
De morgen is nog vroeg als er zelfs in de stad nog een mistlaag door de straten glijdt. In huize De Wit begint de dag met een koud nat washandje over zijn gezicht te wrijven. De paar uurtjes slaap die hij had gehad waren niet voldoende geweest, maar de avond had hij voor geen goud willen missen. Het idee van Brenda om de avond alcoholvrij door te brengen, kon hij zeker nu wel waarderen. Brenda had hem verteld dat ze best wel een liefhebber van wijn was, maar ook van een goed glas bier heel goed kon genieten; om elkaar echt te leren kennen vond ze het echter verstandiger om het bij fris te houden. Vanuit zijn beroep had hij voldoende te maken gehad met doorgeslagen drankmisbruik, en vaak nog wel in echtelijke kringen. Dat was ook weer een punt waarom hij Brenda zo waardeerde. En voor de spiegel staand, zag hij zijn ogen die iets anders stonden dan normaal. Hij voelde het al op het moment dat hij het bureau binnen zou stappen. “Is het laat geworden, Simon?” Ze zullen weer alles willen weten, bedacht hij zich met een lichte grinnik.
Na zijn ontbijt was er geen tijd meer om over de avond na te denken en vertrok hij via het schuurtje achterom op de fiets. De mist was nog steeds niet opgetrokken en op een enkeling na reed iedereen met verlichting aan. Een paar jaar geleden had hij nog wel eens de neiging om daar iets van te zeggen tegen overtreders, maar zijn ervaring was dat het niet veel uithaalde en simpelweg te veel kostbare tijd kostte.
Onderweg was het zijn maatje Sake die naast hem kwam rijden. Vrijwel altijd op hetzelfde vaste punt waar hun routes elkaar kruisten.
“En hoe was het gisterenavond, Simon? Was het gezellig bij de dames?”
Simon glimlachte in zichzelf. Ik had gelijk vanmorgen: hoe was het, is het laat geworden, enzovoorts. “Sake, weet je nog wat ik de eerste dag tegen je gezegd heb?”
Sake lachte breed. “Ja, dat weet ik nog heel goed. Daar wilde je wel een keer mee uit, en zie hier: er rijdt een echte mazzelkikker naast me!”
Als ze bij de hoek van de grote kruising moeten wachten voor het verkeer, is het even stil. Plotseling kwam er van achteren een grote vrachtwagen aanrijden. De chauffeur sneed de bocht gevaarlijk scherp af en liet maar heel weinig ruimte over bij het naar rechts afslaan. Sake werd bijna geraakt en leunde van de schrik vol tegen Simon aan om zijn evenwicht niet te verliezen.
“Jezus, die gozer heeft zeker ook mist in zijn kop!” vloekte Sake, terwijl hij zwaar ademhalend zijn voet op de stoeprand zette.
Simon hield Sake stevig bij zijn schouder vast tot ze allebei weer stabiel stonden. Zijn blik was strak op de achterkant van de afslaande vrachtwagen gericht. Boven de modderige bumper viel zijn oog op een deels afgesleten logo en een blauwe sticker.
“Sake… zag jij dat logo op de zijkant?” vroeg Simon met een plotselinge verandering in zijn stem. De ontspannen ochtendsfeer was in één klap verdwenen.
Sake keek hem bevreemd aan en schudde zijn hoofd terwijl hij zijn stuur rechtzette. “Nee, ik was eerlijk gezegd even druk bezig met niet onder de wielen te komen. Hoezo?”
“Dat was een wagen van een bouwbedrijf dat gelieerd is aan de panden van De Vries,” zei Simon op lage toon, terwijl de weg vrij was konden ze hun weg vervolgden. “En als die gasten rond dit tijdstip al met zwaar materieel door de stad rijden, zijn ze ergens heel snel iets aan het dichtbouwen — of leegruimen.”
Sake keek Simon schuin aan en schudde de schrik van de vrachtwagen van zich af. “Een bouwbedrijf van De Vries? Waar haal je dat zo snel vandaan, Simon? En wat heeft een malle vrachtwagen op de vroege ochtend nou weer met onze zaken te maken?”
Simon realiseerde zich meteen dat hij zijn gedachten hardop had laten lopen. Hij had Sake immers nog met geen woord verteld over het avontuur van Cora of de specifieke adressen die gisteravond op tafel waren gekomen.
“Laat ik het zo zeggen,” zei Simon ontwijkend terwijl ze hun fietsen in het overdekte rek achter het bureau parkeerden, “er zijn gisteravond een paar puzzelstukjes op hun plek gevallen. Maar daar vertel ik je zo dadelijk alles over bij de koffie.”
Sake zette zijn fiets op slot, stak zijn handen in zijn zakken en keek Simon met een opgetrokken wenkbrauw aan. “Nou, je maakt me wel nieuwsgierig. Eerst kom je aan op de zaak met een blik in je ogen alsof je de hoofdprijs hebt gewonnen, en nu zie je in elke voorbijrijdende vrachtwagen een verdachte.”
“Beroepsdeformatie,” grinnikte Simon, hoewel zijn gedachten alweer op volle toeren draaiden.
Ze duwden de zware glazen deur van het bureau open. De vertrouwde geur van doorgeslagen filterkoffie, vochtige regenjassen en vers geprint papierwerk kwam hen tegemoet. Terwijl ze richting de recherchekamer liepen, wist Simon dat de rust van het bovenhuis met Brenda nu definitief plaatsmaakte voor de harde werkelijkheid.
Het apparaat in de gang pruttelde en snorde dof voordat het een straal donkere, stoomrijke vloeistof in twee plastic bekertjes liet kletteren. Simon pakte de bekers, reikte er één aan Sake en liep met een vastberaden stap hun kantoor binnen. De recherchekamer was nog rustig; slechts een paar collega’s zaten stil achter hun beeldscherm te tikken, versuft door het vroege uur.
“Zo,” zei Sake terwijl hij op de rand van Simons bureau ging zitten en een voorzichtige slok nam. “De koffie is binnen. Waar beginnen we? Bij die ‘gelukzalige’ avond van je, of bij die vrachtwagen die me zojuist bijna van mijn rijwiel reed?”
Simon leunde achterover in zijn bureaustoel en meldde zich aan op zijn computer. “We beginnen bij de feiten, Sake.” Hij klopte snel het kenteken in dat hij tijdens het oversteken in zijn geheugen had gegrift. “Die wagen ree opvallend haastig richting het industrieterrein. Als mijn vermoeden klopt, staat dat voertuig niet op naam van een willekeurige aannemer, maar is het ondergebracht bij een van de vele schilbedrijfjes rondom makelaar De Vries.”
Sake leunde over de rand van het bureau om mee te kijken naar het oplichtende beeldscherm.
Het eerste zoekresultaat van het kenteken verscheen op het scherm. De vrachtwagen bleek officieel op naam te staan van Bogaart Vastgoed & Onderhoud B.V. — een naam die bij Simon niet meteen een bel deed ringen, maar bij Sake een duidelijke herkenning opriep.
“Bogaart…” mummelde Sake terwijl hij zijn kinnen krabde. “Dat is een klein klus- en onderhoudsbedrijfje uit het buitengebied. Maar als je in het handelsregister graaft, zie je dat de aandelen drie maanden geleden zijn overgenomen door een beheermaatschappij van makelaar De Vries. Ze gebruiken Bogaart dus als een soort ‘schoonmaakploeg’ om panden die onder de radar moeten blijven snel te ontruimen of op te knappen.”
Simon knikte grimmig en maakte een snelle aantekening. “Dan klopt mijn onderbuikgevoel. De Vries gebruikt die wagen om actie te ondernemen zodra er ergens te veel aandacht op een pand komt te liggen.”
Als Joris, hun teamleider, bij hen langsloopt en nieuwsgierig op hun beeldscherm kijkt, vraagt hij wat ze aan het zoeken zijn. Sake neemt meteen het woord en doet enthousiast het verhaal over de RDW-check en het mogelijke verband met makelaar De Vries. Simon luistert scherp mee en vult Sake aan zodra het verhaal over Cora en ‘De Hoek’ net even anders dreigt te worden weergegeven — zorgvuldig doserend wat hij wel en niet over haar rol kwijt wil.
Joris hoort het allemaal aan, leunt met zijn handen op de rand van Simons bureau en kijkt het duo strak aan.
“Sake, vertel mij nu eens welke zekerheden je hebt om jullie gedachten recht te laten gelden? Doordat een vrachtwagen je bijna van de weg heeft gereden, hoeft dat toch verder helemaal niets met wat voor zaak dan ook te maken te hebben?”
Sake wilde net zijn mond opendoen om tegen te spreken, maar Joris stak beslist zijn hand op.
“Nee Sake, luister goed. Er moeten duidelijker aanwijzingen zijn die samengaan met harde bewijzen voor je verder op zo’n zaak kunt gaan. Met alleen een afgesneden bocht, een onderbuikgevoel en een praatje in de kroeg krijg ik bij de officier van justitie geen enkel bevel rond. Ik wil feiten zien, mannen. Geen aannames.”
Simon en Sake keken elkaar stilzwijgend aan. Joris had formeel gelijk, maar beiden wisten dat het spoor naar Erik en Bogaart Vastgoed te warm was om zomaar te laten rusten.
Simon opende een nieuw tabblad op de computer om de informatie over de CDD-analist na te trekken. Hij legde het tweede spoor op tafel.
“En er is nog iets,” vervolgde Simon op zachtere toon, terwijl hij even rondkeek of er geen onbevoegde collega’s mee-luisterden. “Mijn… informant, laten we het zo even noemen, is gisteravond in ‘De Hoek’ tegen een interessant figuur opgelopen. Een zekere ‘Erik’. Hij beweerde CDD-analist bij de Rabobank te zijn en gespecialiseerd in vastgoeddossiers in deze regio.”
Sake’s wenkbrauwen schoten omhoog. Hij zette zijn koffiebeker op het bureau. “Een Customer Due Diligence-analist? Die gasten spitten de hele dag witwaspraktijken, ongebruikelijke transacties en schaduwconstructies uit. Als híj op die plek rondhangt en praat over ‘vriendendiensten’ op de woningmarkt…”
“Precies,” vulde Simon aan, terwijl hij het zoekveld van het politiesysteem invulde. “Of hij zoekt informatie, óf hij helpt de boel af te dekken. Er zijn in deze regio maar twee vestigingen van de Rabobank met een eigen regionale compliance-afdeling.”
Na een paar klikken op de interne lijst van bankfunctionarissen en relevante registers rolden er drie namen uit van analisten die aan het profiel voldeden. Eén daarvan sprong er direct uit: Erik Van der Meer, Senior CDD Analyst – Sector Vastgoed & Hypotheken.
“Dat moet hem zijn,” zei Simon, terwijl hij naar de pasfoto op het scherm staarde. “Nu is de vraag: aan welke kant van de streep staat deze Erik?”
“Precies,” knikte Simon scherp. “Of die Erik is een integere bankier die heel gevaarlijk dicht bij de waarheid zit en zijn eigen onderzoek doet… óf hij is de man die aan de binnenkant van de bank de rekeningen van Stichting Dakloos en De Vries schoonveegt en doorsluist.”
Joris nog steeds in de buurt volgt de heren en weer lijkt hij te horen dat het over aannames gaat, hij komt acht Simon staan. Hij ziet op het scherm de naam ‘Erik van der Meer’ staan in het scherm van de Rabobank.
“Vertel heren wat is er met Erik van der Meer aan de hand?” dan doet Simon het verhaal dat hij gisteravond bij Brenda en Cora was geweest en de aanleiding het gesprek van Cora met die Erik had gehad om geholpen te worden bij het zoeken naar een huis. “De man had verteld dat wanneer ze kennis in haar netwerk had die in de makelaardij, woningbouwverenigingen en dergelijk, zij die best wel kon gebruiken als kruiwagen”
“Toen ze dat vertelde, dacht ik dat is illegaal Een man in die positie mag dat toch niet doen dat is ongeoorloofd.” Joris begint heel hard te lachen.”Heren jullie zijn aan vakantie toe. Zien jullie in alles iets verdachts?. Waar is jullie professionaliteit gebleven. Heel toevallig ken ik Erik heel goed. Hij woont naast ons. Ik werk regelmatig met hem samen en ik vind direct niet een integere mens als Erik. En in zijn advies heeft hij gelijk hoe dichter je betrokken bent, des beter kun je de kansen inschatten of benutten. Dat noemen ze echt netwerken, je armen uitslaan, mensen leren kennen, inzichten van anderen doen begrijpen, of zijn jullie dat in je opleiding vergeten?
Simon voelde een vlaag van warmte naar zijn nek stijgen. De opmerking van Joris kwam aan als een natte dweil in het gezicht. Sake schoof ongemakkelijk heen en weer op de rand van het bureau en staarde diep in zijn plastic koffiebeker, alsof daar plotseling het antwoord in te vinden was.
“Buren?” herhaalde Simon mat, terwijl hij naar het beeldscherm bleef staren waar de pasfoto van Erik van der Meer hem strak aankeek.
“Ja, buren,” zei Joris beslist, met zijn armen over elkaar. “Al zeven jaar. Erik is een man van de regels, Simon. Als er íémand is die binnen die bank de mazen in het wetboek dichtspijkert, is hij het wel. Dat hij tegen een vrouw aan de bar zegt dat je je netwerk moet gebruiken voor een woning, is geen criminele samenzwering. Dat is realistisch advies op een oververhitte huizenmarkt.”
Joris leunde voorover en tikte met zijn indexvinger op de rand van Simons monitor. “Luister naar me, allebei. Ik snap dat de druk op dit dossier hoog is. We willen die verdwenen vrouwen vinden, we willen Stichting Dakloos binnenstebuiten keren en we willen De Vries vastspijkeren. Maar als jullie bij elke schaduw die voorbijkomt moord en brand schreeuwen, raken we de koers kwijt. Laat die bankanalist met rust, tenzij zijn naam uit een officieel strafdossier komt rollen. Begrepen?”
“Duidelijk, Joris,” antwoordde Sake snel.
Simon knikte kort, al knaagde er vanbinnen iets. “Begrepen.”
Joris gaf Simon een stevige klop op zijn schouder. “Mooi. Sluit dat bankenregister, haal een verse bak koffie en ga terug naar de feiten die we wél hebben. Het dossier-De Vries ligt op je bureau.”
Toen de teamleider wegliep richting zijn eigen kantoor, bleef het even angstvallig stil achter het bureau. Simon staarde naar het scherm, klikte de pagina van Erik van der Meer weg, maar liet het zoekscherm van het RDW-kenteken op de achtergrond openstaan.
Sake leunde dichter naar Simon toe en fluisterde: “Nou… dat was een flinke ijsdouche. Dus Erik is een heilige volgens de baas?”
Simon keek op, zijn ogen stonden strak. “Joris kent hem als buurman, Sake. Niet als analist die ’s avonds laat in ‘De Hoek’ over vastgoedconstructies staat te praten. Misschien heeft Joris gelijk en zie ik beren op de weg… maar die vrachtwagen van Bogaart B.V. reed daar vanmorgen wél. En dát is geen netwerken. Dát is praktijk.”
Plaats een reactie