Vroege Vogels


In de vroege morgen was het Jacob die als eerste voor de gesloten deur van De Lege Knip stond. Het viel hem vies tegen hoe koud het nog was; achteraf gezien had hij toch echt een extra truitje of een dikke jas mee moeten nemen. Terwijl hij met zijn armen over elkaar over het plein turen keek, was het nog muisstil op straat. Geen auto’s, geen fietsers… alleen in de verte, op flinke afstand, loste de schim van een wandelaar op die langzaam zijn kant op kwam.

Pas toen de figuur dichterbij kwam, herkende hij de tred. Het bleek Willem Prosje te zijn, een van zijn vaste maten bij De Lege Knip.

“’t Is fris op de vroege morgen, Jacob,” zei Willem rillend, zodra hij naast hem op de stoep kwam staan.

“Zes uur in de morgen is normaal ook veel te vroeg voor mannen zoals ons, AOW-ers,” antwoordde Jacob met een diepe zucht, terwijl hij probeerde zijn handen in zijn zakken warm te krijgen.

“Afspraak is afspraak, Jacob,” vervolgde Willem nuchter. “Waar blijven de anderen zou ik zeggen? Maar wacht eens, ik zie daar in de verte al wat op de fiets aankomen.”

En inderdaad, net op het moment dat Klaas van Dalen met een vaartje zijn fiets op de standaard zette en afstapte, kwam ook Karel Koops met een ronkende motor aanrijden. Hij parkeerde zijn vertrouwde bestelbusje strak voor de deur van de winkel.

Karel draaide zijn raampje open en keek de kluit mannen aan. “Nou, als Stille Willy zich nu ook nog even meldt, kunnen we meteen instappen en vertrekken!”

Maar het bleef stil omtrent Willy. De minuten tikten weg, maar er verscheen geen extra fietser of wandelaar op het plein.

“Dit zijn we niet gewend van Willy. Zal ik hem eens bellen?” vroeg Jacob aan de rest, “want hij is vandaag tenslotte onze leider, die precies weet waar we moeten zijn.”

Karel knikte vanaf de bestuurdersstoel. “Doe maar, voor hetzelfde geld heeft die kerel de wekker niet gehoord.”

Als Jacob belt, blijft de zoemer aan de andere kant lang doorgaan. Het duurt zo lang dat Jacob op het moment staat om de verbinding maar af te breken. Net op dat moment hoort hij een trage, slaperige stem aan de andere kant van de lijn: ”Met… met Wi… Willy…”

Jacob schrikt zichtbaar van de manier waarop Willy opneemt. Die ligt overduidelijk nog warm onder de wol. “Willy, waar blijf je? We staan hier op je te wachten, verdomme!”

“Oh… oh… Ik heb me verslapen, sorry…” klinkt het beschaamd aan de andere kant.

Jacob schudt meedogenloos met zijn hoofd naar de andere mannen, die het tafereel met opgetrokken wenkbrauwen gadeslaan. “Wij rijden nu direct weg en staan over een paar minuten voor je deur, slaapkop!” zegt Jacob kordaat, en hij sluit meteen de lijn af.

De schrik zat er bij Willy meteen goed in. De adrenaline gierde door zijn lijf terwijl hij haastig de badkamer in liep en een nat washandje onder de kraan hield. Hij drukte het koude goedje stevig tegen zijn gezicht. Het ijskoude water gleed over zijn wangen en langs zijn oren naar beneden, en dat hielp gelukkig meteen om de laatste slaap uit zijn ogen te verdrijven.

Hij kleedde zich als de weerlicht aan, schoot in zijn kleren en haastte zich naar de slaapkamer. Daar gaf hij Irma voorzichtig een snelle, bijna gevoelloze knuffel om haar niet te veel te wekken, waarna hij de trap af stormde.

Zodra hij de voordeur achter zich dichttrok en de straat op liep, zag hij de koplampen van de bestelbus al door de straat snijden. De mannen kwamen er net aanrijden.

De schuifdeur van het bestelbusje vloog open en Willy stapte met een rood hoofd van de haast naar binnen. Nog voor hij goed en wel zat, barstte het commentaar al los.

“Kijk aan, de grote leider heeft besloten zich bij het gewone volk te voegen!” riep Karel vanaf de bestuurdersstoel, terwijl hij de bus meteen in de versnelling zette.

“Nou Willy,” bromde Jacob, die nog steeds zat te verkleumen op zijn stoel. “We stonden daar zowat vastgevroren op het plein. Als AOW-er hoor je om zes uur ’s ochtends al lang aan je eerste bak koffie te zitten, niet nog te dromen!”

Willy stak verontschuldigend zijn handen op. “Mannen, serieus, sorry. Mijn wekker is gewoon glad doorgegaan. Ik heb de schade ingehaald, het ijskoude washandje zit nog achter mijn oren.”

“Nou, zolang je het overzicht over de route maar niet in je bed hebt laten liggen,” grinnikte Willem Prosje vanaf de achterbank. “Want als we op Jacob moeten vertrouwen, eindigen we vandaag nog in Parijs of Zuid-Afrika.”

Klaas keek lachend achterom. “Laat die man even ademhalen. Hij is er. Maar Willy, één ding: de volgende keer dat jij de leiding hebt, kom ik je persoonlijk uit bed trommelen!”

Buiten hangt nog de mist dik boven de weilanden, een stille deken over het vroege landschap. Binnen in de cabine van het bestelbusje zitten ze belangstellend te kijken waar ze naartoe gaan. Niemand noemt dit een “uitje”. “Het is gewoon een werkdag, heren,” had Willy hen immers nadrukkelijk verteld.

Wanneer de auto aan de rand van de stad bij een groot gebouw stopt, zet Karel de motor af. Willy draait zich om naar de cabine en vraagt de mannen om uit te stappen.

Als de mannen hun benen strekken op het asfalt en omhoogkijken, krabt Jacob zich verbaasd achter de oren. Op de gevel bij de ingang van het gebouw hangt een groot, strak bord met een tekst die ze hier in de verste verte niet hadden verwacht:

“Muziek studio Met Open Mond”

De ploeg wisselt vragende blikken uit. “Dat hadden we eigenlijk wel kunnen inschatten,” mompelt Willem Prosje met een veelzeggende grijns. Willy en zijn hobbymuziek; dit waren precies de momenten waarop hij liet zien dat hij dan helemaal geen ‘Stille Willy’ was. Als hij eenmaal met geluid en knoppen bezig kon zijn, kwam er plotseling een heel andere man naar boven.

Nadat Karel het bestelbusje netjes in een parkeervak heeft gezet en de motor definitief zwijgt, sluit hij zich bij de groep aan. Met z’n allen lopen ze nieuwsgierig door de automatische deuren het gebouw binnen, benieuwd wat deze “werkdag” hen in een muziekstudio te bieden heeft.

Willy haast zich al snel naar de balie. “Goeiemorgen Christel, hier zijn de mannen!”

Christel kijkt over haar balie heen en monstert de groep die achter Willy staat. “En, hebben ze er een beetje zin in, Willy?”

Willy begint spontaan hardop te lachen, terwijl Christel hem met opgetrokken wenkbrauwen aankijkt. Haar blik spreekt boekdelen: waarom lach je nu? “Christel, de mannen weten tot nu toe nog helemaal niet waar ze aan begonnen zijn,” bekent Willy met een grote grijns.

“Nou Willy, veel succes dan,” glimlacht ze hoofdschuddend. “Hebben ze wel een beetje gevoel voor ritme?”

Een korte knipoog van Willy naar Christel is genoeg als antwoord. “We zullen het gaan beleven.”

Willy steekt zijn hand op naar zijn maten en wenkt hen om achter hem aan te lopen. Jacob, die zijn nieuwsgierigheid nu echt niet meer kan bedwingen, neemt de leiding van de groep over en loopt direct achter Willy aan. De rest volgt in een treintje. “Wat gaan we in vredesnaam doen, Willy? De mannen worden nu wel heel erg nieuwsgierig.”

Willy antwoordt niet, maar stapt op een zware deur af. Als de deur van het grote lokaal opengaat, valt de mond van de mannen bijna letterlijk open. Ze kijken uit op een enorme ruimte met helemaal achterin een strak verlicht podium. De vloer van de zaal is zo intens schoon en glad dat het een glanzende oppervlakte vormt; alsof het een reusachtige spiegel is waarin je alles perfect in spiegelbeeld kunt zien.

De ploeg van De Lege Knip blijft giechelend en aarzelend op de drempel staan. Wat heeft hun ‘stille’ hobbymuzikant nu weer voor hen in petto? Willy lacht met een stralend gezicht. “Mannen, kijk eens even naar die glanzende vloer. Om daarop te mogen lopen, behoren de schoenen uit te gaan. En ik zou de jassen ook maar meteen uitdoen. Daar in de hoek, achter die deur, is een kleedkamer met kapstokken.”

Net op dat moment komt er een man de zaal binnenlopen, vergezeld door een blonde dame die wel wat weg heeft van het type Marlene Dietrich. De man is een zwaar geschouderde bonk met een dikke, zware baard die er verder keurig bijgeknipt uitziet. Wanneer de mannen even later op hun sokken terugkomen uit de kleedkamer, staan ze allemaal met een onzeker en vragend gezicht aan de kant van de spiegelgladde vloer. De bebaarde man en de blonde vrouw stappen naar voren en gaan voor de groep staan.

“Goedemorgen, heren van De Lege Knip,” begint de man met een ronkende stem. “Ik ben Boris, en dit is mijn liefste assistente, Mona. Wij zijn vereerd om vandaag jullie bezig te mogen houden, want voor een extra zakcentje wil onze eigen ‘lege knip’ natuurlijk ook wel gevuld worden. Het is de bedoeling dat we eerst eens gaan kijken hoe het met jullie ritmegevoel is gesteld. Daarvoor gaat Mona zo meteen een aantal oefeningen met jullie doen. Zij geeft straks precies aan wat de bedoeling is.”

Mona doet met een mysterieuze glimlach een stap naar voren, terwijl de mannen elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aankijken. Dit belooft een heel bijzondere werkdag te worden.

Willem Prosje buigt zich een beetje voorover en fluistert met een bezorgd gezicht naar Karel en Klaas: “Dat is een dansvloer… Zouden we hier moeten gaan dansen?”

Klaas kan zijn lachen amper inhouden en maakt meteen een galante buiging naar zijn maat. “Mag ik deze dans van u, Willem?”

Karel stoot de twee mannen direct met zijn elleboog aan. “Sst, stil nou.”

En dan neemt Mona het woord. Ze stapt met een zelfverzekerde houding naar voren. “Heren, voor we verdergaan, wil ik graag eerst eens weten wat voor vlees we hier in de kuip hebben. Daarom vraag ik iedereen om zich kort voor te stellen en te vertellen wat jullie in je werkbare leven hebben gedaan. Ik hoef echt niet te weten op welke school je vroeger hebt gezeten, want dat is inmiddels zó lang geleden dat je vast niet eens meer weet wat je daar wel of niet hebt geleerd. Maar wel of je bijvoorbeeld pottenbakker, timmerman of bierbrouwer bent geweest. Wie trapt er af?”

Karel laat er geen gras over groeien en steekt als eerste zijn hand op.

”Ik ben Karel Koops,” begint hij luid en duidelijk. “Maar iedereen binnen de club kent mij eigenlijk alleen als Karel I. Dat is voor het geval dat er ooit nog eens een tweede Karel bij De Lege Knip komt werken, want dan wordt dat automatisch Karel II.” Er klinkt wat zacht gegrinniek uit de groep. Karel kijkt even serieus voor zich uit en vervolgt dan: “Ik was getrouwd en ik heb zowat mijn hele leven in de oliebollen gezeten… En eerlijk gezegd weet ik nog steeds niet waarom ze destijds ineens verdwenen was.”

De mannen kijken elkaar met een verbaasde blik aan, zich afvragend of Karel het nu over de oliebollen of over zijn vrouw heeft. Mona knikt ondertussen met een glimlach vol belangstelling. “Kijk aan, een bakker met gevoel voor humor. Wie is de volgende?”

Willem Prosje is de tweede die naar voren stapt; hij heeft het er het liefst zo snel mogelijk op zitten.

”Mijn naam is Willem Prosje,” steekt hij nuchter van wal. “Een naam die je inderdaad niet dagelijks tegenkomt. Het komt waarschijnlijk oorspronkelijk uit het Slavisch. Wat mijn werk betreft: ik verdiende vroeger mijn brood in de vishandel, hoofdzakelijk op de wekelijkse markten.”

Mona kijkt hem met een glimlach aan. “Een visboer dus, die zijn gewend om de stem goed te gebruiken! Dank je wel, Willem. Wie durft er nu?”

“Ja, nu wil ik wel,” stapt Jacob kordaat naar voren. “Ik ben Jacob de Vreeze. Wanneer ze hier denken mij op de kast te krijgen, zeggen ze altijd ‘De Ware Jacob’ tegen me, omdat ik nu eenmaal altijd de waarheid probeer te spreken. In mijn werkbare leven ben ik jarenlang financieel analist geweest. En voor degenen die het nog niet weten: ik ben gelukkig getrouwd.”

Boris knikt goedkeurend bij het horen van de financiële achtergrond, terwijl Mona met een glimlach haar blik naar de overgebleven mannen verplaatst. “Kijk aan, de man van de cijfers en de harde feiten. Dank je wel, Jacob. Dan blijven Klaas en Willy nog over, als ik het goed zie?”

Klaas begint een beetje voorzichtig en haalt diep adem. ”Mijn naam is Klaas van Dalen,” zegt hij, terwijl hij zijn stem zoekt. “Na het overlijden van mijn vrouw heb ik eigenlijk nooit meer echt gewerkt. Dáárvoor ben ik jarenlang accountmanager geweest bij een bedrijf in laboratoriumsupplies. De laatste jaren vul ik mijn tijd gelukkig met verschillende vrijwilligerswerkzaamheden, waaronder dus bij De Lege Knip.”

Mona’s blik verzacht even bij zijn woorden en ze knikt hem warm toe. “Fijn dat je erbij bent vandaag, Klaas. En dank je wel voor het delen.”

Dan draaien alle hoofden zich automatisch naar de man die hen in dit avontuur heeft gestort. Mona kijkt met een twinkeling in haar ogen naar de laatste van het stel. “Nou Willy, volgens mij hoef jij je aan mij en Boris niet meer voor te stellen, maar vertel je maten nog eens even wat jij vroeger uitvrat!”

“Mijn mannen weten allemaal wel dat ik getrouwd ben met Irma,” begint Willy met een trotse glimlach, “al heeft zij wel een totaal andere smaak dan ik. Zelf houd ik me nu eenmaal het liefst de hele dag met muziek bezig, maar dan vooral achter de schermen als muzikant en als DJ.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder