
Op het kantoor van de afdeling van rechercheur Frits liep vrouw Antje rond om de lege koffiekopjes op te halen. Bij het bureau van Frits moest ze de heren even in hun gesprek storen.
“Sorry heren, ik heb opdracht gehad dat er geen lege kopjes meer op de bureaus mogen blijven staan,” zei ze verontschuldigend.
De heren keken haar aan, maar hadden bij haar binnenkomst het gesprek al direct op de pauzeknop gezet. Vrouw Antje werkte inmiddels al anderhalf jaar op deze verdieping. Het was een onwrikbare regel dat de rechercheurs van groep Q zwegen zodra er andere medewerkers van de afdeling in de buurt waren. De onderwerpen en de onderzoeken waren immers doorgaans zwaar geheim, en er werd alles aan gedaan om die strikte geheimhouding te bewaken.
Ooit was het een keer voorgekomen dat er op een onoplettende manier geheimen waren gelekt door een medewerker van buiten de groep. De impact die dat incident destijds teweeg had gebracht, had voor een paar mensen direct ontslag betekend. Sindsdien was iedereen op zijn hoede. Vaak waren het de schoonmakers en de kantinemedewerkers die als enigen op de meest onmogelijke momenten zomaar binnen konden stappen.
Nu vrouw Antje met dit vreemde verhaal over de kopjes kwam, ging het voor Frits een grens over. Toen de deur achter haar dichtviel, keek hij zijn collega’s grimmig aan. “Heren, dit gaat mij te ver. Dat lege kopje of die kopjes doen hier absoluut geen kwaad. Ik stel voor dat tijdens onze besprekingen de deuren vanaf nu op slot gaan, zodat er geen onbevoegden meer zomaar binnen kunnen komen.” De rest van de mannen knikte vastberaden; ze gingen unaniem akkoord.
Als Frits een ruim uur later bij de adjunct-directeur binnenstapte en zijn verhaal deed over het voorval met vrouw Antje, reageerde deze hoogst verbaasd. De adjunct-directeur schudde resoluut zijn hoofd en liet weten dat er helemaal van bovenaf geen enkele instructie over lege kopjes was gegeven.
Frits voelde zijn maag omdraaien en keek zijn superieur ernstig aan. “Dan wil ik heel graag dat u haar hier ontbiedt en haar het verhaal laat doen. Ik ben doodvoorzichtig, directeur. We moeten hier tenslotte geen contraspionage hebben. Verder hebben we in groep Q besloten om voortaan onze besprekingen achter gesloten deuren te houden”
De adjunct-directeur knikte langzaam, de ernst van de situatie inziend. “Een verstandig besluit van groep Q, Frits. Die deuren gaan vanaf nu dicht. Veiligheid boven alles. Ik ga direct regelen dat vrouw Antje hierheen komt.”
Nog geen tien minuten later werd er zachtjes op de deur van het directiekantoor geklopt. Vrouw Antje stapte aarzelend binnen, haar handen zenuwachtig in elkaar gevouwen. Ze keek schichtig van de adjunct-directeur naar Frits, die met een strak, onpeilbaar gezicht aan de zijkant stond.
“Ah, Antje, kom verder en ga zitten,” begon de adjunct-directeur op vriendelijke maar besliste toon. “Rechercheur Frits vertelde mij net over de nieuwe richtlijn omtrent de lege koffiekopjes op de bureaus. Je zei dat je daar opdracht voor had gekregen?”
Vrouw Antje knikte nerveus en nam voorzichtig plaats op de punt van de stoel. “Ja, klopt inderdaad, directeur. Gisteren aan het einde van de middag sprak een heer mij aan bij de liften. Hij droeg een net pak en had een badge van het gebouw op, dus ik dacht dat hij van de facilitaire dienst of het hoger management was.”
Frits deed direct een stap naar voren, zijn ogen vernauwd. “Een heer in een net pak? Ken je hem van de afdeling, Antje? En wat zei hij precies?”
“Nee, ik had hem nog nooit gezien,” antwoordde ze met een trillende stem. “Hij zei heel formeel dat er vanuit de hygiëne- en veiligheidsvoorschriften strenger gecontroleerd moest worden op rondslingerend serviesgoed. Specifiek op de kamers van de recherche. Ik moest er direct werk van maken en de kopjes meteen weghalen zodra ze leeg waren. Ik… ik wist niet dat ik iets verkeerds deed, ik volgde gewoon de instructies op!”
Frits en de adjunct-directeur wisselden een veelzeggende, kille blik. Dit had niets met hygiëne te maken. Iemand wilde een excuus creëren om op regelmatige basis de zwaar beveiligde kamers van groep Q binnen te kunnen lopen, precies op het moment dat het cruciale onderzoek rondom De Bruin in een stroomversnelling raakte.
“Het is je niet kwalijk te nemen, Antje,” zei de adjunct-directeur kalmerend, terwijl hij een notitieblok pakte. “Je hebt juist gehandeld door het te melden. Maar ik wil dat je heel nauwkeurig probeert te beschrijven hoe deze man eruitzag. Elk detail kan voor ons van levensbelang zijn.” Toen Antje was vertrokken, stelde Frits voor om voortaan bij iedere nieuwe of gewijzigde instructie dit alleen nog maar schriftelijk te laten weten, en dat iedere mondelinge opdracht als verdacht moest worden gezien. Hans Reevers, de adjunct-directeur, zou het voorstel meenemen in de directievergadering. “Je hoort nog wel van me, Frits.”
Frits knikte, groette zijn superieur en liep met een onrustig gevoel terug naar de gang. De muren van het bureau, die altijd zo veilig hadden gevoeld, leken ineens een stuk minder betrouwbaar. Als de handlangers van De Bruin al via listige wegen probeerden te spioneren op de afdeling van groep Q, dan was de druk op de ketel nu echt maximaal.
Hij liep zijn eigen kantoor weer binnen, waar de mannen inmiddels met gesloten deuren zaten te wachten. Frits nam plaats achter zijn bureau, keek de kring rond en zei met gedempte stem: “Heren, de vermoedens kloppen. Antje is erin geluisd door een onbekende man met een valse badge. Vanaf nu gaat de boel hier op slot. Geen woord meer over het onderzoek naar De Bruin of de documenten van Robert van der Velde zodra we deze kamer verlaten.”
De ernst van de situatie drong meteen tot iedereen door. Frits wist dat hij vanavond nog contact moest opnemen met Harrie om hem te waarschuwen. Als er op het bureau al infiltratiepogingen werden gedaan, dan moesten ze aan de Slotlaan ook extra scherp zijn op hun omgeving.
Het was die dag in het laatste deel van de middag toen Frits een telefoontje kreeg van Hans, de adjunct-directeur.
“Frits, de onbekende persoon is bekend. Via de camera’s in het gebouw kunnen we zien wie vrouw Antje aansprak.”
Nieuwsgierig vroeg Frits: “En was het een onbekende of…”
Hans had zijn antwoord al klaar voordat Frits was uitgesproken. “Voor Antje zal het een onbekende zijn, maar voor ons absoluut niet.”
“Zeg het maar Hans, want nu ga ik zitten zoeken in een doolhof,” reageerde Frits, terwijl hij voelde hoe de spanning in zijn schouders toenam.
Aan de andere kant van de lijn liet Hans een zachte lach horen. “Frits, ken jij ene Diederik Bastiaans?”
Frits schrok, meer vanwege de naam die hij op dit moment zeker niet verwacht had. “Je meent het niet, Hans… Dat zou inderdaad kunnen, dat Antje onze altijd afwezige directeur niet kent.”
Hans had er wel plezier in. “Frits, nadat ik de beelden had gezien, heb ik Diederik opgebeld. Hij had wel verwacht dat hij een reactie zou krijgen. Hij had de opdracht aan Antje met opzet gegeven om te kijken hoe wakker zijn mensen op de werkvloer zouden reageren. Diederik was zeer content met het resultaat, had hij lachend gezegd.”
Frits slaakte een diepe zucht en leunde achterover in zijn bureaustoel, terwijl de adrenaline langzaam uit zijn lichaam verdween. Een spionagetest van hun eigen directeur, alsof ze nog niet genoeg aan hun hoofd hadden met het echte onderzoek. Hij schudde glimlachend zijn hoofd. “Nou, die kan hij in zijn zak steken. Groep Q is in ieder geval scherper dan scherp.”
Nu zat hij alleen nadat hij de groepsleden van de spionagetest van de grote directeur had verteld. Het voorlopige rapport over Robert van der Velde lag voor hem. Maar er waren nog veel vragen die ze in de groep niet konden achterhalen. Dat Robert van der Velde schuldig was aan de hem opgelegde zaken was aan de rechter om te beoordelen, maar zij moesten voor de bewijsstukken zorgen. Bij Frits was er altijd een belangrijk punt :Oorzaak en gevolg
Frits legde de hoorn op de haak en bleef een moment hoofdschuddend achter zijn bureau zitten. De enorme spanning die de hele middag als een donkere wolk boven de afdeling had gehangen, loste in één klap op in een gevoel van lichte verbijstering. Hij stond op, liep naar de zware kantoordeur en draaide de sleutel om die hij een paar uur geleden nog zo resoluut in het slot had gedraaid.
Hij opende de deur en stapte de centrale ruimte van groep Q binnen. De mannen keken direct op van hun dossiers; de gezichten stonden nog strak van de achterdocht en de stilte was om te snijden.
“Mannen, jullie kunnen de adem wel weer laten zakken,” begon Frits, terwijl er een brede grijns op zijn gezicht verscheen. Helemaal opgewekt keek hij zijn collega’s aan. “Die contraspionage waar we zo bang voor waren? Die zit een paar deuren verderop in het pluche.”
De rechercheurs keken elkaar vragend aan. “Wat bedoel je, Frits?” vroeg een van de oudere rotten van het team.
“Hans Reevers belde net,” legde Frits uit, terwijl hij tegen de rand van een bureau leunde. “Ze hebben de camerabeelden bekeken om te zien wie vrouw Antje had aangesproken bij de liften. Het was geen handlanger van De Bruin, en ook geen spion uit Eindhoven. Het was onze eigen directeur, Diederik Bastiaans.”
Er viel een korte stilte, waarna er aan de andere kant van de ruimte een luide lach klonk. “Bastiaans? Bedoel je dat Antje hem gewoon niet herkende?”
“Precies dat,” lachte Frits. “Omdat Diederik er zo weinig is, had Antje werkelijk geen idee wie die man in dat nette pak was. Maar er zit een addertje onder het gras: hij had die instructie over de lege koffiekopjes met opzet gegeven. Het was een test van de grote baas om te kijken hoe alert wij hier op de werkvloer zouden reageren op vreemde snuiters en ongewone opdrachten.”
De spanning die de afdeling urenlang in haar greep had gehouden, gleed nu definitief van de mannen af. Er werd hard gelachen, stoelen werden achteruit geschoven en de sfeer sloeg in één klap om.
“Nou, die test heeft hij geweten dan,” grijnsde een van de rechercheurs terwijl hij zijn armen over elkaar sloeg. “We hebben direct de boel op slot gegooid en de adjunct-directeur op zijn dak gestuurd.”
“Inderdaad,” knikt Frits welgemoed. “Hans vertelde dat Diederik ontzettend content was met het resultaat. Hij had er de grootste schik in dat groep Q meteen zo scherp had gereageerd. Dus wat dat betreft hebben we een dikke pluim in onze zak.”
Frits liep terug naar zijn eigen kamer om zijn spullen te pakken. De spionagedreiging bleek een storm in een glas water, maar het had hen wel laten zien dat het team feilloos functioneerde als de nood aan de man was. Nu was het tijd om naar huis te gaan; hij moest Harrie immers nog bellen om dit opmerkelijke verhaal te delen.
Plaats een reactie