
Er waren ondertussen al de nodige weken voorbijgegaan, maar op het bureau liep de spanning gestaag op. De planningen voor de grote strafzaak waren definitief doorgegeven door de griffie van de rechtbank. Ook het betrokken rechercheteam van Joris van Asperen had de exacte data op de kalender gekregen.
Het beloofde een omvangrijke uitsmijter van een proces te worden. De hoofdverdachten — Marcus de Geus, Kornelis van Boven en Pieter Pieterse — stonden samen met hun handlangers Karim, Remco, Zwarte Peer, Sietse en Chico terecht voor een zware lijst aan feiten: mensensmokkel, uitlokking tot prostitutie, witwassen, valse personificatie en grootschalige oplichting.
Simon de Wit had Brenda al informeel gewaarschuwd: de dagvaardingen en getuigenoproepen waren onderweg. Zowel Brenda als Cora zouden formeel gehoord worden op basis van de aangiftes die ze eerder hadden gedaan.
De avond voor de eerste zittingsdag zat de spanning er goed in boven de opslagruimte. Cora zat aan de keukentafel met een stapeltje aantekeningen en een kop thee. Brenda liep ijsberend door de kamer. “Wat als die advocaat van De Geus mij helemaal klem lult?” vroeg Brenda, terwijl ze haar handen nerveus door haar haar haalde. “Je kent die verhalen toch? Ze proberen je verdacht te maken waar je bij staat.”
“Brenda, adem in, adem uit,” zei Cora met een kalmte die ze zelf niet helemaal voelde. “Je hoeft alleen maar te vertellen wat je hebt gezien en meegemaakt . Simon, Sake en Klaas zijn er ook. En rechercheur Van Asperen laat zich echt de kaas niet van het brood eten.”
De Ochtend van de Zitting
De rechtbank overstroomde van de bedrijvigheid. In de wandelgangen heerste een geladen sfeer. Aan de ene kant stonden de strak in pak gestoken raadslieden van De Geus en Van Boven, fluisterend over hun dossiermappen. Aan de andere kant verzamelde het politieteam zich.
Rechercheur Joris van Asperen hield een korte briefing op de gang met zijn team. Sergeanten Bart van Akker en Anita de Boer namen de laatste administratieve punten door met de agenten Simon de Wit, Sake Sakema en Klaas van der Meer.
“Luister mannen en Anita,” zei Van Asperen op lage, besliste toon. “De verdediging gaat proberen ruis te creëren op de procedurefouten en de betrouwbaarheid van de getuigenissen. Simon, Sake, jullie verklaringen over de observaties bij de stichting Dakloos en de sportschool wat er aan verbonden was moeten naadloos aansluiten op het dossier. Blijf bij de feiten. Geen aannames.” Simon knikte strak. “Helder, chef.”
Toen Cora en Brenda de hal in kwamen lopen, stapte Sake op hen af om ze op te vangen. “Fijn dat jullie er zijn. Het gaat dadelijk beginnen. Jullie worden waarschijnlijk na de middagpauze gehoord, maar als de verdediging dwarsligt kan het uitlopen.”
De Zitting en de Eerste Verhoren
De grote strafzaal zat bomvol. Achter de glaswand van de verdachtenbank zaten Marcus de Geus, Kornelis van Boven en Pieter Pieterse er onbewogen bij, geflankeerd door hun advocaten. Achter hen zaten de handlangers — Karim, Remco, Zwarte Peer, Sietse en Chico — die duidelijk zenuwachtiger om zich heen keken.
Na het uitroepen van de zaak en het voorlezen van de tenlastelegging door de officier van justitie, gaf de voorzitter van de meervoudige kamer het woord aan rechercheur Joris van Asperen voor de toelichting op de opsporingsresultaten.
“Mijnheer Van Asperen,” begon de voorzitter van de rechtbank, terwijl hij door de dikke ordners bladerde. “U bent de leidinggevende van het opsporingsteam. Kunt u kort schetsen hoe de structuur van deze organisatie volgens uw onderzoek in elkaar stak?”
Van Asperen nam plaats achter de getuigenkatheder, schikte zijn das en antwoordde met een heldere, professionele stem: “Voorzitter, uit ons onderzoek blijkt dat Marcus de Geus als hoofdarchitect fungeerde op het gebied van de financiële geldstromen en de valse personificaties. Kornelis van Boven en Pieter Pieterse stuurden het operationele netwerk aan met betrekking tot de mensensmokkel en de uitbuiting. De handlangers, waaronder de heren Karim en Chico, hielden zich voornamelijk bezig met de fysieke begeleiding en het onder druk zetten van de slachtoffers.”
De advocaat van De Geus onderbrak meteen: “Voorzitter, dit zijn kwalificaties die de getuige helemaal niet kan maken zonder—”
“Mr. Jansen, u krijgt zometeen de gelegenheid tot het stellen van vragen,” kapte de rechter de raadsman gedecideerd af. “Gaat u door, mijnheer Van Asperen.”
Het verhoor van Agent Simon de Wit
Na de toelichting van de leidinggevenden was het de beurt aan agent Simon de Wit. Zijn rol bij de observaties rondom de stichting en de sportschool was cruciaal voor de bewijsvoering.
“Agent De Wit,” sprak de rechter. “U heeft in uw proces-verbaal van bevindingen opgeschreven dat u meerdere ontmoetingen heeft geobserveerd bij het complex van stichting Dakloos. Kunt u specifiek beschrijven wat u daar zag op de middag van 14 augustus?”
Simon keek strak voor zich uit en antwoordde rustig: “Op die specifieke middag zag ik verdachte Pieterse samen met handlanger Remco het pand van de sportschool achter de stichting betreden. Ze hadden een overdracht met een tussenpersoon. Daarbij werd gebruikgemaakt van valse identiteitsbewijzen om geldstromen via de stichting te sluizen. Ik heb deze handeling op afstand vastgelegd op beeld- en geluidsmateriaal, wat is toegevoegd aan bijlage B4 van het dossier.”
De raadsman van Pieterse leunde naar voren bij de microfoon. “Agent De Wit, vanaf welke afstand heeft u dit geobserveerd? Was het zicht niet deels belemmerd door de apparatuur en de opslag van de sportschool?”
“De waarneming vond plaats vanaf een vaste post, met vrij zicht op de ingang en de achterruimte,” antwoordde Simon zonder aarzeling. “Bovendien sloot de waarneming direct aan op de verklaringen die mevrouw Brenda en mevrouw Cora later aflegden.”
De rechter knikte traag en maakte een aantekening op zijn scherm. “Goed. Dan roepen wij nu getuige Brenda De Wit op naar voren…”
Brenda stond op, schikte haar jasje en liep met opgeheven hoofd naar de getuigenkatheder. Haar gebruikelijke drukke gebaren en theatrale verteltrant waren voor het eerst ingeruild voor een strakke, ingehouden spanning. Ze keek even vluchtig naar de verdachtenbank — waar Marcus de Geus en Pieter Pieterse haar met kille blikken volgden — voordat ze haar blik op de meervoudige kamer richtte.
“Mevrouw De Wit,” sprak de rechter, terwijl hij over zijn leesbril keek. “U heeft in uw proces-verbaal van bevindingen beschreven wat uw aanleiding was om aangifte te doen. Kunt u de rechtbank in uw eigen woorden vertellen hoe u bij deze zaak betrokken raakte?”
Brenda haalde diep adem. Ze pakte het glas water dat voor haar klaarstond en nam een klein slokje om haar droge keel te verzachten.
“Het begon allemaal met de vreemde bewegingen rondom de sportschool en de stichting Dakloos,” begon ze met een verrassend vaste stem. “Het is ruim een jaar geleden dat ik van de ene op de andere dag Dakloos werd. De mogelijkheden om niet op straat te blijven slapen, was op die avond om een hotel te bezoeken , maar ik kwam of bij de verkeerde of het hotel was volgeboekt”Ze nam even rust door een slok water te nemen” En zo kwam ik bij de voor mij toen onbekende stichting Dakloos terecht.
Onder bepaalde voorwaarden kon ik daar overnachten. Ik was dus even gered. Het was een verrassing om mijn oude vriendin daar te treffen. Zij waarschuwde mij meteen over wat er zich daar afspeelde. We spraken de volgende morgen af om in de stad samen te komen. Echter de volgende morgen was ze spoorloos vertrokken. Het verhaal wat ze eerder had gedaan beangstigde mij. Niemand kon of wilde mij vertellen waar ze was.
De meneer die zich Karim noemt, hoorde ik iets tegen die Remco zeggen “zorg dat we haar hier houden. Marcus wil haar gaan gebruiken, heeft hij gezegd” Brenda kijkt de zaal door en ziet de venijnige gezichten van die twee. “ik ben die morgen vertrokken en ben weer opgevangen door de zelfde als waar ik de dag ervoor uit huis was gezet.
Een paar weken daarna herhaalt zich weer een ruzie en een uitzetting. In de avond liep ik op straat. Op zoek naar een hotel of zoiets, totdat die Karim met twee maten mij zien lopen en mij gaan volgen. Ik kan u zeggen dat vond ik niet prettig” weer nam ze een slok water”en in mijn vluchtpoging loop ik recht in de armen van een agent die met een collega op route waren. Dat was mijn redding en ik denk ook de aanleiding tot het onderzoek naar de mensen die hier verdacht worden”
Brenda ontspande haar schouders, zette het glas water voorzichtig terug op het tafeltje en vervolgde haar betoog, terwijl de voltallige meervoudige kamer haar met volle aandacht aanhoorde.
“Toen de agenten — Simon en Sake — mij die nacht opvingen, was ik helemaal over de seik,” ging Brenda verder met een trillende ondertoon in haar stem. “Ik heb ze meteen alles verteld over die ontmoeting bij stichting Dakloos, mijn verdwenen vriendin en wat ik Karim en Remco had horen zeggen over de plannen van Marcus de Geus. Dat was de druppel die de emmer deed overlopen.”
De advocaat van Marcus de Geus veerde op en stelde zich op achter zijn katheder. “Voorzitter, met alle respect, maar de getuige legt hier een verklaring af die gebaseerd is op veronderstellingen, opgevangen flarden van gesprekken in een emotionele toestand en pure paniek. Mijn cliënt wordt hier neergezet als een soort schaduwfiguur op basis van van-horen-zeggen!”
“Mr. Jansen,” sprak de voorzitter waarschuwend, terwijl hij de advocaat strak keek. “Het staat de getuige vrij om haar eigen waarnemingen en de directe aanleiding voor haar melding bij de politie toe te lichten. U krijgt zo aanstonds de gelegenheid voor uw kruisverhoor.”
De voorzitter wendde zich weer tot Brenda. “Mevrouw De Wit, u verklaart dat u die nacht bent opgevangen door de surveillerende agenten. Wat gebeurde er in de periode nadat u die melding had gedaan?”
“Vanaf dat moment is de bal gaan rollen,” antwoordde Brenda vastberaden, terwijl ze de felle blikken van Karim en Remco in de verdachtenbank trotseerde. “Simon en Sake hebben mijn verhaal uiterst serieus genomen en doorgegeven aan rechercheur Van Asperen. En omdat ik korte tijd later onderdak vond bij mijn baas van Olphen boven de winkel was ik in die zin weer veilig”. Op de publieke tribune knikte Cora subtiel. Het stilzwijgende pact tussen de twee vrouwen en het rechercheteam hield stand: de doordachte opbouw van het dossier begon de verdediging zichtbaar onder druk te zetten.
De rechter keek op van zijn dossiermap en knikte naar Brenda. “Dank u wel, mevrouw De Wit. U mag weer plaatsnemen op de publieke tribune.”
Toen Brenda terugliep, wisselde ze in het voorbijgaan een snelle, betekenisvolle blik uit met Cora. Cora rechtte haar schouders, baande zich een weg naar voren en nam plaats achter de getuigenkatheder. De sfeer in de zaal werd merkbaar strakker; de verdediging wist dat er nu een zeer zwaarwegende getuigenis zou volgen.
“Getuige Cora,” sprak de voorzitter van de meervoudige kamer ernstig. “U staat onder ede. Kunt u de rechtbank toelichten wat uw eigen ervaringen zijn geweest met deze organisatie en de verdachten die hier vandaag terechtstaan?”
Cora schikte haar bril, ademde diep in en keek de rechters rustig maar doordringend aan.
“Voorzitter,” begon ze met een beheerste, maar snijdende stem. “Mijn betrokkenheid bij deze zaak is helaas niet van horen zeggen. Ik ben zelf door deze bende gegijzeld en vastgehouden geweest. Ik heb aan den lijve ondervonden tot welke dwang, intimidatie en methodes deze mannen in staat zijn.”
In de zaal ontstond een hoorbare reactie. De advocaat van Marcus de Geus verschoof onrustig op zijn stoel.
“Toen ik Brenda bij de stichting tegenkwam,” vervolgde Cora vastberaden, “herkende ik de situatie en de gezichten van de organisatie meteen. Ik wist in wat voor gevaar ze verkeerde. Ik heb haar toen direct gewaarschuwd voor de praktijken van De Geus, Van Boven en hun handlangers, en voor wat haar te wachten zou staan als ze niet zou maken dat ze wegkwam. Het is jammer dat er veel vrouwen die bij stichting ‘Dakloos’ zijn ondergebracht en van daaruit ’s nachts naar klanten werden gebracht om hun lichaam ter beschikking te stellen aan de financiers van de stichting, na de inval niet meer te traceren waren en in de anonimiteit vertrokken zijn.”
Op de publieke tribune stond er een vrouw op en riep met harde stem: “Dat is de waarheid en niets dan de waarheid!”
De voorzitter van de rechtbank sloeg direct met zijn hamer op het blok. “Stilte in de zaal! Mevrouw, u neemt nu weer plaats of de parketpolitie verwijdert u uit de zaal.”
In de zaal ontstond beroering en rumoer. Bezoekers boogen zich naar elkaar toe en op de verdachtenbank keek Marcus de Geus met strakke kaakspieren naar de tribune, terwijl zijn advocaat geagiteerd zijn hand opstak om de aandacht van de rechters te vragen.
Nadat de rust door de parketwachten was hersteld, keek de voorzitter streng de zaal rond en richtte zich daarna weer tot de getuigenkatheder.
“Excuus, mevrouw,” sprak de rechter tot Cora. “Gaat u door. En over die specifieke gijzeling en de leiding van de organisatie: kunt u de rechtbank verklaren wie van de hier aanwezige verdachten daartoe de opdrachten gaven of daarbij direct betrokken waren?”
Cora keerde zich langzaam om richting de verdachtenbank en keek Marcus de Geus en Kornelis van Boven recht in de ogen aan.
“Marcus de Geus gaf de opdrachten,” zei ze zonder te twijfelen, met heldere, onbewogen stem. “En Van Boven en zijn handlangers, waaronder Karim, voerden het uit. De stichting is geen plaats voor opvang ; het waren instrumenten om mensen vast te zetten, te chanteren en uit te buiten. Alles wat Brenda en ik hebben meegemaakt en aan de politie hebben verklaard, komt uit diezelfde kille koker.”
De voorzitter tikte afgemeten met zijn hamer op het blok om Mr. Jansen te onderbreken. “Uw bezwaar is genoteerd, Mr. Jansen, maar de getuige voert het woord.”
Cora richtte zich weer strak tot de meervoudige kamer en negeerde de protesten van de raadsman volkomen.
“Edelachtbare, ik denk dat er hier op de publieke tribune iemand zit waar ik het net over had, namelijk een gebruikte vrouw die u veel meer kan vertellen dan wat ik met de verdachten heb meegemaakt,” zei Cora met kalme, snijdende overtuiging.
Er ging een schok door de zaal. Rechter, officier van justitie én de verdachten keken tegelijk richting de publieke tribune, waar de opgestane vrouw met klem haar kaken op elkaar hield.
De voorzitter boog zich over zijn bureau. “Mevrouw De Graaf, dat is een zeer opmerkelijke wending. Als er een rechtstreekse getuige op de tribune zit, moeten we dat uiterst zorgvuldig aanpakken.”
Hij keek naar de officier van justitie en vervolgens naar de parketpolitie. “De zitting wordt voor vijftien minuten geschorst. Ik verzoek de parketpolitie om de betreffende mevrouw op te vangen en haar personalia op te nemen, zodat het Openbaar Ministerie en de verdediging kunnen beoordelen of zij ter plekke als onvoorziene getuige kan worden gehoord.”
Marcus de Geus boog zich verwoed naar voren en begon fel tegen zijn advocaat in te praten, terwijl Karim en Remco er merkbaar nerveus bij zaten. Op de tribune keek Brenda naar Cora, die met een strakke, voldane blik van de getuigenkatheder stapte.
Plaats een reactie