “Dus die radiator heeft eigenlijk de boel voor ons ontsmet door het geheim te onthullen? Verrek, Sal moet dit horen. Ze heeft het altijd over ‘structurele problemen’ in haar lessen—nou, hier heb je er eentje!”
Nadat de schimmelspecialist de boel professioneel had gereinigd en de ventilatie was hersteld, kon het echte werk beginnen. De aannemer had de speciale verende onderlaag voor de dansvloer meegebracht. Samen met Piet, die als een trotse assistent optrad, werd de eerste lange plank van het nieuwe, lichte eikenhout klaargelegd.
“Zet hem er maar in, Piet,” zei Bert. “Dit is het begin van je theater.”
Met een voorzichtige tik van de rubberhamer dreef Piet de eerste plank op zijn plek. Het geluid was solide en diep, heel anders dan het holle gekraak van de oude gymvloer.
Sally kwam net binnenlopen toen de eerste rij planken vastlag. Ze zag Piet en de aannemer daar op hun knieën zitten, omringd door het zaagsel dat rook naar vers hout en nieuwe kansen.
“Het fundament is nu eindelijk gezond, Sal,” riep Piet enthousiast. “Geen schimmel meer, geen gezeik meer. We bouwen op eerlijk hout.”
Sally keek naar het lichte hout dat het weinige zonlicht in de zaal leek te vangen. “Dit is precies wat sociologie ons leert,” zei ze met een knipoog naar Erik, die ook was komen kijken. “Soms moet een systeem eerst volledig onderlopen om de verborgen rotzooi op te ruimen, zodat je echt iets nieuws kunt opbouwen.”
Het kon natuurlijk niet uitblijven. Terwijl de geur van vers eikenhout de gymzaal vulde en het ritmische getik van de hamers door de loods galmde, verscheen er een bekende schaduw in de deuropening.
De vastgoedontwikkelaar, de heer Schutters, stapte naar binnen. Hij droeg een pak dat waarschijnlijk meer kostte dan de hele nieuwe theatervloer, maar zijn gezicht stond op onweer. Hij had gehoord van de “catastrofale waterschade” en was gekomen om het lijk te schouwen, in de hoop dat dit het definitieve einde van De Lege Knip zou zijn.
Schutters liep met kleine, voorzichtige pasjes over de nieuwe planken, alsof hij bang was dat zijn glimmende schoenen besmet zouden raken met ‘sociaal kapitaal’. Hij bleef staan bij Bert de aannemer en Piet, die net een hoekstuk aan het afwerken waren.
“Ik hoorde dat er een… akkefietje was met de leidingen,” zei Schutters met een dunne, neppe glimlach. “Jammer hoor. Zo’n oud pand, hè? Altijd ellende. Ik had de gemeente nog gewaarschuwd dat herstel weggegooid geld zou zijn.”
Piet keek even op, veegde zijn voorhoofd af met een stoffige hand en grijnsde breed. “Akkefietje? Welnee, meneer de ontwikkelaar. Het was een geschenk uit de hemel. We hebben de oude rotzooi eruit gespoeld en kijk nu eens.” Hij sloeg met zijn vlakke hand op de vloer. “Dit ligt strakker dan de gemiddelde dansvloer in Carré.”
Op dat moment kwam Sally aanlopen met een stapel technische tekeningen. Ze zag Schutters kijken naar de verlichtingsrails die Jannus aan het ophangen was aan het plafond. De zaal begon er niet uit te zien als een stoffige opslag, maar als een hippe, industriële theaterruimte die in Amsterdam niet zou misstaan.
“Dag meneer Schutters,” zei Sally kalm. “Komt u kijken naar de sociale return on investment? We zijn momenteel bezig met de akoestische optimalisatie. Dankzij de waterschade konden we de isolatie direct aanpassen aan de modernste normen.”
Schutters tandenknarste hoorbaar. Hij zag de kwaliteit van het werk. Hij wist dat zijn eigen kantoor—een zielloze glazen doos op het bedrijventerrein—totaal geen karakter had vergeleken met deze ruimte. “Het blijft een risicovol project,” snoof hij. “Mensen in dit dorp willen helemaal geen cultuur, die willen een parkeerplaats en een supermarkt.”
Jannus, die boven op een trap stond, boog zich naar voren. “Nou, meneer Schutters, ik hoorde dat de wethouder gisteren nog zei dat dit theater het ‘uithangbord van de nieuwe dorpskern’ wordt. Hij was zo onder de indruk van onze aanpak dat hij de subsidie voor de foyer al heeft klaargezet. Misschien kunt u hier straks een kaartje kopen voor de openingsvoorstelling? Ik zet u wel op de achterste rij, dan heeft u goed zicht op de parkeerplaats.”
Schutters draaide zich abrupt om, mompelde iets over ‘onverantwoordelijk beleid’ en liep met rasse schreden de loods uit. Zijn glimmende auto stoof met slippende banden weg.
“Die komt voorlopig niet terug,” lachte Bert de aannemer. “Hij zag de vierkante meterprijs van dit hout en realiseerde zich dat hij deze slag verloren heeft.”
Geef een reactie op logbankje Reactie annuleren