Nieuwe inzichten


Hij griste zijn sleutels van tafel, trok met een ruk zijn jas aan en stapte de duisternis in. De frisse avondlucht sloeg in zijn gezicht toen hij de straat op reed. Terwijl zijn banden over de klinkers zoemden, maalde er maar één gedachte door zijn hoofd: na al die maanden van speculaties, valse sporen en stilte, zat het ontbrekende puzzelstukje gewoon boven een kledingzaak in de hoofdstraat. Cora was terug. En vanavond zou hij eindelijk de antwoorden krijgen waar het hele onderzoek op wachtte.

Op het moment dat Simon zijn fiets tegen de gevel wilde zetten, zwaaide de deur al open. De twee dames stonden hem op te wachten.

“Zo Simon, woon je hier om de hoek of zo?” lachte Brenda, terwijl ze een stap opzij deed. “Zo snel hadden we je echt nog niet verwacht!”

“Ach, ik had de wind mee,” antwoordde Simon met een glimlach. Hij stapte naar binnen en keek naar de vrouw naast Brenda. Hij stak zijn hand uit. “Simon de Wit.”

“Cora de Graaf,” antwoordde ze met een aandachtige, peilende blik. Haar handdruk was stevig, maar haar stem klonk gereserveerd.

“Kom verder,” zei Brenda, die al vooropliep door de sfeervol verlichte winkel.

Met z’n drieën wandelden ze tussen de kledingrekken door richting de achterdeur, waar de opgang naar de bovenwoning lag. Cora liet haar ogen terloops langs de opgestelde rekken glijden. “Mooie collectie heb je hier hangen, Brenda,” opmerkte ze zacht.

“Dank je, een paar nieuwe stukken van de herfstlijn,” antwoordde Brenda trots. Ze bleef even wachten bij de doorgang en maakte een uitnodigend gebaar naar Simon. “Ga jij maar vast voor op de trap, Simon, dan doe ik de achterdeur op slot.”

“Is goed, dank je,” zei Simon.

In de smalle opgang hing hij zijn jas aan de kapstok, terwijl Brenda vlak achter hem de trap op kwam. Cora ging als laatste en hield het tweetal scherp in de gaten. Haar blik ontging niets: de vanzelfsprekendheid waarmee ze naar elkaar bewogen, een korte aanraking op Simons arm toen Brenda hem passeerde, en de manier waarop Simon even naar haar glimlachte.

Eerder die middag had Brenda al voorzichtig aan haar opgebiecht dat ze serieuze gevoelens voor deze man begon te krijgen. Cora knikte discreet voor zichzelf; ze begreep de dynamiek meteen en besloot voorlopig terughoudend te blijven in het gesprek.

“Even een vraag,” stelde Brenda voor zodra ze de gezellige woonkamer binnenstappen. “Wat wil je drinken, Simon? Koffie, fris… of misschien een pilsje?”

Simon schudde glimlachend zijn hoofd. “Laten we dat maar niet doen. Morgen roept de plicht weer en dan is helderheid toch de beste optie. Doe mij maar gewoon een glas water.”

“Helder als glas water, helemaal passend bij de politie,” grapte Brenda met een knipoog, terwijl ze naar het aanrecht liep. “En jij Cora, wat gaan wij drinken?”

Simon had bij het binnenkomen al gezien dat er een paar gebruikte wijnglazen op de salonstafel stonden, met nog een klein bodempje droge witte wijn erin. Zijn scherpe observantenoog liet hem zelden in de steek; zijn inschatting bleek dan ook voorspellend te zijn geweest.

Cora keek glimlachend naar de glazen en gaf meteen de oplossing. “Gaan we gewoon door met waar we net even mee gestopt waren?”

“Rode of witte?” vroeg Brenda terwijl ze naar de flessen liep.

“Laten we het maar bij de witte houden,” zei Cora, terwijl ze op de bank plaatsnam. “Dan kunnen we zo meteen tenminste te weten komen wat Simon wil weten.”

Brenda schonk twee glazen in, bracht het glas water voor Simon mee en ging naast Cora zitten. Het ijs was gebroken, maar er hing nog altijd een voelbare spanning in de ruimte.

Simon pakte zijn glas water aan en nam tegenover hen plaats in een fauteuil. Hij leunde naar voren, zette het glas op de salontafel en keek Cora rustig aan.

“Om heel eerlijk te zijn, Cora,” begon Simon op een kalme, uitnodigende toon, “ben ik vooral benieuwd naar jouw kant van het verhaal. Het dossier ‘Stichting Dakloos’ ligt op mijn bureau, maar jij bent de sleutel die ontbreekt. Ik wil precies begrijpen wat er gebeurd is… en waarom je juist nu bent teruggekeerd. Ik hoop dat je het goed vind dat ik het gesprek opneem”

Cora keek even naar haar glas, nam een klein slokje van de witte wijn en zocht toen het oogcontact met Simon weer op. ” dat is oké, waar wil je dat ik begin, Simon?”

“Cora, ik weet niet waar jullie het samen al over hebben gehad,” begon Simon op een rustige, doordachte toon, “maar laat ik beginnen bij het moment dat Brenda in het donker letterlijk tegen mij aan botste. De angst in haar ogen vanwege die drie mannen die achter haar aan zaten, was voor ons het signaal om meteen in actie te komen. Haar verhaal op het bureau en de opvallende aanwijzingen over de gang van zaken bij opvanghuis Dakloos, noopten ons om een dieper onderzoek in te stellen. In eerste instantie tastten we wat in het duister, maar ze had het voortdurend over haar verdwenen vriendin Cora. Niemand daar wilde of kon haar vertellen waar je gebleven was.”

Brenda en Cora luisterden met volle aandacht naar Simons woorden. Terwijl Simon even een pauze liet vallen, breek Brenda in op het gesprek.

“Ik heb het toen ook over die vreemde silhouetten gehad,” vulde Brenda aan, terwijl ze Cora aankeek. “Die schimmen die op de bovenverdieping te zien waren. Ik was toen zó bang dat ze jou hadden gegijzeld of zo… al hield ik er op een gegeven moment ook rekening mee dat je er misschien zelf vandoor was gegaan.”

Cora liet een korte, wat bitterzoete lach horen, maar knikte tegelijkertijd begrijpend. “Je zat er niet ver naast, Brenda,” zei ze zacht, terwijl ze met haar vingers over de voet van haar wijnglas streek. “Het was een combinatie van allebei.”

“Het was Piedro, althans zo werd hij genoemd, maar volgens mij heet hij gewoon Piet of Pieter,” vervolgde Cora met een strakke stem. “Hij ving mij op toen ik door een slepende ruzie met mijn vriend op straat werd gezet. In het begin was hij heel vriendelijk, en ik denk dat hij meer met mij ophad dan met al die andere, hoofdzakelijk vrouwen, die daar onderdak kregen.”

Ze hield even stil en staarde kort in haar glas. De herinnering bracht een zichtbare rilling teweeg.

“En iedere keer als hij kwam, nam hij me mee naar zijn kantoor en begon hij mij steeds aan te raken,” zei ze zachter. “Hij probeerde me te strelen. Iets wat ik absoluut niet wilde. En als ik hem steeds weer afwees, werd hij kwaad. Want tja, ‘de goede herder’ mocht toch wel wat terug verwachten om zijn verlangens te bevredigen?”

“Ik had na jaren Brenda daar ook ontmoet en haar gewaarschuwd wat haar ook zou kunnen overkomen,” vervolgde Cora.

“En dat gebeurde ook,” viel Brenda in. “Maar ik was niet direct afhankelijk, omdat mijn vriendin me de volgende dag steeds bij de zaak stond op te wachten. Maar op een of andere manier zette hij die drie mannen achter mij aan, want die Karim heb ik horen zeggen dat hij mij goedschiks of kwaadschiks moest hebben.”

Simon boog zich wat verder naar voren en keek haar strak, maar meelevend aan. “Dat is klassiek misbruik van een afhankelijkheidspositie,” zei hij kalm. “En toen jij een grens stelde, Cora… wat veranderde er toen in zijn gedrag?”

Cora zuchtte diep en knikte. “Alles. Vanaf dat moment was ik geen beschermeling meer, maar een gevaar voor hem. Hij sloot me op in een kamer boven. Die silhouetten die Brenda zag? Dat waren zijn mannetjes die de deur bewaakten.”

“Een gijzeling dus, midden in de stichting,” constateerde Simon scherp. “Hoe ben je uiteindelijk uit die kamer gekomen, Cora?”

“Ik wist dat Piet op een middag weg was,” vertelde Cora, terwijl een grimmige glimlach heel even haar gezicht opfleurde. “Toen ze met een bord kwamen van wat ze boerenkool noemden, deed ik alsof ik die bewaker leuk vond. Maar dat duurde net zolang totdat mijn knie een stuk sterker bleek te zijn dan zijn geslachtsdeel. Hij ging direct onderuit. Bij de route naar buiten moet ik wel geluk hebben gehad, want toen ik eenmaal buiten op straat stond, heb ik geen alarm of geschreeuw meer gehoord.”

Brenda keek haar met open mond en vol bewondering aan, terwijl Simon een lichte glimlach niet kon onderdrukken.

“Mijn vlucht moest natuurlijk zo ver mogelijk zijn,” ging Cora verder op een rustigere toon. “In het hoge noorden, bij Winsum, woont een nicht van mij. Die heb ik meteen gebeld. Zij heeft me opgevangen, me een veilige plek gegeven en geholpen om even helemaal van de radar te verdwijnen.”

Simon knikte langzaam en dacht na over het tijdsverloop. “Dat verklapt in ieder geval hoe je zomaar spoorloos kon verdwijnen zonder dat iemand op het station of in de regio je nog heeft opgemerkt. Maar hoe zit het met die Stichting Dakloos zelf? Heb je daar nog administratie gezien, of namen gehoord van de mensen die boven Piet staan?”

“Nee Simon, op zijn kantoor had hij alleen zijn aktetas op het bureau liggen, wat foto’s aan de wand, een paar stoelen aan een tafel verder niet,” verduidelijkte Cora. “Maar er is veel meer aan de hand. De meesten die er al lang verbleven, worden ’s avonds door mannen als Karim, Remco en die zwarte ergens heen gebracht om hun lichaam te verhuren. Vaak onder invloed van drugs waardoor hun weerstand minder was. Ik heb tegen mijn nicht gezegd dat hier duidelijk gebruik wordt gemaakt van de zwakkeren in de maatschappij.”

Simon luisterde strak en met ingehouden adem. Dit was niet zomaar een dossier over verduistering of een opvangcentrum dat de regels overtrad; dit was grootschalige mensenhandel en exploitatie.

Brenda keek geschokt van Cora naar Simon. “Grof geld verdienen over de rug van kwetsbare mensen…” fluisterde ze.

Simon knikte ernstig. “Dat verklaart de agressie van die mannen buiten. Ze verdedigen geen opvanghuis, ze verdedigen een illegale netwerkonderneming. En jij was een bedreiging omdat je weigerde mee te werken en te veel had gezien.”

Hij keek Cora doordringend aan. “Als Karim en Remco de slachtoffers vervoerden, weet je dan ook waar ze heen gebracht werden? Of heb je adressen, kentekens of namen opgevangen van de ‘klanten’ of de plekken waar dit gebeurde?”

“Simon, ik ken alleen een aantal gezichten en alleen een paar voornamen, maar zover hebben ze mij niet gekregen, maar ik heb een paar keer gezien dat ze opgehaald werden en dat ze de volgende morgen er weer aankwamen. Dus is het ook geen wip geweest maar iets van lagere duur. Ik wou dat ik je betere antwoorden kon geven”

“Ik denk dat je al heel veel hebt neergelegd, waarvoor ik je heel dankbaar ben. Wanneer je aangifte wilt doen, nemen we dat heel graag mee in onze proces-verbalen, maar laat dat later maar weten,” zei Simon rustig.

Hij wilde de druk niet te hoog opvoeren; Cora had al een enorm risico genomen door terug te keren en haar verhaal te delen.

Brenda pakte de fles witte wijn en schonk de glazen van zichzelf en Cora nog een klein beetje bij. “Eerst maar eens rustig op adem komen,” zei Brenda zacht, terwijl ze een blik van verstandhouding uitwisselde met Simon.

Cora knikte langzaam en nam een slokje van haar wijn. “Die aangifte komt er wel, Simon. Maar ik moest eerst zeker weten dat Brenda veilig was en dat ik niet meteen weer in een val zou lopen.”

“Bij Brenda ben je voor nu veilig,” verzekerde Simon haar met een blik naar het raam. “En we gaan met het team meteen aan de slag met de namen van Karim en Remco. Dat geeft ons al een heel stevig aanknopingspunt om het netwerk rond de stichting verder op te rollen.”

Met het moment dat Simon zijn glas water leegdronk, gaf hij ook aan dat hij wel naar huis toe wilde, maar daar kwam hij niet zomaar mee weg.

“Simon, ik heb je nu heel veel verteld, maar hoe zit het met jou?” vroeg Cora direct.

Ondanks dat hij wel begreep wat ze bedoelde, vroeg hij terughoudend: “Wat bedoel je, Cora?”

“Simon, ik heb begrepen — zo heb je zelf verteld, en als het anders is hoor ik het wel — dat de botsing met Brenda wel wat bij je teweeg heeft gebracht. Daarna bied je haar onderdak, al is het in de cel op het bureau, en de dag erna zitten jullie samen aan de bar bij De Hoek. En tja, dan begin ik te denken… Oh ja, en vanmiddag sta je opeens voor de zaak van Van Olphen te kijken of ze er is. Heb ik het mis?”

Brenda liep op slag helemaal rood aan. “Cora, houd op! Waar bemoei je je mee?” viel ze verhit uit, terwijl ze met haar handen haar warm wordende wangen bedekte. “Simon was vanmiddag gewoon op zoek naar een boekenkast!”

Simon glimlachte lichtjes en keek van Brenda naar Cora, die haar wijnglas met een veelzeggende blik in haar hand hield. De subtiele spanning die al de hele avond tussen hem en Brenda hing, lag nu ineens open en bloot op tafel.

“Een boekenkast,” herhaalde Cora langzaam met een opgetrokken wenkbrauw. “Natuurlijk. In een dameskledingzaak. Die zie je daar immers op elke hoek staan.”

Simon kuchte even om zijn houding te bewaren, hoewel ook bij hem een lichte blos opkwam. “Laten we zeggen dat het nuttige met het aangename combineren een vakapart is,” antwoordde hij met een kalme stem. Hij keek Brenda even aan met een blik die haar geruststelde, alvorens hij zich weer tot Cora wendde. “Maar je observatievermogen is ijscherp, Cora. Niet alleen als het om de stichting gaat.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “Nieuwe inzichten”

  1. Karel Avatar

    mogge Willem
    mooie omgeving daar bij Winsum
    veel nieuws om op het buro door te nemen
    maar of er genoeg is om dat tuig voor altijd op te sluiten , denk het niet

    geniet de dag

    Like

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder