De eerste stap


De nacht was er niet een geweest waarin de slaap in één keer zijn intrede deed. Het waren er vele keren geweest dat Jaap niet echt de slaap kon vatten. Telkens als hij zijn ogen sloot, gleden er beelden voorbij uit de afgelopen vijfentwintig jaar. Beelden waarin hij oprecht had gedacht een gelukkig huwelijk te hebben. Maar nu, in de kille stilte van het lege huis, kwam hij er steeds weer achter dat zijn denkbeelden wel helemaal verkeerd geïmplementeerd waren. Wat hij aanzag voor bescherming, was verstikking geweest.

Dan dwaalden zijn gedachten weer af naar Carla. Het besef sneed door zijn ziel: hij kon simpelweg niet zonder haar. En dan was daar nog die loodzware belofte die hij haar over de telefoon had gedaan. Zich verontschuldigen jegens haar familie… de mensen met wie hij nooit iets had gehad en die hij bewust buiten de deur had gehouden.

Terwijl hij naar het plafond staarde, kwamen de herinneringen aan vroeger bovendrijven. In de verkeringstijd kwam hij nog wel bij Carla haar ouders thuis. Niet voor zijn plezier, maar omdat hij Carla wilde, en dat kon destijds niet zonder de toestemming van haar vader en moeder. Haar vader was een gerespecteerde, scherpe man die de jonge Jaap direct op de proef wilde stellen.

Tijdens een van die eerste bezoeken had haar vader hem indringend aangekeken en gevraagd: “Jaap, kun jij ook schaken?”

Jaap was thuis nooit in de gelegenheid geweest om dat spel te leren en eerlijk gezegd had hij er ook nooit de interesse voor gehad. “Ik moet u met spijt vertellen dat ik dat nooit geleerd heb,” had hij destijds plichtsgetrouw geantwoord.

Met een beetje een afkeurende gelaatsuitdrukking had de oude man hem toen aangekeken, zijn pijp even weghalend uit zijn mondhoek. “Jaap,” had de beste man toen hoofdschuddend gezegd, “dan weet ik werkelijk niet wat je hier komt doen. Hoe wil je haar dan ooit schaakmat zetten?”

Destijds had Jaap de opmerking weggelachen en gedacht dat het een flauw grapje was over de liefde. Maar nu, liggend in het donker, begreep hij de metafoor pas echt. Haar vader had het niet over een spelletje gehad; hij had gezocht naar strategisch inzicht, naar respect, naar het vermogen om een vrouw te doorgronden en haar als een gelijkwaardige partner te behandelen. Jaap had destijds niet geleerd hoe hij het spel der liefde met tact moest spelen. In plaats daarvan had hij jaren later het hele schaakbord maar van tafel geveegd en Carla de regels opgedrongen.

Hij had haar niet schaakmat gezet door haar lief te hebben; hij had haar klemgezet. En deze week zou hij het bord opnieuw moeten opbouwen, te beginnen bij de man die hem destijds al had gewaarschuwd.

Die morgen was hij, ondanks dat hij bijna niet geslapen had, maar vroeg uit de veren gegaan. Zo kwam hij, heel anders dan normaal, eens vroeg op zijn werk aan. Het was zelfs zo vroeg dat het zijn collega’s meteen opviel toen hij de werkplaats binnenstapte.

“Hee Jaap, heeft Carla je vanmorgen eerder van huis gestuurd?” riep een van hen lachend over de werkbank.

Dat kwam even hard aan. Heel even voelde Jaap zijn wangen gloeien van de spanning en de schaamte. Hij slikte het gevoel weg, herpakte zijn vertrouwde, stoere houding en schudde zijn hoofd.

“Nee mannen,” zei hij, terwijl hij zijn overall van de haak pakte. “Carla is een paar dagen uit van huis met een vriendin. En tja, als je alleen wakker wordt en moet eten, dan ben je zo klaar.”

De mannen knikten begrijpend en gingen weer over tot de orde van de dag. Jaap ademde ongemerkt op. Zo had hij zich er toch aardig uitgedrukt, vond hij van zichzelf. Het klonk natuurlijk en aannemelijk. Maar terwijl hij zijn gereedschap pakte en aan het werk ging, bleef die ene, knagende vraag door zijn hoofd spoken: zou er ooit iemand achter komen hoe de vork écht in de steel zat?

Maar ook in werk en in de pauze was het gedrag van Jaap niet zo als hij gewoonlijk was. Jaap had het ten opzichte van zijn collega’s altijd de overhand en mocht graag overdrijven, Hendrik zijn naaste medewerker had eens een verhaal opgehangen over het vissen Het vissen met toen nog een inschuifbare bamboe hengel. Op zich niets bijzonders, alleen ging het over de lengte van de maximale lengte van wel zeven meter. Jaap had staan lachen ”Jongens Toen ik een paar jaar met mijn vader gingen vissen had hij er een van over de tien meter” Iedereen had gelachen, maar niet uitgelachen, want Jaap had toch wel  iets en vaak kwam er altijd wel een sausje over het verhaal. En maak geen ruzie met Jaap, want dan heb je geen leven in de groep.

De hele morgen was Jaap stil. Hij had geen praatjes en reageerde ook bijna niet op de uitlatingen en grappen van zijn maten op de werkvloer. Het was een schril contrast met hoe hij er normaal gesproken bij zat.

Pieter, een sociale collega die altijd oog had voor de mensen om hem heen, had dat al snel in de gaten. Hij liet de boel even de boel en liep rustig naar Jaap toe. Zonder ophef en buiten het gehoor van de anderen vroeg hij voorzichtig naar de reden van zijn stilte.

“Jaap, wat is er aan de hand? Jij zit ergens mee, want je bent er met je hoofd niet helemaal bij vandaag.”

Jaap hield zijn gereedschap even stil en keek Pieter aan. De vermoeidheid was van zijn gezicht af te lezen. De drang om de schijn op te houden zakte voor een moment weg. “Ja Pieter… ik zit gewoon niet goed in mijn vel,” bekende hij stroef. “Niet goed geslapen vannacht. Er zit een haar in de boter tussen Carla en mij.”

Pieter schrok er een beetje van, maar respecteerde Jaaps privacy. Hij vroeg bewust niet verder door naar de precieze oorzaak of de details van de ruzie, maar hij had wel direct een welgemeend advies voor zijn collega.

“Jaap, dat moet je zo snel mogelijk oplossen, man,” zei Pieter ernstig terwijl hij een hand op zijn schouder legde. “Praten, praten en nog eens praten. Dat is echt de enige manier om meningsverschillen bij te praten. Blijf er niet mee rondlopen.”

Jaap knikte zwak. Praten… dat was precies wat Carla ook wilde. Alleen wist hij dat het dit keer niet bij praten alleen zou blijven; de weg naar haar familie toe was de zwaarste vuurproef die nog op hem wachtte.

Een half uur later kwam de grote chef, meneer De Koning, langs de werkplaats lopen. Hij hield even in bij Jaaps machine, keek hem indringend aan en vroeg hem om even mee naar kantoor te komen. Zonder na te denken, en met een licht gevoel van onbehagen, legde Jaap zijn gereedschap neer en liep met zijn chef mee.

Achter het grote houten bureau nam De Koning plaats, terwijl hij Jaap een stoel wees. Zonder eromheen te draaien, vertelde de chef wat hij net van Pieter had gehoord. Pieter had zich simpelweg zorgen gemaakt over de veiligheid en het welzijn van zijn maat. De Koning keek Jaap ernstig maar vaderlijk aan over de rand van zijn leesbril. Hij vond het een goede en noodzakelijke zaak dat Jaap per direct, zogenaamd op ziekteverlof, naar huis werd gestuurd om de impasse met Carla op te lossen.

“Jaap, jij gaat nu naar huis en je gaat je probleem oplossen,” zei De Koning met een toon die geen tegenspraak duldde, maar waarin wel diepe betrokkenheid doorklonk. “Ik wil absoluut niet dat er hier op de werkvloer ongelukken gebeuren wanneer je er met je hoofd niet bij bent. Daar ben je ons als vakman én als mens veel te dierbaar voor.”

Jaap slikte even en keek naar zijn eeltige handen. De opmerking raakte hem onverwacht diep. Zelfs hier, op zijn werk, zagen de mensen dat de ‘grote man’ aan het wankelen was—niet om hem te kleineren, maar om hem te helpen.

Hij knikte traag. “Dank u wel, chef,” bracht hij er stroef uit.

Met zijn jas al in de hand liep hij even later de fabriekspoort uit, de frisse ochtendlucht in. De Koning had hem de tijd en de ruimte gegeven. Geen uitvluchten meer, geen masker op het werk. De klok tikte. Het was pas woensdagochtend en de zwaarste gang van zijn leven—naar de ouders van Carla—lag nu open en bloot voor hem.

Toen hij de straat inreed en het bekende huis van zijn schoonouders in het vizier kreeg, brak hem even het zweet aan alle kanten uit. Zijn handen gleden bijna weg op het stuur. Normaal gesproken was Jaap absoluut niet op zijn mondje gevallen; hij had altijd wel een weerwoord of een gevatte opmerking paraat om de controle te behouden. Maar nu, nu de auto stilstond voor de vertrouwde stoep, kon hij doodmoeilijk een opening vinden waarmee hij zijn verhaal straks zou moeten beginnen.

Hij bleef even met een draaiende motor zitten staren naar de gordijnen van de woonkamer. Hij overwoog nog om in zijn hoofd een heel verhaal te construeren, een logische verklaring waarin hij de scherpe kantjes eraf zou vijlen. Maar Jaap wist diep vanbinnen ook wel dat een ingestudeerd verhaal bij zijn schoonvader absoluut niet zou werken. Die oude man keek immers direct door elke façade heen. Bovendien loopt alles in het leven vaak toch heel anders dan je van tevoren plant.

Er zat dus uiteindelijk niets anders op: hij moest met open vizier naar binnen stappen. Geen smoesjes, geen maskers, geen verdediging. Gewoon de rauwe waarheid, zijn oprechte verontschuldigingen en zijn diepe excuus aanbieden voor al die kille jaren van afstand en controle.

Met een diepe zucht zette hij de motor af, stapte de frisse lucht in en liep met lood in zijn schoenen naar de voordeur. Hij stak zijn hand uit naar de bel, wetend dat de eerste stap op het schaakbord nu echt gezet moest worden.

Wanneer de deur opengaat, staat zijn schoonvader voor zijn neus. De oude man kijkt hem verrast aan door zijn brillenglazen.

”Jaap, dit is nu wat ik van mijn héle leven niet verwacht had,” zegt hij met een zware stem. “Jij alleen bij ons aan de deur.”

Catharines — zo heette de beste man voluit — had door de ruit van de woonkamer natuurlijk allang gezien dat Jaap daar op de stoep stond. Hij had hem nauwkeurig gadegeslagen in die minuten dat Jaap aarzelend in de auto was blijven zitten voor hij uiteindelijk uitstapte.

“Wat brengt jou hier zo alleen?” vraagt Catharines met een nieuwsgierige blik. “Is er iets te vieren? Want voor de zilveren bruiloft is het nog net een paar maanden te vroeg. Maar kom erin, jonge.”

Als ze samen door de gang naar de kamer lopen, heeft Jaap nog altijd niets gezegd. De brok in zijn keel is zo groot dat hij geen woord over zijn lippen krijgt.

Catharines stapt de gezellige, ietwat ouderwetse huiskamer binnen en roept direct naar zijn vrouw: “Nou Marie, moet je eens kijken wie we hier op bezoek krijgen!”

Marie kijkt op van haar handwerkje en ziet Jaap met een paar ongelooflijke ogen aan. Ze legt haar spullen verschrikt op de salontafel. ”Het is werkelijk niet te geloven, Jaap… Jonge, ga zitten. Wil je een kop koffie?”

Jaap knikt traag en dwingt zichzelf om eindelijk antwoord te geven. “Ja, graag, mams… Marie. Graag.”

Hij neemt plaats op de zware pluche stoel, dezelfde stoel waar hij vijfentwintig jaar geleden ook zat toen Catharines hem vroeg naar het schaken. De geur van het huis—een vertrouwde mix van filterkoffie, boenwas en het verleden—slaat op zijn adem. Hij kijkt naar zijn schoonouders. Ze zijn ouder geworden, breekbaarder, precies zoals Carla gisteravond tegen Dylan had gezegd. De spanning giert door zijn lijf, maar zijn vizier is open. Het moment van de waarheid is nu echt aangebroken.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “De eerste stap”

  1. Karel Avatar

    een goede collega en chef , zijn goud waard
    en eerlijkheid naar zijn schoonouders toe ook

    Geliked door 1 persoon

  2. Suskeblogt Avatar

    Benieuw hoe zijn schoonvader na al die jaren zal reageren.

    Like

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder