
(artist impression van het toekomstige Wijkevoort)
Wie van boven kijkt, ziet geen weilanden meer maar een zorgvuldig ontworpen toekomst. Wegen slingeren tussen moderne bedrijfsgebouwen, waterpartijen vangen regenwater op en groenstroken moeten natuur en economie verbinden.
Voor de gemeente Tilburg is dit het antwoord op een groeiende behoefte aan ruimte voor bedrijven. De stad wil vooruit, banen aantrekken en economische kansen bieden. Wijkevoort moet een nieuwe toegangspoort worden aan de zuidwestkant van Tilburg.
Maar onder deze luchtfoto schuilt een vraag die al zeven jaar boven het gebied hangt: is deze toekomst nog steeds nodig?
Deze week maakte ik een rondje om een impressie te kunnen geven van dit stukje landschap wat mogelijk gaat veranderen in een gebied met moderne blokkendozen.

De boer kijkt uit over zijn land. “Mijn vader werkte hier al en mijn grootvader ook.”
Voor hem zijn de weilanden geen lege ruimte op een kaart, maar een verzameling herinneringen. Elke sloot, elke boomwal en elk perceel vertelt een verhaal.
Hij begrijpt dat steden groeien. Dat deden ze altijd al. Maar hij vraagt zich af waarom groei altijd ten koste moet gaan van open ruimte.
“Als je hier staat, zie je geen bouwgrond. Je ziet een landschap.”

Een houten hek langs een wandelpad door het grasland.
Op een zonnige middag wandelt een bewoner van de Reeshof langs het hek. Vogels zingen in de verte. De wind beweegt door het hoge gras.
Voor haar is dit gebied een toevluchtsoord. Geen natuurgebied met spectaculaire bergen of bossen, maar een stuk Brabant waar ruimte en stilte nog bestaan.
Zij leest de rapporten over stikstof, luchtkwaliteit en klimaatverandering. Ze hoort discussies over verkeersdrukte en hittestress.
“Juist omdat de stad niet stilstaat,” zegt ze, “hebben we deze groene plekken harder nodig dan vroeger.”
Een ondernemer uit Tilburg bekijkt dezelfde omgeving heel anders.
Waar anderen weilanden zien, ziet hij mogelijkheden. Zijn bedrijf groeit. Nieuwe opslagruimte vinden wordt steeds moeilijker. Bedrijven vertrekken naar andere regio’s omdat geschikte locaties ontbreken.
Volgens hem heeft Tilburg ruimte nodig om economisch sterk te blijven.
“Als je geen plek maakt voor bedrijven, gaan banen ergens anders naartoe.”
Voor hem is Wijkevoort geen bedreiging, maar een investering in de toekomst van de stad.
Bij een informatieavond neemt een lid van Reeshof aan Zet het woord.

De actiegroep verzet zich al jaren tegen de komst van het terrein. Volgens hen is de wereld veranderd sinds de eerste plannen werden gemaakt.

Meer aandacht voor natuur. Strengere milieuregels. Problemen op het elektriciteitsnet. Tekorten aan personeel.
“De logistiek is niet ingestort,” zegt hij. “De economie heeft alternatieven gevonden. Tilburg is niet stilgevallen.”
Volgens de groep bewijst de afgelopen zeven jaar juist dat een bedrijventerrein van deze omvang niet noodzakelijk is.

De laatste stem klinkt niet vanaf een akker, een wandelpad of een spreekgestoelte.
In Den Haag ligt het dossier op tafel bij de Raad van State.
Daar wordt niet gekeken naar gevoelens of verwachtingen, maar naar regels, onderzoeken en onderbouwingen. Vooral de stikstofkwestie vraagt om een nadere uitleg van de gemeente.
Deze zomer komt de zaak eindelijk voor. Daarmee nadert een einde aan jaren van onzekerheid.
Maar zelfs dan blijft één vraag open.
Wat is vooruitgang?
Is dat een nieuw bedrijventerrein dat economische groei mogelijk maakt?
Of is het juist het bewaren van een landschap dat steeds zeldzamer wordt?
Wie vandaag over de velden van Wijkevoort loopt, ziet nog altijd gras, akkers, bomen en boerderijen. Maar achter die rust woedt een debat over de toekomst van Tilburg zelf.
En voorlopig ligt die toekomst nog open, ergens tussen het wandelpad, de boerderij en de tekentafel.



Plaats een reactie