De rust in het Slotpark is bedrieglijk


Frits verbreekt de stilte met een diepe zucht en klopt Harrie op zijn schouder. “Ik ga er weer vandoor, Harrie. Houd je oren en ogen open. Zodra ik meer hoor uit die hoek, ben jij de eerste die het weet.”

“Doe ik, Frits. Bedankt voor het waarschuwen,” antwoordt Harrie. Helemaal gerustgesteld is hij niet, maar de aanwezigheid van Frits heeft hem wel scherper gemaakt. Hij loopt mee naar buiten en kijkt toe hoe de auto van Frits de oprit van het Slot afrijdt, totdat de achterlichten achter de grote toegangspoort verdwijnen.

Harrie blijft nog even op de drempel staan. De rust in het Slotpark is bedrieglijk; de spanning van het verleden lijkt in één klap weer actueel. Hij sluit de zware voordeur van het bijgebouw en loopt naar de keuken om een sterke bak koffie te zetten. Terwijl het apparaat pruttelt, dwaalt zijn geest af naar Sally en Lotte. Ze hadden hun leven eindelijk weer op de rit na de verkoop van het landgoed aan Staatsbosbeheer. Moest hij hen inlichten over de situatie rondom Robert, of zou dat de oude wonden alleen maar onnodig openscheuren?

Zijn gedachten worden ruw onderbroken door het oplichten van zijn telefoon op het aanrecht. Het is geen oproep, maar een binnenkomend bericht van een onbekend nummer.

Harrie pakt het toestel op en ontgrendelt het scherm. Er staat slechts één korte zin:

‘Sommige rekeningen blijven openstaan, Groot. Zelfs achter tralies.’

Het angstzweet breekt hem nog net niet uit, maar zijn hartslag versnelt direct. Dit ging niet over een poging tot zelfdoding van Robert. Dit was een directe waarschuwing. De lange arm van De Bruin was blijkbaar nog springlevend, en het Slot was misschien niet meer de veilige haven die het tot nu toe was geweest.

Harrie aarzelt geen seconde. Met een licht trillende vinger selecteert hij de naam van Frits in zijn recente oproepen. De lijn kiest nog geen drie keer over voor Frits opneemt.

“Harrie? Ben je iets vergeten?” klinkt de stem van Frits aan de andere kant.

“Frits, je moet omdraaien. Nu,” zegt Harrie op dwingende toon. “Ik sta net in de keuken en krijg een anoniem sms’je. ‘Sommige rekeningen blijven openstaan, Groot. Zelfs achter tralies.’ Dit was geen zelfmoordpoging van Robert, Frits. Dit is een rechtstreekse bedreiging aan mijn adres.”

Het blijft heel even stil aan de lijn. “Ik ben er over vijf minuten,” zegt Frits resoluut, waarna de verbinding wordt verbroken.

Nog binnen de afgesproken tijd hoort Harrie het grind op de oprit weer knarsen. Hij opent de voordeur al voor Frits heeft geparkeerd. Frits stapt met een strak gezicht uit, loopt snel naar binnen en sluit de deur direct achter zich. “Laat eens zien,” zegt hij kortaf.

Harrie overhandigt zijn telefoon. Frits staart een paar seconden naar het onbekende nummer en de ijzingwekkende tekst. In plaats van bezorgd te kijken, verschijnt er een felle, geconcentreerde blik in zijn ogen.

“Die sukkels denken dat ze anoniem zijn met een prepaidkaartje of een spoofing-app,” zegt Frits met een ijzige glimlach. “Maar ze vergeten dat elk bericht een digitaal spoor achterlaat op de masten hier in de buurt. Ik ken een trucje via een contactpersoon bij de provider om de exacte sim-identificatie en de locatie van de verzending direct te pingen.”

Frits pakt zijn eigen telefoon, tikt snel een code in en start een applicatie die Harrie nog nooit heeft gezien. Hij voert het nummer van de afzender in en dwingt via een digitale omweg een respons af van het netwerk. Het scherm begint te lopen, cijferreeksen flitsen voorbij, tot het systeem plotseling stopt en een locatie op de kaart markeert.

“Bingo,” zegt Frits, en de lichte lach keert terug op zijn gezicht. “We hebben beet, Harrie. Ze zitten veel dichterbij dan ze zelf denken.”

Frits kijkt niet langer naar het scherm, maar switcht direct naar zijn contactenlijst. Zijn blik verhardt. Hij zoekt niet naar een standaard rechercheur of een hulplijn, maar scrolt door naar een naam die hij alleen in uiterste noodzaak gebruikt.

“Ik ga nu iemand bellen die we hier heel hard bij nodig hebben,” zegt Frits met gedempte stem tegen Harrie. “Een van de gevaarlijkste mannen die ik ken, maar hij staat aan onze kant. En belangrijker nog: hij heeft een directe, korte lijn met de meest gezaghebbende politiefunctionaris van het land. Als hij druk zet, beweegt het hele korps mee.”

Frits toetst het nummer in en zet de telefoon op de luidspreker. Het duurt lang voor er wordt opgenomen. Aan de andere kant klinkt een zware, rustige stem die direct een ijzingwekkende autoriteit uitstralt. “Frits. Dit moet belangrijk zijn.”

“Dat is het ook, Boris,” zegt Frits zonder omwegen. “We hebben een directe bedreiging op Harrie de Groot binnengekregen. Het is gekoppeld aan de zaak Robert van de Velde en de restanten van De Bruin. Ik heb net de digitale footprint van het nummer gepiept, de locatie staat scherp.”

Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. Je hoort Boris diep ademhalen. “Het netwerk van De Bruin had al lang opgeruimd moeten zijn. Dit duld ik niet. Ik neem direct contact op met de korpsleiding. Binnen vijf minuten hebben de zware jongens van de landelijke eenheid dit op hun bureau liggen.”

“Wat is het plan?” vraagt Frits.

“Blijf waar je bent, gooi de poort van het Slot dicht,” beveelt Boris koud. “Ik zorg dat de commissaris de speciale eenheden aanstuurt op de locatie die jij me nu doorgeeft. We gaan deze slang bij de kop pakken voor hij kan bijten.”

Terwijl ze wachten op bericht van Boris, loopt Harrie met gespannen stappen terug naar het aanrecht. Hij pakt de koffiepot, spoelt hem om en zet direct een flinke, nieuwe kan klaar. Het is wel duidelijk dat dit een lange zit gaat worden; Frits zal hier voorlopig niet weggaan, en de kans is groot dat hij de hele nacht op het Slot moet blijven waken.

Met een strak en bezorgd gezicht draait Harrie zich om naar Frits, die met gevouwen handen aan de keukentafel zit.

“Frits, dit is toch te frappant voor woorden?” vraagt Harrie, terwijl de spanning van zijn gezicht te lezen is. “Maandenlang hebben we helemaal niets vernomen van die hele bende van De Bruin. De rust leek volledig teruggekeerd. En uitgerekend vandaag, net op het moment dat jij en ik weer contact hebben en de zaak bespreken, zijn ze er ineens weer. Hoe kan dat in godsnaam?”

Frits schudt langzaam en peinzend zijn hoofd. De ernst van de situatie is ook van zijn gezicht af te lezen.

“Dat betekent maar één ding, Harrie: er wordt nog altijd gelekt vanuit de cellen,” zegt Frits op gedempte, serieuze toon. “Iemand binnen de muren heeft gezien of gehoord dat de zaak-Robert van de Velde weer in beweging is gekomen. En vergeet niet, Harrie, de regelgeving en de controle in de penitentiaire inrichtingen zijn de laatste tijd behoorlijk verslapt door de enorme personeelstekorten. Er is simpelweg te weinig toezicht om alles dicht te timmeren.”

Harrie knikt grimmig terwijl het water van het koffiezetapparaat begint te pruttelen. “Personeelstekorten of niet, Frits… Zelfs het personeel in die inrichtingen is blijkbaar om te kopen. Voor het grote geld doen sommige figuren tegenwoordig alles. Als er een dikke envelop tegenover staat, kijken ze lachend de andere kant op terwijl er een telefoon of een briefje de bajes in wordt gesmokkeld.”

“Precies dat,” beaamt Frits, terwijl hij scherp naar het scherm van zijn telefoon blijft kijken. “Het netwerk is weliswaar onthoofd, maar de tentakels zitten dieper in het systeem geworteld dan de recherche had gehoopt. Maar met de hulp van Boris en de speciale eenheden gaan we er vannacht hopelijk voor zorgen dat dit lek definitief boven water komt.”

De klok aan de wand tikt onbarmhartig door en de avond is inmiddels diep ingevallen wanneer het doordringende geluid van Frits’ telefoon de stilte in de keuken doorbreekt. Frits pakt het toestel direct op. Op het oplichtende scherm flitst de foto van Boris.

Frits tikt op het scherm. “Met Frits.”

Zonder op een groet te wachten, schakelt hij direct de luidspreker in. De zware, ijzig rustige stem van Boris vult de ruimte, terwijl Harrie met ingehouden adem over de keukentafel meeluistert.

“Frits, luister goed,” begint Boris, en de spanning is door de lijn heen voelbaar. “De speciale eenheden hebben zojuist de inval gedaan op de locatie die je hebt doorgegeven. Het bleek een safehouse te zijn aan de rand van de Biesbosch. Twee man binnen, zwaar bewapend en met de apparatuur waarmee het dreigbericht naar Harrie is verstuurd.”

Harrie kijkt Frits met grote ogen aan, maar Boris praat meteen door.

“We hebben ze levend te pakken gekregen, en de recherche heeft hun telefoons direct uitgelezen. Jullie vermoeden klopte als een bus: het lek zit inderdaad vanbinnen. Een van de bewaarders van de penitentiaire inrichting waar Robert van de Velde vastzit, stond op de loonlijst van de restanten van De Bruins bende. Hij fungeerde als de koerier. Robert gaf de opdrachten door via briefjes, en deze jongens buiten moesten het vuile werk opknappen om te voorkomen dat er getuigen tegen hem zouden gaan praten.”

Boris houdt een korte pauze, alsof hij de ernst van zijn volgende woorden kracht bij wil zetten. “De corrupte bewaarder is een uur geleden in zijn woning van zijn bed gelicht. Hij heeft direct bekend. Maar we zijn er nog niet, Frits. Uit de onderschepte berichten blijkt dat er nóg een team onderweg was. Ze wisten dat jij bij Harrie op het Slot was. Jullie moeten de poort barricaderen en absoluut binnen blijven. De landelijke eenheid stuurt nu een arrestatieteam jullie kant op om het terrein rondom het Slot te zekeren. Blijf paraat, de nacht is nog niet voorbij.”

Harrie reageert puur op intuïtie en overlevingsdrang. Het eerste wat hem door het hoofd schiet, is de veiligheid van de vrouwen. Ze moeten koste wat kost uit de buurt van het Slot blijven. Zonder te aarzelen toetst hij het nummer van Trees in.

Zodra ze opneemt, valt hij meteen met de deur in huis. “Trees, luister goed. Er zijn grote problemen hier op het Slot. Je kunt en mag hier absoluut niet naartoe komen. Blijf waar je bent. Zodra het veilig is, laten we het je meteen weten. En verder: mondje dicht tegen iedereen. Ik ga Lisa zo bellen, want ook Lotte en Sally hoeven hier nu nog niets van te weten.”

Trees schrikt hevig van de paniek en de ernst in zijn stem en sputtert direct tegen. “Wat is er in vredesnaam loos, Harrie? Wat is daar aan de hand?”

“Trees, er is geen tijd,” kapt Harrie haar kort maar dringend af. “Er blijken handlangers van De Bruin of van Robert van de Velde onderweg te zijn naar het Slot. De politie weet ervan en er is al een zwaar arrestatieteam naar ons onderweg. Het terrein verandert dadelijk in een vesting. Het is hier simpelweg levensgevaarlijk, dus blijf binnen en houd de deuren op slot!”

Nadat hij heeft opgehangen, kijkt hij Frits aan, terwijl hij direct het nummer van Lisa opzoekt. De spanning in de keuken is nu om te snijden. Met zweet op zijn voorhand toetst Harrie het nummer van Lisa in. Ze neemt gelukkig al na twee keer overgaan op. “Papa? Wat is er? “Lisa, luister heel goed naar me,” fluistert Harrie dringend, terwijl hij met zijn vrije hand het gordijn van het keukenraam een klein stukje opzij schuift.

“Ik heb net Trees gebeld en zij weet hoe ernstig het is. Je mag alleen Lotte en Sally niet op de hoogte brengen of waarschuwen. Geen vragen nu, Lisa. Robert van der Velde heeft vanuit de bajes volk op ons afgestuurd. De politie is onderweg, maar we zitten hier nu midden in de vuurlinie.”

.Aan de andere kant van de lijn blijft het even angstaanjagend stil. Lisa is een vrouw van actie, maar dit nieuws slaat in als een bom. Harrie hoort haar ademhaling versnellen door de speaker.

“Papa… wat zeg je me nu?” fluistert ze, en de pure paniek is uit haar stem te snijden. “Volk van Robert? En ik mag Lotte en Sally niets vertellen? Maar Lotte zit hier gewoon in de kamer! En tante Sally zal wel bij Erik zijn”

“Houd je groot, Lisa. Laat niets merken,” fluistert Harrie met een ijzingwekkende strengheid in zijn stem, terwijl zijn ogen strak op het donkere raam gericht blijven. “Verzin een smoes, ga naar boven en doe de deuren op slot. Zorg dat jullie veilig zijn. Ik moet ophangen.”

Zonder op haar antwoord te wachten, verbreekt hij de verbinding en legt het toestel met een lichte trilling op het aanrecht.

Frits staat inmiddels pal naast hem, zijn lichaam gespannen als een snaar. Hij steekt waarschuwend zijn hand op. “Ssst… Hoor je dat?”

Frits zet met een vloeiende beweging een stap weg van het raam, dieper de schaduw van de keuken in. “Ze zijn er,” fluistert hij met een ijskoude blik. “En het zijn verdomd snelle jongens…”

Harrie schudt echter driftig zijn hoofd en grijpt Frits bij zijn arm. “Wacht eens even, Frits. Dat kan helemaal niet! De grote toegangspoort is elektronisch vergrendeld en gebarricadeerd. Daar komt geen auto zomaar doorheen zonder de hele boel te rammen, en dat hadden we gehoord.”

Frits blijft abrupt staan. De logica dringt tot hem door. Hij luistert nog eens scherp naar het doffe, rullende geluid dat van buiten komt. Het klinkt inderdaad als zware banden op grind, maar het komt niet van de hoofdoooprit voor hun neus.

“De achterkant,” fluistert Harrie, terwijl het besef pijnlijk hard binnenkomt. “Het oude koetspad dat grenst aan het bosperceel van Staatsbosbeheer. Dat pad loopt dood op de achterzijde van het Slotpark, maar als ze de oude houten bospoort hebben geforceerd, staan ze zó op het achterterrein.”

Frits knikt grimmig. “Dan hebben ze de situatie hier vooraf goed verkend. Ze proberen ons via de achterdeur te verrassen.” Hij haalt zijn hand uit zijn binnenzak en klempt zijn vingers stevig om het voorwerp dat daar verborgen zat. “Maar dat betekent ook dat ze klem zitten in de vallei van het park als dadelijk de landelijke eenheid via de voorpoort binnenvalt. We moeten de lichten hierbinnen onmiddellijk doven, Harrie. Geen schimmen voor de ramen.”

Harrie reikt met een snelle beweging naar de schakelaar in de keuken. In één klap wordt het bijgebouw in duisternis gehuld. Alleen het zwakke schijnsel van de maan valt nog door de dikke ruiten naar binnen.

Buiten valt het geluid van de rullende banden plotseling stil. De motoren worden afgezet. Het is nu angstaanjagend stil op het landgoed. Harrie voelt zijn hart in zijn keel kloppen terwijl hij door het donker naar Frits kijkt. Ze zitten als ratten in de val, wachtend op wat er in de schaduwen van het Slotpark gaat gebeuren.

“Hoor je dat?” fluistert Frits nauwelijks hoorbaar.

In de verte klinkt het zachte, ritmische gekraak van voetstappen op het grind. Ze komen dichterbij.

Harrie buigt zich naar Frits toe en fluistert met ingehouden adem: “Via de deuren komen ze nooit binnen, Frits. Die zijn van massief eiken en loodzwaar. Alleen als ze een raam forceren, maken ze een kans.”

Frits luistert echter maar met een half oor. Zijn blik is strak op het oplichtende scherm van zijn telefoon gericht. Hij heeft inmiddels een directe, beveiligde lijn openstaan met Guus Bakker, de leider van de speciale eenheid die Boris heeft aangestuurd.

Met zijn hand voor zijn mond fluistert Frits de cruciale informatie door: “Guus, luister. Ze zijn er al. Ze zijn achteromgekomen via het oude koetspad dat grenst aan het bosperceel van Staatsbosbeheer. Dat is de enige andere toegangsweg buiten de hoofdoprit om. Ze staan nu op het achterterrein.”

Aan de andere kant van de lijn klinkt de kalme, professionele stem van de commando. Guus Bakker aarzelt geen seconde en deelt direct hun positie.

“Begrepen, Frits,” fluistert Guus tactisch terug. “We zijn dichterbij dan je denkt. Er staat op dit moment al een onopvallende wagen stand-by bij jullie gebarricadeerde hoofdpoort om die kant af te dichten. Wat betreft dat koetspad aan de achterzijde: ik zit daar nu zelf met drie zware wagens van de eenheid op een paar honderd meter afstand. We sluiten het bosperceel hermetisch af. Ze zitten in de tang en ze weten het nog niet.”

Frits knikt in het donker naar Harrie en steekt een duim omhoog. De speciale eenheden zijn seconden verwijderd van een gecoördineerde actie. Buiten blijft het angstaanjagend stil, maar de valstrik rondom de handlangers van De Bruin sluit zich nu in sneltreinvaart.

De wekker op het aanrecht verspringt geruisloos. Vijf minuten lijken wel uren te duren in de gitzwarte keuken. Dan klinkt er plotseling een scherp, ijskoud geluid: een zacht getik tegen de ruit, direct gevolgd door het akelige gekras van diamant op glas.

Frits spert zijn ogen open in het donker. “Harrie,” fluistert hij vlijmscherp, “ze zijn met een glassnijder bezig. Kun je hen daar opvangen met een zware moker of zoiets?”

Harrie tuurt door de duisternis. In het flauwe schijnsel van de maan ziet hij inderdaad een donkere schim vlak voor het raam bewegen. Zijn hart bonkt in zijn keel, maar de pure adrenaline neemt het nu over. Een moker heeft hij zo gauw niet bij de hand in de bijkeuken, maar zijn hand tast in de hoek van de kamer naar iets anders. Zijn vingers sluiten zich om de vertrouwde, dikke grip van zijn Big Bertha-driver. Die massieve golfclub moest zwaar genoeg zijn om iemand in één klap groggy te slaan.

Met de club stevig in beide handen geklemd, sluipt Harrie op zijn sokken, voetje voor voetje, richting het raam. Het gekras stopt. De indringer buiten zet kracht tegen het ingesneden glas.

Net op het moment dat het glas met een doffe knak dreigt te bezwijken, flitsen er vanuit het niets felle, blauwe lichten door de bomen van het Slotpark. De koplampen van Guus Bakkers drie wagens snijden als zwaarden door de duisternis van het koetspad.

“Politie! Staan blijven!” klinkt er een loeiende stem door een megafoon, direct gevolgd door het heftige kabaal van openslaande autodeuren en schreeuwende commando’s.

De schim voor het raam schrikt zichtbaar en de glassnijder valt met een tik op de vensterbank. De handlanger draait zich wild om, maar hij kijkt recht in de vuurmonden en zaklampen van het naderende arrestatieteam.

Een vlucht zat er voor de overvallers absoluut niet meer in. Met luid blaffende bewakingshonden kwamen de eerste zwaarbewapende agenten van het arrestatieteam in vliegende vaart op de mannen af. Vier man sterk stonden ze daar plotseling in het felle schijnsel van de zaklampen, met hun handen hoog in de lucht.

Als een van de handlangers aan de buitenkant even denkt dat hij niet in de gaten wordt gehouden en een sprint naar de donkere bosrand wil inzetten, komt hij bedrogen uit. Nog voor hij drie stappen heeft gezet, vliegt een van de politiehonden op hem af. Met een krachtige sprong zet de hond zijn kaken muurvast in de mouw van de vluchtende man. De kerel schreeuwt het uit van de helse pijn, maar de hond laat onder geen beding los. Het is meteen duidelijk dat de scherpe tanden een flinke, diepe vleeswond hebben veroorzaakt. Klagend en kermend gaat de man naar de grond, waarna hij direct in de boeien wordt geslagen.

Een uur later is de storm op het landgoed eindelijk gaan liggen. De recherche heeft de eerste sporen vastgelegd, de wagens van de speciale eenheid zijn met ronkende motoren vertrokken en de rust keert langzaam terug over het Slotpark.

Voor Harrie en Frits is het moment aangebroken om het thuisfront gerust te stellen. Trees en Lisa kunnen eindelijk weer gebeld worden met het verlossende nieuws dat het gevaar is geweken en alles weer volkomen veilig is op het Slot.

Wat begon met de arrestatie van Robert van de Velde en de top van de bende van De Bruin, is inmiddels uitgegroeid tot een kluwen waarin ook corrupte bewaarders en gewapende overvalcommando’s zijn verstrengeld. Voor het Openbaar Ministerie is dit enerzijds een goudmijn aan bewijslast, maar anderzijds een logistieke en juridische nachtmerie.

Terwijl de rust op het Slot die nacht langzaam weerkeert, beseffen Harrie en Frits dat ze de dans op het nippertje zijn ontsnapt. De dikke muren van het bijgebouw en het snelle handelen van het arrestatieteam hebben hun leven gered, maar de schrik zit er diep in. De wetenschap dat er in totaal zes handlangers in korte tijd zijn opgeruimd—de twee uit het safehouse bij de Biesbosch en de vier van het koetspad—zal ongetwijfeld voor een schokgolf in de onderwereld zorgen.

De Bruin en Robert van de Velde zitten weliswaar achter slot en grendel, maar hun invloed bleek zelfs tot achter de dikke bajesmuren te reiken. Nu het lek met de corrupte bewaarder definitief is gedicht, zal het regime voor hen ongetwijfeld worden verzwaard naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI).

Harrie zet de inmiddels afgekoelde koffiezetter uit en kijkt Frits aan. De nacht is bijna voorbij en de eerste glimpen van de ochtendgloren werpen een grijs licht over het Slotpark. De dreiging is voor nu geneutraliseerd, maar het besef blijft dat ze tot aan de daadwerkelijke rechtszaak scherp zullen moeten blijven.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “De rust in het Slotpark is bedrieglijk”

  1. Karel Avatar

    en maar door gaan met bezuinigen , en dat tuig alle ruimte geven
    een 2de kans verdienen ze las ik onlangs , niet dus , en ook niet een cel alleen
    zet dit tuig vast met zeg 100 bij elkaar in een net ruim genoeg celletje
    ruimen ze elkaar wel op , en is er genoeg personeel

    Geliked door 1 persoon

    1. wzijlstra10 Avatar

      Je hebt gelijk, in Thailand geven ze het goeie voorbeeld, maar ook daar geldt het recht van de sterkste.

      Like

      1. Karel Avatar

        gaat niet om het gelijk , maar om het voor de wel netjes gedragende burger veilig te houden
        niet enkel in Thailand , menselijk of niet , maar dat zijn die lui die er in zitten ook niet
        je herkent ze in je verhaal , maar in het echte leven is het net zo , helaas

        Geliked door 1 persoon

  2. Walt's Avatar

    Ja… nu wordt het weer als vanouds spannend, *zit op puntje van de stoel*

    Geliked door 1 persoon

  3. bertjens Avatar

    Het was te verwachten dat er nog iets zou volgen.
    Misschien nog vaker.

    Geliked door 1 persoon

  4. logbankje Avatar

    Gelukkig komt Frits terug, die app werkt wel, maar je moet wel betalen voor de dienst, maar dan weet je wel veel meer. Een goede afloop door rustig te blijven handelen. Hans

    Like

    1. logbankje Avatar

      Dit stukje hoor boven de reactie, was ik vergeten te kopiëren uit kladblok: Harrie heeft blijk baar een vervelend onderbuik gevoel bij het afscheid van Fritz. Na het berichtje zal het gevoel alleen maar sterker worden

      Like

  5. ymarleen Avatar

    Mijn lievelingsreeks flikken Maastricht is nu toch weer afgelopen, goed dat jij er bent … spanning verzekerd.

    Like

  6. Rianne Avatar

    Wat een spanning. Maar het werkt wel zo, want ik denk dat de familie R uit Oss ook vanuit de gevangenis, op deze manier nog steeds aan de touwtjes trekt buiten de bajes.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder