De Vliegende Bestuurder


Dat ook Van Veen een waar luxeleven leidde, hadden een aantal medewerkers allang vermoed. Er waren op kantoor iets te vaak ontwijkende antwoorden geweest over zijn afwezigheid en iets te veel tropische bruintinten in zijn gezicht halverwege de winter. Maar er echt de vinger op kunnen leggen? Dat was tot nu toe niemand gelukt.

Nu kwam er in hoog tempo veel aan het licht.

Van Veen bleek al jaren over een vliegbrevet te beschikken. En net zoals het reusachtige jacht van Van Bemmel op naam van de Stichting Aardevol Groen stond, bleek de stichting ook de eigenaar te zijn van een Beechcraft Bonanza G36 privéjet. Van Veen vloog er regelmatig mee naar zijn tweede huis op Malta. Hij nam graag gasten mee om daar een gokje te wagen in een van de casino’s en met een gehuurde privéboot de lagoons te bezoeken.

Zijn vrouw paradeerde regelmatig over de zonnige promenades van het eiland, waar zij zich graag met haar vriendinnen op de meest exclusieve terrassen ophield. Gehuld in grote zonnebrillen en gewapend met duur ontworpen handtassen lieten de dames de champagne rijkelijk vloeien—volkomen onbewust van het feit dat haar echtgenoot zijn hand zwaar had overspeeld.

Terwijl Van Veen binnen in het casino het geld over de roulettetafels liet rollen, genoot zij van de aandacht en de schijnbaar onuitputtelijke rijkdom die de stichting hen bood. Maar ook op Malta begon de grond onder de voeten van het echtpaar warm te worden. De FIOD had inmiddels contact gezocht met de autoriteiten in Valletta, en de bankrekeningen op het eiland stonden op het punt om bevroren te worden.

En onderwijl de gewone donateurs dachten dat hun geld naar groene initiatieven ging, werd het in werkelijkheid hoog boven de wolken en op het Maltese water over de balk gegooid. Met de ontdekking van zijn vliegbewegingen en het staartnummer van de Beechcraft Bonanza was het ook voor Van Veen slechts een kwestie van tijd voordat zijn privileges definitief aan de grond zouden worden gehouden.

Het waren Bart en Boris die de hele Stichting Aardevol Groen volledig over de kop haalden en de ingewikkelde financiële wegen blootlegden. De route naar Malta bleek veruit het meest complex, verscholen achter een doolhof van offshore vennootschappen en buitenlandse tussenrekeningen. Maar met zijn ongeëvenaarde administratieve precisie had Boris exact gedaan wat er van hem gevraagd was: hij had steen voor steen de geldstroom ontrafeld.

Samen met Bart had hij besloten om Frits voor een paar dagen naar Valletta te sturen. Er was de heren namelijk iets opvallends ter ore gekomen. Direct na het oppakken van haar echtgenoot was mevrouw Van Veen als de weerlicht met een commerciële lijnvlucht naar Malta vertrokken. Het eiland was voor haar bekend terrein—ze vloog er immers wel vaker naartoe als ze wilde overwinteren—maar ditmaal leek haar haastige vertrek eerder op een vluchtpoging om te redden wat er nog te redden viel.

Frits kreeg de opdracht mee om ter plaatse discreet poolshoogte te nemen. Want als mevrouw Van Veen dacht dat ze in haar Maltese toevluchtsoord ongestoord de laatste bankrekeningen kon leegtrekken, had ze buiten het nauwkeurige rekenwerk van Bart en Boris gerekend.

Frits pakte het verzoek om deze opdracht te vervullen met beide handen aan. Hij stelde wel één duidelijke voorwaarde: hij wilde zijn vriendin op eigen kosten mee mogen nemen voor die paar dagen op Malta. Zijn overweging hierin was glashelder: een man die alleen in zijn eenje rondhangt en een oogje in het zeil houdt, valt veel sneller op dan een stelletje dat ogenschijnlijk gewoon van een zonnige vakantie geniet.

Bart en Boris zagen meteen de logica van zijn plan in en gaven hem groen licht om ook Joke op kosten van het ministerie mee te laten gaan. En zo stapten Frits en zijn Joke niet veel later in het vliegtuig naar Valletta, op weg naar de zonnige promenade waar mevrouw Van Veen zich schuilhield.

In Frits zijn bagage zaten de speciale documenten om de eerder met de autoriteiten besproken bankrekeningen op Malta officieel te bevriezen en beslag te leggen op de privébezittingen van Van Veen.

Op Malta Airport stapten Frits en Joke in een taxi die hen naar hun hotel zou brengen. Tijdens de rit ontstond er een onderhoudend gesprek met de chauffeur over het eiland en zijn bevolking. Joke, die oprecht geïnteresseerd was in de vele pensionado’s en toeristen die er jaarlijks kwamen overwinteren, stelde er een paar vragen over.

Elias de chauffeur keek via zijn binnenspiegel naar haar en glimlachte. Hij begon te vertellen over het typische publiek dat in de koudere maanden naar Sliema en St. Julian’s trok: van rustzoekende ouderen tot een heel specifieke slag luidruchtige nouveau riche die dachten dat geld alles te koop maakte op het eiland. Frits en Joke wisselden een snelle blik van verstandhouding uit; de omschrijving van die laatste categorie kwam wel héél bekend voor.

Hij vertelde dat juist die niveau riche zich altijd door taxi’s liet rijden, omdat er vrijwel altijd drank in het spel zat.

Toen Frits een foto uit zijn map trok en vroeg of deze personen bij hem bekend waren, liet de man een ware kanonnade van afgunst horen. Die man en die vrouw dachten dat ze hier belangrijker waren dan de burgemeester! En dan die villa waar ze woonden…

Joke vroeg heel onschuldig of die villa erg ver weg lag van de route die ze nu reden. De chauffeur begon te lachen. “Het is vast geen familie van u, want zij passen absoluut niet bij u, dat zie ik zo wel!”

Frits kon niet anders dan glimlachen en antwoordde: “Daar hebt u helemaal gelijk in.”

Een half uur later reden ze langzaam langs de villa waar binnenkort beslag op gelegd zou worden. Bij het hotel aangekomen spreken Frits en Joke af met Elias, dat hij zich de komende dagen voor hen beschikbaar zou houden voor hun ritten over het eiland.

Na de vlucht en de taxirit hadden Frits en Joke na het installeren op hun kamer het meeste behoefte om even languit te liggen.

“Frits, ik heb je nog niet eens bedankt dat je me onder je werk een keer meeneemt. Dit hebben we nog nooit gedaan en we zijn pas net een dag onderweg,” zei Joke.

Frits begreep heel goed wat ze bedoelde. Zoals wel vaker voelde hij zich soms wat schuldig over zijn drukke werkzaamheden, maar daar hadden ze het al vaker over gehad. “Joke, dit werd me ook zomaar in de schoot geworpen en toen dacht ik: dit is onze kans.”

Joke sloeg voorzichtig haar arm om zijn hals. “Ik ben hier zo blij mee, schat.”

Die avond kwamen ze het hotel niet meer uit. Het diner bestond uit Kapunata, een simpele maar superlekkere Maltese groentestoofpot, en de Chianti Classico vormde een aangename aanvulling. Het restaurant van het hotel was rustig, wat zorgde voor een ontspannen en vertrouwd gesprek.

De volgende morgen had Bart voor Frits al een afspraak geregeld bij de autoriteiten in het Parliament House in Valletta. Al vroeg stond Elias klaar om hen op te pikken.

Bij aankomst in het indrukwekkende parlementsgebouw was het eerst even zoeken, maar wie een mond heeft om te vragen, komt snel verder. Na eerst aan een paar lagere ambtenaren hun doel te hebben moeten verantwoorden, kwamen ze pas na een half uur terecht bij de verantwoordelijke ambtenaar. Deze nam de documenten met Frits door en maakte de nodige kopieën.

De bevoegdheid van zelfs déze ambtenaar bleek echter nog niet voldoende om het beslag op de gelden en bezittingen definitief te kunnen ondertekenen. Pas nadat er nog een aantal personen van de politie en de gerechtelijke macht de revue waren gepasseerd, werd de verlossende handtekening gezet. Zoals later zou blijken, werd er vanaf dat moment ook direct tot actie overgegaan.

Als ze even later bij Elias in de taxi stappen, zien ze een aantal politiewagens met loeiende sirenes wegrijden.

“Elias, wil jij die politiewagens eens volgen?” vroeg Frits gehaast. “Ik heb het flauwe vermoeden dat ze onderweg zijn naar de villa van Van Veen.”

Op veilige afstand reden ze achter de stoet aan, inderdaad recht op de villa af. Daar aangekomen zagen ze dat er zich al flink wat mensen rondom het gebouw bewogen. Elias stuurde de taxi naar een plekje op afstand, waar ze een perfect zicht hadden op het hele spektakel.

Op een gegeven moment zag Frits iemand met een grote videocamera lopen, waar een reporter met een microfoon gehaast vooruit snelde.

“Moet je eens kijken Joke, daar loopt ze: mevrouw Van Veen!”

“Ja, dat is ze!” riep Elias vanaf de bestuurdersstoel uit.

Met een mengeling van verbijstering en voldoening zagen ze vanuit de auto hoe mevrouw Van Veen, overrompeld door de plotselinge aanwezigheid van de Maltese autoriteiten en de toegestroomde pers, geen kant meer op kon. Haar luxe leventje op het eiland was zojuist voor de ogen van de camera’s definitief ingestort.

“En nu Frits, wat gaan we nu doen?”

De ogen van Frits stonden nog steeds strak gericht op de villa. “Joke, als het goed is wordt ze nu uitgeleverd aan ons land, maar dat kan best nog wel even duren. Hetzelfde geldt voor de beslaglegging op die villa. Het is nu verder aan de gerechtelijke macht van beide landen om het allemaal af te wikkelen. Voor ons zit het werk er in ieder geval op.”

Elias keek via zijn binnenspiegel naar Frits. “Gaat u nu alweer direct terug?”

Het schudden van Frits’ hoofd gaf het antwoord al. “Nee hoor, we gaan lekker de stad in en eens rustig horen wat de reacties zijn op het beslag en de arrestatie. Zeker als we figuren tegen kunnen komen die in hetzelfde schuitje zitten als mevrouw Van Veen.”

Elias glimlachte fijntjes. Hij wist precies waar ze moesten zijn. Met z’n drieën reden ze naar het centrum van Valletta, waar Elias de taxi keurig liet stoppen bij Grain Street.

Op een parkeerplaats stapten ze uit en liepen ze richting het restaurant.

“Hier komen—of zoals we nu wel kunnen zeggen: kwamen—ze vaak samen,” zei Elias met een knikje naar de ingang.

Op het terras zaten inderdaad wat stelletjes, en aan een tafeltje een drietal dames. Elias begeleidde Frits en Joke discreet naar een vrij tafeltje vlak bij het drietal.

Het duurde niet lang voordat de dames, zonder dat ze het zelf in de gaten hadden, in de buitengewoon luidruchtige discussie belandden over het nieuws dat hen net ter ore was gekomen.

“Het is toch niet mogelijk!” riep een van hen verontwaardigd uit. “Cora is helemaal niet zo. Ze is veel te royaal om hebberig te zijn. Die loopt morgen hier weer gewoon naar binnen, let maar op!”

Aan een tafeltje verderop zat een stelletje waarvan de man het gesprek van de dames ook opving. Hij stond op, liep met een vers gedrukte Nederlandse krant naar het drietal toe en legde de voorpagina open en bloot voor hun neus op tafel.

De verbijsterde blikken en ingehouden kreten maakten al snel plaats voor fel gefluister. “Heb je dit gelezen?” bracht een van de vriendinnen met moeite uit, terwijl haar manicure over de koppen van de Nederlandse krant gleed. “Stichting Aardevol Groen… Het geld van die bloemen acties en subsidies ging rechtstreeks naar hun eigen privéluxe!”

Het drietal staarde naar de foto op de voorpagina, waarop het jacht van Van Bemmel in kettingen en de vliegbewegingen van de Beechcraft Bonanza stonden uitgemeten. De naam van Cora van Veen prijkte in grote letters onder het artikel over het bevriezen van de Maltese tegoeden.

De man die de krant had gebracht, schudde meedogenloos zijn hoofd. “Cora komt morgen echt niet meer gewoon naar binnen wandelen dames. Die zit op dit moment in een politiebureau in Valletta en kan haar koffers pakken voor een retourtje Nederland.”

Aan het tafeltje vlakbij namen Frits en Joke rustig een slok van hun drankje. Joke leunde iets naar voren en fluisterde met een glimlach tegen Frits: “Nou, volgens mij is de boodschap hier op het terras wel overgekomen.”

Frits knikte tevreden en keek naar Elias, die met een grimlach toekeek vanaf de kant van het terras. De bubbel van de familie Van Veen was nu definitief doorgeprikt, en de geruchtenstroom op Malta zou voorlopig nog niet tot stilstand komen.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “De Vliegende Bestuurder”

  1. Karel Avatar

    ik denk toch dat Cora een enkeltje Nederland neemt

    Geliked door 1 persoon

    1. wzijlstra10 Avatar

      Dat neemt ze niet, dat krijgt ze.

      Geliked door 1 persoon

      1. Karel Avatar

        snap ik , maar ik denk toch geen retourtje ?

        Geliked door 1 persoon

  2. wzijlstra10 Avatar

    Zeker weten, maar of dat in het verhaal terug komt weet ik (nog) niet.

    Geliked door 1 persoon

  3. logbankje Avatar

    Die Van Veen zorgt goed voor zichzelf. Maar zo zijn er wel meer die een stichting opzetten. Wat fideel van Frits om op eigen kosten zijn vriendin mee te nemen. De bubbel doorgeprikt en Cora in de bak, hoe kan het lopen. Hans

    Geliked door 1 persoon

  4. Suskeblogt Avatar

    Zo krijgt dit verhaal een internationaal tintje.

    Geliked door 1 persoon

  5. Rianne Avatar

    Voorlopig wordt er niet meer gevlogen, niet privé althans!

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder