
Anita sloot de map kordaat en keek de man strak aan. “Uw gegevens bij de Kamer van Koophandel kloppen langs geen kanten,” zei ze met een stem die geen twijfel overliet. “De persoon op wier naam het bedrijf geregistreerd staat, is al jaren geleden overleden. U maakt dus gebruik van een identiteit van een dode. Dus vertel het ons maar: hoe zit dit werkelijk?”
De stilte die daarop volgde, was voelbaar in de kleine verhoorkamer. De man zei niets. Zijn kaken stonden strak op elkaar en zijn blik dwaalde af naar het raam in de deur, zoekend naar een uitweg die er simpelweg niet meer was.
“Geen naam. Geen papieren. Geen spoor,” verbrak Joris de stilte. hij leunde achterover in zijn stoel. “U bent een spook op papier, maar u staat hier wel fysiek voor ons.”
De man zonder naam haalde langzaam zijn schouders op. Een flauwe, kille glimlach verscheen op zijn gezicht. “Als je officieel niet bestaat, rechercheur, bestaan er ook geen wetten waaraan je je hoeft te houden. Een dode man kan immers geen contracten tekenen, en een spook kun je niet opsluiten.”
“Daar denk ik toch heel anders over,” reageerde Bart droog, terwijl hij met een knikje naar de handboeien wees. “Want die boeien zijn in elk geval heel echt.”
Anita bleef niet hangen in het flauwe commentaar. “Wie de schaduw achter die valse KvK-inschrijving ook is: het pand, de datastromen en de loods staan nu allemaal vast. Dit verhoor is pas de eerste stap, en we komen er exact achter voor wie u deze identiteit heeft aangenomen.”
“Wanneer u ons niet kunt overtuigen wat uw werkelijke identiteit is, zit er niet anders in dan dat we uw DNA gaan onderzoeken en ik kan u met zekerheid zeggen dat we achter uw gegevens komen”. Waren de woorden van Joris. De man bleef er heel rustig onder, geen schrikreactie of wat dan ook maar.
“Het is niet alleen dat u in de illegaliteit leeft, u heeft een medewerker van ons onder druk gezet met vervelende gevolgen. Dan heeft u met uw twee kompanen de Geus en van Boven van de stichting Dakloos een andere doelstelling dan waar de naam voor staat en waarvoor het daadwerkelijk staat in geschreven, dus ook uw mededirecteuren zijn inmiddels voor verhoor opgeroepen, maar ook een stel handlangers die op de naam van de stichting in een illegale sportschool mogen sporten om in conditie te blijven komen zeker langs”. Vervolgde Joris.
De man zonder naam verroerde geen spier. Zijn gelaatstrekken bleven als van een standbeeld, terwijl de woorden van Joris door de kleine ruimte galmden.
“U kunt me dreigen met DNA-onderzoek, sporen en databanken wat u wilt,” zei hij ten slotte op een ijzig kalme toon. “Zoek maar in al uw systemen. U zult niets vinden wat u helpt.”
Anita sloeg haar schrijfblok dicht en leunde met haar ellebogen op tafel. “Dat zien we dan wel weer. Niemand is onzichtbaar, hoe goed u denkt dat uw dekmantel ook is ingeregeld. En met het oppakken van uw compagnons en die zogenaamde sporters uit de sportschool valt het eerste dominosteentje van uw hele organisatie.”
Bart knikte naar de collega die bij de deur stond te wachten. “Neem hem maar mee naar het celblok. Laten we kijken hoe rustig hij blijft als zijn mededirecteuren zo meteen op het bureau arriveren.”
De man werd overeind geholpen en het verhoorlokaal uit geleid.
Terwijl de deur met een zware klik in het slot viel, keek Joris naar Anita en Bart. “We hebben het DNA-monster nu nodig. Als hij inderdaad zo zeker van zijn zaak is dat hij niet in de Nederlandse databank staat, moeten we internationaal gaan vergelijken.”
“En de sportschool?” vroeg Bart. “Gaan we daar nu meteen binnenvallen?”
“Nee, die laten we nog even spartelen in hun slaghok. Die zijn voorlopig zonder leidinggevende opdrachtgevers, maar we houden ze wel in de gaten” was Joris zijn reactie op de vraag van Bart.
Anita knikte instemmend. “Verstandig. Zodra ze merken dat hun leiders vastzitten en er geen opdrachten meer binnenkomen, raken ze in paniek. Dan maken ze fouten, en precies op dat moment slaan we toe.”
Bart keek op zijn horloge en liep naar de deur van de verhoorkamer. “Ik ga het DNA-materiaal van onze ‘man zonder naam’ direct doorsturen naar het lab, inclusief het verzoek voor een internationale vergelijking via Interpol. Als hij in Nederland inderdaad niet in de systemen staat, moeten we over de grens zoeken.”
“En ik ga de verhoren voorbereiden van de twee mededirecteuren de Geus en van Boven van de stichting,” zei Anita, terwijl ze de mappen op tafel bij elkaar raapte. “Eens kijken of zij ook zo stoïcijns blijven als hun anonieme grote baas van de troon is gevallen.”
Het duurde even alvorens De Geus onder begeleiding de deur binnenkwam. Hij keek woest uit zijn ogen en leek niet direct mee te willen werken. “meneer de Geus, u zit hier vanwege uw bemoeienissen en het opzetten van illegaal prositutie netwerk, waar uw stichting als dekmantel dient”. De geus haalt zijn schouders op.”Meneer de rechercheur, bewijst U het maar. Wij vangen mensen op die al lange tijd zonder huis of kamer zitten”.
“Meneer de Geus, wij hebben bewijzen van gasten die bij u zijn geweestdie zich beklaagt hebben en er is zelf gesproken over een vrouw die verdwenen zou zijn”.
De Geus bleef zijn schouders ophalen en keek met een smalende blik naar de rechercheurs. “Verhalen en klachten van verwarde mensen die op straat leven,” snauwde hij. “Dat is geen bewijs, dat is roddel. En die vrouw? Mensen komen en gaan hier voortdurend. Ik ben hun oppas niet.”
Joris leunde langzaam naar voren en legde een dik dossier op de tafel tussen hen in. “U vergist zich als u denkt dat we alleen afgaan op mondelinge verklaringen, meneer De Geus. We hebben de financiële administratie van Stichting Dakloos doorgelicht. De contante geldstromen, de betalingen van en naar schaduwrekeningen, én de koppelverkoop van kamers aan figuren als Karim.”
De naam ‘Karim’ deed de zelfverzekerde houding van De Geus voor het eerst even wankelen. Een spiertje in zijn kakebeen trok strak.
“En dat is nog niet alles,” vulde Anita aan, haar stem ijzig kalm. “We weten hoe het netwerk in elkaar zit. Uw anonieme compagnon zit in de cel naast u, en zijn DNA is onderweg naar de databank. Het hele kaartenhuis ligt overhoop. Het enige wat u nu nog kunt doen, is vertellen wat er met die verdwenen vrouw is gebeurd, vóórdat uw handlangers u de schuld van alles in de schoenen schuiven.” Er kwam nog steeds geen antwoord, maar de gelaatsuitdrukkingen vertelden veel meer dan De Geus in de gaten had.
“Ik denk dat het u niet lekker zit dat de mannen van jullie boksschool hier allemaal op het matje komen,” vervolgde Joris rustig. “U weet zelf ook wat voor mensen het zijn die voor u werken. ’Een grote mond, maar een heel klein hartje’, dat kent u toch wel?”
De Geus balde zijn vuisten onder de rand van de tafel en zijn ademhaling werd hoorbaar sneller.
“Als de eerste van die jongens doorslaat,” zei Anita met een koele blik, “en geloof me, dat doen ze zodra ze doorhebben dat ze de bak in draaien voor jóuw illegale praktijken, dan is het te laat. Zij gaan niet de schuld dragen voor de Prostitutieroute of voor de verdwijning van die vrouw. Die wijzen straks direct naar jou en je anonieme partner.”
De Geus keek van Joris naar Anita. De zelfverzekerde grijns was nu volledig verdwenen.
“Ik heb niets met haar verdwijning te maken,” bracht hij er ten slotte met schorre stem uit, terwijl hij voor het eerst zijn blik afwendde. “Dat was Karim. Hij regelde de meiden. Ik hield me alleen bezig met het pand en de administratie…”
“Dus u beweert dat Karim de dames regelt… en wat regelde hij dan precies voor die dames?” vroeg Anita kordaat, terwijl ze strak op De Geus bleef letten.
De Geus schoof onrustig heen en weer op zijn stoel. “Hij pikte ze op,” murmelde hij, terwijl hij naar de kille metalen tafel staarde. “Vrouwen die nergens anders heen konden. Geen geld, geen papierwerk, helemaal niets. Karim beloofde ze onderdak, veiligheid en snel contant geld via onze stichting.”
“En in ruil daarvoor?” haakte Joris meteen in. “Wat moesten ze doen om dat ‘onderdak’ te behouden?”
De Geus beet op zijn lip en meed hun blikken. “Hij zette ze in bij de kamers achterin de opvang… en bracht ze onder bij vaste klanten buiten de deur. Ik regelde alleen de ruimte en dat de boekhouding er op papier legaal uitzag als ‘vrijwillige bijdragen’ of ‘donaties’. Karim hield de controle over de meiden zelf.”
Anita leunde over de tafel en keek hem strak aan. “En wat gebeurde er als zo’n vrouw weigerde te werken, of dreigde naar de politie te stappen? Zoals de vrouw die nu spoorloos zou zijn?”
De Geus slikte merkbaar en wreef met zijn klamme handen over zijn bovenbenen. De spanning in de kleine ruimte was om te snijden.
“Karim werd woedend als iemand tegenstribbelde,” fluisterde hij. “Die meiden hadden geen poot om op te staan. Ze waren bang, hadden niks. Als er een dreigde te praten, kwam Remco erbij om de boodschap wat ‘duidelijker’ over te brengen.”
“En die specifieke vrouw?” drong Anita verder aan, zonder hem ook maar één seconde rust te gunnen. “Wat is er met haar gebeurd toen ze niet meer mee wilde werken?”
De Geus schudde hevig zijn hoofd, de paniek nu duidelijk leesbaar op zijn gezicht. “Ik weet het niet, eerlijk! Ik zweer het je! Op een avond was ze er ineens niet meer. Karim zei alleen dat hij het ‘probleem had opgelost’ en dat ze naar een andere stad was vertrokken. Maar ik zag de blik in zijn ogen… Ik heb er daarna nooit meer naar gevraagd. Ik wilde het niet eens weten.”
Joris keek Anita aan en knikte kort. Dit was de doorbraak waar ze op hadden gewacht; de link tussen de stichting, de illegale prostitutie en de verdwijning was nu hard.
“Karim dacht dat hij alles onder controle had,” zei Joris koud tegen De Geus. “Maar het net sluit zich. En u heeft zojuist uzelf en hem een heel stuk dieper in de problemen gebracht.”
De Geus trilde nu over zijn hele lichaam. De zelfverzekerdheid die hij bij binnenkomst nog veinsde, was volledig verdampt en had plaatsgemaakt voor pure angst.
“Hij zei dat ze naar een andere stad was vertrokken,” herhaalde hij nogmaals, zijn stem overslaand. “Ik heb hem geloofd. Wat had ik anders moeten doen?”
Anita bleef hem strak aankijken, haar blik niet langer onderzoekend, maar ijzig koud. “U geloofde hem niet, meneer De Geus. U koos ervoor om de andere kant op te kijken, omdat het u geld opleverde en u te bang was voor de gevolgen.”
Ze sloeg het dossier met een harde klap dicht, het geluid echode na in de verhoorkamer.
“U wordt in de cel geplaatst voor medeplichtigheid aan mensenhandel en de mogelijke betrokkenheid bij een verdwijning,” sprak ze op formele toon. “Als u nog iets weet over waar die vrouw werkelijk is, is dít het moment om te praten, vóórdat Karim de kans krijgt om zijn verhaal met Remco af te stemmen.”
De Geus zei niets meer, maar stortte in op zijn stoel. Twee agenten kwamen de kamer binnen en hielpen hem omhoog om hem weg te voeren.
Terwijl de deur sloot, keek Joris naar Anita. “Hij heeft zojuist Karim en zichzelf de strop omgedaan. Laten we Karim direct ophalen, Vóórdat hij lucht krijgt van de bekentenis van De Geus.”
Plaats een reactie