
Midden in de nacht ging het licht aan op de slaapkamer van Simon. Hij was bij thuiskomst al snel onder de douche gekropen en had direct het bed opgezocht. Dat hij de slaap niet kon vatten, was op zich een vanzelfsprekende zaak. De avond had simpelweg te veel indrukken achtergelaten om zomaar in een diepe rust te geraken.
Met zijn benen naast het bed en zijn hoofd in zijn handen zat hij op de rand van de matras de avond nog eens rustig door te nemen.
Die Cora was wel een doortastende dame met een scherp inlevingsvermogen. Haar inzichten over de verhouding tussen hem en Brenda gingen op dit moment misschien nog wel verder dan wat er daadwerkelijk aan de hand was, maar een kniesoor die daarop lette. Als die twee vrouwen eerder die middag al over de gevoelens van Brenda hadden gesproken, dan was dit voor Cora hét ideale moment geweest om een voorzet voor haar vriendin te geven.
Alleen had Brenda die voorzet absoluut niet afgemaakt. Ze was fel in de verdediging geschoten en rood aangevlogen, wat natuurlijk juist weer heel veel verraadde. Simon wreef vermoeid over zijn gezicht en keek naar de kille schaduwen in zijn kamer. Het bleef niet alleen bij de verwarrende gevoelens tussen hem en Brenda; de keiharde feiten over Stichting Dakloos tolden eveneens door zijn hoofd. De namen Karim, Remco, ‘Piedro’… en de wetenschap dat er kwetsbare vrouwen werden uitgebuit.
Hij zuchtte, pakte zijn telefoon van het nachtkastje en zag dat de digitale klok op half drie sprong. Morgen zou de jacht op het netwerk rond de Piet weer echt beginnen, maar vanavond spookte er maar één vraag door zijn hoofd: hoe moest hij hierna in hemelsnaam nog professioneel tegenover Brenda staan?
Op hetzelfde moment lagen de twee vrouwen in het duister boven Modehuis Van Olphen nog zachtjes na te praten over de avond. Brenda had Cora ’s middags meteen aangeboden om bij haar te blijven slapen, en sindsdien raakten ze simpelweg niet uitgesproken.
Hun hechte band ging ver terug, helemaal tot aan de kleuterklas. Jarenlang hadden ze in elke klas naast elkaar gezeten, onafscheidelijk. In de wijk dacht men steevast dat ze zusjes waren — en eerlijk gezegd voelde dat voor hen precies zo. Pas toen ze na de basisschool ieder voor een andere opleiding kozen, kwam er voor het eerst wat afstand in hun dagelijkse ritme, maar hun vriendschap bleef onverminderd sterk. Niets of niemand kreeg er een speld tussen.
Zelfs toen er later jongens in het spel kwamen, veranderde dat niks aan hun dynamiek. Brenda en Cora bepaalden samen het plan; de jongens mochten mee, maar wel op gepaste afstand erachteraan. Meestal duurden die scharrels niet lang, want zodra zo’n jongen doorkreeg hoe onbreekbaar de muur tussen de twee vriendinnen was, haakte hij snel weer af.
In het zachte licht van de straatlampen dat door de gordijnen kieren viel, draaide Cora zich op haar zij naar Brenda toe.
“En toch, Bren…” begon Cora met een fijne glimlach in haar stem, “hoe hard je beneden ook riep dat hij voor een boekenkast kwam… die Simon is van een ander kaliber. Die kijkt heel anders naar je dan al die jongens van vroeger. En volgens mij weet jij dat best.”
Brenda zuchtte en staarde een poosje stil naar het plafond voordat ze antwoord gaf.
“Ja Cora, daar heb je wel gelijk in,” zei ze zacht, met een twijfelende klank in haar stem. “Ik merk het zelf ook… Maar nu jij weer terug in mijn leven bent, moet hij er dan straks ook weer achteraan gaan lopen?”
Cora richtte zich een beetje op haar ellebogen en keek Brenda meelevend aan. “Bren, luister eens naar me. Wij zijn door een hel gegaan en onze band verandert nooit, door niemand. Maar je hoeft met Simon echt geen spelletjes te spelen of hem op afstand te houden zoals we dat vroeger deden. Hij is geen knulletje van twintig meer. Hij begrijpt wat loyaliteit is.”
Ze liet de woorden even op zich inwerken en voegde er met een lichte grijns aan toe: “Bovendien… ik denk eerlijk gezegd dat hij helemaal het type niet is dat zomaar braaf achter iemand aan slentert. Die man heeft juist laten zien dat hij naast je wil staan wanneer het er echt op aankomt.”
Brenda liet een kleine, opgeluchte glimlach zien en sloot voor even haar ogen. Het was een geruststellende gedachte, al wist ze dat de komende dagen — met de stichting, de politie en alles eromheen — al ingewikkeld genoeg zouden kunnen worden.
“Maar toen jij toen eindelijk de liefde vond en ging samenwonen, bleven we toch ook nog bij elkaar komen?” antwoordde Brenda. “En ook toen gingen we toch met z’n vieren veel weg?”
Cora knikte in het duister. “Dat is waar. En dat werkte toen prima, omdat we elkaar die ruimte gunden.”
“Nou dan,” vervolgde Brenda zachter, terwijl ze zich op haar zij draaide. “Dat bewijst alleen maar dat er voor ons niets hoeft te veranderen. Alleen… met Simon is alles nog zo vers. We weten nog niet eens wat het precies is. Eerst moeten we zorgen dat de rust terugkeert rondom die vreselijke stichting en dat jij weer echt veilig bent.”
“Afgesproken,” zei Cora warm. “Stap voor stap. Maar beloof me dat je je eigen geluk niet weer parkeert, Bren.”
’s Middags had Brenda haar inderdaad al gevraagd hoe ze het in de toekomst wilde aanpakken. Cora had heel duidelijk aangegeven dat ze absoluut niet op de lange termijn in Winsum bij haar nicht wilde blijven hangen; haar hart lag hier en ze wilde het liefste zo snel mogelijk weer echt terugkomen.
Toen had Brenda geen seconde getwijfeld en haar aangeboden om voorlopig een paar nachten bij haar te komen overnachten. Dat sloot ook praktisch gezien mooi aan op Cora’s werk. Als zelfstandig adviseuse kon ze haar opdrachten prima vanuit een thuisbasis uitvoeren en voor de rest van de week was ze toch regelmatig onderweg voor bedrijfsbezoeken door het hele land. Met een vaste plek bij Brenda op de bovenverdieping kon ze haar werkzaamheden langzaam weer oppakken, zonder dat ze zich direct zorgen hoefde te maken over een eigen woning of de dreiging van de stichting.
“Morgen wil ik eerst eens naar een woning bij een makelaar of bij een woningstichting gaan kijken,” zei Cora beslist. “En daarna ga ik die aangifte doen tegen iedereen die er ook maar iets mee te maken heeft gehad.”
Brenda keek haar even bezorgd aan, maar zag de vastberadenheid in Cora’s ogen. “Weet je het zeker? Om morgen meteen alweer zoveel te regelen?”
“Ik wil mijn leven zo snel mogelijk weer op de rit hebben, Bren,” antwoordde Cora met een krachtige stem. “En die Piedro en zijn mannetjes mogen absoluut niet denken dat ze hiermee wegkomen. Simon zei het al: mijn verhaal geeft het politieteam een stevig handvat. Dus ik ga door tot het netwerk helemaal dichtzit.”
Brenda knikte trots en pakte nog even haar hand vast. “Dan ga ik met je mee waar het kan. We doen dit samen, net als vroeger.”
Met die afspraak tussen hen in werd het ten slotte stil in de slaapkamer. En terwijl de nacht langzaam overging in de vroege ochtend, wisten beide vrouwen dat de komende dag beslissend zou worden — niet alleen voor Cora’s nieuwe start, maar ook voor het onderzoek dat Simon op het bureau te wachten stond.
Plaats een reactie