Onder de Oppervlakte


De blijvende gedachtegang over de vrachtwagen van Bogaart B.V. kon Simon maar niet uit zijn hoofd zetten. Met elke minuut die verstreek, leek het ronkende geluid van die zware dieselmotor en het scherpe afsnijden van de bocht weer door zijn hoofd te gonzen. Maar hij had ook heel goed begrepen dat zijn chef Joris duidelijk aan had gegeven niet direct overal beren op de weg te zien.

Had hij dan echt zo’n verkeerde inschatting gemaakt van hetgeen Cora had verteld?

Simon staarde naar de vergeelde koffievlek op zijn bureau. Joris’ woorden echode nog na: netwerken, je armen uitslaan, kansen benutten. Het klonk logisch en professioneel uit de mond van een doorgewinterde leidinggevende die zijn buurman verdedigde. Misschien was Erik van der Meer inderdaad gewoon een behulpzame burger die onder het genot van een drankje in ‘De Hoek’ een eenzame vrouw van advies voorzag. Misschien was de link met Stichting Dakloos en de schimmige praktijken van makelaar De Vries niet meer dan een hersenspinsel, gebouwd op een keten van toevalligheden.

Maar zodra hij zijn ogen sloot, zag hij het weer voor zich: het bemodderde logo op de zijkant van de vrachtwagen die Sake op een haar na van zijn sokken reed. Een onderhoudsbedrijf dat aantoonbaar was opgekocht door een beheermaatschappij van De Vries. Dát was geen toeval. Dát was administratief vastgelegd in de registers.

Sake schoof zijn stoel wat dichterbij en verbrak de stilte. “Je zit er nog steeds mee te malen, hè?”

Simon haalde diep adem en wreef over zijn voorhoofd. “Joris wil harde feiten en bewijzen. En gelijk heeft hij; met een onderbuikgevoel en een praatje aan de bar bouwen we geen dossier op. Maar die wagen rijdt niet voor niets op dit onmogelijk vroege uur met zo’n vaart door de stad. Als ze sporen aan het uitwissen zijn in een van die panden, zijn we te laat als we wachten tot het papierwerk rond is.”

Hij sloeg zijn notitieblok dicht en keek Sake strak aan. “We doen het volgens de regels, Sake. Geen officiële zoekacties of confrontaties met ‘buurman Erik’. Maar niemand houdt ons tegen om tijdens onze surveillance gewoon een extra rondje te rijden langs de locaties van Bogaart B.V.”

Om exact elf uur klopt Joris met een pen tegen de zijkant van zijn whiteboard om het team bij elkaar te roepen. Het geroezemoes in de recherchekamer verstomt meteen en iedereen schuift met zijn stoel aan rond de grote overlegtafel.

Joris leunt met beide handen op het houten tafelblad en kijkt de zaal in met de blik van iemand die goud op het spoor is.

“Goed, mensen, bijpraatmoment,” steekt hij van wal. “Er zijn eindelijk substantiële vorderingen in het onderzoek naar de man zonder naam — het slachtoffer dat, zoals we via-via al op de wandelgangen hoorden, in het circuit ‘Piedro’ werd genoemd.”

Hij tikt op een stapel dossiers die voor hem ligt. “De DNA-match bij het Nederlands Forensisch Instituut leverde helaas helemaal niets op. Een grote blinde vlek in het systeem. Maar…” Joris pauzeert voor het nodige effect. “…onze jongens van de forensische opsporing hebben een stokoude vingerafdruk boven water gekregen. En die matcht wél. Met een ijskoud dossier van ruim zes jaar geleden, waarin deze ‘Piedro’ als verdachte stond geregistreerd. Alleen bleek de schuilnaam die hij destijds opgaf een complete fantoomidentiteit te zijn.”

“En nu?” vraagt Bart meteen, terwijl hij ver voorover leunt met zijn notitieblok op schoot. “Wat schieten we daar schietgebedjestechnisch mee op als die oude naam toch nep was?”

“Nou, heel veel,” glundert Joris. “In dat oude dossier zaten destijds namelijk haarscherpe polifoto’s. En wat blijkt uit onze laatste check bij het register van de Kamer van Koophandel? Onze ‘Piedro’ heeft tot op het bot dezelfde gelaatstrekken én familienaam als de man die daar momenteel als eigenaar ingeschreven staat. Hij is de directe neef van de man op het KvK-uittreksel!”

Anita kijkt met grote, ongelovige ogen op van haar tablet. “Dat kan niet! Daar geloof ik echt helemaal niets van!”

Joris laat zijn blik langzaam langs de gezichten van zijn rechercheurs glijden, genietend van de plotselinge elektrische spanning die in de ruimte hangt. Hij wacht bewust een paar seconden om de impact door te laten dringen en gaat dan op lage, bezwerende toon verder.

“Dame, heren… Luister goed. De man die destijds officieel in de papieren stond ingeschreven — ene Peer Pietersen — is jaren geleden door een ijskoude moord om het leven gekomen. Onze heer ‘Piedro’ stond in dat oude dossier dik gedrukt als hoofdverdachte opgeschreven. De recherche van destijds had echter net te weinig hard bewijs om hem definitief achter de tralies te krijgen, waardoor de zaak stagneerde. Er is voor die moord dus nooit iemand formeel veroordeeld.”

Joris tikt met zijn vinger op de rand van de foto op tafel. “Maar nu zijn identiteit eindelijk waterdicht vaststaat én we hem kunnen linken aan het huidige netwerk, ga ik er vanuit dat we hem alsnog postuum — óf de mensen om hem heen — voor die oude moord én de huidige troep kunnen laten boeten. De beerput gaat nu pas écht open, mannen.”

De uitkomst van het verhaal van Joris bracht een algehele euforie teweeg in de recherchekamer. Met z’n allen hadden ze toch maar mooi weer iets bereikt waar ze met recht trots op konden zijn. Het gevoel dat een schijnbaar doodgelopen spoor ineens wagenwijd openbrak, gaf iedereen een flinke dosis energie.

Joris bedankte zijn team uitgebreid voor hun niet-aflatende inzet in deze ingewikkelde zaak, maar op één specifiek punt vestigde hij zijn speciale aandacht. Met een brede lach keek hij Simon aan.

“Het kan soms wonderlijk in het leven van een politieagent gaan,” begon Joris op vrolijke toon. “Je staat op een hoek van de straat te surveilleren en dan loopt er een angstig iemand pardoes tegen je aan. Je doet je plicht om te helpen en er ontrolt zich een verhaal dat uiteindelijk leidt tot wat ik zonet heb weergegeven. Ik vraag me nu af: was die botsing soms opgezet spel? Want jullie weten vast allemaal precies wat én wie ik nu bedoel.”

Joris liet een korte pauze vallen in zijn toespraak en keek Simon over de rand van zijn leesbril aan. “Simon, nu heb ik een dringende vraag aan jou. Zou jij die mevrouw Brenda Slippens namens ons voltallige team hartelijk willen bedanken voor de frontale botsing die ze destijds heeft veroorzaakt?”

Het was maar kort, maar de recherchekamer barstte direct uit in een luid applaus en een hoop gegrinnik. Simon stond in één klap in de schijnwerpers, wat hem tot ver achter zijn oren rode koontjes bezorgde. Hij voelde alle blikken op zich gericht en wist dat er nu wel een reactie van hem verwacht werd.

Hij schraapte zijn keel en begon lichtelijk stotterend: “Chef… be-bes-beste teamgenoten… ik bloos ervan. Maar eh, ik zal haar vanavond, als ik haar zie, het bedankje uiteraard meteen overbrengen. En eerlijk is eerlijk: ook Brenda en ik hebben perplex gestaan dat een botsing zulke verstrekkende gevolgen zou krijgen. Want tja… in de meeste gevallen ontstaat er bij een aanrijding alleen maar blikschade!”

Een daverend lachsalvo rolde door de ruimte. De spanning van de afgelopen dagen en het strakke regime van de baas leken in één klap te verdampen in de vrolijke ambiance van de recherchekamer.

Maar ook aan het lachen komt een eind. Joris klapte eenmaal hard in zijn handen en vroeg iedereen om weer aan het werk te gaan. Er was immers genoeg te doen en de dossiers stapelden zich op.

Bart en Anita bleven op het bureau achter; zij hadden een flinke stapel processen-verbaal uit te werken die geen uitstel meer kon gebruiken. Sake en Simon kregen daarentegen het groene licht om hun dienstkleding aan te trekken voor een surveillance-ronde in de wijk.

Terwijl ze richting de omkleedruimte liepen, knikte Sake met een grijns naar Simon. “Toch mooi meegenomen, die bedankjes voor Brenda. Maar nu we de straat op gaan… heb jij toevallig al een route in je hoofd?”

Simon ritste zijn donkerblauwe politie-jas dicht en bekeek zichzelf vluchtig in de spiegel. De rode kleur op zijn wangen was gelukkig weer weggetrokken.

“Reken maar,” antwoordde Simon op lage toon, terwijl hij zijn koppel omgespte. “We beginnen onze ronde bij de bekende adressen van Bogaart B.V. Joris wil harde feiten voor het dossier? Dan gaan we eens kijken of die vrachtwagen van vanmorgen ons die feiten op een zilveren presenteerblaadje kan opleveren.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Onder de Oppervlakte”

  1. Suskeblogt Avatar

    “De beerput gaat nu pas écht open” vind ik mooi verwoord. Het leidt tot verdere verhalen.

    Like

  2. Karel Avatar

    mogge Willem
    regeltjes – regeltjes
    we komen er in om , en zij die echt omkomen of verdwijnen raken onder gesneeuwd door al die regeltjes
    ambtenarij ten top
    dus hopla in de benen en op pad en op zoek , goede laarzen aan om de regeltjes aan te lappen en gaan 🙂

    geniet de dag

    Like

    1. wzijlstra10 Avatar

      Regelgeving en een overschot aan ambtenaren die ze wel kwijt willen of willen omruilen voor inleners zodat er niets van terecht komt. Het zijn altijd de loze beloften waar ze iedere keer nat op gaan.

      Geliked door 1 persoon

      1. Karel Avatar

        het wordt er in ons mooie landje niet beter op 😦

        Like

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder