Kornelis van Boven


In de tussentijd dat De Geus naar zijn cel werd gebracht en Kornelis van Boven binnen gebracht werd, was Bart om een aantal glazen water gegaan. Het afnemen van het verhoor had voor droge kelen gezorgd. Joris had net tegen Anita verteld dat water soms veel lekkerder is dan een glas bier. Dat Anita daar een andere mening over had liet ze wel duidelijk merken. “Chef ik ben zoals u weet een liefhebber van speciale bieren, dus praat me niet dat water lekkerder is dan bier”.

Op dat moment gaat de deur op en daar komt meneer van Boven binnen begeleidt. Keurig in zijn driedelig pak met een keurige vlinderstrik. De geur van zijn parfum kwam even als een vleug van warmte binnen. Anita keek duidelijk even op, het verschil met de Geus die meer belast was met een zweetgeur, was wel een heel groot verschil. Het moment dat de heer van Boven ging zitten, heette Joris hem netjes welkom. Anita zag ook meteen het verschil van benadering  tussen de Geus en van Boven.

Meneer Van Boven nam beheerst plaats op de kille stoel aan het uiteinde van de tafel. Hij streek met zijn vingers denkbeeldig over het smetteloze revers van zijn colbert en keek met een strakke, hooghartige blik de verhoorkamer rond. Bart kwam binnenlopen en zette stil een dienblad met glazen water neer.

“Meneer Van Boven,” begon Joris op een rustige, bijna hoffelijke toon. “Fijn dat u zo snel tijd voor ons heeft kunnen vrijmaken. Wij waarderen uw medewerking.”

Van Boven legde zijn handen plat op tafel, de manchetknoppen glommen zacht in het felle neonlicht. “Ik neem aan dat dit misverstand snel is opgehelderd, rechercheur,” sprak hij met een gearticuleerde, lage stem. “Mijn tijd is schaars, en het meenemen van een bestuurder alsof hij een willekeurige straatrover is, past een stichting van ons aanzien niet.”

Anita liet een stil minachtend glimlachje toe, maar hield haar stem professioneel. “Misverstanden ontstaan helaas snel, meneer Van Boven. Zeker wanneer de administratie van een stichting die zich inzet voor de zwaksten in de samenleving, blijkt te overlappen met illegale prostitutie, contante schaduwstromen en de verdwijning van een jonge vrouw.”

Van Boven verblikte of verbloosde niet. Hij rechtte enkel zijn rug. “De administratie valt onder de verantwoordelijkheid van De Geus. Ik houd mij uitsluitend bezig met het representatieve deel, de subsidies en de externe betrekkingen.”

“Dat is handig verdeeld,” haakte Joris in, terwijl hij het glas water voor Van Boven schoof. “Alleen gaf De Geus zojuist een heel andere lezing van het bestuur.”

“Maar waar wij u voor naar hier hebben laten komen is niet alleen uw mede bestuurder de Geus. maar de derde man in uw bestuur. Ik ga er vanuit dat u weet dat deze persoon zich niet als de werkelijke persoon uitgeeft”. Van Boven ziet even op “Hoe bedoelt u? “ Uw medebestuurder de heer Pieterse, is zeven jaar geleden overleden. De identiteit van de persoon klopt dus niet”.

Anita begon even te twijfelen. De keurige man , de geur zijn bespraaktheid, maar toen ze een aantal foto’s voor hem neerlag en hem ze liet zien was de vraag “Al deze foto’s waar u met de andere twee heren opstaat, staat de zogenaamde heer Pieters altijd op de achtergrond en vaak niet scherp. Kunt u mij daar een verklaring over geven?

Van Boven keek naar de foto’s die Anita voor hem op tafel spreidde. Hij pakte er heel voorzichtig één op aan het uiterste randje, alsof hij bang was om vuil op zijn vingers te krijgen, en liet zijn blik er vluchtig over glijden.

“Mijn waarde rechercheur,” begon Van Boven, terwijl hij de foto met een subtiele hoofdschudding weer neerlegde, “de heer Pieterse heeft zich altijd opgeworpen als een uiterst schuwe investeerder. Een man van de achtergrond, die liever het kapitaal levert en de inhoudelijke koers aan de Geus en mij overlaat. Dat hij niet graag geposeerd voor een camera staat, is mij niet vreemd. Sommige mensen van aanzien mijden nu eenmaal de schijnwerpers.”

Hij leunde rustig achterover en vouwde zijn handen over elkaar. “Maar dat u suggereert dat hij een overleden persoon zou zijn… Dat is werkelijk te absurd voor woorden. Er worden maandelijks grote sommen geld vanuit zijn stichtingsrekeningen overgemaakt. Een dode tekent geen bankstukken.”

Anita boog zich naar voren en tikte met de punt van haar pen op een onscherpe foto waar de man zonder naam op de achtergrond van een opening van het opvangcentrum stond.

“Een dode tekent geen papieren, meneer Van Boven,” zei ze ijskoud, “maar een identiteitsdief wél. En toevallig heeft die ‘schuwe investeerder’ van u net een paar uur doorgebracht in de verhoorkamer hiernaast. Geboeid.”

Voor het eerst veranderde de gelaatsuitdrukking van Van Boven. De superieure rust in zijn ogen maakte even plaats voor een snelle, argwanende flikkering. Hij herstelde zich snel, maar liet zijn handen van elkaar los en schoof iets naar achteren op zijn stoel.

“Meneer van Boven, u kunt ons niet vertellen, dat u uw mede bestuursleden niet  kent. In een stichting heeft u te veel met elkaar te maken, om niet te kunnen zeggen, dat u elkaar maar oppervlakkig kent. Waar liggen uw verantwoordelijkheden?”.

Van Boven rechtte zijn rug en streek even onbewust langs zijn vlinderdas. Hij liet een zachte zucht horen, alsof hij een klas met ongeduldige kinderen moest toespreken.

“Zoals ik al eerder aangaf, mevrouw de rechercheur, is een stichting een organisatie met een duidelijke taakverdeling,” antwoordde Van Boven met ingehouden irritatie. “Mijn verantwoordelijkheid ligt bij het behoud van de goede naam van Stichting Dakloos. Ik onderhoud de contacten met de gemeente, de subsidieverstrekkers en de pers. Ik ben het gezicht van de organisatie.”

Hij pauzeerde en keek Anita strak aan.

“Wat de heer Pieterse betreft: hij was de financiële geldschieter. Mijn contact met hem was puur zakelijk en via de mail of telefoon. Hij woonde zelden fysiek een bestuursvergadering bij. De Geus was de operationeel directeur — híj ontving het geld, híj beheerde het pand en híj stuurde het personeel aan. Als De Geus zijn boekje te buiten is gegaan of schimmige figuranten de ruimte heeft geboden, treft mij daar rechtstreeks geen enkel verwijt in.”

Bart, die al die tijd stil tegen de muur had geleund, zette een stap naar voren en vouwde zijn armen over elkaar.

“Een uiterst comfortabele positie, meneer Van Boven,” zei Bart droog. “U pakt het podium en de subsidies, en u heeft zogenaamd geen enkel idee dat er onder uw eigen dak vrouwen worden uitgebuit en contante criminele geldstromen worden weggesluisd.”

Van Boven keek Bart met een kille blik aan. “Onwetendheid is geen misdaad, rechercheur. U kunt mij hooguit naiviteit verwijten, maar geen medeplichtigheid.”

“Nou, daar dachten de bankafschriften van uw persoonlijke adviesbureau anders over,” viel Joris binnen, terwijl hij een nieuw vel papier uit de map trok.

Terwijl er een stroom aan informatie op tafel wordt gelegd, is het van Boven die begint te vloeken. “Verdomme ze houden er dus een dubbele boekhouding op na. Sorry mensen , hier moet ik zelf ook in duiken om achter de waarheid te komen”. Joris liet een lichte lach zien.”Meneer van Boven, daar krijgt u de kans niet meer voor. Er is beslag gelegd op alles wat er met uw stichting te maken heeft. De totale administratie, de panden die de stichting beheert en alles gaat op slot”.

Van Boven weet zich even geen raad. “Zeg maar waar ik u mee kan helpen, want echt op mijn erewoord dit zijn dingen die zijn echt buiten mij omgegaan” Joris is meteen alert. “Meneer van Boven, als u mij de juiste identiteit van de heer Pieterse zoals hij nu zou heten , helpt u ons geweldig en buiten dat probeert u maar te bewijzen dat u in het overige kunt zeggen dat uw naam brandschoon is”.

Joris sluit daarna het verhoor af met het aantal vragen waar van Boven maar eens een paar dagen in zijn cel over na moet gaan denken.”Meneer van Boven u wordt in bewaring gesteld en wanneer u op mijn vragen een antwoord wilt geven maakt u de komende dagen maar de keus om iets te vertellen.

Van Boven liet het hoofd zakken en bood geen enkele weerstand meer toen twee agenten hem bij de arm namen. De arrogante houding en de zweem van superieur aanzien waren in één klap verdwenen; verslagen liet hij zich de verhoorkamer uit leiden richting het celblok.

Anita zuchtte diep toen de deur achter Van Boven dichtviel. Ze pakte haar glas water, nam een flinke slag en keek Joris en Bart aan. “Nou, dat ging sneller stotteren dan bij De Geus. De man met de vlinderdas begint flink te zweten zodra zijn eigen hachje in gevaar komt.”

“Precies,” zei Joris, terwijl hij de mappen en foto’s netjes bij elkaar schoof. “Hij beweert niks te weten, maar hij kent die ‘Pieterse’ beter dan hij laat merken. Geef hem twee nachten in een kille cel zonder zijn driedelig pak, en hij zingt als een nachtegaal.”

Bart leunde tegen de rand van de tafel en knikte. “En ondertussen tikt de tijd voor Karim en Remco. Ze hebben geen idee dat we De Geus én Van Boven al binnen hebben zitten.”

Anita keek naar de klok aan de muur van de verhoorkamer. “Mooi. Tijd om het arrestatieteam aan te sturen. Laten we Karim ophalen voordat hij de benen neemt.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Kornelis van Boven”

  1. Karel Avatar

    mogge Willem
    toch eigenlijk een belediging voor een mooi vogeltje als de Nachtegaal

    fijn weekend groet

    Like

  2. Suskeblogt Avatar

    Ik ben benieuwd of we de identiteit van de derde man te weten zullen komen.

    Like

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder