De vlucht van de man


De gedenkwaardige dag in de muziekstudio had ongemerkt iets moois teweeggebracht. Wat begon als een aarzelend clubje mannen dat met de armen over elkaar naar een ritme-oefening stond te kijken, was veranderd in een hechte vriendengroep. De muren tussen hun verschillende achtergronden waren volledig weggevallen. Ze zochten elkaar nu regelmatig op in De Lege Knip, liepen samen een blokje om door het dorp, of stapten aan het eind van de middag de plaatselijke kroeg binnen om onder het genot van een biertje herinneringen op te halen.

Jannus had die middag toevallig de winkeldienst, maar de verhalen en de foto in de krant hadden hem zo enthousiast gemaakt dat hij Willy direct bij de mouw greep toen hij hem zag.

“Willy,” had Jannus met een serieuze twinkeling in zijn ogen gezegd, “ik heb die gezichten van die mannen gezien toen ze terugkwamen. Dat had ik voor geen goud willen missen. Een volgende keer ga ik écht mee, schrijf mij er maar vast bij op!” Willy had lachend geknikt en beloofd dat Jannus de volgende keer de eerste op de lijst zou zijn.

Diezelfde week zochten de mannen elkaar weer op in de koffiehoek van de kringloopwinkel. Het was een rustige middag, de regen sloeg tegen de ruiten, en de geur van verse koffie vulde de ruimte. Nadat de grappen over het krantenartikel en de politiecontrole waren weggeëbd, viel er een rustige, bijna intieme sfeer over de tafel.

Karel keek Jacob aan, die er vandaag opvallend rustig bij zat. “Zeg Jacob,” begon Karel terwijl hij in zijn suiker roerde, “we kennen inmiddels de visverhalen van Willem en mijn eigen bakkersverleden. Maar jij hebt ons die dag wel op de foto gezet en op internet geslingerd, maar wat is jóúw verhaal eigenlijk? Waar komt die passie van jou vandaan?”

Jacob glimlachte ietwat verlegen, keek naar zijn handen en nam een slok koffie.

“Mijn levensverhaal,” begon Jacob zacht, terwijl de rest van de tafel stil werd. “Nou, dat is er eentje die eigenlijk altijd in het teken heeft gestaan van ‘kijken naar de wereld’, maar dan door een lens. Voordat ik hier met jullie bij De Lege Knip belandde, ben ik jarenlang financieel analist geweest. En om heel eerlijk te zijn, heren: ik heb verder ook helemaal níéts met fotografie. Die lens waar ik het over heb, was simpelweg de lens van mijn camera op m’n mobieltje waarmee ik die dag toevallig die foto’s en video’s heb gemaakt!

Nee, mijn échte wereld bestond decennialang uit harde cijfers, balansen en grafieken. Als financieel analist was het mijn werk om diep in de boeken van grote bedrijven te duiken. Ik keek naar de wereld door de lens van de logica. Waar anderen een wirwar van getallen zagen, zocht ik naar de patronen, de risico’s en de verborgen verhalen achter de winst- en verliesrekening. Het was een wereld van uiterste precisie. Als er ergens een cijfer achter de komma niet klopte, dan rustte ik niet tot ik wist waarom.

Maar ja, toen kwam een paar jaar geleden de reorganisatie en daarna mijn pensioen. Ineens viel die hele wereld van structuur en dagelijkse scherpte weg. En geloof me, die overgang heeft me destijds flink overvallen. Je zit ineens thuis, de muren komen op je af, en die leegte… die is best zwaar. Je mist het gevoel dat je hersens ergens op kunnen kraken.

“De eerste weken thuis waren echt een crime,” vervolgde Jacob met een ernstige blik, terwijl hij zijn koffiekopje steviger vasthield. “Laat ik het zo zeggen: in ons huwelijk hebben we nooit veel problemen gehad. Ook niet toen de kinderen opgroeiden—althans, ik denk niet anders dan bij andere gezinnen. We hadden onze routine, ons ritme, en alles liep op rolletjes.”

Karel knikte begrijpend, en Jacob zuchtte eens diep. “Maar toen zat ik ineens 24 uur per dag thuis op de bank. Mijn vrouw wist op een gegeven moment ook niet meer wat ze met me aan moest. Ik liep haar vreselijk voor de voeten en begon me overal mee te bemoeien. Als analist wilde ik ineens de efficiëntie van de wekelijkse boodschappen gaan doorrekenen en de indeling van de keukenkastjes herstructureren! Nou, dat werd me thuis niet in dank afgenomen, kan ik je vertellen. De sfeer werd er niet gezelliger op.”

Willem Prosje grinnikte. “Dus je werd eigenlijk een soort indringer in je eigen huis?”

“Precies dat,” knikte Jacob met een wrange glimlach. “Je verliest niet alleen je werk, maar onbewust ook een beetje je rol in het gezin. Die leegte… je gaat aan jezelf twijfelen. Je mist het gevoel dat je hersens ergens op kunnen kraken, dat je ergens nuttig voor bent. Dat had ik nooit zo zien aankomen. Gelukkig stuurde mijn vrouw me op een dag min of meer het huis uit om ‘eens wat te gaan doen. en zo heb ik eerst maar eens een hengel gekocht, omdat ik dacht dat je dan lekker rustig ergens aan de kant van het water kon gaan zitten en misschien wel eens beet kreeg. Dat viel wel tegen. De eerste keer dat ik beet kreeg, was dat er een politie naar mijn visakte kwam vragen, die ik onnozelaar dus niet had, wist ik veel”

Willem Prosje schoot direct in de lach en sloeg met zijn vlakke hand op de houten tafel. “Nee softwarematig analist! Dat meen je niet, Jacob! Geen visakte? Dat is alsof je zonder rijbewijs in een vrachtwagen stapt!”

Jacob kon er nu zelf ook wel om glimlachen, al kleurden zijn wangen weer een beetje rood. “Ja, lach maar, Willem. Ik zat daar dus in mijn gloednieuwe opvouwbare stoeltje, met een gloednieuwe hengel die de verkoper in de winkel me had aangeraden. Ik dacht echt: verstand op nul, kijken naar die dobber en de rust over je heen laten komen. Ik dacht dat vissen gewoon een kwestie was van een worm aan een haakje prikken en wachten.”

“En toen kwam de sterke arm der wet?” vroeg Karel grijnzend.

“Nou en of,” zuchtte Jacob. “Ik zat er nog geen uur. Mijn dobber ging zowaar een keertje onder—mijn allereerste ‘beet’—en net op het moment dat ik dacht dat ik een reusachtige karper aan de lijn had, stond er ineens een opsporingsambtenaar achter me. ‘Meneer, mag ik uw VISpas en de bijbehorende vergunning even zien?’ Nou, ik keek die man aan alsof hij Chinees sprak. Visakte? Ik dacht dat die wateren gewoon van iedereen waren! Ik heb hem met mijn eerlijke analistenkop uitgelegd dat ik net drie weken gepensioneerd was en dat mijn vrouw me het huis had uitgestuurd. Gelukkig had hij een goede dag. Ik kwam eraf met een flinke waarschuwing, maar mijn hengel heb ik diezelfde middag nog op zolder gelegd. Dat was eens maar nooit weer.”

Willem schudde grinnikend zijn hoofd. “Had het me toen gevraagd, Jacob. Ik had je zo alles over de regeltjes én de beste visstekjes kunnen vertellen. Maar ja, achteraf gezien is het maar goed ook dat die viscarrière van jou is mislukt.”

“Hoezo?” vroeg Jacob verbaasd.

Willem knipoogde naar Karel en toen naar Jacob. “Nou, als jij daar nog steeds met je illegale hengeltje langs de waterkant had gezeten, had je nooit hier bij De Lege Knip binnengestapt. En dan hadden we nu geen hitsingle, geen voorpagina in de krant, en vooral een verdomd slechte fotograaf gehad!”

Jacob keek de tafel rond en zijn blik verzachtte. “En nu ik hier zo met jullie zit, na dat hele avontuur in de studio… begin ik eindelijk weer het gevoel te krijgen dat die structuur en die gezelligheid terug zijn. Het is alsof de puzzelstukjes weer een beetje op hun plek vallen, maar niet helemaal. Want nu gaat mijn Bep, mijn vrouw, beslag op mijn tijd leggen. Eerst wilde ik thuis helpen en dat werkte niet, en nu gaat ze allerlei dingen zoeken om me maar aan de gang te houden. Ik heb het idee dat ze wel eens jaloers is als ik hierheen ga.”

Jacob nam een slok koude koffie en keek de mannen een voor een indringend aan. “Maar ik heb wel een vraag. Hebben jullie daar ook last van?”

Het bleef even angstaanjagend stil aan de tafel in De Lege Knip. De mannen keken naar hun kopjes, alsof er ineens een heel interessant patroon in de koffiedrek te zien was. De vraag van Jacob sneed recht door de gezellige sfeer heen en raakte een gevoelige snaar die ze allemaal herkenden.

Karel was de eerste die de stilte doorbrak. Hij schraapte zijn keel, leunde met zijn armen op de tafel en liet een diepe zucht ontsnappen.

“Nou, Jacob… als ik heel eerlijk ben,” begon de oud-bakker, terwijl zijn strenge blik plaatsmaakte voor iets kwetsbaars, “in het begin was het bij mij thuis geen haar beter. Toen ik stopte met de bakkerij, dacht mijn vrouw dat ze er een voltijd klusjesman en privéchauffeur bij had gekregen. Als ik hierheen ging, kreeg ik steevast de vraag wat ik daar in vredesnaam de héle middag deed tussen de oude spullen. Het is de angst dat je een eigen wereldje opbouwt waar zij geen deel van uitmaken. Ze gunt het me wel, maar ze moest ontzettend wennen aan het feit dat we niet meer alles samen deden.”

Willem Prosje knikte langzaam en glimlachte herkenbaar. “Het is het ‘syndroom van de lege agenda’, Jacob. Vroeger wisten onze vrouwen precies waar we waren: aan het werk. Nu we thuis zijn, claimen ze onbewust de regie over de tijd, omdat ze bang zijn dat we wegzakken. Mijn vrouw begon in het begin ook met lijstjes. ‘Willem, kun je dit even doen, Willem, vergeet je dat niet?’ Totdat ik een keer heel duidelijk heb gezegd: ‘Ik ga vanmiddag naar de mannen, en nee, ik weet nog niet hoe laat ik thuis ben.’ Dat kostte even een paar stroeve avonden, maar uiteindelijk bracht het juist de rust terug. Nu is ze allang blij dat ik niet de hele dag op haar vingers sta te kijken.”

Jannus, die net de koffiekan kwam bijvullen, bleef even bij de tafel staan en legde een hand op Jacobs schouder. “Het is een herkenbaar ding, Jacob. Vrouwen hebben hun eigen ritme in huis opgebouwd in al die jaren dat wij overdag weg waren. Als je dan ineens fulltime thuis bent, verstoor je die balans. Dat ze nu jaloers is op De Lege Knip, komt gewoon omdat ze ziet dat je hier met energie en een glimlach vandaan komt. Misschien moet je Bep een keertje meenemen hiernaartoe? Laat haar maar zien wat voor bende we hier trappen, dan ziet ze dat het gewoon onschuldige gezelligheid is.”

Trees, die op een afstandje de boel had staan afstoffen en alles aandachtig had aangehoord, vond de verhalen van de heren weliswaar interessant, maar ook wel erg eenzijdig. Met een veelzeggende, lachende blik op haar gezicht liep ze resoluut op de koffiehoek toe.

Aan de tafel wisselden Willem en Karel al snel een blik van verstandhouding uit; die wisten donders goed dat ze nu weer met beide benen op de grond gezet zouden worden.

“Mannen,” begon Trees terwijl ze haar handen op de rug van een lege stoel plantte, “in jullie eigen ogen hebben jullie natuurlijk allemaal groot gelijk. Maar bekijk het nu ook eens van de andere kant! Jullie vrouwen hebben al die jaren dat jullie overdag de hort op waren gezorgd dat er fatsoenlijk eten op tafel kwam. Ze hebben het huis onderhouden, gezorgd dat jullie netjes in de kleren zaten, en noem het allemaal maar op. Is het dan werkelijk zo erg dat er nu van jullie verwacht wordt dat je thuis ook eens een handje meehelpt?”

Ze keek de kring rond, en de mannen hielden wijselijk hun mond.

“Jullie moesten blijkbaar heel erg leren omgaan met het ‘vrij zijn’,” vervolgde Trees met een milde maar besliste toon, “maar ik denk dat precies hetzelfde geldt voor jullie wederhelften. Die moeten ineens hun hele koninkrijk en hun dagelijkse rust met een indringer delen!”

Jacob luisterde aandachtig naar haar vurig pleidooi en voelde de laatste restjes spanning van zijn schouders vallen. Het lag dus inderdaad niet aan hem, en het lag ook niet aan zijn huwelijk; het was simpelweg de grote rekensom van het pensioen die ze allemaal—mannen én vrouwen—samen moesten oplossen.

“Dank jullie wel, mannen… en dank je wel, Trees,” zei Jacob, en er verscheen weer een oprechte glimlach op zijn gezicht. “Het is een opluchting om te horen dat ik niet de enige analist ben met een verstoorde balans thuis, en Trees heeft natuurlijk een kern van waarheid te pakken. Ik denk dat ik het advies van Jannus en Trees maar eens ga combineren. Volgende week neem ik Bep gewoon gezellig mee voor een bakkie hier in De Lege Knip. Dan kan ze met eigen ogen zien dat haar man hier in veilige, gezellige én rechtvaardige handen is!”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “De vlucht van de man”

  1. logbankje Avatar

    Bewegen op wat voor manier verbroederd. In De Lege Knip kom je mensen van allerlei pluimage tegen. Vissen is een leuke ontspanning en spanning om iets te vangen. Maar ja visvergunning, je kunt gecontroleerd worden. Niet alleen bewegen, maar ook andere overeenkomsten geven een verbinding. Hans

    Geliked door 1 persoon

  2. Karel Avatar

    ik had een kleine visvergunning , voor m’n bamboe hengeltje , maar de lijntjes en kistjes waren al gezet 🙂
    vissen deed ik niet om m’n tijd te verdoen , maar om te eten 🙂

    Like

    1. wzijlstra10 Avatar

      Wij visten ook om ze daarna op te eten, maar tijden veranderen want nu is dat niet meer duurzaam of wat voor argument er tegen aan gezet wordt. Terug gooien en daarna dood laten gaan is toch ook een zonde!

      Geliked door 1 persoon

      1. Karel Avatar

        ja ik geef je gelijk , zeker andere tijden
        er is bijna geen vis meer , en dat komt niet door die paar die wij vingen
        op zee en IJsselmeer is dat overbevissing en in de binnenwateren vervuiling van chemische zooi 😦
        gister zag ik nog iets over zoutafval uit Gronings bedrijf in Brabant en België , en dat is maar 1 voorbeeld 😦
        triest in en in triest

        Like

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder