Visueel toezicht in de extra beveiliging


De zwaarbewaakte toegangspoorten van de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught gaven hun geheimen niet zomaar prijs. Achter deze muren zat Robert van der Velde inmiddels muurvast, strikt gescheiden van de rest van de wereld. Maar hij was niet de enige prominente bewoner; ook de harde kern van de clan rondom de bende van De Bruin bracht hier de dagen in isolatie door. De mislukte actie bij het Slot had de druk binnen de muren alleen maar verder opgevoerd.

De advocaat van Robert stuurde zijn glimmende sedan de parkeerplaats op. De rit naar de EBI was lang geweest, en de tas op zijn bijrijderstoel zat vol met nieuwe processtukken. Hij wist dat de regels hier onverbiddelijk waren. Volgens de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) had zijn cliënt weliswaar recht op contact met de buitenwereld in de vorm van bezoek, post en telefonisch contact, maar de directie hield elk detail onder een vergrootglas.

Bij de hoofdingang volgde de vaste, kille routine. De raadsman moest zijn legitimatiebewijs afgeven, zijn telefoon in een kluisje achterlaten en door de nauwkeurige metaaldetector stappen. Als advocaat behoorde hij tot de ‘geprivilegieerde personen’. Dat betekende dat de inhoud van zijn communicatie met Robert strikt vertrouwelijk was; er mocht door het gevangenispersoneel geen kennis van worden genomen. Geen meeluisterende microfoons, geen geopende brieven buiten het zicht van de gedetineerde, en bij telefonisch contact werd alleen toezicht uitgeoefend om zijn identiteit vast te stellen.

“U kunt doorlopen, meneer,” klonk de monotone stem van de bewaker achter het kogelvrije glas.

De advocaat werd door twee geünformeerde inrichtingswerkers door de opeenvolgende, zware sluisdeuren geleid. De gangen waren kaal,TL-verlicht en angstaanjagend stil. Terwijl ze richting de speciale bezoekruimte liepen, herinnerde de advocaat zich de strikte protocollen van deze afdeling. Waar andere geprivilegieerde personen verplicht in koppels moesten werken tijdens hun bezoek vanwege het vier-ogenprincipe, gold voor hem als rechtsbijstandverlener een andere uitzondering: op zijn ontmoeting met Robert werd uitsluitend visueel toezicht gehouden door de camera’s achter het glas. Horen konden de bewakers hen niet, zien wel.

De zware deur van de spreekcel klikte open. Robert van der Velde zat al aan de tafel, gekleed in de standaard inrichtingskleding. Zijn ogen stonden feller en nerveuzer dan de vorige keer. Het nieuws over de zes arrestaties buiten de muren had hem via de weinige informatiestromen ongetwijfeld al bereikt.

De advocaat nam plaats tegenover zijn cliënt en legde zijn dossiermap op de kale tafel. Aan de andere kant van het dikke glas hield een bewaker hen onafgebroken in het oog.

“Robert,” begon de advocaat op gedempte toon, wetende dat het visuele toezicht hem er niet van weerhield om direct ter zake te komen. “We moeten praten. Jouw plan daarbuiten is volledig gecrasht, en nu begint de grond onder onze voeten wel heel warm te worden. Je maakt mijn werk er niet gemakkelijker op”

Robert keek zijn advocaat met een kille, ondoorgrondelijke blik aan. Hij leunde iets naar voren over de kale tafel, zijn handen in elkaar gevouwen. Hij wist dat de bewaker achter het glas elk spiertje in zijn gezicht probeerde te lezen, maar praten konden ze daarginds gelukkig niet.

“Gecrasht?” herhaalde Robert op dezelfde gedempte, sissende toon. “Hoezo volledig gecrasht? Die klootzakken hadden één simpele taak. Zes man sterk, met inside-informatie over de bewaking en de routes. Hoe kunnen die zich in godsnaam hebben laten verrassen bij die rotpoort?”

De advocaat schudde vermoeid zijn hoofd en sloeg de map voor zich open, alsof hij druk bezig was met het doornemen van officiële processtukken voor het oog van de camera.

“Ze zijn niet zomaar te verrassen, Robert,” fluisterde de raadsman, terwijl hij met zijn pen een streep onder een willekeurige alinea zette. “Het was een gecoördineerde hinderlaag. Het arrestatieteam stond ze letterlijk op te wachten. De politie wist exact hoe laat, waar en hoe ze zouden toeslaan. En alsof dat nog niet genoeg is: justitie heeft de link naar binnen direct gelegd. Jouw corrupte vriendje onder de bewaarders is gisternacht ook meteen uit zijn bed gelicht.”

 Robert verstijfde. De weinige kleur die hij nog had na weken in de EBI, trok weg uit zijn gezicht. “De bewaarder ook? Dat kan niet. Die man wist hoe hij onder de radar moest blijven.”

“Niet dus,” zei de advocaat scherp. “Het OM zit er bovenop. De bende van De Bruin ligt op haar gat en de hele buitenste ring van je netwerk is in één klap opgeruimd. En nu zit ik hier, Robert. De recherche gaat dit direct aan jou proberen te koppelen. Jij maakt mijn werk er zo inderdaad niet gemakkelijker op. Als we nu geen waterdichte strategie gaan bepalen, hang je voor jaren extra. Robert wat er nu gaat gebeuren is dat je nog verder onder het vergrootglas leggen”.

“En is er nu al bekend wanneer de processen gaan beginnen? Want de onzekerheid hier is niet uit te houden,” draaide Robert het verhaal om. Hij probeerde de controle over het gesprek terug te pakken, maar zijn advocaat trapte er niet in.

De raadsman keek hem ijzig aan. “Robert, ik heb in het begin echt vertrouwen in je verhaal gehad. Maar mijn twijfels om je hier nog op een rechtvaardige manier te kunnen verdedigen, krijgen nu wel steeds meer de overhand.”

Robert balde zijn vuisten onder de tafel, buiten het directe zicht van de camera. De frustratie gierde door zijn lijf, maar hij dwong zichzelf om kalm te blijven. De kaarten waren opnieuw geschud, en de muren van de EBI voelden plotseling nog een stuk nauwer aan dan voorheen.

“Robert,” ging de advocaat onbewogen verder, “daarbij komt ook nog eens dat niet jouw ex je heeft aangegeven. Het is justitie zélf die je aanklaagt, en tegen de bewijslast van de staat is verdomd moeilijk te vechten. Dus vrees het ergste. Het enigste wat ik nu nog voor je kan doen, is proberen je strafbare feiten voor de rechter te verzachten. Maar let op mijn woorden: nog één misstap van jouw kant, en ik haal mijn handen definitief van je af.”

Robert knarsetandde, maar had weinig in te brengen. Hij wist dat zijn raadsman gelijk had. Tegen wil en dank had hij geprobeerd om daarbuiten een actie te ontketenen, puur met het doel om de vermoedelijke aanklagers de angst op het lijf te jagen en het proces te ontregelen. Dat die intimidatiepoging nu als een boemerang in zijn eigen gezicht was teruggevlogen, liet hem vleugellam achter.

De advocaat sloot met een resolute klap zijn dossier. Voor vandaag was alles gezegd.

Zodra de zware buitenpoort van de EBI in Vught achter zijn auto in het slot valt, klinkt de schelle ringtoon van zijn mobiele telefoon door de cockpit. De advocaat werpt een korte blik op het oplichtende schermpje op zijn dashboard, maar hij merkt dat hij er simpelweg nog niet aan toe is om het gesprek aan te nemen. Zijn hoofd zit nog veel te vol met de kille realiteit van zojuist. Hij laat de telefoon ongestoord uitbellen. ‘Straks op kantoor zie ik wel wie er gebeld heeft,’ prevelt hij vastberaden in zichzelf.

Hij draait de snelweg op en probeert zijn gedachten te ordenen, maar de rust is van korte duur. Een dik kwartier later, ergens halverwege de rit, begint het toestel opnieuw luidruchtig te trillen. Ook nu negeert hij de oproep en laat hij de telefoon de telefoon. Hij heeft de energie er niet voor.

Zijn gedachten blijven onafgebroken haken bij Robert van der Velde. De man had in zijn arrogantie en zucht naar macht zijn eigen geloofwaardigheid volledig in de waagschaal gezet. En alsof dat nog niet erg genoeg was, had hij met zijn roekeloze intimidatiepoging op het Slot nu ook zo goed als zijn eigen laatste troefkaart verprutst. De advocaat staart naar de weg voor zich, wetende dat de komende rechtszaak een schier onmogelijke opgave gaat worden.

Eenmaal op kantoor aangekomen loopt mr. De Boer direct naar de koffieautomaat. Hij pakt eerst een stevige espresso, die door zijn sterke, bittere smaak gelukkig direct effect heeft op zijn vermoeide geest.

Met de dampende kop in zijn hand neemt hij plaats achter zijn bureau en pakt zijn mobiele telefoon erbij. Als hij het schermpje ontgrendelt, ziet hij de gemiste oproepen staan. Er staat geen naam bij, alleen een nummer; een onbekende beller dus. Nieuwsgierig geworden toetst hij het nummer in en start de oproep. Het duurt even voor er aan de andere kant van de lijn wordt opgenomen.

“U spreekt met Marco Jansen van de stadskrant, hier,” klinkt een stem aan de andere kant.

De advocaat herpakt direct zijn professionele houding. “Ja, meneer Jansen. Waarmee kan ik u van dienst zijn?”

Na een paar tellen stilte valt de journalist direct met de deur in huis. “Meneer De Boer, ik heb uit betrouwbare bron gehoord dat u de advocaat bent van de heer Van der Velde. En nu blijkt dat er gisternacht een aanslag zou zijn gepleegd op een landgoed door handlangers van Van de Velde. Daar zou ik heel graag met u over willen spreken.”

Mr. De Boer reageert meteen ijzig en resoluut. “Meneer Jansen, u weet heel goed dat wij in de advocatuur principieel geen mededelingen doen over de activiteiten van onze verdachten. Ik kan u dus op geen enkele manier verder helpen.”

Zonder te wachten op een weerwoord of een volgende vraag van de journalist, drukt de advocaat resoluut op de rode knop en verbreekt de verbinding. Hij legt zijn telefoon met een harde tik op het bureau.

Het spel met de media is begonnen, precies zoals Harrie die middag al had voorspeld. Maar binnen de muren van dit kantoor zou de pers in elk geval op een muur van stilte stuiten. De rust keert langzaam terug in de kamer, terwijl de dossiers voor de komende rechtszaak zwaar op zijn bureau rusten.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Visueel toezicht in de extra beveiliging”

  1. Karel Avatar

    ik heb nooit kunnen begrijpen dat er mensen zijn welke , verkrachters – moordenaars en meer van dat tuig , kunnen en willen verdedigen , zie die Taghi , wat heeft dat ons belastingbetalers al niet gekost
    en zo zijn er velen , tel uit je winst

    Geliked door 1 persoon

  2. bertjens Avatar

    Keihard zijn, aan welke kant ook. Daar moet iemand wel aanleg voor hebben.

    Geliked door 1 persoon

    1. wzijlstra10 Avatar

      Je moet wel heel stevig in je schoenen staan!

      Geliked door 1 persoon

  3. logbankje Avatar

    Het wordt steeds spannender, een krimi ten top. Advocaten hebben er wel een goed verdienmodel aan. Zou Robert de zaak kunnen verdedigen, of spannen ze samen? Hans

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder