
Terwijl de families in het Brabantse dorp dachten dat het zo langzamerhand wel voorbij zou gaan en de rust zou terugkeren, speelde er bij de FIOD een heel ander verhaal.
Bij de diepgaande onderzoeken naar Van Bemmel, Van Veen en in eerste instantie naar de heer De Bruin persoonlijk, kwamen de rechercheurs al snel de schimmige geldstromen op het spoor. Het geld dat via Stichting Aardevol Groen werd rondgepompt, vloeide via slimme constructies rechtstreeks terug in hun eigen zakken. Maar niet alleen de bankrekeningen trokken de aandacht van de opsporingsdiensten—ook de fysieke bezittingen van de heren bleken opmerkelijk luxueus voor hun ambtelijke en stichtelijke functies.
In de haven van het Zeeuwse Wemeldinge lag een gigantisch jacht afgemeerd. Een schip van zo’n formaat dat de inwoners van het rustige watersportdorp er regelmatig met verwonderde ogen naar hadden staan kijken. Het was geen geheim dat er vreemde dingen gebeurden rond de steiger, en één verhaal moest wel op waarheid berusten: Steef van Dal, een lokale bewoner, had zo’n feest ooit zelf van dichtbij meegemaakt.
Heel onschuldig leek het allemaal op het eerste gezicht, maar het addertje kwam bij deze heren altijd achteraf pas om de hoek kijken. Een van de andere dorpsgenoten in Wemeldinge had al eens hardop opgemerkt dat het wel een continu georganiseerde boottocht leek. Bij bijna elke afvaart kwamen er taxi’s aanrijden met chic geklede vrouwen, terwijl de heren doorgaans in hun eigen, peperdure auto’s kwamen aanrijden.
Wat voor de buitenwacht een exclusief feestje voor de elite leek, bleek voor de FIOD de ontbrekende schakel in het witwasnetwerk rondom Van Bemmel en zijn kornuiten.
De dag dat het slagschip van Van Bemmel aan de ketting werd gelegd, stond Steef weer aan de kade met een paar maten van hem. Wanneer er wat gebeurt in de jachthaven van Wemeldinge weten de inwoners het snel, want de leugenbank aan de haven wordt overdag altijd tot laat bezocht. Steef had zonder erbij na te denken een rechercheur gevraagd wat er aan de hand was, want hij was al eens mee geweest, zo vertelde hij.
De rechercheur, een strak in het pak geklede man met een zonnebril en een klembord onder zijn arm, keek Steef doordringend aan. De vaste bezoekers van de leugenbank stonden met hun handen in de zakken toe te kijken.
“U bent mee geweest, zegt u?” vroeg de rechercheur, terwijl hij zijn pen al boven een notitieblokje hield. “Wanneer was dat precies, en op wiens uitnodiging?”
Steef krabde achter zijn oor en keek naar zijn maten, die hem vanaf een afstandje nieuwsgierig volgden. “Nou, een paar maanden terug. Een van die kerels—Van Bemmel geloof ik dat hij heet—zocht nog wat volk om te helpen met de trossen en het sjouwen van wat kratten drank. Als dank mocht ik een dagje meevaren. Er was eten, dure drank, en een hele bult mensen die ik hier nog nooit in de polder had gezien.”
“En die kratten?” haakte de rechercheur meteen in, zijn stem ineens een stuk scherper. “Wat zat daarin, of waar werden die naartoe gebracht?”
Steef haalde zijn schouders op. “Geen idee, meester. Ze waren wel zwaar, ik dacht dat het champagne was, maar het kan ook andere drank geweest zijn. Het ging toen rechtstreeks het ruim in. Ik dacht gewoon dat het voor de catering was. Maar ja, nu achteraf bedenk je je pas dat het wel erg geheimzinnig toeging allemaal.”
De rechercheur knikte langzaam, noteerde Steefs gegevens en vertelde dat ze er op een later tijdstip nog wel op terug zouden komen. Terwijl de mannen van de FIOD met dikke, stalen kettingen en zware sloten de bolders op de steiger zekerden om het jacht officieel aan de ketting te leggen, wist Steef dat de verhalen op de leugenbank die avond weer heel wat stof tot praten zouden opleveren. Op de kajuitdeur werd zelfs een grote rode stempelkaart van de douane geplakt: In beslag genomen.
Steef keek nog eens naar het glimmende schip dat nu roerloos aan de steiger vastlag. De invloed van Den Haag en de schimmige praktijken van Van Bemmel reikten schijnbaar tot diep in de Zeeuwse wateren, maar vanaf vandaag ging dit slagschip helemaal nergens meer naartoe.
’s Avonds thuis kwam het hele verhaal weer op tafel. Aan zijn vrouw moest hij het nog eens haarfijn vertellen, alleen wilde zij veel meer weten dan de rechercheur gevraagd had.
“Steef, die dag dat jij mee geweest bent, kwam jij ’s avonds zo uitgelaten thuis over hoe die mensen met elkaar omgingen. Daar heb je je toen zo over verwonderd! Al die drank die er gedronken werd… maar volgens mij heb je toen lang niet alles verteld over al die chique vrouwen. Dat waren toch geen gewone echtgenotes, dacht ik zo.”
“Nou nou, meid,” sprak Steef, terwijl hij het zoutvaatje op de keukentafel heen en weer schoof. “Ga je me nu ineens verhoren net als die rechercheur op de kade? Dat waren gewoon gasten van die rijke lui. Duur gekleed, jurken tot aan de grond, glittertjes eraan… Het leek wel de decolleté-parade uit een glossy magazine!”
Zijn vrouw legde haar breiwerk in haar schoot en keek hem strak aan over de rand van haar leesbril. “Ja, dat zeg je nu wel heel laconiek, Steef. Maar toen je die avond thuiskwam, rook je naar een parfum dat ik hier in Wemeldinge nog nooit geroken heb. En je wás me toch een partij sprakeloos over hoe die mannen tegen die vrouwen praatten! Net of ze besteld waren bij het arrangement. Dat waren echt geen echtgenotes van die vastgoedbazen, Steef. Zeg eerlijk.”
Steef krabde zich achter het oor. De sfeer aan tafel werd hem ineens een stuk warmer dan vanmiddag op de winderige steiger.
“Ik zweer het je,” zei hij eerlijk, met zijn handen omhoog. “Ik stood alleen maar bij het roer en heb een tijdje aan de bar gestaan! Die lui zaten achterin op de loungekussens te proosten met champagne. Maar als je het me nú zo vraagt… tja. Er werd wel heel wat afgefluisterd. En die vrouwen knikten alleen maar en lachten mee bij elke flauwe grap die Van Bemmel en zijn maten maakten. Het leek wel alsof ze betaald kregen om daar mooi te zitten wezen.”
Steef vertelde het met een dikke blos op zijn wangen. Het was alweer een hele tijd geleden, maar in zijn geheugen was het alsof het vanmiddag nog gebeurd was.
Zijn vrouw schudde haar hoofd en pakte haar breinaalden weer op. “Dat bedoel ik dus. Het geld stroomde daar niet alleen in het ruim via die drank, Steef. Die hele bende hield er praktijken op na die het daglicht niet kunnen verdragen. Als de rechercheur daarachter komt, kan die Van Bemmel z’n borst nog natmaken.”
“Dat kun je wel stellen,” zuchtte Steef, terwijl hij zijn armen over elkaar sloeg en door het raam naar buiten keek, de donkere polder in. “Die man dacht dat hij boven de wet stond met al zijn centen, zijn sjieke pakken en dat overdreven jacht in onze haven. Maar het recht haalt je uiteindelijk altijd in.”
Zijn vrouw liet de breinaalden even rusten en keek hem met een mengeling van strengheid en deernis aan. “En jij mag van geluk spreken dat je er alleen maar als hulpje bij betrokken bent geweest voor die kisten drank, Steef. Als die rechercheur vanmiddag het idee had gekregen dat jij bij die bende hoorde, had je nu niet gezellig thuis aan de keukentafel gezeten.”
“Ben je gek,” zei Steef gehaast, hoewel de gedachte hem toch even deed huiveren. “Ik wist van niks! Ik dacht gewoon een zakcentje bij te verdienen en een keer op zo’n luxe boot te kijken. Maar geloof me, als de FIOD of de politie me nog een keer wil spreken, vertel ik ze alles wat ik me herinner. Tot het laatste glas champagne aan toe.”
“Goed zo,” zei zijn vrouw beslist, waarna het vertrouwde, ritmische getik van de breinaalden de keuken weer vulde. “Laat die types in Den Haag en hun rijke vriendjes elkaar maar lekker opeten. Hier in Wemeldinge houden we het liever gewoon eerlijk.”
En zo werd het stil in de keuken, terwijl het grote jacht van Van Bemmel een paar honderd meter verderop roerloos en in het donker aan de steiger lag, strak omklemde door de stalen kettingen van de FIOD.
Als er ’s avonds na achten aan de deur gebeld wordt, schrikt Steef toch wel even. Om deze tijd is er in het dorp nooit wat te beleven, of het moet al bij de haven zijn.
Bij het openen van de deur ziet hij dezelfde keurig geklede heer staan met wie hij die middag had staan praten.
“Komt u binnen,” stamelt Steef.
De rechercheur stelt zich netjes voor aan Steef en zijn vrouw. “Ter Brake is mijn naam,” zegt hij, terwijl hij zijn legitimatiebewijs laat zien. “Meneer en mevrouw Van Dal, mooi dat ik even bij u binnen mag komen. Het aan de ketting leggen van het schip was een noodzaak vanwege bepaalde malversaties door de eigenaar, de heer Van Bemmel. Wat voor ons verder belangrijk is, is hoe deze persoon zich in het dagelijks leven gedroeg. Meneer Van Dal, u vertelde mij dat u een dag mee bent geweest. U hebt daar mensen ontmoet, u hebt met ze gesproken en u kent misschien namen. Wij zijn namelijk op zoek naar iedereen die zich met meneer Van Bemmel ophield.”
“Nou, zoveel namen ken ik er niet van,” begon Steef aarzelend, terwijl hij rechercheur Ter Brake voorging naar de zithoek. “Die lui stelden zich meestal alleen met hun voornaam voor. Maar er was één man bij die Van Bemmel steeds aansprak met ‘Van Veen’. Een type met een duur pak, maar een vreemde, schichtige blik in zijn ogen.”
Mevrouw Van Dal zette snel een verse kop koffie voor de rechercheur op tafel. Ter Brake knikte bedankt en pakte meteen zijn notitieblokje erbij.
“Van Veen… dat sluit naadloos aan bij ons onderzoek,” zei Ter Brake ernstig, terwijl hij de naam opschreef. “En wat kunt u mij vertellen over de gesprekken die u hebt opgevangen, meneer Van Dal? Ging dat over de leveringen, over geld, of wellicht over bepaalde locaties?”
Steef keek zijn vrouw even aan, die hem met een knikje aanmoedigde om alles te vertellen.
“Nou,” herpakte Steef zich, “ik hoorde ze op het achterdek praten over de polder, maar ook over een dorp in Brabant. En over ene Van der Velde. Van Bemmel zei toen lachend dat die man ‘nooit meer een bedreiging zou vormen’ en dat alles ‘netjes was afgedekt via de stichting’. Ik dacht toen dat het over een zakelijke deal ging, maar na gisteravond op de tv en alles wat er nu gebeurt… begon er bij mij wel een lampje te branden.”
Rechercheur Ter Brake stopte abrupt met schrijven en keek Steef scherp aan. “Sprak hij over een stichting? En noemde hij specifiek de naam Van der Velde?”
“Jazeker,” antwoordde Steef stellig. “Aardevol Groen noemden ze die stichting volgens mij. En die vrouwen die erbij waren, die hoorden dat allemaal aan, maar zeiden niks. Het was net alsof het heel normaal was.”
Ter Brake sloot zijn notitieboekje met een doffe klap. “Meneer Van Dal, u heeft geen idee hoe belangrijk deze details voor ons zijn. Dit bevestigt precies het vermoeden dat de oplichting en de samenzwering veel verder reiken dan alleen de financiële administratie.”
“Ja, meneer Ter Brake, dan heb ik nog wel een vraag,” zei mevrouw Van Dal. “Wat moesten die chique vrouwen daar dan aan boord? Want dat waren niet de echtgenotes van al die mannen. En ik vergeet nooit dat Steef die avond thuiskwam en zijn kleren naar een parfum geurden dat ik hier nog nooit geroken had!”
De lach van Ter Brake verraadde een blik van ‘snap je dat dan niet?’. “Nou mevrouw, deze dames verhuren zich als dames van plezier…”
Opgelucht keek mevrouw Van Dal haar man aan. “En gelachen dat ze hebben, vertelde Steef me! Hij vond het heel gezellig en was er dagen daarna nog over bezig.”
Ter Brake trok zijn schouders even op. “Dat zal ook de bedoeling geweest zijn, mevrouw.”
Mevrouw Van Dal keek de rechercheur met een licht argwanende blik aan. “Nou, ‘de bedoeling’…” mompelde ze, terwijl ze met een schuin oog naar haar echtgenoot gluurde.
Steef voelde zijn wangen weer rood aanlopen en schoof wat ongemakkelijk heen en weer op zijn stoel. “Ja maar, meid, ik wist toch veel beter! Ik dacht gewoon dat het het gezelschap van die sjieke heren was! Ik stond bij de bar en het roer, ik heb me helemaal niet met die dames ingelaten.”
Rechercheur Ter Brake kon een kort glimlachje niet onderdrukken en zette zijn koffiekopje neer. “Meneer Van Dal, u hoeft zich tegenover mij niet te verdedigen. Dit soort uitspattingen op zulke jachten dient vaak maar twee doelen: netwerken in de onderwereld én de boel omlijsten met een vleugje vermeende luxe. De dames worden simpelweg ingehuurd als decoratie en vertier voor het gezelschap.”
Hij leunde iets naar voren en keek beiden serieus aan. “Waar het ons om gaat, is de chantage die vaak aan dit soort feesten vastzit. Van Bemmel en Van Veen hielden van dit soort ‘feestjes’ omdat er altijd wel iemand chanteerbaar werd door wat er die avond gebeurde of gefilmd werd. En dat brengt ons weer bij die dossiers in Den Haag… en de situatie rond Van der Velde.”
Mevrouw Van Dal schudde haar hoofd met een mengeling van afgrijzen en berusting. “Wat een wereld… En dat lag allemaal gewoon bij ons in de haven van Wemeldinge aan de steiger.”
“Niet langer meer, mevrouw,” zei Ter Brake beslist terwijl hij opstond. “Het jacht ligt vast, de kettingen zitten erom, en met de verklaring die uw man zojuist heeft afgelegd over de namen en Stichting Aardevol Groen, hebben we weer een belangrijk puzzelstukje in handen.”
Plaats een reactie