
In de hoofdstraat krioelde het van de mensen. Sinds de scholen een week geleden weer waren begonnen, leek het centrum overspoeld door de jeugd. Vooral de brugpiepers, die kersvers hun eerste stappen in het voortgezet onderwijs zetten, trokken in drukke, luidruchtige groepjes door de straat.
De plaatselijke boekhandel voer er wel bij. De eerste weken van het schooljaar betekenden steevast een enorme run op de schappen. Leerlingen en ouders verdrongen zich voor de kassa’s voor nieuwe schoolagenda’s, passen, Schriften en een schier eindeloze stapel verplichte boeken die dit jaar gelezen moesten worden.
Terwijl de winkelier tevreden zijn handen stijf op elkaar wreef, stond Brenda een deurtje verder met een klant te onderhandelen over wat wel en niet kon. Brenda werkte volgens een vast principe: de klant is koning. Maar wanneer iemand iets koos wat qua kleur of model simpelweg niet paste, gaf ze eerlijk haar mening. Zo voorkwam ze dat klanten later spijt kregen of met een miskoop achterblijven. Dankzij die oprechtheid bleef haar vaste klandizie haar altijd trouw, ook al keken ze af en toe bij een concurrent binnen.
De mevrouw die ze nu hielp, had haar zinnen gezet op een jasje dat zeker twee maten kleiner was dan ze eigenlijk nodig had. De vrouw weigerde te accepteren dat haar figuur in de loop der jaren wat veranderd was en stond erop dat juist die kleinere maat haar zou staan. Maar Brenda bleef consequent. Nadat ze op een vriendelijke, maar besliste manier had geweigerd de verkeerde Maat aan te praten, verliet de mevrouw uiteindelijk licht geïrriteerd en zonder jasje de zaak.
Harmke, een jongere collega van Brenda, had het gesprek van een afstandje gevolgd en schudde onbegrijpend haar hoofd.
“Brenda, je laat zojuist een gegarandeerde verkoop zomaar lopen,” zei ze zacht zodra de deur dichtviel. “Dat doe je toch niet? Ik had het haar gewoon meegegeven als ze het zo graag wilde.”
Brenda keek Harmke strak, maar niet onvriendelijk aan. “Dan weet je voor de toekomst hoe wij hier werken, Harmke. Die vrouw komt over drie dagen terug als de naadjes uitscheuren, en wie heeft het dan gedaan? Laat ik niet merken dat jij klanten met niet-passende kleding de deur uit laat gaan, dan hebben wij samen een heel ander gesprek. Onze eerlijkheid is precies de reden waarom mensen hier blijven terugkomen.”
Het gesprek met Harmke gaf Brenda een opgewonden, licht geërgerd gevoel. Zodra de rust in de winkel het even toeliet, glipte ze naar buiten om een teug frisse lucht op te snuiven en haar hoofd leeg te maken.
Terwijl ze op de stoep stond en in gedachten het voorval met de klant nog eens terughaalde, voelde ze plotseling een hand op haar schouder. Een ijzige schrik schoot door haar heen — in een vlaag van paniek dacht ze aan Karim. Maar ze herpakte zich meteen; dat was onmogelijk, die zat immers vast.
Toen ze zich omdraaide, stokte haar adem. Ze stond oog in oog met Cora, de verdwenen engel.
Voor ze een woord kon uitbrengen, vloog Cora haar om de hals. Een ferme, emotionele omhelzing volgde, alsof al die spanning van de afgelopen tijd in één klap van hen afviel.
Meteen maakte Brenda een afspraak om ’s avonds bij haar boven op de koffie te komen. Er was simpelweg te veel gebeurd om zo snel op de stoep te bespreken. Brenda bracht Cora gehaast naar boven, waar ze in de rust in de woonkamer eindelijk vrijuit konden praten. Even maar de klanten beneden wachten niet.
Die avond boven de zaak van Van Olphen beloofde een lange zit te worden. Er was simpelweg te veel opgespaard in al die tijd dat Cora spoorloos was geweest. De duistere schaduw van Stichting Dakloos, de meedogenloze stappen van Karim en zijn volgelingen, en bovenal de constante dreiging van Piedro — de man die haar bezit wilde inlijven en haar het leven zo onmogelijk had gemaakt dat vluchten de enige optie leek.
Terwijl Brenda en Cora zich opmaakten voor dat emotionele gesprek, zag de vrije dag van Simon er heel anders uit.
Simon had zijn vaste rituelen. Een bezoek aan zijn ouders en even langs bij zijn zus hoorden er onvoorwaardelijk bij op zijn vrije dag; dat was vaste prik en daar week hij niet van af. Maar de middag had hij gereserveerd voor een klus waar hij al weken tegenop zag: het grondig opruimen van zijn schuur.
Nu hij voor de openstaande deur van het overvolle hok stond, zonk de moed hem alweer enigszins in de schoenen. Het eeuwige dilemma stak meteen de kop op: wat kan er echt weg, en wat heeft nog waarde om te bewaren?
Een maat van hem had laatst nog aangeboden: “Zal ik eens een middagje komen helpen?” Maar dat had Simon resoluut afgewezen. Een ander kan immers nooit de emotionele of praktische waarde inschatten die jij aan spullen hecht. Bepaalde dingen gooi je niet zomaar in een container.
Toch was er een paar zaken waarvan hij nu wel zeker wist dat ze definitief weg konden. In de hoek stonden een paar zware, houten gereedschapskisten vol roestig materiaal. Ze waren nog geweest van zijn grootvader, die vroeger timmerman — of zoiets dergelijks — was geweest. Het spul lag al decennia te verstoffen en nam alleen maar kostbare ruimte in beslag.
Buiten dat was het moderne elektrische gereedschap natuurlijk een stuk handiger en efficiënter dan wat er vroeger gebruikt werd. Ook stuitte hij op een paar stoffige fietsonderdelen — een verroeste ketting, wat versleten trappers — waar hij absoluut geen waarde meer in zag. Dat kon zonder twijfel op de schrootstapel.
Maar daar hield het opruimen wel zo’n beetje op.
Bij de kleine rommeltjes waar hij in zijn jeugd mee had zitten prutsen, bleef hij steeds langer stilstaan. Elk oud doosje of vreemd voorwerp bracht hem in gedachten weer helemaal terug naar die onbezorgde tijd.
En dan waren er nog de dozen met boeken. Een hele stapel jeugdboeken die hij hoogstwaarschijnlijk nooit meer zou openslaan, bleef toch bewaard als een dierbare herinnering aan zijn kindertijd. Ook de schoolboeken en het studiemateriaal van zijn politieopleiding bracht hij niet over zijn hart om weg te gooien; dat was immers het fundament van zijn carrière.
Zijn vader had hem vroeger altijd voorgehouden dat boeken in een keurige kast horen te staan en niet zomaar weggestopt in een paar stoffige dozen op zolder of in de schuur. Maar ja, dacht Simon met een flauwe glimlach, geen boekenkast betekent nou eenmaal dat ze in dozen blijven.
Simon had het wel weer gezien. Hij trok de deuren van de schuur stevig dicht nadat hij zijn fiets eruit had gehaald. Hij stapte op en reed richting de plaatselijke kringloopwinkel. Daar stond een overvloed aan kasten, maar er zat geen enkel exemplaar bij waar hij tevreden over was. Dan maar eens bij de meubelzaak midden in het centrum gaan kijken. Maar ook daar vond hij niet wat hij zocht. En wat hem vooral opviel: de prijzen waren er absoluut niet voor de poes.
Eenmaal weer buiten bleef hij even twijfelachtig bij zijn fiets staan. Weet ik eigenlijk wel wat ik precies wil hebben? vroeg hij zich af.
Hij stapte weer op en reed door de drukke hoofdstraat. Bij het pand van Van Olphen, waar Brenda werkte en woonde, hield hij even in. Door de grote etalageruit zag hij haar druk in de weer met een klant. Brenda keek precies op het juiste moment op, zag hem staan en zwaaide vluchtig met een glimlach.
Simon stak zijn hand op, maar toen zijn blik omhoog gleed naar de bovenverdieping, verstijfde hij.
Boven voor het raam stond een vrouw stil naar buiten te kijken. Simon knipperde een paar keer met zijn ogen. Zijn gedachten begonnen meteen te twijfelen.
Plaats een reactie