Een dag zonder einde 2


Omstreeks half acht zat Brenda in haar woonkamer boven de winkel naar buiten te kijken. De schemering viel langzaam over de straat. Het was rustig met wandelaars en slechts af en toe reed er een fietser voorbij.

Brenda had eerder die avond met Cora afgesproken dat die omstreeks een uur of acht even een wandeling zou maken om bij een paar etalages van plaatselijke makelaars te gaan kijken. Zo zou Brenda even de ruimte krijgen met Simon, en kon Cora meteen het woningaanbod in de buurt inspecteren.

Toen de klok van de kerktoren half acht sloeg, was er op straat nog geen spoor van Simon te bekennen. Cora, die op de bank zat te wachten, had het natuurlijk meteen in de gaten.

“Hij is laat, Bren!” zei Cora met een plaagzuchtige glimlach.

Maar op precies datzelfde moment klonk het scherpe geluid van de winkelzoemer door de gang. Brenda vloog overeind en stormde de trap af naar beneden.

In de halfverlichte winkel draaide ze de sleutel om en liet Simon binnen. Ze bleef een seconde stilstaan en keek hem recht in de ogen. Simon begroette haar met een warme kus op haar wang, waarna Brenda hem met exact hetzelfde gebaar antwoordde.

“Ga je mee?” vroeg ze zacht.

Samen liepen ze de trap op naar boven. De begroeting tussen Simon en Cora verliep vervolgens een stuk formeler; met een zakelijke handdruk en een knikje herstelden ze de professionele afstand na het voorval op het bureau van die middag.

Nadat Simon zijn jas had uitgedaan en op een van de stoelen was gaan zitten, zette Cora een versgezet kannetje koffie en een pot thee op tafel. Brenda koos meteen haar plaats op de bank, dicht naast Simon, terwijl Cora tegenover hen plaatsnam aan de salontafel.

Simon leunde achterover, keek Cora met een halfslachtige glimlach aan en zei: “Zo Cora, je hebt mijn collega’s vanmiddag wel even laten schrikken. Ik sta daar op het bureau bekend als de eeuwige aanstaande vrijgezel, maar volgens hen heb jij daar in één klap een behoorlijke gedachtewisseling over ontketend. Hoe moet ik dit morgen op de afdeling in vredesnaam weer rechtbreien?”

Met een onnozel gezicht en een lichte schouderophaling reageerde Cora: “Dan vertel je toch gewoon de waarheid, Simon?”

Simon schudde grinnikend zijn hoofd. “Nee Cora, zo werkt dat niet. Er is officieel helemaal niets tussen Brenda en mij. Dat wij contact hebben, heeft voor een groot deel met de zaak rond die stichting Dakloos te maken. En dat ik een blos op mijn wangen krijg als ik haar zie… nou ja, dat vind ik eerlijk gezegd nog prettig ook. Maar we hebben in principe niets samen.”

Terwijl hij Cora zo toesprak, zocht hij naast zich Brenda’s hand en kneep er subtiel een keer warm in. Brenda voelde een schokje van blijdschap door zich heen gaan, maar hield zich rustig.

Nadat Simon een slok van zijn koffie nam, werd zijn blik serieuzer en ging hij verder op de zaak in. “Cora, op het bureau hebben we trouwens nog wel een aantal dringende vragen. Die andere vrouwen die destijds in dat pand van Dakloos logeerden… die moeten we écht zien te achterhalen als we het dossier helemaal rond willen krijgen”. Cora trok een bedenkelijk gezicht en staarde even peinzend naar haar koffiekop.

“Simon, eerlijk gezegd ken ik helemaal geen namen van die vrouwen,” zei ze met een frons. “Alleen gezichten zou ik eventueel nog kunnen herkennen. En buiten dat is het ook alweer een hele tijd geleden dat ik daar ben ontsnapt… Maar vertel eens, toen jullie daar binnen zijn gedrongen en de boel op slot hebben gegooid, waar waren al die vrouwen toen eigenlijk.  Zij zijn de grote slachtoffers van het hele gebeuren en ga er maar vanuit dat onder hun omstandigheden zij nu daadwerkelijk dakloos zijn of ze zijn geworden tot slaaf van de mannen die hun inhuurden”.

Simon knikte ernstig en zette zijn kopje neer op de salontafel.

“Daar raak je precies de zere plek, Cora,” zei hij met een strak gezicht. “Toen wij de inval deden, troffen we het pand vrijwel leeg aan. Enkelen van hen zijn via de achterzijde gevlucht toen de sirens naderden, en de rest was al dagen daarvoor spoorloos verdwenen. Dat is exact waar onze zorg nu ligt.”

Hij keek van Cora naar Brenda, die stil naar hem luisterde. “Zij zijn inderdaad de grootste slachtoffers van dit hele gebeuren. Als we ze niet snel opsporen, moeten we er ernstig rekening mee houden dat ze nu daadwerkelijk op straat zwerven — of erger nog, dat ze in het illegale circuit zijn beland als slaaf van de mannen die hen destijds inhuurden.”

Cora keek Simon vragend aan. “Maar zijn er dan helemaal geen reacties binnengekomen op de berichten in de media over het oprollen van de zaak? Er stond toch immers een duidelijke foto van het pand van de stichting in de krant, samen met het verhaal over wat daar allemaal gebeurde voor de inval?”

Simon schudde langzaam zijn hoofd. “Jawel, er zijn wel wat tips binnengekomen via het meldpunt, maar het merendeel daarvan leidt vooralsnog naar dode sporen. Buurtbewoners die ’s nachts auto’s hebben zien wegrijden, of mensen die dachten een van de vrouwen te herkennen bij het station. Maar concrete aanknopingspunten? Nog niet, maar wij denken dat als we er een hebben, we nog wel kans hebben om meerdere te vinden.”

Brenda leunde iets dichter tegen Simon aan en legde voorzichtig haar hand op zijn arm. “Zijn die vrouwen zo bang voor de organisatie dat ze zich niet eens bij de politie durven te melden?”

“Bang is nog zacht uitgedrukt, Brenda,” antwoordde Simon grimmig. “Ze zijn illegaal in het land, hebben geen geld, spreken de taal nauwelijks en worden waarschijnlijk onder druk gezet of gechanteerd. Voor hen is de politie vaak net zo bedreigend als de mannen die hen misbruiken. Als we hen willen vinden, moeten we het niet hebben van krantenartikelen, maar van gericht speurwerk in het wereldje zelf.”

Cora stond op uit haar stoel. “Ik ga eens kijken of er nog makelaars zijn die een beter aanbod hebben dan die De Vries van vanmorgen.”

Simon hoorde de naam De Vries en keek meteen op van zijn koffiekopje. “Ben jij daar geweest voor een bezichtiging? Dat is echt geen goed adres, Cora. Die man staat bij ons op het bureau niet best bekend.”

Cora knikte hevig en vertelde uitgebreid over haar bezoek aan het pand aan de Van Scorelstraat en de belabberde, uitgewoonde toestand van de kamers. “Het was complete krotwerk. Ik vraag me écht af van wie dat huis eigenlijk is en wat voor huurders daar al die tijd in hebben gewoond.”

Simon pakte zijn notitieblokje erbij en vroeg naar het precieze adres van de woning. “Geef me de straat en het huisnummer maar. Ik kan op het bureau wel eens in de registers duiken om uit te zoeken wie de officiële eigenaar is.”

“Ja, dat is goed,” zei Cora terwijl ze haar lege kopje naar het aanrecht bracht. “Maar ik ga nu toch echt even een paar etalages langs om te zien wat voor aanbod er verder in de stad is.”

Simon keek haar verbaasd aan. “Maar dat kun je tegenwoordig toch gewoon allemaal op internet opzoeken, Cora? Daar hoef je in dit weer niet eens de deur voor uit.”

Cora negeerde zijn opmerking glimlachend, liep de kamer uit en kwam een minuut later terug met haar jas al aan. Met haar hand op de deurknop keek ze nog even ondeugend om. “Ach, wie weet kom ik onderweg wel iemand tegen uit de ‘Dakloos’-zaak. Dan help ik jullie bij de politie ook meteen een handje. Want op internet zullen die verdwenen dames vast en zeker niet te vinden zijn!”

De knipoog die ze Brenda nog snel gaf, ontging Simon gelukkig. Cora grabbelde de sleutel van de achteringang uit het sleutelkastje in de hal, dook de trap af en liet de twee eindelijk alleen achter in de rust van het bovenhuis.

Het werd meteen stil in de kamer. Brenda keek naar de gesloten deur en schudde lachend haar hoofd. “Ze meent het echt goed hoor, maar subtiel is anders,” zei ze met een lichte zucht terwijl ze zich weer omdraaide naar Simon.

Simon lachte zacht, pakte Brenda’s hand weer vast en trok haar voorzichtig een stukje dichter naar zich toe op de bank. “Laat haar maar. Ze heeft ons in ieder geval de ruimte gegeven waar we allebei op hoopten, toch?”

Brenda voelde de spanning van de afgelopen dag langzaam van zich afglijden. Ze keek hem aan, gevangen tussen de professionele ernst van het onderzoek en de affectie die zich tussen hen aan het opbouwen was. “Dat is waar. Maar vertel op, Simon… hoe ernstig is die situatie op het bureau nu écht nadat Cora haar mond voorbij heeft gepraat?”

Simon liet een begrijpende lach zien. ”Het was even een moment van stilte. Mijn chef vroeg ook meteen om duidelijkheid. En ja, toen kon ik er niet omheen. De ontmoeting in ‘De Hoek’ was een toevalligheid en zo heb ik uitgelegd dat we elkaar sindsdien tot nu toe iedere dag gezien hebben. Op de vraag of we een verhouding hadden vond ik een verkeerde vraag en stelde de tegenvraag: ‘Wat is een verhouding?’ Mijn chef heeft me alleen gewaarschuwd de twee zaken niet te laten vermengen om eventuele trubbels te voorkomen. Alleen wanneer jij verdachte zou zijn geweest, was het een ander verhaal geweest. Ik heb mijn mening neergelegd waarin ze zich wel konden vinden. Brenda is bij toeval aanleiding geweest, ze heeft alleen aangifte gedaan, dus juridisch is zij er verder niet bij betrokken.”

Brenda haalde opgelucht adem en voelde hoe de spanning in haar schouders eindelijk een beetje wegstroomde. “Nou, dat klinkt in ieder geval alsof je chef het professioneel heeft opgepakt. Maar je ontwijkt mijn vraag nog steeds een klein beetje, Simon…”

Ze keek hem schuin aan met een sprankel in haar ogen en schoof iets dichter naar hem toe. “Die vraag van jouw chef… ‘wat is een verhouding’. Wat is jouw eigen antwoord daar eigenlijk op, als het om ons gaat?”

Simon glimlachte breed, sloeg zijn arm om haar schouder en trok haar zachtjes tegen zich aan. “Mijn antwoord? Dat ik hier nu heel graag zit, met jou. Zonder dat er een dossier, een bureau of een verhoor tussen zit.”. “Dus jij vindt het hier wel prettig?” Brenda vlijde zich wat dieper tegen hem aan en liet haar hoofd rusten op zijn schouder. “Nou, dat gevoel is geheel wederzijds. En ik ben er eerlijk gezegd ook heel blij mee dat ik destijds de kans van Van Olphen heb gekregen. Want als ik heel eerlijk ben: ik zit duizend keer liever hier in mijn eigen vertrouwde kamer dan bij jullie in dat kille cellenblok.”

Simon lachte zacht, een diep en ontspannen geluid dat door zijn borstkas vibreerde. “Gelijk heb je. Het cellenblok is nou niet bepaald de meest romantische plek voor een goeie kennismaking. En als verdachte haal je het er al helemaal niet op je gemakje vanaf.”

Hij streelde rustig over haar arm, terwijl de warme geur van het eten dat Cora bereid had nog steeds subtiel door de kamer hing. De spanning van het bureau, de roddelende collega’s en de donkere schaduw van de stichting ‘Dakloos’ leken voor even naar de achtergrond te verdwijnen.

“Weet je,” ging Simon op zachtere toon verder, “toen ik vanmiddag op het bureau zat en iedereen zo zat te vissen, dacht ik maar één ding: ik moet zorgen dat ik vanavond op tijd bij Brenda ben. Geen politiezaken meer, geen verhoren… gewoon even wij tweeën.”

Brenda keek omhoog, haar ogen twinkelden in het zachte licht van de schemerlamp. “Nou, die kans heb je nu. Cora is voorlopig de stad in om makelaars-etalages af te struinen — of nou ja, om ons de ruimte te geven. Dus we hebben het rijk rijk rijk voor ons alleen.”

En als verlangens de overhand krijgen is er normaal geen houden meer aan. Voor beiden was het heel lang geleden waarin ze zich hebben kunnen uitleven

Simon boog zich iets verder naar haar toe, zijn blik zo intens dat Brenda even haar adem inhield. De speelse plagerijen over het bureau, de stichting ‘Dakloos’ en de verdwenen vrouwen leken in één klap te vervliegen. Wat overbleef was een tastbare, opgeladen stilte in de kamer, alleen onderbroken door het zachte tikken van de klok.

En als verlangens eenmaal de overhand krijgen, is er normaal gesproken geen houden meer aan.

Voor beiden was het heel lang geleden dat ze zich zo onbevangen hadden kunnen uitleven. Simon, die zijn leven tot nu toe volledig liet opslokken door de harde, cynische werkelijkheid van het politiewerk, voelde hoe de muren die hij om zich heen had gebouwd brokkelde voor brokkelde afbraken. Brenda, die na alles wat er gebeurd was haar rust en veiligheid krampachtig had beschermd, voelde hoe de opgespaarde spanning van de afgelopen tijd plotseling omsloeg in een vurig verlangen dat ze niet langer wilde onderdrukken.

Zijn hand gleed langzaam van haar schouder naar haar nek, zijn vingers verstrengeld in haar haar. Brenda sloot haar ogen voor een kort secondefractie, ademde zijn bekende geur in en leunde naar hem toe. Toen hun lippen elkaar uiteindelijk raakten, was het geen aarzelende begroeting meer zoals beneden bij de deur. Het was een hongerige, langgekoesterde ontlading van twee mensen die elkaar door de chaos heen hadden gevonden.

Simon trok haar dichter tegen zich aan, terwijl Brenda haar armen stevig om zijn hals klemde. Het verstand maakte definitief plaats voor gevoel; de wereld buiten het raam, de dreigende schaduwen van het onderzoek en de klok die genadeloos doortikte richting het moment dat Cora zou terugkeren — het deed er allemaal even niet meer toe. Ze verloren zich volledig in het moment, overgeleverd aan de hartstocht die te lang op zich had laten wachten.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder