Een dag vol


De zware klapdeuren van het politiebureau waren achter Cora nog maar net dichtgegaan toen het bijna misging. Vol van de intense ochtend en de oprakelende herinneringen stapte ze het trottoir af, waarna een plotseling luid remmend bandengeruis de straat vulde. Een auto kon haar op het nippertje ontwijken en kwam met een ruk tot stilstand.

De bestuurder slingerde zijn raam omlaag en liet zijn ongenoegen zo hard over de straat schallen dat verschillende voorbijgangers geschrokken omkeken. Ook een surveillerende politieman op de fiets, die net aan kwam rijden en het incident voor zijn ogen zag gebeuren, kneep vol in zijn remmen en stuurde direct naar Cora toe om polshoogte te nemen.

“Dat was op het nippertje, mevrouw. U zult wel geschrokken zijn… gaat het wel met u?”

Cora keek de agent aan, nog zichtbaar beduusd van de schrik. “Sorry agent… ik was in gedachten nog helemaal bij wat er hier binnen is besproken. Dat heeft me blijkbaar meer gedaan dan ik had verwacht.”

De fietssurveillant keek haar met een schuine blik en meelevende rimpels rond zijn ogen aan. “U komt net van het bureau gelopen?”

“Ja,” antwoordde Cora zacht, terwijl haar ademhaling weer wat rustiger werd. “Ik heb zojuist een aangifte gedaan. En tja… het hele verhaal weer oprakelen heeft achteraf toch behoorlijk wat impact op me.”

“Mevrouw, ik kan u alleen maar adviseren om uw aandacht goed bij de weg te houden en de emoties, hoe moeilijk dat soms ook is, even los te laten. Ik wens u een veilige voortzetting van uw weg toe.”

De agent knikte haar vriendelijk toe, pakte het stuur vast en liep met zijn fiets langs de zijkant van het gebouw tot hij om de hoek verdween.

Cora bleef nog even stilstaan op de stoep. De schrik zat nog diep genoeg om de straat niet meteen opnieuw over te steken. Ze besloot om te lopen en zette koers naar het zebrapad vijftig meter verderop. Pas toen het voetgangerslicht op groen sprong en ze veilig de overkant bereikte, voelde ze haar hartslag weer wat zakken.

Ze sloeg de drukke hoofdstraat in. Om haar gedachten even helemaal te verzetten, bekeek ze onderweg rustig de uitstalramen van de winkels die ze passeerde. De dagelijkse beslommeringen van het winkelende publiek brachten een welkome afleiding. Zo wandelde ze op haar op gemak door de winkelstraat, op weg naar de kledingzaak van Van Olphen waar Brenda aan het werk was.

Toen Brenda rond het middaguur haar pauze opnam, schoven de twee vriendinnen samen aan bij een klein tafeltje in de lunchroom om de hoek. Terwijl het winkelend publiek voorbij trok, deed Cora uitgebreid verslag van het verhoor. Ze vertelde hoe zwaar de gedetailleerde vragen over haar opsluiting en het misbruik waren gevallen en hoe confronterend het was om alles weer hardop te moeten uitspreken.

Brenda luisterde wel, maar Cora merkte al snel dat Brenda’s aandacht steeds afdwaalde. Brenda leek aanzienlijk meer geïnteresseerd te zijn in de houding, het optreden en het doen en laten van Simon dan in de zakelijke details van de aanklacht. Ze stelde nieuwsgierige vragen over hoe Simon erbij zat en hoe hij op Cora reageerde.

Cora zuchtte eens diep en schudde haar hoofd. Haar hoofd zat nog vol van de emoties van de ochtend en de schrik van de bijna-aanrijding; ze had op dit moment werkelijk geen enkele boodschap aan Brenda’s subtiele interesse in de rechercheur.

“Brenda, zullen we het alsjeblieft ergens anders over hebben?” onderbrak Cora haar met een zachte, maar duidelijke zwaai van haar hand. “Ik voel bij jou wel: waar het hart vol van is, stroomt de mond van over. Mijn hoofd staat er nu echt even niet naar. Maar ik ben vanmorgen trouwens wél bij die makelaar geweest, en die had een paar opties voor me.”

Brenda keek even vreemd op en voelde een lichte kleur op haar wangen opkomen door de opmerking over haar openlijke interesse in Simon. Ze herpakte zich snel, leunde nieuwsgierig over het tafeltje en vroeg enthousiast: “En? Vertel! Welke opties had hij?””

“Vanmiddag om drie uur kan ik al een huis bezichtigen in de Van Scorelstraat,” vertelde Cora, terwijl ze een slok van haar thee nam. “Dat staat sinds gisteren leeg. En de makelaar zei dat er deze week nog een paar andere woningen vrijkomen.”

Brenda keek haar bedenkelijk aan en fronste haar wenkbrauwen. “Ik hoor al tijden niks anders dan dat er enorme woningnood heerst… dat weet jij toch ook? Vertrouw je het allemaal wel? Ik zou maar uitkijken, Cora. Straks zitten daar weer een stel van die criminelen achter en beland je van de regen in de drup.”

“Zo, en daar hebben we de dames weer! Hebben jullie lekker geluncht?”

Meneer van Olphen hield de deur van het modehuis gastvrij open nadat hij de klant met een vriendelijke knik gedag had gezwaaid. Hij keek het tweetal glimlachend aan. Brenda had hem eerder die week al netjes gevraagd of Cora een paar dagen bij haar mocht logeren, en hij had daar direct akkoord op gegeven. In dat opzicht waren van Olphen en Brenda altijd eerlijk en transparant naar elkaar geweest; een goed werkgeverschap bouw je immers op vertrouwen.

“Het heeft gesmaakt, meneer van Olphen,” antwoordde Brenda met een professionele glimlach, terwijl ze het pand weer binnenstapte.

Cora knikte hem dankbaar toe. “Fijn dat het zo kon, meneer van Olphen. Het helpt me enorm dat ik even bij Brenda terecht kan.”

“Geen enkel probleem, Cora. Veiligheid en een goeie vriendin om je heen zijn nu het belangrijkste,” zei de winkeleigenaar met een begrijpende blik. “Pak rustig je spullen aan de kant, Brenda, dan kunnen we zo de nieuwe najaarscollectie verder uitpakken.”

Cora liep door naar boven naar de kantoorruimte boven de winkel. Ze had nog wat tijd over voor haar volgende afspraak en gebruikte die om een aantal zakelijke relaties te bellen en afspraken in te plannen voor de komende weken. Het werk gaf haar steun en hielp om de nare gedachten over de stichting naar de achtergrond te dringen.

Om drie uur precies stond ze te wachten bij het huis aan de Van Scorelstraat. Bij het aanlopen viel het achterstallige onderhoud haar meteen op; de kozijnen vertoonden bladderende verf en het schilderwerk schreeuwde om een nieuwe laag. Dit huis is ontzettend slecht onderhouden, dacht ze hoofdschuddend. Toen de makelaar een paar minuten later arriveerde met een flauw excuus over de drukte in het verkeer, knikte Cora slechts kort. Ze nam het voor kennisgeving aan en volgde hem zwijgend de woning binnen.

In de hal zette het beeld van verwaarlozing zich naadloos voort. Er hing een muffe lucht en de vloerbedekking was versleten. Zodra ze de woonkamer binnenstapten, voelde Cora een merkbare tocht door de ruimte blazen.

Ze liep door naar de keuken. De ruimte was op zichzelf verrassend groot, maar de keukenkastjes boven het aanrecht hingen scheef aan hun scharnieren. Toen ze nieuwsgierig een van de deurtjes opende, deinsde ze meteen achteruit; er lag rotzooi die er absoluut niet hoorde en er steeg een vieze, penetrante geur uit op.

De makelaar, die ongeïnteresseerd bij de deur bleef staan, keek op zijn horloge. “Mevrouw, u mag hier gerust zelf even verder rondkijken. Via de hal kunt u naar boven om de slaapkamers te bekijken. Ik heb u de huurprijs vanmorgen al doorgegeven en ik zou niet te lang wachten met het nemen van een beslissing. Er zijn inmiddels meerdere gegadigden voor dit pand.”

Cora draaide zich om en keek hem strak aan. “Meneer De Vries, nog even los van de hoofdprijs die u vraagt… Als u een huis verhuurt, zorgt u er dan niet eerst voor dat een woning representatief en up-to-date is? Want hier mankeert nogal wat aan. Zwaar achterstallig onderhoud, enkel glas en het tocht aan alle kanten. Eerlijk gezegd: voor de helft van de huur zou ik het nog niet eens van u overnemen.”

Makelaar De Vries was zichtbaar niet voorbereid op de harde kritiek van Cora. Hij schraapte zijn keel en probeerde zich eruit te praten. “Tja, mevrouw… de eigenaar van dit pand kiest ervoor om het in deze huidige staat te verhuren. Dat geeft u juist de vrijheid om alles geheel naar uw eigen zin te renoveren.”

Cora pakte haar tas stevig vast. “Meneer De Vries, zegt u maar tegen die eigenaar dat hij er dan beter zelf in kan gaan wonen. Ik dank u hartelijk voor de bezichtiging, maar als de andere woningen uit uw portefeuille er net zo uitgeleefd uitzien, ben ik niet van plan mijn kostbare tijd nog langer aan dit soort krotwerk te besteden.”

Zonder zijn antwoord af te wachten, draaide ze zich om en liep met een stevige pas de deur uit, de straat op. Het was bijna vier uur; tijd om terug te gaan naar het politiebureau om het officiële proces-verbaal bij Simon, Anita en Joris te ondertekenen.

Bij de balie van het politiebureau was het een komen en gaan van mensen; de dagdienst zat erop en de avondploeg nam het werk geleidelijk over. Cora meldde zich netjes bij de balie. Niet veel later kwam brigadier Sake de hal in gelopen om haar op te halen.

“U komt zeker voor de zaak van ‘de man zonder naam’?” vroeg Sake met een lichte grijns.

Cora moest lachen. “Nou, voor mij heeft die man wel degelijk een naam, maar in juridische zin geloof ik direct dat u gelijk heeft.”

Sake ging voorop en liet haar binnen in de recherchekamer waar Joris, Anita, Bart en Simon om de grote tafel zaten. Cora knikte vriendelijk naar de groep en liep, zonder dat ze er zelf erg in had, recht op Simon af.

“Simon, zoals afgesproken: hier ben ik weer,” zei ze met een ontspannen glimlach.

Joris keek als chef van de afdeling met opgetrokken wenkbrauwen op van zijn dossiers. De amicale vriendschappelijkheid droop er vanaf. Ook Anita en Bart keken vreemd op. Weliswaar wisten ze dat Simon gisteravond al een oriënterend gesprek met Brenda en Cora had gehad, maar dit klonk wel heel vertrouwd.

Nadat Cora alle opgestelde documenten aandachtig had doorgenomen en globaal had nagelezen, zette ze doortastend haar handtekening onder het proces-verbaal. Ze bedankte het hele team voor hun inzet.

Joris stond op en schudde haar de hand namens hen allen. “Wij zijn ú zeer erkentelijk, Cora. Met deze verklaring hebben we een ijzersterke zaak waar we de verdachten definitief mee vastspijkeren.”

Bij de deur draaide Cora zich nog één keer om. Ze keek Simon recht aan en vroeg nonchalant: “Zie ik je vanavond bij Brenda nog?”

Het was een onverwacht moment waarop Simon, normaal gesproken de rust zelve en altijd professioneel standvastig, het even flink te kwaad kreeg. Zijn hoofd kleurde in een paar seconden zo rood als een kreeft.

“Zeg… zeg maar dat ik nog wel even bel,” stotterde hij, terwijl Anita en Bart met moeite hun grinnik probeerden te onderdrukken.

Zodra de deur achter Cora in het slot viel, bleef het een paar seconden doodstil in de kamer. Anita en Bart staarden Simon met opgetrokken wenkbrauwen aan, terwijl Joris zijn pen op tafel legde en achterover leunde in zijn stoel.

“Zo, Simon…” begon Joris met een lichte grijns, terwijl hij zijn armen over elkaar sloeg. “Leg eens uit. Want ik heb zo het vermoeden dat hier iets speelt waar wij als collega’s heel graag het fijne van willen weten.”

Simon voelde de spanning in de kamer stijgen. De rode kleur op zijn wangen was nog niet helemaal verdwenen en hij stak aarzelend zijn handen in zijn zakken.

“Het is echt niet wat jullie denken, chef,” stotterde hij, terwijl hij koortsachtig naar de juiste woorden zocht. “Ik ben gisteravond puur op persoonlijke titel langsgegaan om te kijken hoe het met hen ging na al die ellende. Brenda is… nou ja, we kennen elkaar via de kledingzaak, en Cora logeert nu bij haar.”

Anita leunde met een speelse glimlach over de tafel. “Puur op persoonlijke titel, Simon? Ze vroeg niet ‘of je nog langs de zaak kwam’, ze vroeg of ze je vanavond bij Brenda zag. En je kleurde net roder dan de zwaailamp van een surveillancewagen.”

“Er is helemaal niks aan de hand,” probeerde Simon zich nog te redden, al verraadde de trilling in zijn stem dat hij zich behoorlijk in het nauw gedreven voelde. “We hebben gewoon een kop koffie gedronken. Brenda maakte zich zorgen om het dossier en…”

“Brenda ja?” onderbrak Bart hem grinnikend. “Of maakte Brenda zich vooral zorgen om de rechercheur die het dossier behandelt?”

Joris schudde lachend zijn hoofd en klopte met zijn hand op het uitgewerkte proces-verbaal. “Kijk Simon, wat je in je eigen tijd doet moet je helemaal zelf weten, zolang het de zaak maar niet doorkruist. Maar als ik zo naar je hoofd kijk, raad ik je aan om die telefoon dadelijk inderdaad maar even te pakken. En nu weer aan het werk, heren en dame. Het dossier voor de Rechter-Commissaris moet voor vijf uur de deur uit.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder