
De celdeuren in de gevangenis van Breda vielen met een doffe klap in het slot. Voor Van Veen, Van Bemmel en De Bruin was de realiteit van de afgelopen weken rauw en onverbiddelijk binnengekomen. Waar ze voorheen gewend waren aan marmeren vloeren, de dekken van luxe jachten en de luxe cabine van de Beechcraft, was hun wereld nu teruggebracht tot een paar vierkante meter gewapend beton.
Alle drie de hoofdrolspelers van de Stichting Aardevol Groen zaten inmiddels in voorlopige hechtenis. De onderzoeksrechter had het verzoek van hun advocaten om de rechtszaak in vrijheid te mogen afwachten resoluut van tafel geveegd. Het gevaar voor recidive, maar bovenal het risico op beïnvloeding van getuigen en het wegmaken van offshore-tegoeden, was simpelweg te groot.
Op het kantoor van de FIOD en het Openbaar Ministerie draaiden de printers overuren. De dossiers die Bart en Boris met hun minutieuze speurwerk bij elkaar hadden gebracht, vormden de ijzersterke basis voor de tenlastelegging. Wat begon als een vaag vermoeden over verdachte geldstromen bij een groene stichting, was uitgegroeid tot een omvangrijke strafzaak rond grootschalige oplichting, verduistering en witwassen.
Terwijl de verdachten in hun kille cellen wachtten op de inhoudelijke zittingen, legde de Officier van Justitie de laatste hand aan de dagvaardingen. Het imperium van Aardevol Groen was definitief ingestort, en voor de drie mannen in de cel begon het besef langzaam in te dalen dat hun riante luxeleventje niet alleen voorbij was, maar dat er een langdurige gevangenisstraf boven hun hoofd hing.
Toen de inhoudelijke behandeling door de rechtbank eindelijk van start ging, zat de zaal tot de laatste stoel vol met gedupeerde donateurs, de pers en een aandachtig publiek. Op de tribune heerste een merkbare spanning.
“Kijk ze daar nou zitten,” fluisterde een oudere dame op de eerste rij verontwaardigd tegen haar buurman, terwijl ze naar de verdachtenbank wijsde. “Jarenlang hebben we pensioengeld gedoneerd voor de natuur, en zij kochten er vliegtuigen en villa’s van!” Haar buurman knikte grimmig. “Het is een schande. Hopelijk grijpt de rechter hard in, want dit soort lieden denkt dat ze boven de wet staan.”
De rechtbank boog zich dagenlang over de enorme berg bewijsmateriaal die door de FIOD, Bart en Boris zo zorgvuldig verzameld was. In de tenlastelegging van het Openbaar Ministerie pakte de lijst met mogelijke strafbare feiten schrikbarend lang uit:
- Verduistering en oplichting: Voor het stelselmatig achterhouden en doorsluizen van de gedoneerde gelden voor het ‘groene’ doel naar hun eigen zakken.
- Valsheid in geschrifte: Vanwege het vervalsen van de jaarrekeningen, administratie en valse facturen om de aankoop van de Beechcraft en het jacht te verhullen.
- Ambtelijke corruptie: Vanwege de verdachte steekpenningen om vergunningen en subsidies sneller rond te krijgen.
- Witwassen: Het verhullen van de illegale herkomst van het geld via de Maltese bankrekeningen en vennootschappen.
- Deelname aan een criminele organisatie: Gezien het gestructureerde, georganiseerde samenwerkingsverband waarmee de heren jarenlang te werk waren gegaan.
De verdachten kregen uiteraard de gelegenheid om gebruik te maken van hun rechten: bijgestaan door hun advocaten mochten ze getuigen oproepen en hun verdediging voeren. Maar tegen de keiharde bankafschriften, het papierwerk rond de Beechcraft en het jacht viel weinig in te brengen.
Na een intensief proces trok de rechtbank zich terug voor beraad. Bij de uiteindelijke uitspraak liet de voorzitter van de rechtbank er geen misverstand over bestaan. Met luide stem las hij de zware maatregelen voor:
- Twaalf jaar celstraf: De drie hoofdrolspelers kregen elk een celstraf van maar liefst twaalf jaar opgelegd, vanwege de grootschalige, georganiseerde aard van de verduistering en het witwassen.
- Volledige terugbetaling: De verdachten werden verplicht om de verduisterde gelden tot op de laatste cent terug te betalen aan de gedupeerde gemeenschap en de stichting.
- Verbeurdverklaring van bezittingen: De villabezittingen op Malta en de Beechcraft Bonanza van Van Veen, het luxe jacht van Van Bemmel én de bouwgronden die De Bruin in bezit had, werden allemaal definitief verbeurdverklaard om de enorme schade te dekken.
- Geldboetes en beroepsverbod: Naast hoge geldboetes legde de rechtbank een langdurig beroepsverbod op, waardoor geen van de verdachten ooit nog een bestuursfunctie binnen een stichting of openbare instelling mag bekleden.
Toen de eindoordelen klonken, rolde er een hoorbaar geroezemoes door de zaal. “Twaalf jaar! Gerechtigheid!” klonk een uitroep vanaf de publieke tribune, gevolgd door een opgetogen gemompel onder de aanwezige journalisten die gehaast hun aantekeningen maakten.
De strafzaak tegen Robert van der Velde kreeg echter een heel andere wending. Hoewel de rechtbank hem onmiskenbaar schuldig bevond aan het vervalsen van koopakten, viel de opgelegde straf aanzienlijk lager uit. De rechters hielden in het vonnis expliciet rekening met de enorme druk en intimidatie die door het drietal op hem was uitgeoefend. Van der Velde werd door de rechtbank eerder gezien als een klemgezette tussenpersoon die onder zware dwang handelde, dan als een van de kwade genieën achter het complot. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar.
Buiten op de trappen van het gerechtsgebouw verzamelde de pers zich rond de advocaten en bezoekers. “Twee jaar voor Van der Velde is schappelijk,” merkte een verslaggever op tegen zijn cameraman. “Die man is gewoon meegesleurd door de rest. Maar die twaalf jaar voor Van Veen en consorten, dat zet echt een streep in het zand.”
Hoewel de uitspraak van de rechtbank vernietigend was voor de drie hoofdrolspelers, stond de weg voor de veroordeelden juridisch gezien nog niet helemaal vast. Zowel de verdediging als het Openbaar Ministerie had immers het recht om binnen veertien dagen in hoger beroep te gaan bij het gerechtshof. Daarna zou eventueel nog de stap naar cassatie bij de Hoge Raad openstaan—hoewel de Hoge Raad de feiten niet meer inhoudelijk opnieuw beoordeelt, maar uitsluitend toetst of de wet op de juiste manier is toegepast.
Tot het vonnis echter onherroepelijk vaststond, bleef het belangrijk het juridische onderscheid te maken tussen verdenkingen en vastgestelde feiten. Pas wanneer de juridische procedure definitief is afgerond, staat het onomstotelijk vast dat men schuldig is. Maar voor de slachtoffers, de donateurs én voor Bart en Boris veranderde dat niets aan de werkelijkheid: de beerput was open en het doek voor Aardevol Groen was definitief gevallen.
Plaats een reactie