
Rond een uur of elf werden Bart, Boris, Frits, Yolante en Klaas door de secretaris van de Directeur-Generaal verzocht om zich bij hem in de bestuurskamer te melden.
Yolante klampte Klaas meteen bij zijn arm vast. “En wat gaat er nu gebeuren, Klaas?” vroeg ze met lichte spanning in haar stem.
Klaas keek haar met een onschuldige blik aan en haalde kalm zijn schouders op. “We wachten het maar rustig af. Wij hebben keurig aan onze opdrachten voldaan en het verhaal terugdraaien kunnen ze toch niet meer.”
Op dat moment stapte Frits hun kantoor binnen om het tweetal op te halen. Bij het zien van hun nieuwsgierige gezichten schoot hij in de lach. “Jongens, gaan jullie mee om onze hoofdprijs op te halen?”
Klaas grinnikte. “Zo, en welke prijs is ons precies toegekend?”
Yolante haar ogen begonnen meteen te glimmen. “Krijgen we echt een prijs?”
Frits schudde met een meewarige glimlach zijn hoofd. “Ik had nooit gedacht dat jullie zó goedgelovig zouden zijn. Natuurlijk krijgen we geen prijs. Ik vermoed dat het bestuur via-via te horen heeft gekregen dat wij de feitelijke aangevers zijn geweest. Ze zullen er nu alles van willen weten, maar goed—we horen het zo wel aan.”
Met z’n drieën liepen ze de lange gangen door richting de bestuursvleugel. Onderweg merkten ze terdege op hoe ze vanuit de omliggende kantoren nauwlettend werden begluurd door nieuwsgierige collega’s. Geanimeerd pratend deden ze alsof hun neus bloedde en liepen strak door.
Bij de imposante dubbele deur van de bestuurskamer stonden Bart en Boris hen al op te wachten. Met een korte, ferme klop op het hout gaf Bart aan dat ze er waren.
De deur werd netjes van binnenuit voor hen geopend. Bij het binnentreden zagen ze het vrijwel voltallige bestuur aan de grote vergadertafel zitten, flankerend aan een paar strak in pak gestoken mannen die later hoge ambtenaren van de FIOD bleken te zijn. De sfeer in de ruimte was formeel en geladen.
Iedereen kreeg een stoel toegewezen rond het dan snelle overleg, terwijl een bode rustig langskwam om koffie en thee in te schenken. Het gesprek dat de toekomst van hun onderzoek zou bepalen, stond op het punt te beginnen.
Yolante zat gespannen op het puntje van haar stoel te kijken toen de Directeur-Generaal opstond en het woord nam.
“Jongedame, mijne heren,” begon de DG met een zware stem, terwijl hij de tafel rondkeek. “Het zijn een paar buitengewoon woelige dagen geweest. Dagen waarin wij als bestuur volledig zijn verrast door de arrestatie van ons medebestuurslid Van Veen. Wie had ooit kunnen denken dat er op ons hoogste bestuurlijke niveau zulke frauduleuze handelingen—zeg maar rustig een zwaar geval van diefstal van rijksgelden—zouden kunnen plaatsvinden?”
Het bleef doodstil in de bestuurskamer. Niemand nam een slok van de koffie; alle ogen waren strak op de DG gericht, die zichtbaar worstelde met de impact van het schandaal dat zijn departement op zijn grondvesten deed schudden.
De DG schraapte zijn keel, liet zijn blik langzaam over het voltallige gezelschap glijden en vervolgde op een iets zachtere, maar besliste toon:
“Tot gisteren wisten wij als bestuur van niets. En eerlijk is eerlijk: dat stak. Maar nu de stofzuiger van de FIOD door onze gelederen gaat en de eerste feiten op tafel liggen, realiseren wij ons pas welk een uitzonderlijk werk er op de achtergrond is verzet. Werk dat in het volste geheim en met een enorme precisie is uitgevoerd.”
Hij knikte even expliciet naar het vak waar Frits, Bart, Boris, Yolante en Klaas zaten.
“Het is dankzij uw scherpte, uw volharding en het doortastende optreden van Groep Q dat deze ernstige misstanden aan het licht zijn gekomen. U heeft enorme risico’s genomen om de integriteit van dit departement te beschermen. En daarvoor wil ik u, namens de voltallige leiding en de aanwezige heren van de FIOD, mijn diepste respect en dank uitspreken.”
Frits schoof zijn stoel naar achteren en stond rustig op. De spanning in de bestuurskamer was om te snijden, maar zijn houding strale een rotsvast zelfvertrouwen uit. Hij keek het voltallige bestuur en de FIOD-kopstukken een voor een aan voordat hij het woord nam.
“Beste bestuursleden, en in het bijzonder u, meneer Dijkstra, als onze Directeur-Generaal,” begon Frits op een beheerste, duidelijke toon. “Hartelijk dank voor uw waarderende woorden en de ruimte die ons team heeft gekregen om dit werk te verrichten. Het werk waarvoor wij zijn opgeleid en dat wij dagelijks mogen uitvoeren, vraagt soms om een heel specifiek specialisme. Maar vergis u niet…”
Frits pauzeerde even en liet zijn blik strak over de tafel glijden.
“Het feit dat meneer Van Veen gisteren is gearresteerd, wil absoluut niet zeggen dat we er nu zijn. Dit is pas de top van de ijsberg. Ik adviseer u dringend om u voor te bereiden op feiten en onthullingen waar u nu nog totaal geen zicht op heeft.”
Een golf van verbazing en merkbare onrust ging door de zaal. Meerdere bestuursleden keken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen en bezorgde blikken aan. De DG leunde naar voren, zijn handen stevig op de tafel gedrukt. Frits vervolgde zijn betoog, terwijl de kamer muisstil werd.
“Heren, wat deze week tot een uitbarsting is gekomen, kent zijn oorsprong al aan het eind van vorig jaar. Het begon allemaal in een klein Brabants dorp, tijdens een ijskoude, vorstige nacht. Daar werd een vrouw onder erbarmelijke omstandigheden gevonden in een leegstaand kippenhok. Om niet té veel in details te treden: die gebeurtenis bleek rechtstreeks gekoppeld aan een duistere plot rondom de gedwongen overname van een historisch en waardevol landgoed.”
Frits maakte een klein gebaar met zijn hand om de ernst te onderstrepen.
“Een consortium van frauduleuze onroerend goedontwikkelaars wilde dit landgoed koste wat het kost in handen krijgen. En toen de rechtmatige eigenaar weigerde mee te werken en tot verkoop over te gaan, schroomde deze club niet om werkelijk álle middelen in te zetten. Ook—en vooral—de zwaar ongeoorloofde en criminele middelen. Door een toevallige wending en een scherpe ontdekking bij nog een ander slachtoffer, kwamen wij erachter dat er vanuit de hoogste ambtelijke lagen keiharde druk werd uitgeoefend. Het landgoed móést en zou linksom of rechtsom in hun bezit komen.”
Hij liet de woorden even inwerken bij zijn toehoorders.
“Door het chanteren en bedreigen van een hoge ambtenaar van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, én door de toenemende financiële druk die het consortium—onder leiding van ene heer De Bruin—op Van Veen uitoefende, zijn er op cruciale posities mensen definitief overstag gegaan. Er zijn miljoenen aan rijksgelden doorgesluisd om deze illegale praktijken te financieren en af te dekken.”
Frits liet een bewuste, zware stilte vallen in zijn toespraak. De FIOD-ambtenaren knikten onmerkbaar maar instemmend bij zijn analyse.
“Justitie en de FIOD hebben momenteel de handen meer dan vol aan het opstellen van de ellenlange proces-verbalen en het in kaart brengen van het geldspoor,” besloot Frits krachtig. “U zult zich als bestuur dan ook ernstig moeten voorbereiden op meerdere arrestaties in de komende dagen. Want Van Veen was niet de enige dominoversteend die omgaat.”Aan het einde van zijn betoog wendde Frits zich tot zijn eigen mensen. Zijn stem werd wat zachter, maar klonk niet minder beslist.
“Tot slot wil ik mijn oprechte dank uitspreken aan het hele team. Yolante en Klaas hebben de afgelopen intensieve weken ontzaglijk veel werk verzet met het uitluisteren, transcriberen en nauwgezet analyseren van honderden uren aan geluidsbanden. Maar dat geldt net zo goed voor alle andere leden van Afdeling Q. Onze kracht lag in de ijzersterke samenwerking met de financiële afdeling, met name met Bart en Boris. Zij waren het die de ontdekking deden dat er al langere tijd met een doordachte, dubbele boekhouding werd gewerkt. Een constructie die zo omvangrijk is, dat het simpelweg onmogelijk is dat Van Veen dit allemaal alleen heeft opgezet. Er zijn heel waarschijnlijk meer mensen binnen dit huis bij betrokken geweest.”
Na weer een korte, betekenisvolle stilte keek Frits de kring van bestuurders strak aan.
“De kranten en de journaals zullen de komende tijd vol staan met speculaties over onze ministeries. Of er onder die enorme publieke en politieke druk koppen gaan rollen of ingrijpende veranderingen gaan plaatsvinden, is verre van uitgesloten. Als dringend advies geef ik u dan ook het volgende mee: zeg hélemaal niets tegen de pers. Geen enkel woord. Voor u geldt vanaf dit moment dat u niet meer weet dan dat er een medebestuurslid is aangehouden op verdenking van misstanden. Meer niet. Laat de media maar bij Justitie gaan leuren voor details; daar krijgen ze toch niets los.”
Hij leunde licht op de rand van de tafel. “En wanneer er vanuit Politiek Nederland of de Tweede Kamer vragen gesteld gaan worden, geldt in essentie precies hetzelfde principe. Blijf bij de feiten en bewaar de rust. Ik dank u hartelijk voor uw aandacht.”
Frits knikte kort naar de Directeur-Generaal, schoof zijn stoel weer op zijn plek en ging rustig zitten. In de bestuurskamer kon je op dat moment een speld horen vallen.
Toen Frits ging zitten, bleef het nog enkele seconden doodstil in de bestuurskamer. De impact van zijn woorden was duidelijk te lezen op de gezichten van de bestuurders.
Het was uiteindelijk de Directeur-Generaal die het zwijgen verbrak. Hij stond langzaam op, keek het team van Afdeling Q en de financiële recherche een voor een aan en knikte met een ernstige, maar dankbare uitdrukking.
“Dames en heren,” zei de DG met gedempte stem, “u heeft ons niet alleen de ogen geopend, maar ook laten zien wat ware integriteit inhoudt. Wij zullen uw advies ter harte nemen. Vanaf dit moment geldt er een absolute radiostilte vanuit dit bestuur.”
Hij wendde zich tot de heren van de FIOD, die eveneens opstonden en Frits, Bart en hun team een stevige hand gaven. “Wij nemen het vanaf hier over,” sprak een van de FIOD-rechercheurs vastberaden. “Het papieren spoor ligt er dankzij jullie werk glashelder bij. De volgende stappen zijn aan ons.”
Yolante, Klaas, Boris, Bart en Frits verlieten niet veel later gezamenlijk de bestuurskamer. Pas toen de zware eiken deuren achter hen in het slot vielen, liet Yolante een hoorbare zucht van verlichting slaken.
“Zo,” fluisterde Klaas met een schuine glimlach naar Frits, “geen prijs dus… maar het voelt toch behoorlijk als een overwinning.”
Frits keek zijn team aan terwijl ze door de stille gangen terug naar hun eigen afdeling liepen. De storm buiten de deuren van het ministerie woedde onverminderd voort, maar binnen de muren van Groep Q was de klus geklaard. De waarheid lag op tafel, en het wachten was nu op de eerste volgende steen die zou vallen.
Plaats een reactie