
De avond van Trees was niet de prettigste van de laatste tijd. Het verontrustende telefoontje van Harrie had haar even doen huiveren. Ze mocht niemand iets vertellen en kon daardoor haar angsten ook niet delen. Ze kon Sally niet bellen en ook Liza en Lotte niet. Harrie had gezegd dat hij Liza wel zou informeren, maar ook zij mocht er in eerste instantie niet met Lotte over spreken.
In de kringloopwinkel De Lege Knip had Jannus haar al vreemd aangezien omdat ze in haar werk ineens zo afwezig was. Ze reageerde simpelweg niet zoals normaal.
“Trees, wat is er aan de hand?” had Jannus bezorgd gevraagd toen hij haar zo zag schutteren bij de toonbank. “Je reageert niet of nauwelijks. Als je erover wilt praten, dan weet je me te vinden.”
Trees had met een strak gezicht haar hoofd geschud. “Nu even niet, Jannus, maar ik moet er even uit.”
Met een lijkbleek gezicht was ze naar buiten gelopen. Ze stapte in haar auto en reed weg, zonder eigenlijk een idee te hebben waarheen. Maar de drang en de onrust in haar lijf waren zo intens dat ze—ondanks dat ze donders goed wist dat het niet mocht—het toch deed. Ze moest weten wat er op het Slot gebeurde.
Met een flinke omweg stuurde ze haar auto in de richting van de Slotlaan. Al van een afstand zag ze dat er activiteit was bij de ingang. Mannen waren druk in de weer; ze zag direct dat ze de grote toegangspoort aan het barricaderen waren. Het zweet brak haar aan het stuur bijna uit.
Ze reed langzaam voorbij en zette vijftig meter verderop de auto stil aan de kant van de weg. Maar vanaf die plek had ze totaal geen goed zicht op de poort. De onzekerheid vrat aan haar. Vastberaden startte ze de motor weer, keerde de wagen een stuk verderop in een zijstraat en reed langzaam terug. Ze parkeerde de auto precies op een donkere plek tussen de bomen, daar waar ze wél voldoende zicht had op alles wat er bij de poort gebeurde. Haar hart bonsde in haar keel toen ze haar lichten doofde en door de voorruit staarde.
Normaal was de Slotlaan niet direct een drukke straat te noemen en ook nu was er maar weinig verkeer. Nadat de mannen klaar waren met hun werkzaamheden, lieten ze de zwaar gebarricadeerde poort achter. Het bleef angstaanjagend stil bij de ingang van het landgoed. De enkele auto die nog voorbijreed, had in het voorbijgaan nauwelijks in de gaten dat Trees daar met haar wagen diep tussen de bomen verscholen stond.
De middag duurde lang, tergend lang. Zeker met dit soort opgelopen spanning kruipt de tijd voorbij. Toen de eerste schemering langzaam tussen de bomen begon te vallen, begon ook haar maag nadrukkelijk te grommen. Ze had in alle haast natuurlijk helemaal niet meer aan eten gedacht.
Heel even twijfelt ze. Zou ze niet snel ergens in het dorp een snelle hap gaan halen of wat te eten kopen? Maar de weegschaal slaat al snel door; de spanning in haar lijf is simpelweg te groot. Stel je voor dat ze net nu wegrijdt en er in die tussentijd iets cruciaals gaat gebeuren op de Slotlaan. Dat zou ze zichzelf nooit vergeven. Ze zet de radio zachter, trekt haar jas wat dichter om zich heen tegen de opkomende avond kou, en blijft met haar ogen op de poort gericht zitten. Haar honger moet maar even wachten.
De schrik slaat haar compleet in de benen als plotseling de zoemer van haar mobiel gaat. Het felle geluid klinkt oorverdovend in de stille, donkere auto. Trees graait haastig onder in haar tas om het toestel te pakken. Als ze het scherm opent, ziet ze dat het Piet is.
Ze haalt diep adem en accepteert de oproep. “Goedenavond Piet,” zegt ze, maar ze kan een lichte beving in haar stem niet onderdrukken.
“Trees, ik had je vanmiddag nog nodig,” klinkt de vertrouwde stem van Piet aan de andere kant van de lijn. “Maar je was plotseling met de noorderzon vertrokken. Jannus was ook al ongerust. Hij vertelde wel dat je er even uit moest, maar hij had niet in de gaten dat je helemaal wegbleef. Er is toch niets ernstigs hoop ik?”
Trees staart door de voorruit naar de donkere Slotlaan. Haar gedachten tollen over elkaar heen. Ze mag absoluut niets zeggen over Harrie, Frits en de dreiging op het Slot. Ze weet even niet wat ze nu moet gaan zeggen, maar ze hoopt snel een geloofwaardige uitweg te vinden.
“Piet, er is niets ernstigs aan de hand,” begint ze aarzelend, zoekend naar de juiste woorden. “Maar… ik kreeg vanmiddag een appje waar ik nogal van ben geschrokken. Er is op dit moment niets dat ik eraan kan doen, maar ik moet het gewoon eerst even rustig verwerken. Het heeft gelukkig niets met het werk te maken.”
Piet hoort de spanning in haar stem en blijft duidelijk ongerust. “Als je het maar zeker weet, Trees. Vraag is wel: ben je er morgenvroeg wel weer gewoon?”
Trees kijkt nog eens naar de stille, gebarricadeerde poort in de verte, wetende dat de nacht nog heel lang kan gaan duren. “Dat hoop ik wel,” antwoordt ze zacht.
Nadat ze heeft opgehangen, laat ze haar handen op het stuur rusten. De leugen voelt zwaar, maar ze kon niet anders. Terwijl ze de telefoon weer wegstopt, vallen haar ogen op de spiegel. In de verte, op de anders zo rustige Slotlaan, ziet ze plotseling de lichten van een naderende auto reflecteren. De avond is nu echt begonnen.
En inderdaad, de koplampen in haar achterspiegel worden groter. Met een dof, zwaar ronkende motor komt er een imposante, gepantserde politiewagen de Slotlaan opgereden. De wagen mindert vaart en blijft pontificaal voor de gebarricadeerde poort staan. Vrijwel direct slaan de zware deuren open en stappen er vier zwaarbewapende mannen in donkere, tactische uitrusting uit.
Trees houdt haar adem in en krimpt ineen achter haar stuur, in de hoop dat ze in de schaduw van de bomen onzichtbaar is. Maar de getrainde ogen van de politie-eenheid missen niets. Een van de mannen kijkt haar kant op, zegt wat in zijn portofoon en komt met grote, kordate stappen recht op de auto van Trees afgelopen.
Haar hart slaat op hol wanneer hij bij het portier stil blijft staan en dwingend op het raam klopt. Met trillende vingers zoekt Trees het knopje en draait ze het raampje een stukje naar beneden. Een koude vlaag avondlucht komt naar binnen, samen met de strenge stem van de agent.
“Goedenavond mevrouw. Wat doet u hier op dit tijdstip in deze stille Slotlaan?” vraagt hij, terwijl zijn blik alert door de auto scant.
Trees slaat volledig dicht. Haar gedachten tollen door elkaar. Moet ze naar waarheid zeggen dat haar partner Harrie op het Slot woont en dat ze simpelweg zit te wachten tot de poort weer opengaat? Of maakt ze de situatie daarmee alleen maar verdachter?
De agent merkt haar aarzeling op. Hij vertrouwt het overduidelijk niet direct en zijn houding wordt nog wat formeler. Hij geeft haar het dringende advies om direct te vertrekken. “Mevrouw, ik wil dat u hier nu vertrekt. De Slotlaan wordt zo meteen over de gehele lengte afgezet, zodat er absoluut niemand meer door kan. Het is hier dadelijk niet veilig.”
Trees opent haar mond. Ze overweegt heel even om een leugentje om bestwil te gebruiken en te beweren dat ze zelf op het Slot woont, in de hoop dat ze mag blijven staan. Maar als ze naar de vastberaden blik van de gewapende man kijkt, slikt ze haar woorden snel in. Dit is geen spelletje.
“Ja… natuurlijk, ik ga al,” brengt ze er schor uit.
Ze start de motor, zet de auto in zijn achteruit om tussen de bomen weg te steken, en rijdt met knikkende knieën de Slotlaan af, de donkere nacht in. Achter haar ziet ze in de spiegel hoe de agenten de weg achter haar definitief afsluiten met linten en voertuigen. Ze is weggestuurd, maar de angst om wat er daarbinnen met Harrie gaat gebeuren, reist met haar mee.
Het is inmiddels al dik na tienen als Trees met een bonkend hart het dorp binnenrijdt. De straten zijn verlaten en de vermoeidheid slaat nu genadeloos toe. Waar moet ze in vredesnaam heen? Naar huis gaan en alleen in de spanning gaan zitten wachten, lijkt een onmogelijke opgave. Maar ze kan niet naar Sally, niet naar Lotte en Liza, en eigenlijk naar niemand van de mensen die ze kent in verband met Harrie. Ze moet haar mond immers dicht houden.
Pas wanneer haar maag weer luidruchtig begint te rammelen, wordt ze herinnerd aan de bittere realiteit: ze heeft nog steeds niets gegeten. Maar ja, is de kroeg of de bistro nog wel open op dit late tijdstip?
De dorpskroeg is de eerste gelegenheid waar ze toevallig langsrijdt. Het warme licht dat door de ramen naar buiten schijnt, ziet er uitnodigend uit. Er is gelukkig voldoende parkeerplaats recht voor de deur. Een paar minuten later stapt ze de drempel over. De drukte en het geroezemoes vallen als een deken over haar heen. Ze zoekt snel een onopvallend tafeltje aan de zijkant op, hopend dat ze in haar eentje wat kan eten en bijkomen.
Ze staart verdwaasd naar de menukaart, totdat er plotseling een schaduw over haar tafel valt. Zonder dat ze er erg in had, staan daar ineens Jannus en Gerda vlak naast haar stoel.
Trees schrikt op. Nu heeft ze toch echt wel wat uit te leggen. Na haar abrupte vertrek uit De Lege Knip vanmiddag is dit wel het laatste waar ze op had gerekend. De twee aarzelen geen moment en komen ongevraagd bij haar aan tafel zitten.
Jannus kijkt haar indringend aan. “Trees, je liep vanmiddag lijkbleek de winkel uit en nu zit je hier om half elf in je eentje in de kroeg. Wat is er nou werkelijk aan de hand?”
De directe vraag van Jannus noopt haar om toch íéts te vertellen. Aan de ene kant mag ze de details van de politie-inval absoluut niet delen, maar aan de andere kant is de druk in haar hoofd zo hoog dat ze de behoefte voelt om in ieder geval een klein beetje van zich af te praten.
Ze vouwt haar trillende handen om elkaar heen, kijkt Jannus en Gerda aan en besluit een voorzichtige opening te maken.
“Jannus, dat ik vanmiddag zo plotseling weg moest, had te maken met een waarschijnlijke aanslag op Harrie in verband met de ex van Sally,” begint Trees met gedempte stem, terwijl ze zenuwachtig om zich heen kijkt of niemand meeluistert. “Wat ik jullie nu vertel, mocht ik eigenlijk absoluut niet van Harrie vertellen. Maar ik hield het niet meer uit van de zenuwen. Ik ben direct naar de Slotlaan gereden en heb daar de hele avond in de auto zitten wachten, totdat ik net door de zwaarbewapende politie werd weggestuurd. Het Slot is helemaal afgesloten en de grote poort is gebarricadeerd.”
Jannus en Gerda horen het hele verhaal met open mond aan. De bezorgdheid op het gezicht van Jannus maakt langzaam plaats voor pure verbijstering. Net op het moment dat Gerda iets wil zeggen, komt de bediening aanlopen met een dampende croque-monsieur voor Trees.
Het blijft even ijzig stil aan tafel terwijl het bord wordt neergezet. Trees kijkt naar het eten, maar de honger is plotseling secorndair als de stilte abrupt wordt onderbroken door het luide gezoem van haar mobiel op de houten tafel. Haar hart slaat een slag over. Ze grijpt het toestel en ziet Harries naam op het scherm oplichten.
Met trillende vingers neemt ze op. “Harrie?”
“Trees, met mij,” klinkt de vertrouwde, opgeluchte stem van Harrie aan de andere kant van de lijn. “De kust is veilig. Het is voorbij. Er zijn vanmiddag en vanavond in totaal zes mensen van die bende opgepakt. Je kunt weer rustig ademhalen “Maar waar ben je? Kom je naar huis?” vraagt Harrie direct, en Trees hoort de pure opluchting in zijn stem.
Trees valt een loodzware last van de schouders. Ze is allang blij dat de acute dreiging eindelijk over is en dat ze nu tenminste veilig aan haar croque-monsieur zit.
“Harrie, ik zit net met Jannus en Gerda in de kroeg aan een croque-monsieur,” antwoordt ze, terwijl ze een veelbetekenende blik deelt met het tweetal tegenover haar. “Als ik hem op heb, kom ik direct naar het Slot. Want ik ben ontzettend benieuwd wat er daarbinnen allemaal is gebeurd. Lieve schat, ik ben zo blij dat ik je weer hoor en ik ben er zo. Tot straks!”
Nadat ze heeft opgehangen, kijkt ze Jannus en Gerda met glinsterende ogen aan. De kleur keert langzaam weer terug op haar gezicht.
“Het is voorbij,” zegt ze met een diepe zucht, waarna ze gretig haar eerste hap van de tosti neemt. “Zes man opgepakt. Nu eet ik snel dit op en dan ga ik rechtstreeks naar hem toe.”
Jannus knikt goedkeurend, terwijl Gerda glimlachend haar hand even vasthoudt. De spanning van deze slopende middag en avond ebt eindelijk weg; het gevaar is geweken en het Slot is weer veilig.
Plaats een reactie