
Het beloofde voor Bart en Anita de volgende ochtend dan ook verre van eenvoudig te worden om bruikbare verhoren af te nemen. Met een zwaargewonde verdachte op de IC, een opstandige patiënt vol medicatie, een comapatiënt met mogelijk blijvend letsel en slechts één meeloper die van niks wist, zou het recherchewerk in het ziekenhuis een taaie klus worden.
Om acht uur ’s ochtends wandelden Bart en Anita de centrale hal van het ziekenhuis binnen. De geur van ontsmettingsmiddel en verse koffie van het restaurant kwam hen tegemoet. Met hun recherche-insignes paraat meldden ze zich bij de balie van de verpleegafdeling, waar de arts van dienst hen al opstond te wachten.
“Jullie komen voor de heren van het ongeluk?” vroeg de arts met een vermoeide blik.
Bart knikte. “Klopt. We hopen een paar verklaringen op te nemen. Wie van hen is aanspreekbaar?”
De arts zuchtte en sloeg het dossier open. “Karim kun je schrappen. Die ligt in coma en de neurologische schade is aanzienlijk; we vrezen zelfs voor een dwarslaesie. Remco ligt aan de beademing op de IC na een spoedoperatie vanwege een niet-ontdekte schotwond. En Zwarte Peer…” De arts maakte een gebaar van overgave. “Die is door een allergische reactie op zijn pijnstilling zwaar gedrogeerd, als hij al niet probeert de verpleging te vervloeken vanwege zijn gebroken schouderblad. Kortom: een drama.”
Anita keek Bart aan en haalde haar schouders op. “Blijft over: Sietse.”
“Sietse ja,” bevestigde de arts. “Een gekneusde pols en wat flinke blauwe plekken, maar fysiek mankeert hij verder weinig. Hij zit op kamer 212.”
Een minuut later stapten Bart en Anita de kamer van Sietse binnen. De gespierde uitsmijter zat onderuitgezakt in een stoel naast het bed, zijn arm in een mitella, en keek mat voor zich uit. Twee agenten hielden bij de deur discreet de wacht.
“Sietse, goedemorgen. Wij zijn rechercheurs Bart en Anita,” stelde Bart hen voor terwijl ze een stoel bij het bed trokken. “We willen het graag met je hebben over Stichting Dakloos, Karim en wat er gisteravond precies is voorgevallen.”
Sietse keek op en schudde langzaam zijn hoofd. “Ik zweer het je, ik weet van niks. Ik deed gewoon mijn werk aan de deur en hielp als Karim zei dat er sjouwwerk was. Alles te weten maakt niet gelukkig, zei Karim altijd. ‘Gewoon je plicht doen, Sietse, dan heb je een prachtig leven.’ Dus dat deed ik.”
Anita leunde iets naar voren. “Sietse, Karim ligt in coma en de rest van je maten zit voorlopig vast op de IC. De stichting is opgerold. Dit is jóú kans om schoon schip te maken voordat je straks als enige voor het hele zooitje opdraait.”
Sietse slikte zichtbaar. De stoere uitsmijter leek ineens een stuk kleiner te worden.
Bart zag dat Sietse het moeilijk had “Maar vertel eens Sietse, we hebben een vraag over wat voor werk jij en de anderen voor De Geus en van Boven deden. Dat is ons helemaal niet duidelijk. Een opvangcentrum voor daklozen, daar hoef je niet voor op te passen en ik denk niet dat iemand die dakloos is ergens uitgesmeten kan worden, dus vertel maar”
Sietse keek zenuwachtig naar zijn gekneuzde pols en wreef met zijn andere hand over zijn gezicht. Het zweet glom op zijn voorhoofd. Bart’s directe vraag raakte precies de zere plek.
“Kijk…” begon Sietse aarzelend, terwijl hij schichtig naar het raam keek. “Zo’n opvang is maar het voorste gedeelte. De voorkant voor de buitenwacht. Maar achter in het pand, bij de opslagruimtes en de kelder… daar kwamen die daklozen helemaal niet. De Geus en Van Boven regelden daar hun eigen handel.”
Anita pakte haar schrijfblok erbij. “Wat voor handel, Sietse?”
“Spullen, onderdelen… en soms goederen die ’s nachts met busjes werden gebracht,” bracht Sietse er zachtjes uit. “Karim en Zwarte Peer stonden daar voor de beveiliging. Als er ’s nachts werd geladen en gelost, moesten Remco en ik de straat afzetten en zorgen dat niemand in de buurt kwam. Geen nieuwsgierige voorbijgangers, geen zwervers die rondhingen, helemaal niemand.”
hij haalde diep adem en ging verder: “Mijn taak was puur spierballen vertoon. Als iemand te dichtbij kwam of vragen ging stellen, moest ik ze hardhandig wegsturen. En als Van Boven zei dat er iemand ‘opgevoed’ moest worden omdat ze te veel hadden gezien… dan namen Karim en Peer dat over. Ik zweer het je, ik stond alleen aan de poort! Ik wist niet wat er in die kisten zat!”
Bart wisselde een korte blik uit met Anita. De contouren van de illegale praktijken achter de Stichting Dakloos begonnen eindelijk haarscherp te worden.
“En wanneer ik je zeg dat het ook over de, zoals wij het noemen, plezierige meisjes ging, wat zeg je dan?” vroeg Anita.
Sietse keek op Alsof hij het in Keulen hoorde donderen. “Daar weet ik echt niets van… Maar ik heb ze wel eens in het gebouw gezien. Dat was Karim zijn afdeling.”
Bart begon kort te lachen en schudde zijn hoofd. “Is het niet zo dat Karim overal de leiding over had?”
Sietse knikte gehaast. “Ja… ja, daar hebt u wel gelijk in. Karim regelde alles met De Geus en Van Boven. Als er meiden waren, bleef ik buiten bij de wagen staan. Ik mocht me er niet mee bemoeien. Maar Karim zei een keer dat ze voor ‘speciale gasten’ waren die de stichting financieel steunden.”
Anita schreef snel mee en keek hem toen strak aan. “Speciale gasten? Hebben we het over chantage, Sietse? Werden die mannen op de foto gezet of gefilmd?”
Sietse begon weer te zweten en keek paniekerig van Anita naar Bart. “Ik… ik heb een keer zo’n cameratripod naar boven zien dragen door Peer. Meer weet ik niet, echt niet! Ik ben gewoon uitsmijter, ik wilde alleen maar een zakcentje bijverdienen!”
“En hoelang denk je hier nog te moeten blijven?” vroeg Bart, terwijl hij zijn pen op de rand van het notitieblok liet rusten. “Want je bent er genadig vanaf gekomen ten opzichte van die maten van je.”
Sietse keek vluchtig naar zijn ingepakte pols en zuchtte diep. “De arts zei dat ik vanmiddag waarschijnlijk al naar huis mag… Nou ja, naar huis… als ik tenminste niet meteen mee moet naar het bureau.”
Anita glimlachte koud. “Dat zie je goed, Sietse. Zodra de artsen jou overdragen, ga je met ons mee voor een officieel verhoor op het bureau. En als je daar net zo openkaart speelt over De Geus, Van Boven en Karim als nu, helpt dat jou een stuk meer dan te zwijgen voor mannen die toch al diep in de problemen zitten.”
Ze nemen afscheid en lopen langs de bewakers. “Ik denk dat deze vandaag of morgen wel kan verhuizen, ook al is een breuk in het schouderblad direct niet geheeld”.Een van de bewakers vond dat het liever vandaag dan morgen zou gebeuren”Dit is het minst leuke van het werk. De hele tijd op een plaats blijven zitten, dat is zo geestdodend. Ik wil het liefst aktie”.
Bart en Anita knikten begrijpend. “Nog heel even volhouden,” zei Bart met een lachje. “Zodra de artsen Sietse officieel ontslaan, nemen wij hem direct mee naar het bureau. Dan is er hier voor jou in elk geval één post minder om te bewaken.”
“En de actie komt vanzelf wel weer,” voegde Anita eraan toe terwijl ze op haar horloge keek. “Geloof me, met deze zaak zijn we nog lang niet klaar. Maar eerst moeten we deze informatie laten verwerken.”
Ze lieten de bewaker achter bij het ziekbed en liepen door de lange gangen van het ziekenhuis terug naar de uitgang. Buiten stapten ze in de auto. De verklaring van Sietse gaf eindelijk de nodige munitie: de Stichting Dakloos was dus inderdaad niet meer dan een dekmantel voor illegale opslag, chantage en mensenhandel.
“We moeten dit zo snel mogelijk afstemmen met het team,” zei Bart, terwijl hij de motor startte en de parkeerplaats afreed. “En ik wil dat er iemand die Cora vindt, want die zou moeten gaan praten. Als Zwarte Peer inderdaad filmpjes en foto’s maakte van die ‘speciale gasten’, heeft zij daar misschien meer van meegekregen dan we tot nu toe dachten.”.
Op het bureau zat Joris achter zijn scherm, als er een melding komt van een andere regio. Hij neemt op met “van Asperen”. Hallo Joris, hoe is het ermee?” He Dirk, leuk dat je even belt” Dirk belde niet zomaar, iets wat hij nog nooit gedaan had. Altijd zakelijk, maar wel collegeaal.
“Hoe is het daar in de regio?” vroeg Joris, terwijl hij zijn beeldscherm met de dossierstukken even aan de kant klikte.
“Druk, zoals altijd,” antwoordde Dirk aan de andere kant van de lijn. “Maar luister, Joris, ik bel je niet voor een gezellig praatje. We zijn hier bezig met een onderzoek naar een netwerk rondom illegale opslag en mogelijke chantagepraktijken. Nu stuit ik in een in beslag genomen administratie op een paar namen die opvallend vaak opduiken in jullie regio.”
Joris veerde meteen op in zijn stoel. “Namen? Waar denk je aan?”
“De Geus… en ene Van Boven,” zei Dirk droog. “Zeggen die jou toevallig iets?”
Joris haalde diep adem en pakte direct een pen. “Of die mij iets zeggen? Dirk, je zit midden in ons hoofd dossier van de afgelopen weken. Stichting Dakloos.”
“Dat dacht ik al,” klonk het tevreden aan de lijn. “Dan heb ik goed nieuws voor je. We hebben hier gisteravond een inval gedaan in een loods. En raad eens wat we daar aantroffen? Kisten vol administratie, opslagapparatuur en… beeldmateriaal. En een van de verdachten die we hier hebben opgepakt, wil praten. Maar alleen als hij met de rechercheurs werkt die De Geus al in het vizier hadden.” Joris trekt zijn wenkbrauwen op “En wat is de reden Dirk. We hebben hier de drie directeuren van de stichting Dakloos vastzitten en vier handlangers van deze heren liggen zwaar gewond onder bewaking in het hospitaal, maar er kunnen nog wel meer bij.
“Die kerel die we hier vasthebben, noemt zichzelf een tussenpersoon,” verklaarde Dirk. “Hij beweert dat hij alleen de logistiek regelde voor de opslag buiten jullie regio, maar dat hij compleet is belazerd door De Geus zodra de grond hem te heet onder de voeten werd. Hij weet dat de hoofdrolspelers bij jullie achter slot en grendel zitten en snapt dat het schip aan het zinken is. Hij wil nu eieren voor zijn geld kiezen, maar vertrouwt onze lokale recherche voor geen meter. Hij wil garanties, en die wil hij alleen van het team dat De Geus daadwerkelijk ten val heeft gebracht.”
Joris leunde achterover in zijn stoel en kraste wat op zijn schrijfblok. “Een tussenpersoon dus… Dat verklaart meteen hoe De Geus die goederen en het beeldmateriaal zo snel buiten onze regio wist weg te sluizen.”
“Precies,” zei Dirk. “Hij heeft schijnbaar een hele boekhouding van wie wat heeft meegenomen, inclusief namen van de VIP-cliënten die via de stichting werden chantabel gemaakt. Als jullie een paar mensen deze kant op sturen om hem te verhoren, leggen we de hele keten in één keer bloot.”
“Klinkt als een aanbod dat we niet kunnen weigeren,” antwoordde Joris met een grijns. “Bart en Anita zijn net terug uit het ziekenhuis. Ik breng ze meteen op de hoogte. Stuur mij de locatie en de dossierstukken alvast door, dan zorgen wij dat er vandaag nog iemand bij jou op de stoep staat.”
Het gezicht van Anita stond er een beetje bedompt bij. Ze had meer van de verhoren verwacht, meer tegenspraak en meer vuur, maar nee die Sietse ging meteen mee en lag alles bloot. “Joris het is geen verhoor als er geen discussie vis. Deze sul vertelde alles wat wij verwacht hadden” . “Het is niet altijd feest meisje, maar kom op met jullie verslag”.
“Je moet het juist als een meevaller zien, Anita,” zei Bart met een flauwe glimlach terwijl hij een kop zwarte koffie voor haar op bureau zette. “Het hoeft niet altijd een gevecht van uren in een zompige verhoorkamer te zijn. Sietse is gewoon een domme kracht die de bui zag hangen. Die schijt zeven kleuren omdat hij denkt dat hij straks voor de daden van Karim en De Geus opdraait.”
Joris leunde op de rand van het bureau en keek het duo afwisselend aan. “Laat dat stoom afblazen maar even voor wat het is. Want als je écht vuurwerk wilt, Anita, heb ik goed nieuws voor je.”
Anita keek op, haar nieuwsgierigheid gewekt. “Hoezo? Wat is er?”
“Dirk uit de naburige regio belde net,” zei Joris met een geheimzinnige blik. “Ze hebben gisteravond een inval gedaan in een loods. Kisten vol opslag, beeldmateriaal én een tussenpersoon die voor De Geus de vuile was buiten onze regiogrenzen buiten zette. En het mooiste van alles? Deze verdachte wil alleen praten met de rechercheurs die Stichting Dakloos hebben opgerold.”
De bedompte blik op Anita’s gezicht maakte plaats voor een scherpe, alerte uitdrukking. “Een tussenpersoon? Die de chantagepraktijken buiten de stad regelde?”
“Exact,” knikte Joris. “Hij wil een deal sluiten, maar alleen als hij tegenover jullie zit. Dus pak je spullen maar. Jullie ‘saaie’ ochtend is bij dezen officieel voorbij.”
Plaats een reactie